Enkele teamleden kijken elkaar ongemakkelijk aan, maar Mark is ondertussen al bij zijn tweede stuk pizza. “Het is echt lekker, jongens!” zegt hij, denk ik, met zijn volle mond.

Een paar jongens pakken een stuk en kijken er aarzelend naar, maar Axel, die al een half stuk op heeft, knikt naar Mark en dan naar de rest van het team. “Het is echt lekker,” beaamt hij met een glimlach mijn kant op.

Ook Austin kan dat bevestigen. “Maak je geen zorgen, de tweeling heeft het echt goed gedaan.”
Dat overtuigd een groot deel van de groep -als het om eten gaat, is Austin zeker een betrouwbare bron- en al pratend over de wedstrijd en het WK beginnen ze te eten.

Ik kijk Cassi aan en geef haar een high-five. “Zie je nou wel, we kunnen prima koken,” zeg ik zelfvoldaan, tegen niemand in het bijzonder.

“Hebben jullie dit echt helemaal zelf gedaan?” vraagt Xavier, met een te verbaasde uitdrukking op zijn gezicht.

Ik kijk hem verontwaardigd aan, geïrriteerd omdat ik niet kan zeggen van wel - Ik kan niet ontkennen dat Austin ons geholpen heeft.

“Nou…” Cassi zucht. “Austin heeft ons een beetje geholpen,” geeft ze schoorvoetend toe.
"Een heel klein beetje maar, ik heb alleen maar opgelet dat er niets aanbrandde en dat het niet te zout werd. Zij hebben het meeste werk gedaan, echt waar.”

Het feit dat Austin ons geholpen heeft, lijkt degenen die nog altijd aarzelden genoeg gerust te stellen om op de pizzastukken aan te vallen. Axel gebaard naar de plaats naast hem, waar ik ga zitten. “Vergeet niet zelf te eten, Fay. Geniet ervan,” zegt hij met een glimlach terwijl hij een stuk pizza op mijn bord legt.

“Bedankt,” antwoord ik met volle mond, omdat ik meteen aanval. En ze hadden gelijk: de pizza's zijn echt lekker. We zijn hier zeker beter in dan in rijstballen en dat soort gedoe. Italiaans eten is dan ook veel makkelijker te maken dan Japans eten - vind ik tenminste.

“Dus waar kijken jullie het meest naar uit op het WK?” vraagt Mark, die wonderlijk genoeg zijn hele pizza al opgegeten heeft.

“Hm,” peinst Nathan. “We gaan spelers van over de hele wereld ontmoeten en krijgen een kans om tegen ze te spelen. Zo'n kans krijg je echt niet elke dag.”

Jude knikt instemmend. “En het zijn niet zomaar spelers, het zijn de allerbeste teams van de wereld waar we tegen moeten. Er staan ons grote uitdagingen te wachten.”

“We zien eindelijk Paolo weer,” mompelt Cassi met volle mond. “Ik heb hem zoveel te vertellen.”
“En ik kan niet wachten om tegen hem te spelen,” vul ik haar aan. “De Italiaanse selectie zal het ons zeker niet makkelijk maken. Dat wordt vast een fantastische wedstrijd.”

“En het is niet zomaar een tropisch eiland,” merkt Silvia op. “Het staat helemaal in het teken van voetbal. Er zullen heel veel supporters komen, die net zoveel om voetbal geven als jullie.”

“Dit is waarschijnlijk het grootste podium dat we zullen krijgen,” zegt Xavier. “Als we onszelf hier kunnen bewijzen, zijn we officieel de beste spelers van de wereld.”

“Het wordt niet makkelijk, onthoudt dat wel,” zegt Jordan peinzend. “We zullen er keihard voor moeten werken.”

“Natuurlijk,” antwoordt Izzy lachend. “Maar dat moeten we altijd. Het hoort erbij. Als we tot het uiterste gaan, weet ik zeker dat we kunnen winnen.”

“Het wordt nog lastiger dan deze wedstrijd, maar ik denk dat we het kunnen. We hebben veel geleerd van de Fire Dragons,” zegt Axel. “We hebben ons spel in de lucht verbeterd, maar ook onze samenwerking en focus. We hebben zelfs een aantal nieuwe technieken. Onze krachten zijn weer uitgebreid.”

“Vanaf nu gaan we nog harder werken. We spelen op een heel nieuw niveau,” zegt Darren enthousiast. Hij kreeg deze wedstrijd eindelijk een kans om te spelen en echt soepel ging het niet, dus het is geen wonder dat hij zo gemotiveerd is.

“De wereld, hè…” mompelt Shawn. Hij kijkt teleurgesteld naar het verband om zijn been. “Ik weet niet of ik…” zijn stem sterft weg en er valt een grimmige sfeer over de groep.

“We willen allemaal dat je meegaat,” zegt Nathan zacht. Hij werpt een blik op Thor en Hurley. “Jullie allemaal. Zonder jullie in ons team is het niet hetzelfde. En onze verdediging…”

Ik kan niet anders dan instemmend knikken. “We hebben jullie nodig. Het was al een zware wedstrijd, maar het werd nog veel erger doordat jullie niet konden spelen. Zonder jullie kunnen we de verdediging niet dragen.”

“We hebben sowieso weinig verdedigers, dat bleek wel,” mompelt Nathan. “En tegenover een aanvallend team zoals de Fire Dragons konden we dat echt niet gebruiken. Als we weer tegen zo'n aanvallend team moeten spelen, mag dit niet nog een keer gebeuren.”

“Jullie moeten sowieso voorzichtig zijn,” zegt Jude. “Als jullie kunnen spelen met die blessure, moeten jullie wel goed opletten.  We willen niet dat het nog erger wordt.”

“Dat geldt ook voor jou, Jude,” zucht Cassi. “Hoe is het met je knie?”

“Redelijk. Ik kan nog spelen, maar niet op volle kracht, vermoed ik.” Hij werpt een ongelukkige blik op zijn knie. “Gelukkig hebben we wat tijd voor de eerste wedstrijd.” Hij kijkt de andere geblesseerden aan. “En jullie?”

“Met mij gaat het helemaal prima, joh,” zegt Hurley met een brede grijns. “Geen zorgen, ik ben weer helemaal de oude voor de eerste wedstrijd van het WK.”

“Ik denk dat het mij ook wel goed komt. Het doet al veel minder pijn dan daarstraks,” zegt Thor, terwijl hij voorzichtig met zijn enkel draait. “Ik ben snel genoeg weer helemaal de oude.”

De enige die niet zo optimistisch is, is Shawn. Met een verbitterde uitdrukking kijkt hij naar zijn been. “Ik weet het niet,” mompelt hij. “Sorry, jongens. Ik raak altijd geblesseerd op belangrijke momenten.”

Cassi bijt op haar lip, maar neemt dan snel een hap van haar pizza om haar frustraties te verbergen. Dat schuldgevoel zit heel erg diep.

“Jij kunt er niets aan doen. Je had gewoon pech,” zegt Thor geruststellend. “Ik kan het weten, ik zat ook in die Perfecte Zone Druk van ze. Het komt heus wel goed.”

Hij knikt, duidelijk niet echt overtuigd, maar richt zijn blik dan op Mark. “En jij, aanvoerder? Waar kijk jij het meest naar uit?” Het is een duidelijke poging om van onderwerp te veranderen en we weten allemaal wat het antwoord is, maar toch zijn alle blikken -behalve die van Caleb, die niet op is komen dagen, en die van Archer, die een paar stukken pizza heeft gepakt en daarmee naar zijn kamer is gegaan- meteen Marks kant op gericht.

Hij grijnst meteen breed. “Waar ik het meest naar uitkijk? Naar het voetballen, natuurlijk!” Hij propt een laatste stuk pizza in zijn mond en staat op. “Zullen we nog potje spelen?”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen