Foto bij Agent Holemen: Nox Aeterna [Part 5]

Times Square, New York City, New York, 6:45 PM EST, January 16th 2016

We kwamen recht voor Clints voeten neer.
      ‘What the fuck!’ riep hij uit, wat een hele toepasselijke reactie was.
      Ik krabbelde snel overeind, voordat hij me met een pijl neer zou halen. ‘Clint, ik ben het. Rustig aan.’
      ‘Rustig aan?!’ Zijn stem sloeg bijna over. ‘Waar the hell heb jij gezeten? Waar de hell komt zij vandaan?’ Hij gebaarde naar Lynn, die nog steeds op haar knieën op de grond zat. ‘Kan iemand me vertellen wat er aan de hand is?’
      ‘Rebecka!’ Ik draaide me om en daar was Helen, die opgelucht naar me toe kwam. Nu pas zag ik dat we op Times Square waren en dat het helemaal was afgesloten met hekken. Niemand was te bekennen.
      ‘Je hebt geen idee hoe blij ik ben om jou heelhuids te zien,’ zei Helen. Ze droeg een raar apparaat op haar rug en haar kapsel zat nogal in de war. ‘We zitten namelijk ernstig in de problemen.’
      ‘Dat weet ik,’ zei ik. ‘Hebben jullie al naar de lucht gekeken?’
      ‘De lucht?’ Clint keek omhoog. Het poollicht was sterker geworden en de hemel boven Times Square leek nu een soort scheur naar de andere dimensie te vertonen, alsof die wereld boven ons hing. Ik zag vaag verlaten straten en verwoeste gebouwen.
      ‘Sinds wanneer is dat zo?’ Dat was Steve, die met Natasha en Bruce achter ons stond. Ze hadden allemaal beschermende kleding aan, alsof ze een gevecht verwachtten.
      Er kwam waarschijnlijk een gevecht.
      ‘De grenzen tussen de dimensies zijn bijna helemaal verdwenen,’ hoorde ik Helen zeggen. ‘Het duurt niet lang meer en die dimensie crasht in de onze.’
      ‘En dan?’ vroeg Clint.
      ‘Dan gaan we er allemaal aan.’
      Ik liep naar Lynn toe en probeerde haar overeind te krijgen. ‘Kom op, dit is nog niet voorbij.’
      Ze sloeg mijn armen weg en stond zelf op. Haar gezonde oog was nu bloeddoorlopen, wat me nogal zorgen baarde.
      ‘Je oog is rood,’ merkte ik op.
      ‘Hooikoorts,’ zei ze.
      ‘Maar het is winter.’
      ‘Wat is er met jou gebeurd?’ Helen kwam dichterbij om het beter te zien. ‘Oh shit, we zijn te laat.’
      ‘Je gaat me niet vertellen dat we niets voor haar kunnen doen,’ zei ik, mijn paniek proberend te verbergen.
      Helen schudde langzaam haar hoofd. ‘Sorry, maar ik heb echt geen idee.’
      ‘We moeten dáár iets aan doen,’ zei Natasha en ze gebaarde naar de lucht. ‘Helen, hoe zit dat ding in elkaar?’
      Helen haalde het apparaat van haar rug en plantte het op de grond. Bruce knielde bij haar neer.
      Lynn keek wantrouwend naar het geval, dat nogal verdacht veel op een magnetron leek. ‘Dat gaat niet werken.’ Ze hoestte en er kwam zwart bloed uit haar mond.
      Clint keek er vol afkeer naar. ‘Dat heb jij toch ook niet?’ vroeg hij aan me.
      ‘Oh nee,’ zei ik. ‘Ik bloed gewoon uit mijn neus. En ik kan teleporteren.’
      Hij deinsde achteruit. ‘Wacht, wát?’
      Ik fronste. ‘Horen jullie dat ook?’
      ‘Is dat hoe je uit het ziekenhuis bent ontsnapt?’ hoorde ik Clint op de achtergrond vragen.
      Ik keek om me heen, naar de lichtgevende billboards die reclame voor van alles en nog wat vertoonden. ‘Een soort gefluister,’ zei ik. ‘Of een soort geruis.’
      Naast me verstarde Lynn. Haar blik leek zich in de verte te focussen. ‘We zijn te laat.’
      Op dat moment viel de elektriciteit uit.
      De billboards flikkerden en werden zwart. De lichten verdwenen. Er klonk het geluid van iets dat wegviel, het plotselinge ophouden van het altijd aanwezige achtergrondgeluid van computers en mobieltjes.
      Voor een enkel moment lang was het enige dat ik kon horen mijn ademhaling en nog steeds dat vage gefluister, als stil geschreeuw.
      Toen brak de hel los.
      Overal om ons heen verschenen monsters bestaand uit computers, tentakels en zwart bloed. Achter me kon ik Helen horen roepen: ‘De grens tussen de dimensies is compleet open!’
      Steve haalde zijn schild van zijn rug en begon bevelen uit te delen. ‘Helen en Bruce, krijg dat ding aan de praat en laat het de scheur sluiten. Clint, Natasha – verdedig hen.’ Hij draaide zich naar me om. ‘Lynn en Rebecka… Rebecka, gaat het wel?’
      Ik wist niet precies wat er met me aan de hand was, maar het voelde alsof ik koffie met een energiedrankje erin had gedronken. Voor een moment leek het alsof ik kleuren zag die ik voorheen niet kon waarnemen. Alles leek zich scherper af te tekenen.
      Vaag had ik door dat Steve tegen me praatte en dat de anderen hun wapens hadden getrokken en vochten. Ik staarde naar mijn handen en het voelde alsof een ster in me explodeerde.
      Er werd aan mijn arm getrokken. Het was Lynn. Ze wees naar een enorm monster voor me, dat op het punt stond om ons aan te vallen.
      Ik had geen wapen of een goed plan. Ook had ik geen flauw benul wat er met me aan de hand was
      Ik zette een stap naar voren en stak een hand op, alsof ik het monster gebaarde te stoppen. Het wezen deinsde achteruit.
      Wat er precies door me heen ging kon ik niet verwoorden. Ik maakte een vuist en beeldde me in dat ik een zwaard vasthield. Met een hakkend gebaar liet ik het monster in stukken rijten.
      Een explosie, een van Clints pijlen, zorgde ervoor dat ik weer terug in de realiteit was. Hij keek me stomverbaasd aan. ‘Dude, what the hell?’
      Ik haalde mijn schouders op en negeerde de opkomende duizeligheid. Uit mijn ooghoeken zag ik de flitsen van Lynns geweer en ik hoorde op de achtergrond het geschiet van Natasha. ‘Dit is net zoals Boedapest!’ riep ze.
      ‘Dit is nu niet het moment!’ riep Clint terug terwijl hij weer een pijl afschoot.
      Ik strompelde naar Bruce en Helen, die nog steeds bij het apparaat op de grond geknield zaten en niet erg leken op te schieten met wat ze ook aan het doen zijn. ‘Lukt het?’
      ‘We hebben meer tijd nodig,’ schreeuwde Helen om boven de herrie van een monster dat opeens uit een gebouw tevoorschijn stormde uit te komen.
      ‘Het worden er steeds meer. Ik denk niet dat…’ Ik onderbrak mezelf toen ik zag dat Steve op het punt stond om verpletterd te worden door een monster dat was opgebouwd uit wasmachines. Zonder erbij na te denken maakte ik een gebaar en het monster vloog de lucht in, waarna het uit elkaar spatte.
      ‘Thanks,’ riep Steve.
      ‘No problemo,’ zei ik grijnzend, voordat ik terugkeek naar Helen. Mijn grijns verdween meteen toen ik haar bezorgde blik zag.
      Ze staarde naar me, toen keek ze naar een scherm op het apparaat. ‘Het is erger geworden. We moeten nú iets doen.’
      Bruce drukte op een paar knoppen. Ik hoorde een zuigend geluid en mijn oren plopten, alsof de luchtdruk veranderde. De hemel boven ons rimpelde en wisselde even naar de normale lucht, maar leek zich toen weer te herstellen. Het vertoonde nog steeds hetzelfde beeld: vage verlaten straten en ruïnes.
      ‘Het werkte niet.’ Lynn verscheen naast me.
      ‘Ga nou niet zeggen dat het einde nabij is,’ zei ik terwijl ik mijn beide handen omhoog stak, als in een soort van overgave. In plaats daarvan spande ik me in om alle monsters, die ons nu volledig omringden, weg te duwen en ons zo een moment van rust te geven.
      ‘Het einde is nabij.’
      Ik zuchtte geïrriteerd.
      Clint kwam naast me staan. ‘Ik snap nog steeds niet hoe je dat doet.’
      ‘Geloof me, ik ook niet,’ zei ik, terwijl ik een monster dat naar voren kroop naar achteren duwde.
      ‘Bruce, Helen, hoe staat het ermee?’ vroeg Steve.
      Helen schudde slechts haar hoofd. ‘Het lijkt net alsof we te weinig kracht hebben om het gat definitief te sluiten,’ zei Bruce. ‘Als we het vanaf deze kant proberen, gaat het vanaf de andere kant weer open.’
      Naast me keek Clint naar de monsters die ons omringden. ‘Dus we moeten het gat ook vanaf de andere kant sluiten,’ mompelde hij afwezig.
      Helen keek op. ‘Dat zou kunnen werken, maar we hebben er hier maar één van.’ Ze gebaarde naar het apparaat op de grond. ‘En dan zou er ook iemand aan de andere kant moeten blijven totdat het gat helemaal dicht is.’
      ‘Je zou niet meer terug kunnen,’ voegde Bruce daaraan toe.
      We zwegen. ‘Nou,’ zei Natasha uiteindelijk terwijl ze haar pistolen laadde. ‘Het ziet er naar uit dat we geen kans maken. Wie heeft er zin om dood te gaan?’
      Lynn stak haar hand op. Doordat ik bezig was met het tegenhouden van de monsters had ik geen ruimte om haar hand naar beneden te halen, dus ik stuurde haar maar een afkeurende blik.
      ‘Eh, jongens, wat komt daar aanvliegen?’ vroeg Clint terwijl hij richting het zuidwesten keek. Over 7th avenue kwam er inderdaad iets aan, maar het was te donker om echt iets te kunnen zien.
      ‘In positie, wapens klaar,’ beval Steve.
      ‘Ik heb nogal mijn handen vol,’ zei ik.
      ‘Verdedig Rebecka als het nodig is.’
      Clint kwam met gespannen boog naast me staan. ‘Het was leuk om je gekend te hebben.’
      ‘Ik had gewild dat ik dat ook van jou kon zeggen.’
      Hij grijnsde, en voor een enkel moment leek het alsof alles goed was en we niet door monsters omringd werden.
      Het vliegende object naderde en opeens hadden we door dat het wel een heel bekend rood robotpak was.
      ‘Hallo daar,’ hoorden we en Iron Man landde voor ons. ‘Waarom heeft niemand me uitgenodigd voor dit feestje?’
      ‘Tony,’ zei Steve verbaasd. We lieten onze wapens zakken.
      Tony Stark opende zijn helm zodat zijn gezicht zichtbaar werd. ‘Wat dachten jullie? Al het elektriciteit valt uit en ik blijf zeker slapen?’
      Hij zag Lynn staan en stapte op haar af. ‘Ah, jij bent zeker onze buitendimensionale gast.’ Hij stak zijn hand uit. ‘Ik ben Tony. Volgens mij zit er iets op je gezicht.’
      Lynn keek hem vuil aan – zowel met normaal oog als zwart oog – en deinsde achteruit.
      Tony liet zijn hand zakken en draaide zich om naar de anderen. ‘Hebben jullie soms hulp nodig?’
      Bruce sprong overeind. ‘Tony, vertel me alsjeblieft dat je een moleculaire stabilisator ingesteld op interdimensionale capaciteiten bij je hebt.’
      ‘Toevallig heb ik dat net bij me.’ Hij haalde een klein ding van zijn arm af, ongeveer zo groot als een smartphone, en wierp het naar Bruce. ‘Als het goed is werkt het, maar er is wel één dingetje: hij moet vanaf de andere kant geactiveerd worden.’
      Ik struikelde even en direct ondersteunde Clint me. ‘Gaat het? Jeetje, je trilt helemaal.’
      ‘Als we iets doen, moet dat nu gebeuren,’ zei ik. ‘Ik houd dit niet langer meer vol.’ Ongemerkt waren sommige monsters al dichterbij gekomen.
      ‘Hoe moeten we naar de andere kant komen?’ vroeg Helen. ‘Lynn is de enige van ons die ooit naar een andere dimensie heeft gereisd en dat gebeurde per toeval.’
      ‘Ik doe het,’ zei ik.
      Iedereen staarde me aan.
      ‘Wat? Ik kan teleporteren. Ik reis even daarheen, activeer dat ding en reis voordat het gat helemaal dicht is weer terug. Simpel zat.’
      ‘Wacht eens even,’ zei Tony, terwijl hij onderzoekend naar de monsters om ons heen keek en nu pas door leek te hebben waardoor ze tegen werden gehouden. ‘Je kan… hoe-?’
      ‘Dat is veel te gevaarlijk,’ zei Steve. ‘Je ziet er nu al doodmoe uit. Er is een kans dat je niet meer terug kan.’
      ‘Ik ben het daarmee eens,’ zei Clint en hij greep me iets steviger vast, alsof hij zo probeerde me hier te houden.
      Helen en Bruce keken elkaar even aan. ‘Het zou kunnen werken,’ zei Helen bedachtzaam. ‘Je zou de kracht van het sluitende gat kunnen gebruiken om weer hier te komen. Net zoals de zuigende kracht dat ontstaat wanneer er een gat in een vliegtuig komt, als het ware.’
      ‘Cho, je bent niet aan het helpen,’ bromde Clint.
      ‘Ik ga,’ zei Lynn. ‘Rebecka en ik teleporteren naar de andere dimensie. Zij reist terug en dan activeer ik dat ding.’
      ‘Maar dan zou jij daar achterblijven,’ zei Natasha.
      ‘Precies.’
      Steve schudde zijn hoofd. ‘Dat kunnen we je niet aandoen.’
      Lynn haalde haar schouders op en glimlachte zowaar, al zag het er niet oprecht uit. ‘Ik hoor daar thuis.’
      ‘Jongens,’ waarschuwde ik. Bloed begon mijn neus uit te stromen. ‘Kan dit iets sneller?’
      Lynn stak haar hand uit naar Bruce. ‘Geef me dat ding.’
      Bruce keek vragend naar Steve. Die knikte en Bruce gaf het apparaat aan Lynn, zij het wat aarzelend.
      ‘Wees voorbereid,’ zei ik. ‘Ik laat de monsters binnen in drie… twee… één…’ Ik liet mijn handen zakken.
      Meteen kwamen de monsters op ons af. Lynn kwam naast me staan en greep mijn arm. Ik keek naar de lucht boven ons en sloot toen mijn ogen, zoekend naar een manier om er te komen.
      ‘Als je niet levend terugkomt, vermoord ik je!’ hoorde ik Clint nog net bovenuit een explosie schreeuwen.
      Toen veranderde onze omgeving. Het achtergrondgeluid van monsters en vechtende Avengers stierf weg. Ik opende mijn ogen en we bevonden ons in de andere dimensie. Grijze, verlaten straten en vergeten ruïnes. Er woei een koude wind. De lucht was een volmaakte weerspiegeling van waar we net vandaan kwamen; New York intact, maar donker. Ik dacht even dat ik beweging zag, maar we waren te ver weg om het echt zeker te kunnen weten.
      Ik had pas door dat Lynn van me weg liep toen ik opeens gegrom achter me hoorde. Ik draaide me om en daar stond een monster ons aandachtig aan te kijken. Lynn hield haar hand op en het wezen kwam niet dichtbij.
      Strompelend kwam ik naar haar toe en besefte dat dit monster anders was. Het deed me verdacht veel denken aan de monsters die ik in Philadelphia tegenkwam. Delen van het monster bestonden uit pixels, alsof de computers waar het zelf uit was gemaakt data en glitches lekten.
      ‘Dat hoort volgens mij niet,’ zei ik, terwijl ik het bloed van mijn neus wegveegde met een mouw.
      Lynn keek me grimmig aan en ik zag dat een deel van haar gezonde oog ook zwart was geworden.
      ‘Geef me dat ding,’ zei ik dwingend. ‘Ik activeer het en dan kunnen we weer terug.’
      Lynn schudde haar hoofd en zette een stap naar achteren. ‘Het is nooit de bedoeling geweest dat ik daar zou blijven, Rebecka.’
      ‘Maar- ’
      ‘Ik ben niet meer te redden, maar jij misschien nog wel.’
      Uit frustratie hield ik mijn handen op. ‘Kan je alsjeblieft ophouden met dat zelfmedelijden en dat onheilspellende? We kunnen je helpen en met mij is niets mis.’
      Opeens klonk er gekraak om ons heen. Nog meer monsters, die op de één of andere manier ook geïnfecteerd waren met de glitches, kwamen onze richting op en omsingelden ons.
      Lynn scheen zich geen zorgen te maken en keek me met haar nu volledige zwarte ogen aan. ‘Je kan me niet dwingen om mee te komen. Anders laat ik ze aanvallen.’ Ze grijnsde. ‘Met mij zal alles wel goed komen.’
      Ik staarde haar aan. Zelf ik had door dat, als ik probeerde om de monsters tegen te houden, ik niet genoeg energie meer over zou hebben om terug te springen naar de andere dimensie.
      ‘Oké,’ zei ik langzaam. ‘Moet ik… moet ik nog een boodschap overbrengen?’
      Lynn schudde haar hoofd. ‘Eén ding nog: ik weet precies wat je bent en wat er met jou gaat gebeuren.’
      Verward keek ik naar haar. ‘Wat?’
      ‘Rebecka Holemen,’ zei Lynn. ‘Jij zal driemaal sterven voordat wij elkaar weerzien.’
      Helemaal verbluft gaapte ik haar aan. ‘Wát?’
      Ze liet alleen een kleine glimlach zien. Toen drukte ze iets in op het apparaat in haar handen en ik werd, tegen mij wil in, haar dimensie uit gegooid.

Ik knipperde verdwaasd mijn ogen en besefte dat ik weer terug was. Mijn vrienden hadden het zo te zien heelhuids overleefd en ik zag Tony een van de monsters onderzoeken, die allemaal nu verslagen op de grond lagen. Of misschien waren zij ook gedeactiveerd.
      De lucht boven ons was weer normaal; donker met hier en daar sterren. New York was echter nog steeds in het duister gehuld, een eeuwige nacht waarvan het voelde alsof het altijd al zo was geweest.
      Clint zag me staan. Hij kwam glimlachend en opgelucht op me af. ‘Becky! Het heeft gewerkt!’ Toen zag hij mijn gezicht en zijn blik werd bezorgd. ‘Wat is er gebeurd?’
      Ik kon niets uitbrengen. Ik strompelde naar hem toe en voordat ik het echt goed en zeker wist was ik in zijn armen gevallen.
      ‘Rebecka?’ hoorde ik nog net, toen viel ik in een diepe slaap.


Room 13, Metro-General Hospital, New York City, New York, 4:05 PM EST, January 17th 2016

Ik werd wakker omringd door slaperige, bezorgde superhelden.
      Clint zat opnieuw het dichtst bij mijn bed. Hij zat wat te dommelen en ik porde hem in zijn zij.
      Hij schrok op. ‘Ik ben wakker!’
      De anderen keken geschrokken op. Natasha zag eruit alsof ze wel een kop koffie kon gebruiken en Steve knipperde tegen het licht, alsof hij opnieuw uit het ijs ontwaakte.
      Tony kwam de kamer binnen, vrolijker dan waarschijnlijk gepast was. ‘Goedemorgen, lui. Al is het allang middag.’
      Ik staarde naar het raam. ‘Waarom is het dan nog steeds donker?’ Ik stapte uit bed en negeerde het protest van de anderen om beter naar de omgeving te kijken. De elektriciteit was weer terug, maar de hemel bleef inktzwart.
      Ik draaide me om naar de anderen. ‘Wat is er aan de hand? Waar is de zon?’
      Tony haalde zijn schouders op, zijn blik bezorgd. ‘Ik weet het niet. Bruce en Helen denken dat het met het sluiten van het gat tussen de dimensies te maken heeft. Ze verwachten je trouwens.’
      Clint knikte en gaapte. ‘Ze willen weten hoe het met je gaat. En…’ hij gebaarde naar me, ‘al dat andere.’
      ‘Het gaat helemaal goed met me, Clint,’ zei ik en ik vroeg me af wanneer een goed moment zou zijn om hem te vertellen over Lynns voorspelling. Misschien wel nooit.
      Steve keek me onderzoekend aan, alsof hij wist dat ik iets achterhield. Hij wisselde een blik uit met Natasha, die hetzelfde leek te denken.
      Ik richtte me vlug op Tony. ‘In welke kamer zitten ze?’


Room 9, Metro-General Hospital, New York City, New York, 4:27 PM EST, January 17th 2016

‘Dus je wilt zeggen dat,’ zei ik, ‘ik mijn krachten kreeg door het gat tussen de dimensies en de energie die daarbij vrijkwam, maar nu het gat verdwenen is, ik ook mijn krachten kwijt ben?’
      Helen knikte. ‘Ik heb je onderzocht toen je bewusteloos was en alles leek weer normaal te zijn. Als er ooit nog eens zoiets gebeurt, betwijfel ik of je ze nog terug zou krijgen.’
      Ik snoof. ‘Wat een teleurstelling.’
      ‘Als ik jou was, zou ik blij zijn,’ zei Bruce, drinkend van zijn kop koffie.
      ‘Zo ver ik weet ben ík niet groen geworden, Banner.’ Omdat ik koppig genoeg was, probeerde ik de stoel naast hem te laten bewegen. Er gebeurde niets, afgezien van wat hoofdpijn.
      Helen zag wat ik deed. ‘Kan je alsjeblieft voorzichtig doen de komende tijd? We weten niet of het blijvende schade heeft veroorzaakt.’
      ‘Daar zorg ik wel voor.’ Clint kwam naast me zitten en zette een glas water voor me neer. ‘Wat gebeurde er trouwens toen je daar was, aan de andere kant? Je deed er nogal lang over.’
      Ik staarde naar het water. Vaag was ik ervan bewust dat Steve en Natasha in de deur verschenen en naar ons keken.
      Ik vertelde ze over wat er gebeurd was. Lynns zwarte ogen, de monsters met de vreemde glitches, hoe ik gedwongen werd om terug te keren zonder Lynn. De voorspelling liet ik weg.
      Het bleef even stil toen ik klaar was. ‘Ik heb nog nooit van zulke dingen gehoord,’ zei Helen uiteindelijk.
      Schaapachtig kuchte ik. ‘Ik wel, helaas. Toen ik mijn moeder in Philadelphia opzocht, kwam ik thuis en zag ik hoe ze een man wiens gezicht onder de pixels zat neerschoot.’
      Clint keek me fronsend aan. ‘Daar heb je me niet over verteld.’
      ‘Ik had er geen tijd voor. En het is niet alsof je mij wel alles vertelt. Ik weet nog steeds niet wat er in Budapest gebeurd is.’
      Natasha rolde met haar ogen terwijl Clint nerveus om zich heen keek. ‘Omdat het een staatsgeheim is?’ probeerde hij.
      ‘Maar je hebt toen geen andere monsters gezien met dezelfde kenmerken?’ vroeg Helen.
      Zou het een goed idee zijn om te vertellen over de andere monsters, de Winchesters en de diadeem? Waarschijnlijk niet. Ze moesten nog iets anders weten wat ze niet leuk zouden vinden.
      Ik schudde mijn hoofd en voelde hoe de anderen me aanstaarden. Het zorgde ervoor dat ik benauwd werd en ik stond op. ‘Ik ga even een luchtje scheppen, als jullie het niet erg vinden.’ Ik vluchtte de kamer uit.


Room 14, Metro-General Hospital, New York City, New York, 5:11 PM EST, January 17th 2016

Afwezig staarde ik uit het raam en probeerde te bedenken hoe ik mijn verhaal zou moeten vertellen. Ik hoorde gepraat uit de kamer waar de anderen zaten en ik vroeg me af waar ze het over hadden. Hopelijk niet over mijn vreemde gedrag, al zou me dat niet verbazen.
      New York bleef donker. Ik wilde niet denken aan het feit dat dit misschien wel mijn schuld was. Misschien als ik dingen anders had gedaan, als ik niet het ziekenhuis uit was gevlucht…
      Ik zat zo erg over mezelf te tobben dat ik niet door had dat iemand anders de kamer binnenkwam. Ik hoorde het schrapen van een keel. ‘Pardon, maar deze kamer is zo nodig. Ik zou je willen vragen om te verhuizen. De kamer hiernaast is nog vrij.’
      Ik draaide me om. Een chirurg, een redelijk lange man, staarde me met helderblauwe ogen nieuwsgierig aan. Zijn donkere haar begon grijs te worden bij zijn oren, maar verder leek hij niet heel oud.
      ‘Sorry, ik ga zo weg,’ zei ik. De dokter bleef me onderzoekend bekijken en nu hij hier toch was, kon ik hem net zo goed wat vragen.
      ‘Wat doe jij precies?’ vroeg ik.
      Hij ging iets rechter staan. ‘Neurochirurgie. De naam is Strange. Misschien heb je van me gehoord.’
      Ik schudde mijn hoofd, maar ergens in mijn geheugen kwam zijn verschijning me wel bekend voor. ‘Ik neem aan dat je hier niets van weet?’ Ik gebaarde naar het raam achter me.
      Hij haalde zijn schouders op. ‘Het zal wel weer met luchtvervuiling te maken hebben,’ antwoordde hij. ‘Niet per se mijn specialiteit.’
      ‘Hmm.’ Ik keek even naar de duisternis. ‘Mag ik je een rare vraag stellen?’
      ‘Is het medisch?’
      ‘Niet echt.’ Ik aarzelde. ‘Misschien deels.’
      ‘Ga verder.’
      Ik haalde diep adem. ‘Stel je eens voor dat er iets belangrijks is dat je je vrienden moet vertellen,’ begon ik. ‘Een gebeurtenis die heel lang geleden gebeurd is, maar waar je het simpelweg nooit over hebt gehad omdat je het vergeten bent?’
      Strange fronste. ‘Hoe ben je het vergeten terwijl het belangrijk is? Je ziet er jong uit, dus er zou geen reden daarvoor moeten zijn. Heb je een ongeluk gehad? Of een traumatische ervaring?’
      ‘Niet echt. Alhoewel… het geheugenverlies is me om de één of de andere reden opgedwongen.’
      Hij haalde een wenkbrauw op. ‘Je bedoelt dat iemand bewust jouw geheugen deels gewist heeft?’
      ‘Dat klopt, min of meer.’
      ‘En je herinnert je het weer?’
      ‘Ja, en ik heb geen idee hoe.’
      ‘Hmm. Interessant.’ Strange wreef over zijn kin op de manier van iemand die diep nadacht. ‘Het zou kunnen dat je iets gezien hebt dat die herinnering volledig aangewakkerd heeft, al lijkt me dat onwaarschijnlijk. Hoe lang is het geleden?’
      ‘Zo’n vijf of zes jaar geleden. Hoe dan ook, ik moet het mijn vrienden vertellen, maar ik heb geen idee hoe. Ik kan toch niet binnenvallen en zeggen: “Hé, dit ingrijpende ding is gebeurd toen en het kan zijn dat dit alles in het heden verklaard, maar ik heb het jullie nooit verteld omdat ik het vergeten ben?” Dat kan toch niet?’
      ‘Ik zie niet in waarom niet,’ zei Strange. ‘Het is de waarheid.’
      ‘Maar het is vreemd.’
      Hij snoof. ‘Het is niet het vreemdste wat ik vandaag gezien heb. Ik weet niet wie je vrienden zijn, maar als ze een beetje begripvol zijn, zullen ze je heus wel vergeven. Trouwens, het is niet jouw schuld.’
      Ik wilde hem vertellen dat het misschien wel zo was, dat als ik die ene keuze anders had gemaakt het nu geen nacht in New York zou zijn. Ik hield mijn mond.
      Strange stond zo te zien op het punt om de kamer te verlaten. ‘Als dat alles was, zou ik graag willen vertrekken. Ik heb nog heel wat andere dingen te doen.’
      ‘Tuurlijk,’ zei ik. Nog net voordat hij door de deur was, riep ik hem. ‘Strange? Bedankt.’
      Hij glimlachte. ‘Ik heet Stephen. En graag gedaan.’ Hij ging de gang op.
      Ik haalde een paar keer adem en probeerde het gevoel van paniek te onderdrukken. Ik balde mijn vuisten en opeens hoorde ik het geluid van brekend glas achter me. Toen ik me omdraaide, zag ik dat het het vergeten glas water was dat ik op de vensterbank had gezet.
      Ik staarde naar de scherven en liep toen weg.


Room 7, Metro-General Hospital, New York City, New York,5:30 PM EST, January 17th 2016

Toen ik de kamer waar mijn vrienden zaten naderde, hoorde ik hoe Tony een verhaal vertelde over iets geks dat Thor deed. Helen lachte zachtjes en Clint voegde er nog iets aan toe, waardoor er weer gelach klonk.
      Ik klopte op de deur en er viel een stilte toen iedereen zich naar me omdraaide. ‘Hoi,’ waagde ik. Dat ging nog goed. Ik ging naast Clint zitten en vroeg me opeens iets af. ‘Heeft iemand van jullie bier mee naar binnen gesmokkeld? Dat heb ik nou echt net nodig.’ Ik lachte zenuwachtig.
      ‘Rebecka,’ begon Clint, waardoor ik gelijk wist dat het serieus was. ‘Je zou me volgens mij nog vertellen wat dit,’ hij gebaarde naar mij en toen naar de duisternis buiten, ‘allemaal betekent. Hoe kwam jij aan die krachten, en als die veroorzaakt werden door het gedoe met de dimensies, waarom hebben wij ze ook niet?’
      Ik tikte met mijn vingers op het tafelblad. ‘Het is een lang verhaal.’
      ‘We hebben alle tijd,’ zei Helen. ‘Ik zou ook graag willen weten waarom dit niet in jouw dossier stond.’
      Ik nam diep adem en besloot toen de sprong in het diepe te nemen. ‘Het gebeurde bijna zes jaar geleden. Toen ik bezig was met mijn trainingsperiode in een faciliteit van SHIELD in Kansas kwam ik een man tegen die daar niet had moeten zijn. Ik denk dat je zou kunnen zeggen dat het door hem is gekomen.’
      Natasha wisselde een veelbetekenende blik uit met Steve, die zijn ogen rolde. ‘Wie was die man, Becky?’
      ‘Hij had geen naam,’ zei ik. ‘Maar hij noemde zichzelf… de Doctor.’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen