Foto bij 7.2

‘Je bent er,’ zegt Daan en ik hoor geen spoortje van emotie in zijn stem. Het is een constatering, bijna een vanzelfsprekendheid. Alsof er geen andere mogelijkheid was dan dat ik naar hem toe zou gaan, als een puppy die door zijn baasje wordt geroepen en even twijfelt, maar dan zijn vrijheid vergeet en zich dienstbaar opstelt. Ergens doet het me pijn dat ik over mezelf denk als een simpele ziel, maar tegelijkertijd weet ik wel dat de waarheid is dat ik opnieuw voor hem in de kou ga staan. Daan steekt een sigaret op en hoewel ik het probeer te onderdrukken, begin ik te hoesten door de sterke rook. Toen ik zaterdag in De Schoutenhof was en met een collega pauzeerde, dacht ik aan Daan nog voordat ik de geur van sigaretten daadwerkelijk rook. Ik weet niet wat erger vond: dat ik direct aan Daan dacht of dat mijn mondhoeken bij die gedachte omhoog krulden en ik er niets tegen kon doen.
‘Heb je er last van?’ vraagt Daan.
Er gaat een schokje door me heen en ik kijk hem verrast aan. ‘Nee hoor,’ zeg ik.
Daan komt in beweging en ik open mijn mond om hem te vertellen dat hij niet weg moet gaan. Hij komt aan mijn linkerkant staan. ‘Zo waait het die kant op.’ Hij wijst in de verte, naar de bewoonde wereld. Het is alsof we samen op een eilandje staan, hij omdat hij er hoogstpersoonlijk naar toe is gezwommen, ik omdat ik ernaar verbannen ben.
‘Dank je. Waarom vroeg je me om hierheen te komen?’ durf ik hardop te vragen.
‘Niet interessant. Waarom ben je er?’ Hij kijkt me onderzoekend aan en sinds ik het kleine littekentje naast zijn wenkbrauw heb gezien, kan ik het niet meer gladstrijken in mijn gedachten. Onbewust span ik al mijn spieren aan en het is alsof ik even terugdeins. Als ik langzaam inadem, zie ik dat Daan naar me kijkt, zijn ogen iets samengeknepen. Ik herken de blik, omdat ik hem zo vaak niet begrijp en dan probeer om door hem heen te kijken, alsof ik daarmee zijn gedachten kan bekijken. Het is mij al zo vaak niet gelukt dat ik stilletjes lach, omdat het blijkbaar een menselijke reactie is om frustratie te voelen. Tegelijkertijd zou ik mijn gedachten niet durven uitspreken, waardoor ik beter begrijp waarom Daan me vaak bruut afkapt. Toch stelt hij de onvermijdelijke vraag.
‘Waar denk je aan?’
Ik schud mijn hoofd, alsof hij me vroeg of ik het wilde vertellen. Het is raar hoe we elk moment van de dag gedachten bij ons dragen, veilig opgeborgen in ons hoofd. Het zijn de belangrijkste flarden die keer op keer terugkomen en hoe hard we ze ook wegduwen, de gedachten komen als een boemerang terug. Juist dat waar wij ons de hele tijd mee bezig houden, durven we niet uit te spreken. We praten over betekenisloze momenten, lachen uitbundig om oppervlakkige grapjes, terwijl we ondertussen stilletjes schreeuwen om een nare herinnering die opnieuw scherp door ons lichaam snijdt. Waar we behoefte hebben aan begrip, nemen we niemand mee op de reis om de puzzelstukjes in elkaar te passen. Pas als we rondgeslingerd, ingestort en opgekrabbeld zijn, vragen we iemand om het laatste stukje op zijn plek te leggen.
‘Jasmijn?’ Daan heeft zijn hand op mijn arm gelegd en ik zou niet weten hoe lang dat al zo is. Het zegt me veel dat ik daar geen idee van heb, omdat zijn simpele contact altijd mijn lichaam op scherp zet. ‘Wat houd je tegen?’ Het is de perfecte vraag, waar ik niet het perfecte antwoord op heb.
‘Dat je het gek vindt,’ mompel ik. ‘Dat je mij raar vindt,’ verbeter ik mezelf onmiddellijk.
‘Waarom zou ik jou gek vinden? Omdat je in november op een brug staat met een onbekende klasgenoot die niets van zichzelf laat zien en je terugkomt als een boemerang? Hoe harder ik je wegduw, hoe feller je terugkeert. Omdat je niet houdt van uitgaan, maar van bejaarden de zin van het leven laten zien? Omdat je liever drie keer op een dag gaat zwemmen dan je ex de waarheid te zeggen? Waarom zou ik zo’n bewonderingswaardig meisje raar vinden?’ Daan laat zijn hand, die tot dan op mijn arm lag, zakken en duwt zacht met zijn schouder tegen me aan.
‘Die boemerang hè? Ik vroeg me af hoe het kon dat we niets met elkaar delen. We als in mensen. Jij weet niet waar ik ’s nachts van wakker lig en ik weet het niet van jou. Misschien hoeft dat ook niet, maar ik vind dat vreemd,’ zeg ik, af en toe struikelend over mijn woorden.
‘We, mensen, vertrouwen elkaar niet. Alleen als dat vertrouwen bewezen is. Vertel me eens waarom je net zo in elkaar dook,’ schakelt Daan makkelijk over. Hij noemde me bewonderingswaardig. Dat besef komt met vertraging bij me binnen, alsof een nieuwslezer contact maakt met de correspondent in het buitenland. Tot nu toe dacht ik dat Daan het nieuws in zijn bezit had, maar nu realiseer ik me dat de correspondent de belangrijkste informatie heeft.
‘Maar…’
‘Ik ben nog nooit boos geworden om de waarheid,’ onderbreekt Daan me.
‘Gisteren zag ik dat littekentje boven je oog en ik zag het net direct weer, terwijl het me voor gisteren niet was opgevallen. Ik bedacht me dat je onzuiverheden voor altijd zijn of ze nu wel of niet zichtbaar zijn. I-Ik dacht…Misschien wil je me niets vertellen, omdat je denkt dat ik je dan niet meer als de oude kan zien.’ Ik sla mijn ogen neer en ik ben hardnekkig van plan om niet meer op te kijken voordat Daan weg is, want nu ik de woorden eenmaal uitgesproken heb, ben ik ervan overtuigd dat hij het onzin vindt.
‘Je zei dat je imperfectie interessanter vond.’
Het zorgt voor een licht, blij gevoel bij me dat hij mijn woorden onthouden heeft. Ik denk aan zijn gezicht dicht bij de mijne, zijn adem die ik op mijn lippen voelde en vooral aan zijn gulle lach toen hij dacht dat ik niet onder de indruk van zijn fysieke nabijheid was. In de werkelijkheid was ik minstens even verbaasd over mijn stabiele stem en gemakkelijke woorden. Daan is nu eenmaal belachelijk aantrekkelijk, maar ik besef dat de oorzaak daarvan voor mij zijn kille houding is. Juist als hij zijn stem verheft, ontspan ik me, omdat hij eindelijk emoties toont, maar niets doet me meer dan zijn lach, vooral als het naar aanleiding van mijn woorden is. Het voelt goed om waardering te krijgen van iemand van wie iedereen al een vaststaand beeld gecreëerd heeft.

Reacties (6)

  • GossipGirl21

    Jij hebt echt talent in het schrijven.

    2 jaar geleden
  • Long

    Zo mooi geschreven omg.

    2 jaar geleden
  • Slughorn

    Nawh wat cute (:

    2 jaar geleden
  • NicoleStyles

    Wauw wat prachtig geschreven
    Damn.. dit wat jij hebt , is Talent!

    2 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Dat vind ik lief (:
      Jullie reacties allemaal trouwens, jullie zijn geweldig <3

      2 jaar geleden
  • IrisThePiris

    Je weet altijd de perfecte woorden te vinden:O

    2 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Niet waar ^^ Maar ik ben blij dat het zo op jou overkomt (:

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen