Het eerste wat ik doe als het eindsignaal klinkt, is naar mijn vriendje toe rennen en me in zijn armen laten vallen. “Axel…” Mijn tranen, van blijdschap vanwege de overwinning en van verdriet vanwege zijn vertrek, druppen op zijn schouder en in mijn zachte gesnik kan ik niet de juiste woorden vinden om mijn gemengde gevoelens uit te drukken.

Maar dat maakt niet uit. Hij trekt me dicht tegen zich aan en wrijft sussend over mijn rug. “Succes op het WK, Fay. Jullie gaan winnen. Ik zal voor jullie juichen.”

Ik schud kleintjes mijn hoofd. “Zonder jou is ons team niet compleet. Ik heb je nodig.”

“Fay.” Hij legt zijn handen op mijn schouders en dwingt me hem aan te kijken, in zijn diepe, donkerbruine ogen. “Het komt goed. Ik zal aan jullie blijven denken, de hele tijd. We kunnen elkaar bellen. Ik laat je echt niet zomaar gaan.” Met een waterige glimlach op zijn gezicht veegt hij de tranen van mijn wangen af. “Maak je geen zorgen. Wij redden ons wel.” Hij werpt even een blik naar de zijlijn, waar ons team zich in al hun glorie verzameld om de overwinning te vieren. Zijn hand sluit zich om de mijne en hij glimlacht flauwtjes. “Laten we het niet in de weg laten staan van de feeststemming en de overwinning. Het is nog niet zo ver. Maak je geen zorgen nu, geniet van het feit dat je naar het WK gaat en je broer weer gaat zien.” Voor ik iets kan zeggen, begeleidt hij me naar de rest van het team, naar Cassi, die onmiddellijk haar arm om me heen slaat.

“We gaan naar Paolo, Fay, eindelijk! We moeten hem zo bellen, hij moet het meteen weten. Iedereen moet het meteen weten! Denk je dat hij gekeken heeft?” ratelt ze enthousiast.

Blij met een beetje afleiding, knik ik naar haar. “Natuurlijk heeft hij gekeken, een belangrijke wedstrijd als deze zou hij echt nooit willen missen. Het is voor de Italiaanse selectie natuurlijk ook belangrijk om te weten wie hun tegenstanders gaan worden.” Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe Axel zich steeds verder terugtrekt en zich van de groep afzondert, maar voor ik de kans krijg om iets te zeggen of doen, gaat Cassi door.

“Weet je wat, we gaan straks lekker pizza eten, met het hele team,” ze grijnst en denkt even na. “We mogen het dan niet meer laten bezorgen, we kunnen het altijd nog zelf maken, toch?”

Alweer wordt mij geen kans gegund om het woord te nemen, want Izzy, Jordan en Xavier, die naast ons aan het napraten waren, zijn onmiddellijk alert. “Oh nee, gaat niet gebeuren,” zegt Izzy meteen.

Xavier knikt instemmend. “Jullie gaan niet koken. We moeten fit zijn op het WK.”

“Hé!” roept Cassi verontwaardigd. “We komen uit Italië, we kunnen echt wel een goede pizza bakken, hoor.”

Ik knik, net zo beledigd. “Ja, dat is veel makkelijker dan dat gedoe met sushi en rijstballen. Wij kunnen dit makkelijk.”

“Ik weet niet zeker of dat we-" begint Jordan, maar hij wordt onderbroken door het blije en erg harde geschreeuw van Hurley en Thor, die zichzelf overeind hebben weten te hijsen.

"Het is ons gelukt!" juichen ze. Ze hadden beter niet op kunnen staan, want hun blessures zijn duidelijk niet niets. Allebei zakken ze door hun enkels en trekken Darren mee in hun val.
"Ongelooflijk,” zegt Willy, tot mijn grote irritatie - zo ongelooflijk was het nou ook weer niet, “ze zijn door!”

"Het is zover, we hebben gewonnen." Jordan kijkt Xavier, die lacht en zijn duim opsteekt, even aan. Jordan glimlacht en knikt. Die twee zijn echte vrienden; er komen geen woorden aan te pas.
"We hebben dit samen gedaan, jongens. WK, hier komen we!" schreeuwt Mark over iedereen heen, om vervolgens weer door het gejuich van die menigte overstemd te worden.

Terwijl het geluid van het gejoel langzaam weer wegsterft tot enthousiaste, maar gedempte gesprekken, zoeken mijn ogen als automatisch naar Axel. Ik vind hem waar ik hem verwachtte: een eindje van de groep af, onder het supporters waar Julia zit.

Cassi volgt mijn blik en kijkt vervolgens naar mij. “Ik denk dat je moet genieten van elk moment dat je bij hem kan zijn,” concludeert ze al snel. “En anders moeten we op zijn minst Julia gedag zeggen. Kom.” Ze pakt mijn pols en trekt me mee, om me pas weer los te laten als we op een paar meter afstand van Axel en Julia staan.

Toch loop ik niet verder door naar hem. Zijn tijd met zijn familie wil ik niet van hem afpakken. Binnenkort is hij ook heel ver van hen verwijdert. Het draait niet alleen maar om mij.

Het kleine meisje leunt over de reling en roept naar haar broer, die met een warme glimlach op zijn gezicht naar haar kijkt. "Jippie, je hebt gewonnen, Axel,” juicht ze enthousiast en met een brede lach op haar gezicht, waarop Axel instemmend knikt. "Wat goed, want nu kun je naar het WK gaan."

Axel zwijgt en kan niet anders dan haar een zwakke glimlach terug schenken. Ze weet nog van niets, of ze kan het niet goed begrijpen. De treurige blik van Axel kan ze ook niet thuisbrengen. Ze leeft in haar kinderlijke wereld waarin problemen zichzelf oplossen, ofwel gewoonweg niet bestaan. Ze heeft geen weet van al het verdriet en de pijn waar Axel mee zit. Ze is volledig zorgeloos en daar ben ik blij om.

Ik merk de lange gestalte pas op, als Julia dat doet. Ik herken hem wel meteen: het is Axels vader. Degene die op die lege stoel hoorde te zitten. Hij is toch hier.

"Huh?” Julia kijkt hem minstens zo verbaasd aan. “Hé, papa, ben je toch gekomen?"

Ze krijgt geen antwoord. In de ongemakkelijke stilte die volgt, merk ik op dat Cassi, die zojuist nog naast me stond, in rook op lijkt te zijn gegaan. Waarschijnlijk is dat het meest verstandige: de laatste keer dat ze deze man zag, heeft ze nogal tegen hem geschreeuwd.

Ook ik zet een aantal stappen achteruit, maar blijf wel op een afstand van waar alles verstaanbaar is. Ik was die ene keer in het ziekenhuis ook niet de perfecte schoondochter. Ik wil hier niet tussen komen te staan.

Axel is degene die uiteindelijk de stilte doorbreekt. Hij weet een glimlach tevoorschijn te toveren en onmiddellijk is het alsof er een loodzware last van zijn schouders glijdt. "Papa, heel erg bedankt."

Meneer Blaze reageert niet op het bedankje. In plaats daarvan kijkt hij zijn zoon recht aan. "Zo te zien is het je gelukt om je vrienden naar het WK te leiden."

Axel slaat zijn ogen neer. Ja, het is hem gelukt, daarvoor is hij onze grote held en dat zal hij altijd blijven. Maar zonder hem kunnen we het WK niet winnen.

Meneer Blaze blijkt dat, tot mijn grote verbazing, ook te beseffen. "Maar ik heb de indruk dat ze jouw hulp nodig hebben op het moment dat ze eenmaal daar zijn."

Zijn woorden komen als een verrassing, zowel bij Axel als bij mij. Dit had ik absoluut niet zien aankomen en Axel duidelijk ook niet, want hij kijkt zijn vader verbaasd aan.

"Mijn zoon,” vervolgt die, nog altijd even kalm. “Ga verder op de ingeslagen weg. Volg het pad maar dat je besloten hebt te nemen." Terwijl hij zich omdraait en wegloopt, begint het heel langzaam tot me door te dringen wat dat betekent. Ik geef de tranen van geluk die over mijn wangen stromen niet weg, maar staar bewegingsloos voor me uit. Axel gaat mee naar het WK. Hij blijft bij me.

Hij realiseert het zich ook, verraden de tranen die ook in zijn ogen fonkelen. Hij zegt niets, maar buigt - een Japanse gewoonte die ik nooit ga begrijpen - naar de man die hem allang de rug heeft toegekeerd.

"Ja, Axel..." zegt een vrouw die naast Julia zit, op een toon die net zo emotioneel is, als die van mijn nu geklonken zou hebben. Het is niet zijn moeder - dat kan niet - maar duidelijk wel een bijzonder iemand.

Axel richt zijn blik op de hemel, met een stralende lach op zijn gezicht. "Het WK, hè..."

De vrouw veegt langzaam haar tranen onder haar bril vandaan. "Gefeliciteerd, Axel."

"Dankuwel, mevrouw.”

"Waarom huil je nou, Tidy?" vraagt Julia de vrouw, die dus blijkbaar Tidy heet, in al haar kinderlijke onwetendheid.

De vrouw schenkt haar een warme glimlach en strijkt over haar hoofd. "Ach weet je, lieve Julia, je kunt ook huilen van blijdschap."

Het kleine meisje houdt eventjes haar hoofd schuin, duidelijk diep in gedachten. "Dat wist ik niet…” mompelt ze verbaasd. Meteen richt ze zich weer tot haar grote broer. “Veel succes, broer, met het WK."

"Bedankt, lieve Julia." Hij lacht naar haar en vervolgens ook naar mij.

Ik ga naast hem staan, vlecht zijn vingers in de mijne en knijp zachtjes in zijn hand. Op dit moment voel ik me compleet. Beter dan dit kan het niet meer worden.

Mark loopt op ons af, met zijn gebruikelijke lach op zijn gezicht. "Hé, Axel..." Hij knipoogt naar hem. "Dat was super."

Hij knikt en beantwoord mij door ook zachtjes in mijn hand te knijpen. "En dan nu het WK!"

Mark juicht en ik kan niet anders dan met hem meejuichen. Want ik ga naar het WK, ik ga naar Paolo, samen met mijn vrienden en mijn zusje, en bovenal samen met Axel.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen