Onder het aanmoedigen geschreeuw van onze aanvoerder, bestormen we de helft van de Fire Dragons. Doordat Archer de bal tegen kon houden is onze achterstand niet al te hoog opgelopen en bovendien lijkt de jongen eindelijk een beetje zelfvertrouwen te hebben en dat kunnen we goed gebruiken, nu we de Koreaanse selectie eindelijk gaan verslaan en daarna het WK gaan winnen.

“Xavier!” Axel passt de bal naar de roodharige jongen, die vanuit het niets verschenen is, met mijn zusje vlak achter zich. Allebei hebben ze die zelfverzekerde en vastbesloten blik in hun ogen: ze gaan scoren en ons naar de overwinning helpen. Voor Paolo, voor het team, voor het WK.

“Daar gaat ‘ie dan!” Xavier schiet de bal zo ver mogelijk omhoog en vouwt zijn handen tot een opstapje, waarmee hij Cassi, die aan komt rennen, zo hoog mogelijk de lucht in helpt. Ze maakt een omwenteling en schiet, nog veel harder dan bij haar Morgenster. Ze is in balans, de timing klopt, alles is perfect.

En dan is er het heldere licht van de zon, waardoor ik niet anders kan dan mijn ogen bedekken. Met een suizende snelheid schiet de bal op het doel af, in een straal van helder zonlicht, alsof alle kracht van ons sterrenstelsel in dit schot gestopt is. De keeper maakt geen kans, hij heeft nog niet eens genoeg tijd om zijn techniek uit te voeren. Terwijl hij zijn ogen voor het licht probeert te beschermen, wordt hij samen met de bal het doel in gesmeten.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe de stand in 3-3 verandert. We staan weer gelijk, het is hen gelukt. Enthousiast ren ik op mijn zusje, die inmiddels is geland en versuft, maar ontzettend blij naar Xavier en het doel kijkt, af om haar een knuffel te geven. Te enthousiast, want in tackle haar in mijn omhelzing en we vallen allebei op de grond. “Het is jullie gelukt, Cass, dat was fantastisch!” roep ik enthousiast, ook al zit ze nog zo dichtbij, terwijl ik weer overeind krabbel. “Dit moet wel een van de sterkste technieken ooit zijn, dit doet echt niemand je na.”

“Denk je?” Ze grijnst, maar haar blijdschap en trots zijn niet te missen. “Nou ja, we hebben er dan ook hard voor gewerkt.” Ze staat op en lacht naar Xavier, die er een beetje ongemakkelijk, maar het zo blij bij staat.

“Het is dankzij Cassi, het was haar idee en bovendien is zij degene die schoot,” mompelt Xavier, maar daar wil mijn zusje niets van horen.
“Onzin, Xavier, het is ons schot, we hebben er samen aan gewerkt en zonder jou zou het niet werken,” reageert ze meteen. “En het gaat er niet om aan wie we het te danken hebben, we hebben gescoord en dat is het belangrijkste. Nog maar één doelpunt en dat ticket naar het WK is van ons.”

Izzy komt aanrennen en slaat haar armen om Xavier en Cassi heen. “Jullie zijn echt een fantastisch team, weten jullie dat? Jullie kunnen echt ontzettend goed samenwerken, dat blijkt wel.” Ze lacht en knipoogt naar me. “Jullie zouden vaker dingen samen moeten doen.”

“Het is altijd makkelijker om een techniek met een goede vriend te doen, toch Xavier?” Cassi kijkt hem aan en de jongen knikt kleintjes als antwoord, met een rood hoofd dat Cassi natuurlijk niet opmerkt. “Dus dan is scoren met een techniek samen met iemand die je niet kunt uitstaan eigenlijk veel knapper, zoals jij en Nathan daarstraks, Fay.”

Het is duidelijk dat ze zit te vissen naar mijn plotselinge verandering in houding tegenover Nathan, maar ik wil haar daar nu geen antwoord over geven. Ik weet zelf nog niet eens goed waarom alles nu zo anders voelt en op wat voor manier. Ik heb wat meer tijd nodig om hem echt te vergeven, maar ik denk in ieder geval dat het verstandig is om vanaf nu, tot die tijd, op enigszins vriendelijke wijze met elkaar om te gaan. “Ik weet het niet,” reageer ik dus maar. “Jullie techniek is echt van een heel ander level.”

Tijd om erover door te gaan krijgt ze niet, want Mark neemt het woord. “Kom op, het is nog niet afgelopen!”

Snel begeeft iedereen zich naar zijn eigen plaats terug en wacht op het signaal om het spel te herstarten. “Jongens, maar één doelpunt,” zegt Nathan en hij steekt één vinger omhoog. “We hoeven maar één doelpunt te maken.”

Het hele team juicht instemmend, op twee mensen na: Axel, die zijn blik op de grond gericht heeft en zelfs niet opgevrolijkt lijkt te zijn door het doelpunt, en Austin, die bezorgd naar hem kijkt. “Hé, maar Axel…” begint hij, maar hij houdt ook meteen weer op. Hij weet dat Axel niet te bereiken is. Niet door hem. Niet door mij.

Zodra het spel verder gaat, gaan de Fire Dragons in de aanval. Byron voorop, Claude en Bryce er vlak achter. Het lijkt een nieuwe Chaos Breek te worden. Met té veel gemak passeert de voormalige aanvoerder van Zeus zowel Caleb als Jude. Ze mogen niet scoren, er is te weinig tijd om dat nog recht te zetten.

Nathan probeert zijn Tornado nogmaals, maar Byron springt simpelweg over hem heen en maakt zich klaar voor zijn schot. Het is alles of niets nu.
“Oh nee, daar gaan ze weer!” waarschuwt Hurley ons gespannen vanaf de zijlijn. We moeten dit ook voor hem winnen, en voor Jordan, voor Shawn en voor Thor. Zij dromen ook al zo lang voor deze overwinning. Er mag niet gescoord worden.

Ik positioneer me een stuk voor Mark, voor het doel en oog in oog met de drie aanvallers. Dit is mijn plaats niet, ik hoor niet in de verdediging thuis. Dat ons team een gebrek aan verdedigers heeft, blijkt nu wel. En wat kan ik doen?

Terwijl het schot als een komeet op me af suist en ik in een staat van verlammende angst, zowel voor dit schot als voor verliezen, niets anders kan doen dan staren en kijken, voel ik een harde ruk aan mijn arm, die uit de baan van het schot trekt, opzij, maar naar de grond. Ik weet niet wat er achter me gebeurd en Marks schreeuw lijkt van heel ver te komen. Versuft en een beetje trillend staar ik naar de jongen die naast me zit. Hij legt een hand op mijn schouder en kijkt me aan. “Cassi, gaat het wel? Je kunt niet zomaar jezelf als menselijk schild gebruiken, dat is niet hoe verdedigen werkt. Je moet voorzichtig zijn, zeker met zo'n krachtig schot. Als je die klap had opgevangen, had dat je echt een flinke blessure op kunnen leveren.”

Ik kijk hem verward aan, nog steeds een beetje versuft door de schrik, waardoor ik niet goed mee krijg wat hij nou precies allemaal zegt. Maar één ding merk ik wel op. “Ik ben Cassi niet,” mompel ik, een beetje verontwaardigd, ook omdat mijn actie, al was het riskant, misschien wel een doelpunt had kunnen voorkomen. “Ik ben Fay.”

“Oh.” Er is een kort moment van ongemakkelijke stilte, waarin hij me loslaat en opstaat. “Sorry.”
“Geeft niet,” mompel ik als standaard antwoord terug terwijl ik overeind krabbel.

“Alsnog, je moet beter uitkijken. We willen niet dat…” Hij aarzelt even en ik weet welk moeilijk onderwerp hij gaat aansnijden. “Nou ja, dat met Shawn toen… Je snapt me wel.”

Ik zwijg en knik, maar ontwijk zijn blik, bang dat mijn ogen hem weer zullen beschuldigen zodra ik hem aan durf te kijken. “Bedankt, Nathan, denk ik.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here