You were my sunshine...
My only sunshine.
You made me happy...
When skies were grey.
You never knew, dear...
How much I loved you.
But then she took you away.

15 jaar later

Mijn hand ligt heel lang op de koude, metalen deurklink - misschien wel meer dan een minuut.
Naast de deur staat de bewaker geduldig te wachten. Ze zegt er niets over dat het overduidelijk is hoe verschrikkelijk bang ik ben. Misschien zou dat wel zijn wat ze zou willen, maar ze doet het niet. Ze kennen mijn naam. Het brengt respect met zich mee.
Dan schraap ik mijn keel en open de deur, loop naar binnen.
Het eerste waar ik naar kijk is de bewakingscamera. Ondanks dat hij het niet toe gaat geven, weet ik dat Evan op de beelden meekijkt, dat hij elk moment klaarstaat om iedereen die maar kan op me af te sturen als het mis gaat.
Ik had gezegd dat hij het dat niet van mij mocht doen, maar om de een of andere reden vind ik het spontaan niet meer zo erg dat hij meekijkt.
Dan kijk ik naar haar. Ze zit op de stoel aan een eentonige tafel, haar handen geboeid en aan een stalen stang vastgemaakt. Het valt me op hoe veel ouder ze is geworden.
Dit is de eerste keer sinds de rechtszaak dat ik mijn moeder weer zie.
Nooit heb ik haar willen opzoeken in de gevangenis en ik weet niet precies wat er veranderd is waardoor ik het nu wel wil. Misschien weet ik het eigenlijk wel, maar misschien wil ik ook niet geloven dat dat de reden is dat ik haar nu wil zien. Ik hoef echt geen moederlijk advies van haar te verwachten.
Ik kijk nu zo anders naar haar - ik zie haar zo anders.
PTSS, paranoia, angststoornis, borderline personality disorder, psychoses: een verloren vrouw. Ik zou bijna medelijden met haar krijgen, maar dan herinner ik me weer hoe het voelde toen Ammay doodbloedde in mijn armen. Alle sympathie is spontaan verdwenen.
Uit zenuwen glijdt mijn hand naar mijn trouwring en ik draai het sierraad rond mijn ringvinger alsof het fysieke verlichting geeft. Ik loop naar de stoel aan mijn kant van de tafel toe en ga erop zitten, net iets te ver van de tafel - en mijn moeder - vandaan dan onopgemerkt kan blijven. Dan kijkt ze mij aan en mijn bloed stolt, maar ik probeer het niet te laten merken. Het is zestien jaar geleden dat Ammay dood is gegaan: ze is nu twee keer zo lang dood dan dat ze geleefd heeft. En ik sta recht voor haar moordenaar.
'Hallo, Gioa,’ zegt ze dan.
Ik antwoord niet.
'Waarom kom je me nu opzoeken? Na al die tijd?' vraagt ze en haar stem klinkt bekend op een onbekende manier.
Even ben ik stil, doe mijn best haar recht aan te blijven kijken.
'Dat weet ik niet.'
Ze buigt iets voorover over de tafel en ik houd op met ademhalen.
'Ik geloof je niet,' fluistert ze op dreigende toon, heel langzaam.
Ik slik moeizaam.
'Dan niet,' probeer ik zo onverschillig mogelijk te zeggen.
Ik blijf met mijn handen op mijn schoot aan mijn trouwring draaien.
Hij kijkt mee. Er kan je niets gebeuren. Evan kijkt mee. vertel ik mezelf in alle stilte.
Dan, ineens, slaat ze hard op het tafelblad en ik vlieg overeind, de stoel valt achter mij op de grond.
Mijn handen leg ik beschermend over mijn buik en kijk haar bevroren aan, mijn ogen wijd opengesperd.
Evan vond het sowieso geen goed idee dat ik haar op dit moment zou bezoeken, maar ik weet zeker dat hij nu helemaal op springen staat.
Mijn moeder lacht en leunt weer achterover, wat me vertelt dat het een test was.
'Daarom kom je dus langs.’ Ze snuift. 'Hoe lang ben je al zwanger?'
'Zes weken.' Ik weet niet precies waarom ik antwoord geef. Met trillende handen pak ik de stoel weer op en ga gespannen zitten.
Ik weet nog maar een paar weken dat ik zwanger ben, maar nu is het al glashelder dat Evan het soort vader zal zijn die serieus van slag gaat raken wanneer zijn tienerdochter opeens niet op de foto wil omdat ze in die fase zit waarin ze zichzelf er lelijk uit vindt zien. Toen ik die ondervinding met hem deelde, had hij verontwaardigd gestameld: ‘Maar ze is zo mooi.’ Ik had hem heel voorzichtig geïnformeerd dat “ze” nog niet eens geboren is en dat “ze” misschien een “hij” is.
Ik weet precies het moment waarop ik erachter kwam. Het was echt geen ongelukje en Evan was ontzettend blij toen ik het hem vertelde, maar later die avond haalde hij een fles drank tevoorschijn - en ik stond daar maar wat, met mijn glas cola met ijsblokjes. Toen hij eenmaal stomdronken was, zei hij in een soort half-huilen en bijna niet verstaanbaar dat hij zo bang was. Baby’s zijn zo klein. Hoe zou hij ooit een kind moeten beschermen? Ze gaan zo snel stuk. Hoe ooit zou hij een báby moeten beschermen? Toentertijd vond ik het grappig, maar nu word ik opeens ook bang. Hoe kan ik een kind hiertegen beschermen? Hoe moet ik ooit vertellen waar oma is? Hoe moet ik ooit vertellen dat mijn vader naar de gevangenis is gegaan omdat hij een moord heeft gepleegd in een poging mijn leven te redden en daar zelf vermoord is? Hoe moet ik vertellen dat als alles iets anders zou zijn gelopen, er een tante Ammay langs zou komen voor de feestdagen?
Ik weet hoe ik voor een baby moet zorgen. Ik heb voor Ammay gezorgd sinds de dag dat ze geboren werd. Ik heb haar luiers verschoond en haar leren praten en lopen en ik las haar verhaaltjes voor en zong voor haar voordat ze ging slapen. Wat ik echter niet weet, is hoe ik een baby op moet voeden. Want dat heb ik nog nooit gedaan. Ik kon Ammay niet opvoeden terwijl ik mezélf ook nog op moest voeden. Ik heb een hoop dingen fout gedaan. Ik heb tegen haar geschreeuwd op momenten dat ze dat niet verdiende, omdat ik bang was en verdriet had en boos was omdat ik niet eens voor mezelf kon zorgen. Ik heb geen idee hoe ik een moeder moet zijn. Op die momenten ben ik bijna jaloers op Evan, die zijn eigen ouders - die zo veel van hem hielden dat het bijna onmogelijk leek - als voorbeeld heeft.
Langzaam knikt mijn moeder en schenkt me een geluidloze "oké".
'Ga je uit het leger, als je eenmaal een kind hebt?' vraagt ze me en de spieren in mijn handen verkrampen.
Het duurt even voordat ik mezelf bijeen geraapt heb en kan antwoorden. Ze weet dat ik in het leger zit.
Het antwoord weet ik wel, maar ik ga het haar niet vertellen. Ik ga haar niet vertellen dat we afgesproken hebben dat we allebei uit het leger zouden gaan. Ik zou als psychiater een eigen praktijk oprichten of ga ergens in loondienst. Al het gevaar zal uit ons leven verdwenen zijn. Geen slapeloze nachten meer omdat we niet weten of we ooit weer naast elkaar zullen liggen. Geen zenuwinzinkingen meer wanneer we ook maar een klein vermoeden krijgen dat er iets mis is gegaan wanneer de ander op uitzending is. We gaan een saai leven leiden. Eindelijk rust. Dat hadden we veel eerder al moeten doen. Maar dat vertel ik haar niet. Ik kan alleen maar met bevend stem vragen: 'H-hoe weet je daarvan?'
Ze trekt geamuseerd één wenkbrauw omhoog en haalt dan onverschillig haar schouders op.
'Je bent wel eens in het nieuws, of in de roddelbladen. Dat krijg je als je getrouwd bent met een miljardair. Bovendien heb ik mijn bronnen. Zelfs in de gevangenis,’ weet ze me te vertellen.
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Zij duidelijk wel. Ik vraag me af hoe vaak ze precies bedacht heeft wat ze tegen me zou zeggen als we elkaar weer zouden zien. Dat heb ik zelf ook gedaan, maar waarschijnlijk op een hele andere manier.
'Maar je bent dus psycholoog in de landmacht geworden? Klinkt... echt als iets voor jou.' Alleen zij kan het beledigend laten klinken.
Ik schud mijn hoofd.
'Psychiater,' verbeter ik haar met iets samengeknepen ogen.
Ze lacht kort.
'Wat is het verschil?'
'Ongeveer een gehele studie geneeskunde,' antwoord ik. En dat is een groot verschil. Het betekent namelijk dat ik toen ik het medische dossier van Ammay teruglas, precies wist hoe ze dood is gegaan, hoeveel ze geleden heeft. Ik was dagenlang van slag. Maar dat houd ik voor mezelf.
'Tijdverspilling,’ snuift ze.
Ik weet een gemaakt, schamper lachje uit te stoten.
'Beter dan de rest van mijn leven in de gevangenis moeten zitten. Dat vind ik pas tijdverspilling,' vertel ik haar en haar gezicht vertrekt in een grimas.
Direct voel ik me veel dapperder, omdat ze geboeid is, niet bij me kan komen, omdat Evan meekijkt.
Toen ik het leger in ging, dacht ik dat het grootste probleem zou zijn dat ik in paniek zou raken op het moment dat iemand naar me zou schreeuwen, maar dat bleek niet het geval. Wat wel een probleem is, is dat ik er blijkbaar niet tegen kan wanneer iemand tegen Évan schreeuwt. Dit bleek wel toen ik op dezelfde legerbasis als hem terecht kwam en ik ontzettend de neiging kreeg om een sergeant recht in zijn gezicht te slaan.
'Ik moet toegeven, ik vond het wel grappig toen ik hoorde wat er met Evan was gebeurd', geeft ze toe, waarna ze tot op de letter nauwkeurig vertelt hoe het incident van een jaar geleden in het nieuws verteld werd. '”Evan Maxwel, luitenant-kolonel bij de landmacht, wordt ontslagen vanwege het in gevaar brengen van een missie en alle manschappen die daaraan deelnamen om zijn vrouw te redden toen hij hoorde dat de basis waar zij zich bevond aangevallen werd.” Klinkt wel als echt iets voor hem: alles opgeven voor iemand die het niet verdient.'
Ik herinner me nog hoe het voelde toen ze me neerschoot - dit is erger. Ik sla mijn armen strak om mezelf heen.
'Voor jou moet het wel een opluchting zijn geweest', gaat ze ongestoord verder,' na die ene keer dat die gek met dat geweer de basis binnendrong en om zich heen begon te schieten, kan het niet anders dan dat je je constant zorgen om hem maakt. Volgens de tijdschriften was je niet eens meer aanspreekbaar in de tijd dat de dokters aan de operatietafel moesten vechten om die Evan van je nog te redden. Nu hij ontslagen is hoef je je tenminste geen zorgen meer om hem te maken.'
Ik kan niet verbergen dat ik lijkbleek word. Ze weet veel te veel. Ze heeft veel te veel onthouden, veel te veel meegekregen. Obsessief.
Maar ze heeft wel gelijk. Ik was heel opgelucht dat hij niet meer telkens in gevaar was. Als hij op uitzending was en ik thuis achterbleef, was dat een ware hel. James hield me vaak gezelschap of kwam soms zelfs tijdelijk bij me wonen, maar het verandert niets aan het feit dat hij vaker dan af en toe de haren uit mijn gezicht heeft moeten houden terwijl ik moest overgeven van angst omdat ik teveel dacht aan de mogelijkheid dat Evan ergens dood lag te bloeden.
En andersom is Evan nog steeds de hele dag door doodsbang dat mij iets overkomt. Dat heeft hij me verteld. Ik herinner me nog de nacht voordat ik de meest recente keer op uitzending moest. Hij was zo zenuwachtig. Toen ik hem ernaar vroeg, zei hij dat het niets was, dat het mijn baan was om naar de problemen van mensen te moeten luisteren en dat dat niet thuis hoeft.
‘Dat is inderdaad wat ik de hele dag door moet doen,’ zei ik toen. ‘Maar nu ben ik een echtgenote die wil weten waarom haar man niet kan slapen.’
En dan is er die andere keer dat hij serieus gewond raakte, nog lang voordat hij ontslagen werd. Ik weet nog hoe bang ik was toen ik wachtte op bericht van de artsen. Ik zat alleen maar op de grond te wachten, bij de deur van de operatiekamer. Een paar vrienden die ik had gemaakt, waren bij me komen zitten, probeerden me er doorheen te praten, maar na een half uur gaven ze het op en bleven ze gewoon naast me zitten. Samen wachtten we tot ik te horen zou krijgen of ik weduwe was geworden. Ik weet nog dat ik terugdacht aan hoe ik toen ik nog maar zeventien was in het ziekenhuis lag omdat mijn moeder me neergeschoten had en ik herinner me nog precies dat ik dacht: “Is dit hoe dat voor hem voelde?”
Toen de dokter eenmaal kwam om verslag uit te brengen, was ik in tranen uitgebarsten en ik had me aan zijn jasje vastgeklampt terwijl ik snikte dat ik hem niet wilde verliezen, dat ik niet wist hoe ik zonder hem zou moeten leven, dat ik dat niet kon. Toen hij me vertelde dat de operatie succesvol was geweest en dat hij binnenkort weer wakker zou worden, was ik nog harder gaan huilen. Gek, hoe opluchting misschien nog wel meer tranen met zich mee kan brengen dan angst.
En nog altijd is er ook de eerste keer dat ik op het kamp aankwam. Toen werd er uit het niets door een indringer een granaat midden in de legerbasis gegooid, nog geen tien minuten na mijn aankomst. Ik was naar het explosief toegerend en had het de lucht ik gegooid, waar het meters boven de grond ontplofte zonder schade aan te richten. Evan had me blijkbaar opgemerkt, want net na mijn worp was hij al bij mij aangekomen en hij wierp zich bovenop me om me af te schermen, waardoor we op de grond vielen. Dat was de eerste keer in weken dat we elkaar zagen. Ons eerste gesprek bestond uit Evans getier en gevloek terwijl hij me duidelijk probeerde te maken dat ik weg moet rennen van granaten in plaats van ernaartoe.
We hebben een hoop meegemaakt, Evan en ik.
Mijn keel is kurkdroog, hoe vaak ik ook slik. Ik val stil. Ik weet niet wat ik verwacht had en wat ik allemaal tegen haar wilde zeggen ben ik spontaan vergeten.
Ze kijkt even naar de trouwring om mijn vinger. Ze wacht precies lang genoeg voordat ze de vraag stelt. 'Heb je zijn achternaam aangenomen? Gioa Maxwell?'
Ondanks dat ik vermoed dat ze dat al lang weet, bevestig ik het toch, hoewel ik niet echt verder kom dan een nerveus knikje.
'Waarom?' vraagt ze, alsof dat antwoord niet al lang duidelijk is.
Ik kijk haar fel aan. 'Wat voor een leven zou ik hebben met een achternaam die me herinnert aan... aan dat alles?'
'De familie Annelson zal dan ophouden met bestaan. Jij bent de laatste.'
Zou ze echt denken dat ik daar nog nooit over heb nagedacht, of is ze een spelletje met me aan het spelen? 'Evan was ook de laatste Maxwell. Het was geen moeilijke keuze. Bovendien, wat kan familie jóú schelen?'
Ze glimlacht, alsof ze haast trots is op die valse opmerking.
‘Ammay,’ zegt ze dan, totaal overstappend op een ander onderwerp. Ik knijp mijn handen samen. Bijna wil ik tegen haar schreeuwen dat ze het niet verdient om haar naam uit te spreken, maar ik houd mezelf in, ondanks dat mijn neusvleugels wijder worden en mijn ademhaling versnelt. Ik kijk haar boos aan terwijl ik wacht tot ze doorgaat. ‘Als je in staat was om liefde te kennen, zou je vast heel veel van haar gehouden hebben. Soms leek het er wel op. Ik hoorde het je wel voor haar zingen.’ Ze kijkt me vanonder haar wimpers aan en gaat op zangerige toon verder: 'You are my sunshine. My only sunshine...’
Dit heeft geen zin. Het enige wat ze wil bereiken me dit gesprek, is het opwekken van mijn verdriet. Dus ik sta op en loop naar de deur. Zodra mijn hand op de klink ligt, houdt ze op met het gezang.
‘Gioa, ga zitten,’ gebiedt ze. ‘Ik heb hier jarenlang op gewacht. Ik heb nog een hoop te zeggen.’
Ik draai me naar haar om. ‘Je bent niet langer in de positie om me dingen te bevelen.’
‘Weet ik,’ zegt ze op kalme stem, maar in haar blik zie ik de moordneigingen die mijn verzet bij haar doen opwakkeren. ‘Maar als je niet met me wilde praten, was je hier niet naartoe gekomen, dus je kunt maar beter je trots even opzij zetten en doorbijten. Ik heb je beter opgevoed dan dit.’
‘Je hebt me niet opgevoed,’ werp ik daar tegenin, maar ik ga toch weer op de stoel zitten.
Ze kijkt me even onderzoekend aan en vraagt dan: 'Weet je wat ik mij al die jaren dat ik hier al zit heb afgevraagd?'
Voor een moment zwijg ik, weet niet zeker of ik dat wel wil weten.
'Vertel,’ breng ik dan uit.
'Ik vraag me af of je er uiteindelijk achter bent gekomen waarom ik heb gedaan wat ik deed.'
Iets binnenin mijn borst verkrampt wanneer ik antwoord: 'Ja. Ja dat weet ik.'
Ondanks dat dit wel het laatste is waar ik het over wil hebben en ik net gezegd heb dat ik het al wist, eist ze alsnog dat ik het hardop zeg, dat ik haar vertel wat ik weet.
'Omdat mijn vader een psychopaat is. En psychopathie is erfelijk.’ In het begin spuug ik de woorden haast uit, vol haat, maar dan begint mijn stem ineens te trillen en voelt het alsof ik elk moment in huilen uit kan barsten. ‘Omdat jij denkt dat Ammay en ik dat ook zijn. Waren. En je haatte ons erom. Omdat je, verdomme... omdat...'
Ik maak mijn zin niet af, laat mijn stem wegsterven.
Ze balt haar handen stevig samen tot de vuisten waarmee ze me zo vaak geslagen heeft en ze kijkt me woedend aan.
'Ik dénk het niet! Ik wéét het!' schreeuwt ze ineens.
Ik krimp ineen op mijn stoel, wend mijn blik af. Haar uitbarsting is te plotseling. Het brengt te veel herinneringen met zich mee.
Plotseling wordt haar stem ijskoud en ze buigt zich naar me voorover. Ik kan haar alleen maar verstijfd aankijken. Ik durf mijn blik niet af te wenden, maar het oogcontact is ook ondraaglijk.
Dan zegt ze: 'Zelfs als jij geen psychopaat bent, zoals je beweert, dan is je vader dat nog altijd wel. Je draagt de genen bij je.' Ze kijkt naar mijn buik en ik weet meteen wat ze bedoelt. Ondanks dat haar woorden het zelf niet suggereren, zie ik aan haar blik dat het opeens niet meer over míjn kind gaat, maar over Ammay en ik. Wanneer ze weer begint te praten, is haar stem een stuk minder gecontroleerd. Bijna ziet ze eruit alsof ze gaat huilen. 'Wat zou jíj doen als je kind psychopathie heeft? Hoe zou je dat aanpakken? Het negeren? Hulp inschakelen? Het op proberen te lossen met liefde en liefde en meer liefde?' Ze geeft een ruk aan haar boeien. 'Dat werkt niet! Want hoeveel ik ook van jullie hield, het zou nooit helpen!'
Ik krimp ineen terwijl ze volledig haar zelfbeheersing verliest. Ondanks dat ik het aan zag komen, schrik ik wanneer ze begint te schreeuwen.
'Jullie logen! De hele tijd! Jullie wilden me altijd alleen maar pijn doen! Net als jullie vader! Jullie probeerde me te misleiden met jullie tranen. Probeerden me week te maken! Zelfs op het laatste nog! Zelfs op het laatste nog dacht Ammay dat ik medelijden zou krijgen als ze maar hard genoeg huilde. Alsof ik niet wist dat ze me wilde manipuleren!' roep ze uit.
Er knapt iets binnenin mij en ik vlieg opnieuw overeind, met tranen van woede en wroeging in mijn ogen en even later over mijn wangen.
'Waag het niet dat te zeggen! Waag het niet! Ammay was geen psychopaat! En ik ook niet! Je hebt verdomme een schroevendraaier in mijn arm gestoken omdat je wilde dat we ophielden met doen alsof, maar we deden helemaal niet alsof. We waren écht bang! We hadden écht pijn! En jij... jij ging maar door. En daarom is Ammay nu dóód! Daarom zit je nu hier!’
Ze probeert ook overeind te komen, maar dat lukt niet. Haast maniakaal rukt ze aan haar boeien, die natuurlijk niet meegeven. Haar polsen beginnen te bloeden. Er flitst iets van haat door haar ogen, ik zie het door haar tranen heen.
'Ik probeerde jullie weg te houden van de rest van de wereld! Ik wilde ervoor zorgen dat jullie niemand pijn deden! Ik ben niet de slechterik! Ik probeerde Evan te waarschuwen dat je hem manipuleerde, maar hij geloofde het niet! Ik heb het geprobeerd!' roept ze en ze blijft doorgaan met allemaal dingen roepen terwijl er gewapende bewakers binnenstormen, met vooraan Evan, die mij meteen vastgrijpt en wegtrekt van het gevaar, van de chaos, de kamer uit.
Hij draait me weg van waar ik mijn moeder nog zou kunnen zien en terwijl één hand aan de zijkant van mijn hoofd ligt, legt hij de andere op mijn buik, waar nog niet eens een bolling te zien is.
‘Ben je oké? H-heeft ze je pijn gedaan?’ stottert hij met een hele nieuwe soort paniek in zijn ogen.
‘Ik ben oké,’ antwoord ik.
Hij knikt, zenuwachtig, kijkt over mijn schouder.
‘Oké,’ zegt hij dan en ik hoor mijn moeder gedempt iets schreeuwen, waarop hij een kus op mijn haar drukt om me steun te bieden, om te laten zien dat hij er is.
‘Ik hou van je,’ belooft hij me, zijn voorhoofd tegen de mijne gedrukt.
‘Ik ook van jou.’
Ik wil me omdraaien om mijn moeder te kunnen zien, maar hij pakt mijn gezicht in zijn handen om me tegen te houden.
‘Doe maar niet,’ fluistert hij en ik vraag me af wat er aan de hand is, of ze zich erg verzet. ‘We kunnen beter gaan.’
Ik schud verward mijn hoofd, ben uit het veld geslagen, er niet helemaal bij.
‘Nee. Nee, ik wil...’ Maar mijn stem sterft weg.
Ik weet helemaal niet wat ik wil.
‘James komt zo nog even langs. We kunnen hem toch niet laten wachten?’ zegt hij en pakt zijn telefoon, begint te appen.
‘Wat ben je aan het doen?’
‘James vragen of hij even langs wil komen zodat ik net niet tegen je gelogen heb.’
Ik weet niet waarom ik lach, want eigenlijk vind ik het helemaal niet zo grappig. Misschien wil ik gewoon lachen, of lach ik gewoon omdat het Evan is.
Hij knikt dan en stopt zijn telefoon weg in zijn broekzak. Ondanks dat hij niet meer in het leger zit, is hij niet van de militaire kledingstijl afgestapt. Hij draagt bijna altijd dezelfde soort kleren: een groen shirt met een groene cargobroek en een zwarte riem. Wanneer hij stilstaat, doet hij bijna altijd zijn armen achter zijn rug, alsof hij een soldaat is die wacht op orders. Je kunt iemand wel uit het leger halen, maar je kunt het leger niet uit iemand halen.
‘Kom, we gaan,’ besluit hij, omdat ik dat zelf niet kan. Hij pakt mijn hand vast en verstrengelt zijn vingers in de mijne.
Ik loop mee, maar net voor we de hoek om gaan kijk ik toch snel over mijn schouder. Mijn moeder wordt met haar handen op haar rug vastgemaakt meegenomen en ondanks dat ik haar maar heel kort zie, denk ik dat ze kalmeringsmiddel bij haar toegediend hebben.
Snel kijk ik weer weg, om te zien hoe Evans blik op mij gericht is. We lopen over de parkeerplaats naar de auto.
‘Wil je haar nog een keer bezoeken, ooit?’ Aan zijn stem te horen vindt hij dat zelf geen aanlokkelijk idee.
Even zwijg ik.
‘Weet ik niet.’
Evan doet galant de autodeur aan de passagierskant voor me open en drukt een kus op mijn slaap. Ik ga zitten en we maken even oogcontact.
Ik weet nog precies hoe onze trouwdag was, nu alweer jaren geleden. Vanaf de dag dat hij het aanzoek deed, had ik hem verzekerd dat ik echt geen groot feest hoefde, maar hij bleef met puppy-ogen zeggen dat hij zo graag wilde pronken met zijn prachtige bruid en ik had maar ingestemd met zijn wilde plannen.
Ik weet nog hoe ik bijna een jaar na zijn aanzoek voor die gesloten eikenhouten deuren stond, wetend dat daarachter op bankjes allemaal vrienden zaten te wachten. En bij het altaar, wist ik, zou Evan op me staan te wachten.
James kwam aanlopen en ik herinner me dat ik hem wanhopig heb aangekeken. 'Ik ben doodzenuwachtig.'
'Vast omdat ik zo knap ben, hé?' had hij met een grijns en een knipoog gezegd, maar daarna trok hij zijn gezicht in de plooi, ook al bleef de plagerige twinkeling in zijn blik duidelijk aanwezig. 'Maak je geen zorgen. Hij komt vast wel opdagen.'
Hij ging naast me staan en bood me zijn arm aan, die ik aannam. Met een geruststellend gebaar beloofde hij: 'Maak je maar niet al te ongerust. Het komt allemaal goed.'
Ik had maar geknikt en gehoopt dat ik mijzelf daar ook mee zou kunnen overtuigen.
‘Nu ik je naar het altaar mag lopen, ben ik technisch gezien je vader,' zei James na een tijdje. 'Dat staat in de grondwet, wist je dat? Ik vind van wel, in ieder geval. Ik mag nu dad jokes maken. Ik heb nu het recht om te zeggen dat je je kamer op moet ruimen of dat je om tien uur thuis moet zijn,’ grapte hij, maar ik hoorde de zenuwen in zijn stem.
‘Als rebelse dochter, zeg ik dat je je mond moet houden en ervoor moet zorgen dat ik niet op de grond val terwijl ik naar het altaar loop.’
Hij grijnsde. ‘Je moet natuurlijk niet nu al plat gaan. Dat moet tot vanavond wachten.’
‘Gatverdamme, James.’ Ik vraag me even af of hij echt denkt dat we tot het huwelijk hebben gewacht, maar gezien ik weet dat hij zelf avontuurtje na avontuurtje beleeft, denk ik van niet. Ik vraag er voor de zekerheid maar niet naar.
‘Je hebt toch voor vanavond wel iets leuks om aan te trekken? Of, moet ik zeggen, om uit te-‘
‘Je bent de slechtste “vader” ooit.’
Hij wilde net iets scherps terugzeggen, maar toen gingen de deuren open en snel sloot hij zijn mond weer. Ik pakte zijn arm nog iets steviger vast, alsof ik hem opnieuw wilde smeken me niet te laten vallen. En toen ik Evan eenmaal zag staan, was ik al helemaal niet meer in staat om iets uit te brengen. Toen hij mij zag, met Ammays ketting om mijn nek, in mijn bescheiden baljurk met een rok van tule en een bovenlijfje en mouwtjes met kant, kwam er een nieuwe blik in zijn ogen. De blik waarmee hij naar zijn echtgenote kijkt.
Nu hij mij weer aankijkt, op het moment dat ik met warrig haar en slobberkleren in de auto zit terwijl hij twaalf uur geleden nog de haren uit mijn gezicht heeft gehouden om me met mijn ochtendmisselijkheid te helpen, word ik er opnieuw aan herinnerd dat die blik zijn ogen geen moment verlaten heeft. Zelfs niet tijdens onze stomme ruzies die meestal eindigen in een situatie waarin een van ons twee op de bank slaapt en we elkaar de volgende ochtend toch weer met liefdesverklaringen en excuses in de armen vallen.
Evan gaat achter het stuur zitten en rijdt weg alsof we achterna gezeten worden door de duivel. Ondanks dat het redelijk koud is, doet hij het raam open. We hebben nu allebei frisse lucht nodig.
Na een tijdje over een verlaten asfaltweg tussen een dikke laag bomen en bos in gereden te hebben, haalt hij één hand van het stuur af en pakt die van mij vast, drukt kort een kus op Ammays tatoeage, of misschien was dat niet eens specifiek de bedoeling.
Hij laat onze verstrengelde handen weer zakken tussen de autostoelen in en wrijft met zijn duim over mijn koude huid.
Langzaam aan ontspan ik, laat mijn hoofd tegen de leuning steunen. In de auto zitten heb ik altijd fijn gevonden. Als we ergens heen moeten wat een uur of meer rijden weg is, klaag ik nooit. Het werkt haast kalmerend. Onbewust heb je altijd het gevoel dat je ergens heen gaat, dat je een doel hebt. Wanneer ik soms een paniekaanval krijg, of niet anders kan dan denken aan al die jaren van mishandeling, zet Evan me gewoon in de passagiersstoel en begint te rijden totdat ik weer gekalmeerd ben.
Dus kijk ik nu naar buiten, naar de silhouetten van de bomen, terwijl het laatste restje zonlicht plaatsmaakt voor maanlicht. Ergens in de verte huilt een wolf, de eerste in deze regio. Ik vind dat hij eenzaam klinkt. En ik mag mezelf gelukkig prijzen dat dat niet meer voor mij geldt.

Hi, lezers!

In het eerste einde wat ik wilde schrijven, namen Gioa's angststoornissen de overhand en kwam ze in een psychiatrische instelling terecht. Evan ging natuurlijk wel vaak langs, maar over de jaren steeds minder en minder en uiteindelijk verbrak hij het contact. Later trouwde hij met iemand anders. James bleef echter wel regelmatig langskomen, maar uiteindelijk verwaterde die band ook wel een beetje, ook al bleven ze vrienden.
In een ander einde wat ik misschien in gedachten had, zou Gioa wel mentaal genezen en net als in dit einde na vijftien jaar haar moeder bezoeken. Het enige verschil, is dat Matthew nooit Evan heeft ontvoerd en ze hem daarom ook nooit meer heeft gezien sinds haar vertrek, samen met James. Wanneer ze dan haar moeder opzoekt, blijkt Evan als bewaker in die gevangenis te werken en ontmoeten ze elkaar dan weer. Inmiddels zijn ze allebei getrouwd en hebben ze een gezin.
Ik heb het alleen niet over mijn hart kunnen verkrijgen om een van die eindes te schrijven te schrijven. Ik wilde eigenlijk heel graag dat het weer goed zou komen met Gioa, na alle pijn die ik haar heb aangedaan. Ik wilde het toch even vermelden, zodat jullie weten hoe het verhaal eigenlijk ook af had kunnen lopen.

Ik wil iedereen die dit verhaal heeft gelezen in ieder geval heel erg bedanken. Ik hoop dat jullie het leuk vonden. Ik begin hierna een ander story. Mocht iemand hier interesse in hebben, dan heb ik hier de link: https://www.quizlet.nl/stories/163449/scarred-14/
Zaterdag zal hiervan de proloog geactiveerd worden.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Erg goed verhaal en erg mooi einde. Ik ben echt SUPER blij dat ze samen een kindje hebben gekregen!

    1 jaar geleden
  • Luckey

    Als ne die eindes ook had geschreven
    Had ik je gehaat
    Dit einde is zo mooi na idd al der elends
    Een nieuwe starts voor hun nu
    Getrouwd, gezinnetje, verwerken van herbeleven verleden
    Hoopte ook dat ze samen gelukkig zouden eindigen.
    Kudo daar voor

    Ik vervloekte je soms kn je verhaal maar dat heb je nu goed genaakt
    Zal bij je nieuwe kijken

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen