Foto bij 8.1

Maandag
Het voelt leeg in de klas zonder Daan en ik ben continu aan het vechten tussen ongerustheid en onverschilligheid. Mijn klasgenoten schuiven het af op ziek zijn of van school getrapt zijn, maar ik kan alleen maar aan zijn lach van donderdag denken. Was het een echte glimlach? Hoe vaak heb ik zelf geen nepglimlach opgeplakt? Aan de andere kant vertelde hij me altijd eerlijk te zijn, terwijl hij me achterliet zonder uitleg. Misschien wist hij het zelf niet, maar wat is niet op te lossen in een weekend? Zeker voor Daan. Hij moest koken, zou er iets met zijn ouders zijn? Hebben de discussies van maatschappijleer iets met zijn afwezigheid te maken? Hij had het over een veilige en stabiele omgeving die niet van een bepaald plaatje afhing, maar van de karaktertrekken van de personen. Heel bewust heb ik nooit naar zijn vorige school en woonplaats gevraagd, maar ook de huidige situatie heb ik compleet voorbij laten gaan. Het is overduidelijk dat mijn ongerustheid het in minder dan tien minuten al heeft gewonnen. Hij was geen puppy, zei hij vorige week nog. Had ik hem maar gevraagd wat hij daarmee bedoelde. Hoe zou hij zich voelen? Moet ik me druk maken om iemand die blijkbaar niet de moeite wil nemen om iemand op de hoogte te brengen? Vanbinnen lach ik spottend. Daan is me niets verplicht. We hebben niets, ook al hoopte ik zo dat er een vriendschap meegroeide met mijn toenemende zelfvertrouwen. Met het wegvallen van het begrip, verdwijnt ook mijn wankele zelfvertrouwen, alsof ik compleet afhankelijk van hem ben geworden in die korte tijd.

Woensdag
‘Pap, weet jij met wie Daan, die nieuwe klasgenoot, woont?’ vraag ik tijdens het avondeten, na opnieuw een dag zonder Daan. Zijn afwezigheid en het roddelcircuit op school hebben ertoe geleid dat ik mijn vrije middag in het zwembad heb doorgebracht. Het was heerlijk om niet langer dan een paar uur op school te zijn, zoals elke woensdag, omdat ik gek werd van de loze roddels zonder enige onderbouwing.
‘In ieder geval met zijn moeder, maar volgens mij heeft hij ook een zusje. En moeder had dacht ik een nieuwe vriend. Hoezo?’
‘Hij is sinds vorige week vrijdag niet op school en ik vraag me af wat er aan de hand is,’ zeg ik eerlijk.
‘Ach, misschien is hij gewoon ziek,’ zegt mijn moeder.
‘Ik ga de laatste tijd meer met hem om en hij heeft me niets verteld,’ laat ik me ontvallen.
‘Die jongen wist vast niet van tevoren dat hij ziek zou worden,’ zegt mijn moeder glimlachend. ‘Bovendien kan hij vast heel goed voor zichzelf zorgen. Het is lief dat je hem een beetje in de gaten wilt houden, maar hij is negentien en vast erg zelfstandig.’
Ik zucht diep en knik, terwijl ik er geen beter gevoel door krijg. Ik zie op tegen morgen, hoe ik ’s middags uit gewoonte naar het bruggetje zou willen fietsen, maar het niet hoef te doen. Maandag fietste ik er langs, in de hoop dat hij er gewoon zou staan. Ik dacht aan hoe we het over gewoontes hadden gehad en hoe ik niet op die veiligheid terug kon vallen. Onmiddellijk merkte ik dat ik de onveiligheid op mezelf betrok en me afvroeg hoe zoiets kleins zoveel indruk op me kon maken. Ik hoor vaak dat ik teveel geef, maar ik kan simpelweg niet anders. Ik ga met mijn hele lichaam en geest voor iets of iemand en hoop hetzelfde terug te krijgen, wetend dat mijn hoop en de realiteit vaak enorm ver uit elkaar leggen. Ik verwacht niet van anderen dat ze zijn zoals ik, maar wat zou het fijn zijn om een beetje waardering voor mijn inzet te krijgen. Bot roep ik mezelf tot de orde, want Daan heeft nooit om mijn aanwezigheid gevraagd, op vorige week dinsdag na. Na het eten ga ik naar mijn kamer en ik merk gefrustreerd op dat ik Daan niet uit mijn gedachten krijg, hoe lang ik ook heb gezwommen vanmiddag.
‘Hoi, hier is je lievelingsnicht!’ klinkt er overenthousiast. Feline komt mijn kamer binnen, bijna huppelend. Het staat in schril contrast met mijn gevoel.
‘Wie zegt dat?’ plaag ik haar.
‘Dat weet ik wel zeker,’ zegt ze lachend.
‘Je hebt gelijk.’
‘Zoals altijd,’ zegt ze zelfingenomen. ‘Hoe is het? Ik moest even thuis weg, mijn moeder heeft een opruimbui.’
Ik schiet in de lach, want de opruimbuien van mijn tante zijn berucht in de familie. ‘Mijn niet-vriendje is van de radar verdwenen,’ zeg ik aarzelend, omdat ik het eigenlijk niet over hem wil hebben, maar tegelijkertijd is het iets wat mijn humeur enorm beïnvloedt.
‘Die komt vanzelf weer boven water. Sinds wanneer is hij verdwenen?’ vraagt Feline.
‘Vorige week vrijdag, terwijl hij zei dat hij er gewoon zou zijn. Iedereen zegt dat het niet hoeft, maar ik maak me zorgen om hem,’ geef ik aan haar toe.
‘Hij is negentien en hij ziet er behoorlijk strijdlustig uit, dus ik denk dat hij zich wel staande houdt,’ zegt ze nuchter.
‘Oké, ik houd al op over hem,’ verzucht ik.
Feline is in staat om mijn gedachten minder aanwezig te maken en het eindigt met de slappe lach, waarbij we allebei niet meer weten hoe dat is begonnen. Het is waarom ik zo blij ben met haar als vriendin.

Vrijdag
Met een diepe zucht ga ik naast de verwarming zitten bij economie, het eerste uur. Meneer Thomassens vaste begroeting hoor ik niet eens. Het enige wat ik merk is dat de plek achter mij leeg is. Ik besluit mevrouw Van Leuven het uur erna te vragen of ze weet waarom Daan afwezig is, maar als ik het tweede uur de klas binnenkom bij maatschappijleer, zie ik dat Daans vaste plek bezet is. Achter mij hoor ik een kreetje.
‘Hij is er weer,’ sist Valerie tegen Elena en dat zorgt voor een aanvullende zachte gil.
Ondanks dat ik opgelucht ben, voel ik ook lichte boosheid door me heen schieten. Hoe kan hij zo plotseling weer op komen dagen? Ik besluit me niet te laten kennen en loop naar mijn plek.
‘Goed dat je er weer bent,’ zeg ik eerlijk, terwijl ik zijn verschijning goed in me opneem. Zijn eeuwige capuchons of petten zijn ingewisseld voor een strak geknipt kapsel, goed in model gebracht door wat gel. Zijn stoppelbaardje is verdwenen en in plaats van een jong, kinderlijk gezicht is er een scherpe kaaklijn tevoorschijn gekomen.
‘Dáán, waar wás je?’ zegt Valerie, bijna smekend.
‘Niet hier in ieder geval,’ zegt hij kortaf.
Ik erger me aan zijn toon, omdat hij naar mijn mening niet in de positie is om zich zo afzijdig te houden. Het is alsof zijn wereld om hem moet draaien. Tegelijkertijd weet ik dat ik niet te snel mijn conclusies moet trekken. Ik had gehoopt dat mijn onderbuikgevoel dat er meer aan de hand was, zou verdwijnen als ik hem weer zag, maar eigenlijk is het alleen maar sterker geworden en dat verbaast me. Ik weet sinds Martijn dat ik mijn gevoel heel serieus moet nemen, maar het is frustrerend dat ik het nooit kan verklaren. Hij ziet er qua uiterlijk nog beter uit en het is alsof hij zichzelf meer wil laten zien, maar tegelijkertijd vrees ik dat de deur naar zijn gevoel opnieuw op slot is geklapt en één ding weet ik zeker: ik heb de sleutel niet in mijn bezit.

Reacties (6)

  • GossipGirl21

    Nu ben ik ook wel weer benieuwd hoor.

    2 jaar geleden
  • Long

    Hopelijk vinden we gauw uit waarom hij er een week niet was. :-(

    2 jaar geleden
  • Slughorn

    Oei... Nou ben benieuwd, hoop dat hij wat loslaat

    2 jaar geleden
  • VampireMouse

    Wat kan jij goed schrijven zeg! Love it! Ben benieuwd waar Daan was.

    2 jaar geleden
  • IrisThePiris

    Oh nu ben ik benieuwd waarom hij er niet was

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen