Vlak voordat mijn dienst begon, rinkelde mijn telefoon. Ik gaf Jackson een begroetend knikje en haalde het ding uit mijn kontzak. Alle kleur trok uit mijn gezicht toen ik zag dat dit het nummer van de kliniek was. Verdomme. Ik wist al precies hoe dit zou gaan. Ik gunde mijn baas een verontschuldigend gebaar en liep door naar de berging om hem op te nemen.
‘ Tristan. ‘ Vermeldde ik kort.
‘ Hey, met Sylvie. Van Grandview. ‘
‘ Wat heeft ze dit keer gebroken? ‘ Vroeg ik met tegenzin. Wanneer mijn moeder een woedeaanval kreeg en niet snapte waar ze was, had ze de neiging om spullen te gooien naar haar verplegers. Helaas moest de rekening betaald worden door haar enige familielid.
‘ Je moet onmiddellijk komen, Tris. Ze weet niet waar ze is en heeft zichzelf opgesloten in haar badkamer. Ze wil niet naar buiten komen. We zijn bang dat ze iets stoms zal doen. ‘
Mijn mond viel open. ‘ Wie heeft dat toegelaten? ‘
‘ Tristan. Je hebt nu geen tijd om over zulke onzinnige dingen na te denken. ‘ Zei Sylvie streng. ‘ Je bent de enige die ze nog kent. ‘
Het was alsof ik vastgenageld stond aan de grond. Dit had mijn moeder nog nooit geflikt. Wat moest ik doen als de situatie uit de hand liep? Mijn handen begonnen verdacht te beven en ik wist even niet wat ik moest zeggen. Ik hing op en draaide me om naar de gesloten deur van de berging. Ik zag een heel scenario aan mijn ogen voorbij flitsen. Mijn moeder in een kist. Dat beeld zorgde ervoor dat ik eindelijk in beweging kwam. Ik smeet de deur met zo veel kracht open dat Jackson, en zelfs een aantal stamgasten geschrokken opkeken. De woorden die mijn lippen verlieten klonken verward. Ik wist zelf niet eens wat ik wanhopig aan mijn baas probeerde te verklaren. Het enige wat ik doorhad, was dat hij toestemde met mijn haastige vertrek. Ik stormde de bar uit, richting het metrostation. Zodra het me opviel dat bijna geheel San Diego de metro in probeerde te komen, draaide ik me om en rende zo snel als ik kon naar mijn bestemming. Ik knalde tegen verschillende mensen op, maar kon het me niet opbrengen om mijn verontschuldigingen aan te bieden. Twintig minuten later stormde ik hijgend Grandview Medical Centre in. De vlekken dansten voor mijn ogen. Vanuit mijn ooghoeken zag ik Sylvie met een verbaasde blik achter de balie zitten. Ik stormde de trap op die leidde naar mijn moeders kamer. Toen ik de ruimte binnenstormde was ik al te laat. Mijn moeder werd krijsend met moeite door de ambulancemedewerkers op een brancard gedrukt.
‘ Laat me los! Wie zijn jullie? ‘ Haar gegil deed bijna pijn aan mijn oren. Ze haalde uit naar een verpleger die net iets te dichtbij stond en raakte hem recht in zijn gezicht. Het bloed spoot op zijn shirt, de brancard en mijn moeders gezicht.
‘ Mam? ‘ Mijn stem trilde meer dan ik had gewild.
Haar hoofd schoot omhoog. Dankzij de afleiding was het mogelijk voor het personeel om haar te overmeesteren. Misschien had ik mijn mond moeten houden, want toen ze mij zag sloeg ze een onuitstaanbaar gejammer uit. Ik wierp mijn blik op de badkamerdeur, die inmiddels op halfzeven hing. In de hoek van een kamer zat een verpleegster met een flinke snee in haar voorhoofd tussen het gebroken glas. Waar kwam dat vandaan? In een oogopslag zag ik dat haar kamerraam aan diggelen lag. Ik kon de zee nu niet alleen zien, maar ook horen.
‘ Tristan? ‘
De ogen van de vrouw voor me waren zo groot als schoteltjes. Haar haren zaten compleet door de war en ze had in haar broek geplast. Mijn moeder leek op een wild dier. Ik sloeg mijn ogen neer. Ik kon het simpelweg niet aanzien. De ambulancebroeders tilden haar zonder moeite op en liepen vlug langs me heen. Ik deed een stap achteruit en knalde met mijn rug hard tegen de muur. Toch voelde ik niets. Waarom voelde ik niets? Ik was het gewend om emoties te onderdrukken, maar nu had ik het gevoel dat ik boven mijn eigen lichaam zweefde. Het enige wat ik nu nog hoorde was het gegil uit het lichaam waar ooit mijn moeder had ingezeten. Ik begroef mijn nagels in mijn handpalmen en had niet door wanneer ik begon te bloeden. Ik gleed langzaam naar de grond en staarde voor me uit. In mijn achterhoofd wist ik dat ik op moest staan. Ik wist dondersgoed dat ik in beweging moest komen. Ik moest mee naar het ziekenhuis. Jammer genoeg bleef het stemmetje in mijn achterhoofd me vertellen dat het toch geen zin had. De persoon die haar gehele leven voor me had opgegeven was langzaamaan aan het verdwijnen en ik had geen idee wat ik ermee aan moest.

Reacties (2)

  • Luckey

    Als nog respect voor hem
    De meeste zouden al lang zulke mensen opgeven maar hij blijft der steunen
    Is ook een moeilijk proces dit

    2 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Oh my God, dit is echt zo ontzettend zielig. Ik ben echt sprakeloos. We moeten afspraken gaan maken over in hoeverre je mijn hart mag breken op mijn luie zondagmorgen!xD
    Nee, grapje, het is echt een heel mooi hoofdstuk!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen