Foto bij 7.4

Donderdag
Bij maatschappijleer gaat onze mentrix, mevrouw Van Leuven, bij de voorste tafel op een stoel zitten, die ze omdraait, waardoor ze ons aan kan kijken. Bij elke docent zou het logisch zijn als diegene op een stoel ging zitten, maar bij Van Leuven kennen we eigenlijk niet anders dan dat ze op haar bureau gaat zitten. ‘Schuif alle tafels maar aan de kant en maak een kring,’ zegt ze opgewekt.
Direct schuif ik mijn tafel en de lege ernaast opzij en ik sleep mijn stoel naar linksachter in de kring, zodat ik iedereen goed kan zien, maar niet op een opvallende plek zit.
‘Vandaag wil ik met jullie gaan discussiëren over verschillende onderwerpen. Wie mag ik aanwijzen als de discussieleider?’ vraagt mevrouw Van Leuven.
‘Mij wel,’ zegt Bjorn, waardoor ik hem zowel bewonder en verafschuw. Hij moet altijd de aandacht naar zich toetrekken, maar tegelijkertijd is het een makkelijke prater, die in ieder geval niet bang is om iemand te onderbreken.
‘Fijn Bjorn. Heeft iemand een onderwerp of stelling of zal ik iets inbrengen?’ vraagt mevrouw Van Leuven. Het blijft lang stil. ‘Oké. Een gezin met twee ouders is het beste voor de ontwikkeling van het kind.’
In een fractie van een seconde zie ik een onverklaarbare blik door Daans ogen flitsen.
‘Ik ben voor. Als een kind opgroeit in een veilige, stabiele situatie is dat het beste voor het kind,’ zegt Jacqueline, die haar make-up zoals altijd perfect heeft zitten. ‘Het blijven de ouders van het kind en die bloedband is waar het kind op steunt. Een éénoudergezin vraagt veel van de ouder, waardoor de kans op irritaties toeneemt en de tijd voor persoonlijke aandacht afneemt. Nieuwe partners zorgen vaak voor conflicten en een ouder die in tweestrijd staat,’ betoogt ze en iedereen knikt instemmend. Iedereen, behalve Daan.
‘Dankjewel Jacqueline. Wie is tegen?’ vraagt Bjorn.
‘Ik.’ Alle ogen worden op hem gericht en het is alsof er een golf door de klas gaat.
‘Oké. Waarom?’ Bjorn kijkt hem neerbuigend aan. Zijn jaloezie is bijna aandoenlijk.
‘Jacqueline.’ Daan haalt diep adem en ik merk dat ik niet de enige ben die fysiek op hem reageert, want Jacqueline verstart en kijkt hem vragend aan, alsof ze ineens niet meer zo zeker is van haar mening. ‘Ik ben tegen, omdat een tweeoudergezin niet altijd gelijk staat aan een veilige en stabiele thuissituatie. Ik denk dat een onzelfzuchtige ouder het beste is voor de ontwikkeling van het kind. Naar mijn mening maakt dat niet uit of dat één of twee ouders zijn of een nieuwe partner. Dankjewel Bjorn.’ Daan knikt naar hem.
‘Wie volgt?’ vraagt Bjorn, in de war door Daans vriendelijkheid.
Ik merk dat Daan daar om lacht, stilletjes in zichzelf. Geen enkele klasgenoot zal het gezien hebben, behalve ik.
‘Ik ben het eigenlijk wel met Daan eens,’ mompelt Jacqueline.
Het is de toon van de discussies die volgen.
‘Je was erg overtuigend bij maatschappijleer,’ zeg ik ’s middags tegen Daan.
Hij schudt zijn hoofd. ‘Niemand durfde. Dat was jammer, want ik had zin in een scherpe discussie. Ik vond de klas behoorlijk zwak voor een vwo-5 klas. Het was alsof niemand een mening had. Waarom ging jij de discussie niet met me aan?’ Hij lijkt vrolijker te worden als dat scenario door zijn hoofd schiet.
‘Ik probeerde je gedachtegang te volgen. Je had mooie argumenten. Afwijkend misschien, maar juist dat vind ik interessant, omdat ik er iets van kan leren,’ zeg ik eerlijk.
‘Je was de enige met die reden,’ zegt Daan.
‘Daarom ben ik ook zo speciaal,’ grap ik.
‘En of je dat bent.’ Daan steekt een sigaret op en tikt er één keer op. Hij neemt een hijs. ‘Ik probeer het af te leren, maar gewoontes zijn lastig te verbreken.’
‘Dat is logisch.’
‘Waarom?’ vraagt Daan nieuwsgierig.
‘Gewoontes zijn het enige waar je op terug kan vallen als al het bekende om je heen wegvalt. Het is veilig, beheersbaar,’ hoor ik mezelf zeggen. Het voelt zo goed om niet alleen Daan beter te begrijpen, maar ook mezelf te snappen. Mijn verlangen naar een band met hem was er vanaf de eerste minuut, terwijl het realisme sinds deze week pas begint door te sijpelen.
Daans telefoon gaat en hij neemt op. Er volgt een kort gesprek, waarin hij gelukkig blijft lachen. ‘Het spijt me Jasmijn, maar ik moet gaan. De keukenprinses uithangen.’ Hij lacht hardop.
‘Succes dan en tot morgen,’ zeg ik. ‘Eet smakelijk alvast.’
‘Dank je. Tot morgen.’ Hij legt kort zijn hand op mijn schouder.

Vrijdagochtend is Daans plek leeg en daar wordt de rest van de dag geen verandering in gebracht. Steeds als zijn afwezigheid wordt gecheckt, kijkt de klas mij aan, maar hoe graag ik zou willen vertellen waar Daan is, ik heb geen idee waarom hij er niet is.

Reacties (6)

  • GossipGirl21

    Oei die thuissituatie ziet er inderdaad niet goed uit.

    2 jaar geleden
  • Long

    Oh god, ben toch bang dat zijn thuissituatie heel slecht is..

    2 jaar geleden
  • Slughorn

    Ben benieuwd waar hij is (:

    2 jaar geleden
  • VampireMouse

    Ow.. Is er bij de keuken. Princess iets niet helemaal goed gegaan :/

    2 jaar geleden
  • IrisThePiris

    Waarom is hij er niet:O

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen