Foto bij Chapter three

Een luide schreeuw verlaat mijn mond als ik hard tegen de ruit van de koepel sla. Mijn voorhoofd leg ik verslagen tegen het raam en laat mijn blik op het dichtbegroeide bos onder mij rusten. De tranen rollen langzaam over mijn wangen en laat mezelf verslagen op de grond zakken. De koude vloer tegen mijn huid, laat een rilling door mijn lichaam glijden. Ik veeg snikkend de tranen van mijn wangen en bekijk mezelf in de weerspiegeling van de ruit. Hoe kon hij? Na al die jaren dat ik hem leuk vond, na alle jaren dat hij me altijd afwees, ben ik nu wel ineens goed genoeg? Nu ik heb laten zien wat ik waard ben, ben ik ook ineens voor hem van waarde? Ik knars gefrustreerd mijn tanden op elkaar en geef nog een zwakke schreeuw af voordat ik me achterover laat vallen. Mijn armen leg ik gespreid naast me neer en staar dan naar het plafond. De spieren in mijn lichaam ontspannen langzaam van de inspanning tijdens de training en ik kan mijn oogleden dicht voelen vallen van vermoeidheid. Om ervoor te zorgen dat ik niet op de vloer in slaap val, duw ik mezelf in een zithouding en wrijf ik gapend in mijn ogen. Met het laatste beetje energie in mijn lichaam, duw ik mezelf overeind en strek mezelf uit. De lichten in de ruimte zet ik uit als ik deze verlaat en stap dan op een kalm tempo door de gangen. Iedere stap zet ik bedachtzaam neer en ik luister goed naar mijn omgeving. Zodra het geluid van voetstappen mijn gehoorgangen betreedt, stop ik abrupt met lopen. Een benauwd gevoel bekruipt mijn lichaam als de voetstappen dichterbij komen en slaak een geschrokken gil als iemand zijn hand op mijn schouder legt. Ik maak een sprongetje naar voren en kijk met geschokte ogen achterom om te zien wie er staat. Gazel. Hij kijkt me met een opgetrokken wenkbrauw op en slaakt dan een zucht. Hij woelt even ongemakkelijk door zijn haren en een oprechte, verontschuldigende blik wordt me toegeworpen. ‘Het spijt me heel erg van wat ik zei tijdens de meeting. Je weet dat ik het niet echt meende toch?’ vraagt hij een beetje onzeker. Even verrast door zijn excuses, kijk ik verbluft naar de jongen voor me en kan niet anders dan even gniffelen. ‘Dat weet ik. Ook al doet het soms heel erg pijn als ik jullie zo over me hoor praten in vaders bijzijn, weet ik het altijd een beetje goed te praten door mezelf te vertellen dat het een act is. Maar ik ben heel blij met de excuses, die doen me goed’ glimlach ik hem waterig toe. Mijn groenblauwe ogen kruisen met zijn ijzige blauwe ogen. Zijn ogen vernauwen. ‘Je hebt gehuild,’ concludeert hij. Geschokt door zijn plotse woorden, kijk ik op naar hem en val ik direct door de mand. ‘Wat is er gebeurd?’ vraagt hij. Ik schud vlug mijn hoofd en kijk hem smekend aan. ‘Niets. Ik wil er niet over praten, oké?’ beantwoord ik hem. Gazel balt zijn handen tot vuisten en zet een stap mijn kant op. ‘Je weet wat we hebben afgesproken. We zouden elkaar alles vertellen. Alsjeblieft, ik beloof je dat ik niemand iets vertel,’ zegt hij smekend. Zijn hand legt hij weer op mijn schouder en kijkt me met een kleine glimlach aan. ‘Ik ben er altijd voor je,’ vervolgt hij zichzelf. Ik bijt even zacht op mijn lip en kijk op naar de jongen voor me. ‘Gran, hij-,’ begin ik moeizaam. De blik in Gazel zijn ogen verhard en zijn grip op mijn schouder wordt steviger. ‘Wat heeft hij?’ vraagt hij dringend. Ik knijp mijn ogen hard dicht om de tranen tegen te gaan en schudt wild mijn hoofd. ‘Beloof me dat je niets gaat doen,’ zeg ik met een smekende toon. Ik open mijn met tranen gevulde ogen en kijk hem aan. Gazel kijkt me moeizaam en met medeleven aan. De tranen veegt hij weg en knikt me dan toe. ‘Promise,’ zegt hij met een zwakke glimlach. Zijn pink reikt hij naar me uit en ik haak de mijne in zijn pink. ‘Promise.’

-

Een luide gaap verlaat mijn mond als ik mij een weg baan naar mijn kamer. Zodra ik de controleruimte passeer, stop ik met lopen als ik een paar bekende stemmen hoor. Heel zachtjes stap ik naar de deuren, zonder de sensoren af te laten gaan en leg mijn oor tegen de deur. De stemmen van Kenzaki en Gran zijn duidelijk hoorbaar. Het gezoem van de machines die zich in dezelfde ruimte bevinden, maken het lastig om ze af te luisteren. ‘Is het duidelijk waar te beginnen?’ kan ik Kenzaki horen vragen. Een schampere lach is te horen. ‘Tegen wie denk je dat je het hebt?’ sist Gran hem toe. ‘Gemini Storm en Epsilon zijn misschien op deze manier te commanderen, maar je hebt het tegen de aanvoerder van het team dat de titel Genesis zal dragen. Toon respect,’ gromt hij hem toe. ‘Mijn excuses,’ wordt er zacht terug gemompeld voordat het gesprek weer hervat wordt. ‘Gemini Storm’s eerste aanval zal in Japan, Tokyo zijn. De eerste school draagt de naam Raimon. Mocht Gemini Storm in een wedstrijd belanden, zal Tsuki de andere scholen belagen. Is zij hiervan op de hoogte?’ vraagt Kenzaki. Mijn ogen worden groot. Hier ben ik absoluut niet van op de hoogte. Mijn naam is nooit genoemd tijdens de meetings over de plannen voor project Genesis. Geen éen moment is ter sprake gekomen dat ook ik me in dit destructieve plan van vader moet voegen. Het enige dat ik weet, is dat ik vaders triumph card ben. Maar wat hij daarmee bedoelde, weet ik niet. ‘Tsuki? Tsuki is waardeloos. Ze weet pas sinds vandaag wat een hissatsu techniek is. De gehele training was waardeloos en na het gebruik van éen hissatsu schot, was er al niets meer dat ze kon,’ spreekt Gran minderwaardig uit. Ik bal gefrustreerd mijn handen tot vuisten. Mijn ogen vullen zich opnieuw met tranen en hol weg van de deuren. Zo snel als ik kan, ren ik naar mijn kamer en werp ik de deur dicht. Ik laat me op mijn bed vallen en staar met een lege blik voor mij uit. ‘Tsuki is waardeloos,’ fluister ik mezelf zachtjes toe. Ik knijp gefrustreerd in de dekens en kan de tranen opnieuw in mijn ogen voelen branden. Mijn blik valt op de zwarte voetbal die zich in mijn kamer bevindt. Misschien kan ik hier weg? Weg van al mijn problemen. Weg van alle minderwaardige blikken. Weg van Gran. Ik duw mezelf overeind en stap op de bal af. Ik raap het ronde voorwerp van de grond en sluit mijn ogen. Op een rustige en ontspannen manier, adem ik in en uit en focus me op een veel betere plek. Een plek waar ik gewaardeerd zal worden en het niet uitmaakt om fouten te maken. Een plek waar vrienden, ook echt vrienden zijn. De aquamarijn kleurige vlakken van de bal, lichten fel op en verblinden mij volledig. Wanneer het licht gedooft is en ik mijn ogen kan openen, is het eerste geluid dat ik hoor, een plons. Voor ik het weet ben ik volledig omringt door water en voel ik mijn lichaam langzaam verder omlaag zakken. Een hopeloze poging om mezelf naar de oever te krijgen, maar door de vermoeidheid werkt mijn lichaam niet mee. Alles voelt zwaar aan en een snak naar adem, zorgt ervoor dat mijn longen zich met water vullen. Mijn zicht wordt waziger en het laatste dat ik kan zien is een schim die op mij af komt zwemmen en zijn hand naar me uitreikt.

Reacties (1)

  • Luckey

    WAt gebeurd er!!!
    Snel verder!!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen