“Cassi!” roep ik verontwaardigd als mijn zusje eindelijk de keuken binnenstapt, waar ik al een flinke tijd met opruimen bezig ben. “Waar heb je gezeten? Je kunt me dit niet alleen laten doen!”
Ze geeft me een vermoeide blik. “Sorry, Fay,” mompelt ze en het klinkt verbazingwekkend oprecht. “Ik wilde nog even met Shawn praten… voor we weggaan enzo.”

Ik zucht diep en leg mijn afwasborstel neer. “Het is… zeker dat hij niet mee gaat, hè?” vraag ik zacht.

Cassi knikt. “Die blessure is behoorlijk ernstig. Hij heeft zijn rust echt nodig.”

“Het is oneerlijk,” zucht ik. “Dit is ook zijn droom. Eén blessure en alles is van hem afgepakt. Die Fire Dragons…” Ik klem gefrustreerd mijn kiezen op elkaar en ga door met afwassen.

Cassi blijft afwezig in de deuropening staan en reageert niet totdat ik een theedoek in haar gezicht gooi. Zwijgend begint ze de borden die ik afgewassen heb af te drogen en terug in de kasten te zetten. Geen pogingen om een watergevecht te starten, geen enthousiasme over Paolo weer zien.

“Jeetje, Cass, is er iets? Was het echt zo'n heftig gesprek?” Ik kijk haar bezorgd aan. “We zien Shawn echt wel weer terug, hoor. Daar hoef je je geen zorgen over te maken. Weet je wat? We wassen alles snel af en dan bellen we Paolo. We hebben hem ten slotte nog goed nieuws te vertellen.”

Ze knikt en lijkt weer iets van haar energie terug te krijgen zodra het over Paolo gaat. “Waarschijnlijk weet hij het allang. Hij heeft de wedstrijd vast gekeken. Tenminste, dat hoop ik.”

Ik knik instemmend. “Vast, maar wij horen het hem alsnog te vertellen. En sowieso is hij vast blij om weer iets van ons te horen.” Ik maak het laatste bord schoon en begin de overgebleven terug in onze tassen te stoppen. “Bovendien, ik ben benieuwd naar de vorderingen daar. Dit zal waarschijnlijk ons laatste telefoongesprek met hem voor de komende tijd worden.”

Cassi lacht zachtjes. “Dat geeft niet. Ik heb hem sowieso liever naast me dan aan de andere kant van de wereld.” Ze legt haar hand om haar medaillon en grijnst. “Dan kan ik hem ten minste een por geven als hij een stomme opmerking maakt.”

“Goed punt.” Ik zucht diep. “Opeens is het zo dichtbij.”

Ze knikt instemmend. “Eindelijk. De wereldtitel is in zicht.”

“Niet te hard van stapel lopen,” lach ik. “We moeten Orpheus nog verslaan. En een hoop andere teams natuurlijk.”

“De wereldtitel is in zicht, maar wel in de verte,” corrigeert ze zichzelf. “Dat geeft niet, we komen er wel.” Ze zet het laatste bord in de kast en kijkt de keuken rond. “Ik denk dat het zo wel goed is.

“Zullen we Paolo gaan bellen?” Ze wacht mijn antwoord niet af, maar is al onderweg naar onze kamer.”

“Ja, ik kom eraan,” roep ik, terwijl ik achter haar aan de trap op snel.

Eenmaal boven toetst ze Paolo’s nummer in. Er is een tijdsverschil van zeven uur, dus het zal daar ongeveer lunchtijd zijn nu, wat betekent dat hij vast zijn telefoon wel bij de hand heeft.

En ja, hij neemt al snel op, in zijn relatief goede Japans. “Cassi! Ik heb jullie wedstrijd gezien, je was fantastisch! Dat schot met Xavier was echt heel gaaf. Is Fay er ook?”

“Ja, ik ben hier,” antwoord ik in het Italiaans, om het hem wat makkelijker te maken en omdat het zo raar voelt om Japans te praten met hem. “We gaan naar het WK, Paolo! We komen eraan.”

“Ik weet het, nog even wachten en dan zien we elkaar weer.” Hij klinkt net zo enthousiast als ik me voel. “Jullie hebben het wel spannend gemaakt, zeg. Het was tot het allerlaatste moment spannend.”

“Dat maakt niet uit, waar het om gaat is dat het ons gelukt is,” antwoordt Cassi. “We gaan naar het WK!”

“Het wordt fantastisch,” lacht hij. “Trouwens, was die blonde jongen uit de Koreaanse selectie niet de aanvoerder van het team waar jullie in de finale van het frontier toernooi tegen speelden?”

“Ja, dat is Byron. Sinds hij geen doping meer gebruikt en eerlijk speelt, kunnen we het goed met hem vinden,” antwoord ik. “Trouwens, die roodharige jongen van de Fire Dragons is-"

“- een kennis van ons,” zegt Cassi met een kwade blik op mij.

“Een kennis?” vragen Paolo en ik in koor. Ik grijns, wat me een stomp oplevert.

“Ja, een kennis,” besluit Cassi resoluut.

“Wat leuk,” grinnikt Paolo. “Komt hij kijken op het WK?”

“Ik weet het niet,” zegt Cassi. “Misschien wel.”

“Ik mag hopen van niet,” mompel ik zachtjes in het Japans, zodat Paolo het niet goed meekrijgt. Het levert me nog een boze blik op van Cassi, maar ze gaat er verder niet op in.

“Trouwens,” zegt Paolo. “Ik heb goed nieuws, denk ik.”

“Denk je?” vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen, hoewel hij dat niet kan zien.
“Ja, het is hoe je het bekijkt,” legt hij uit. “Het is… Nou ja, ik ben tot aanvoerder van Orpheus benoemd.”

“Dat is fantastisch, gefeliciteerd!” roepen Cassi en ik in koor.

“Ja, het is natuurlijk geweldig, maar ik weet niet hoe geschikt ik ervoor ben,” zucht hij. “Ik ben niet Christopher.”

“Dat is waar, maar dat betekent niet dat jij niet de aanvoerder kan zijn,” zegt Cassi meteen. “Ik weet zeker dat je het kan.”

“Bedankt,” klinkt het vanaf de andere kant van de lijn, duidelijk opgelucht.

“Waarom is Christopher eigenlijk niet de aanvoerder?” vraag ik. “Is alles goed met hem?”

“Ja, volgens mij wel. Hij heeft geen blessures, voor zover ik weet, dus daar zal het niet aan liggen.” Paolo zwijgt even. “Hij is uit het team gegaan. Tijdelijk, maar hij speelt in ieder geval de eerste wedstrijden van het WK niet mee. We weten niet wat hij gaat doen of wanneer hij terugkomt. Het was nogal plotseling.”

“Ik had hem graag weer eens willen zien,” zucht Cassi teleurgesteld. “Ik heb hem al zolang niet gesproken.”

“Ik weet zeker dat hij jullie ook graag wil zien. Hij komt vast snel terug.” Hij zwijgt even. “Maar eh, ik wilde eigenlijk net gaan eten, en wij hebben zo nog een laatste training voor we vertrekken vanavond, dus ik moet opschieten. Jullie vertrekken morgenochtend, toch?”

“Ja, dus waarschijnlijk zijn jullie al op het eiland tegen de tijd dat wij aankomen,” zegt Cassi.
“Dan is ons volgende gesprek dus daar,” lacht hij. “Tot op het WK! En doe mam de groeten van me, hè. Ciao!” Met die woorden hangt hij op.

Ik kijk Cassi aan en lach. “Het is zover,” is het enige dat ik in mijn opwinding uit kan brengen.
Ze knikt, net zo enthousiast. “Eindelijk.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen