In plaats van te reageren op mijn opmerking, draaide Espen zich om en begon weg te wandelen. “Waar ga je heen?” riep ik hem na.
      “Dit gebouw heeft meer dan één deur.”
“Nee, echt?” zei ik sarcastisch, ook al was dat inderdaad nog niet in me opgekomen. Als ik in paniek was, kon ik vaak het grotere plaatje niet zien. En vastzitten op een parkeerplaats die naar afval en benzine rook samen met een jongen die geen zin kon vormen van meer dan drie woorden? Een goede reden om in paniek te raken.
      Ik haalde hem in, probeerde zijn pas bij te houden. Volgens mij wandelde hij expres zo snel om me kwijt te raken, maar dat was belachelijk.
      Ik keek op mijn gsm. “Het is al zeven voor negen”, zei ik. “We gaan te laat komen.”
“Tijd genoeg”, was zijn eloquente antwoord.
“Als jij het zegt.” We waren nu de hoek om, waar er terug mensen waren. Ik was even opgelucht, tot ik besefte dat er een mogelijkheid was dat mijn vriendinnen me zouden zien. Samen met Espen. Of erger: iemand anders kon ons zien en van het ergste uitgaan. Ik wist dat dat was wat ik zou denken.
      Afgaand op het feit dat hij nu al drie deuren voorbij was gelopen, nam ik aan dat zijn plan veranderd was en dat hij langs de hoofdingang naar het juiste spoor wou gaan. De hoofdingang, waar mijn vriendinnen zich gezet hadden zodat ik hen terug zou vinden.
      “Laten we hier binnen gaan”, zei ik snel bij de volgende deur.
“Deze weg is sn-”
“Nee, dit is sneller. Ik weet het zeker.” Toen hij niet onder de indruk leek, voegde ik eraan toe: “Ik kom hier vaker. Bijna elke maand.”
Voor hij iets kon zeggen, opende ik de deur en ging het station binnen. Hij moest zelf maar beslissen of hij zou volgen of niet.
      Ik was aan het rennen nu, want het was twee voor negen. Na een paar seconden haalde Espen me in en ik probeerde te negeren hoe grappig hij eruit zag als hij rende.
      “Naar welk spoor moeten we?” vroeg ik een beetje te luid. Een paar voorbijgangers keken me kwaad aan, alsof ze nog nooit iemand gehaast hadden gezien op een treinstation.
      “Vier”, riep Espen terug. Ik vroeg me af hoe zijn stem zo stil klonk, zelfs wanneer hij riep. Alsof hij precies wist hoe luid hij moest praten om nét boven het geluid rondom hem uit te komen.
      We renden de trap op naar het perron, ik eerst en hij een paar stappen achter me, tot de trein in beeld kwam en de rest van de groep. Ze waren al binnen aan het gaan, maar we hadden het gehaald.
      Terwijl ik stond aan te schuiven om een wagon binnen te gaan, zag ik uit mijn ooghoeken Espen staan. We waren allebei aan het hijgen.
      “Dat was gezellig”, zei ik hem. “Moeten we vaker doen.” Hij antwoordde niet.
Niet veel later vond ik mijn vriendinnen, die een plaats hadden opengehouden door er een tas op te zetten. Ik plofte neer op de zetel en legde mijn hoofd op de schouder van Eliane.
      “Waar bleef je?” vroeg ze.
      “Klein avontuurtje.” Mijn grijns moest hun aandacht gewekt hebben, want ze leunden een beetje naar voren. “Ik was net klaar met mijn binnenkant uit te kotsen-” Gwen sloeg mijn schouder bij het horen van de details en ik lachte, “- en ik ging naar buiten voor wat frisse lucht en opeens stond Espen daar. Wiet te roken.”
      Hun monden vielen open, ogen werden groot. Iemand die wiet rookte was normaal geen groot nieuws, maar dit was Espen. “Oh mijn god”, zei Kato.
      “Maar niet doorvertellen”, waarschuwde ik. “Die arme jongen gaat gewoon door een fase. Komt in opstand tegen het systeem.”
      “Oh mijn god”, zei Kato nog een keer. We lachten tot onze kater weg was, tot het gespreksonderwerp veranderde.
      Nee, het parlement in Brussel bezoeken was niet ons voorbeeld van een perfecte dag, maar dit soort dingen horen was waarom we zo van uitstapjes hielden. Het was een manier om te ontsnappen aan de misselijkmakende eentonigheid van het dagelijks leven. Plus, er gebeurde niets interessants achter schoolbanken. Wanneer je mensen weghaalt van de plaats waar je ze gewoon bent, dan pas leer je hen echt kennen.
      Gedurende de rest van de dag probeerde ik Jens zo goed mogelijk te negeren, maar tegelijk toch naar hem te staren. Elke keer dat ik zijn blik ving, kon ik van zijn gezicht aflezen dat hij precies wist waar ik mee bezig was, maar dat maakte het nog fijner. Espen zag ik niet meer. Om acht uur ‘s avonds was ik thuis en moe genoeg om een week te slapen.

Toch nog een hoofdstuk want wie leert er nu voor de examens???

Reacties (2)

  • Donwell

    I swear to god dat jij stiekem bij mij op school zit. Alles wat je schrijft is zo ontzettend herkenbaar jezes. En toch is het zo vernieuwend en fijn om te lezen. Fuck de examens en schrijven maar, toekomstige bestseller-auteur.

    3 jaar geleden
    • aphasia

      DSFJKJD DANKJE

      3 jaar geleden
  • Frodo

    Ik vind het hoofdpersonage echt geen fijn persoon haha maar dat maakt het juist zo leuk om te lezen. In andere verhalen zijn ze meestal de goedheid zelve. Dit verhaal is een welkome afwisseling.

    3 jaar geleden
    • aphasia

      Hahaha begrijp ik, ze is niet bepaald aangenaam

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen