Opstaan de volgende ochtend was moeilijk. Zo moeilijk zelfs dat mama me moest komen wakker maken om kwart voor acht, handdoek op haar hoofd en tandenborstel in haar mond.
Ze zei niets, maar zelfs doorheen mijn samengeknepen ogen kon ik de afkeurende frons op haar gezicht zien.
      “Ik sta al op”, zei ik, mond tegen mijn kussen gedrukt. Ik had het oké gevonden moest ik erin gestikt zijn, echt waar.
Snelle douche, kleren aan, geen make up. Behalve lippenstift dan - dat altijd.
      Mama zat aan tafel koffie te drinken toen ik beneden kwam. Ze had die blik op haar gezicht die me vertelde dat er haar iets dwars zat, en ik kon meerdere mogelijkheden bedenken.
      “Goeiemorgen”, zei ik, waakzaam. De slaap had mijn hoofd nog niet verlaten, maar ik had geen tijd meer voor koffie. Ik ging tegenover mama zitten en begon mijn boterham te eten.
      “Camille.” Ze wreef met een hand over haar voorhoofd. “Je hebt al twee dagen je pillen niet genomen.”
Ik lachte. “Houd je nu nog altijd de tel bij? Greet zei-”
“Greet weet niet alles”, onderbrak ze me. Haar stem sloeg bijna over - een teken dat ik haar toch echt moest laten praten. “Ze zei dat ik je moest loslaten, ja. Maar dan moest jij de verantwoordelijkheid opnemen om ervoor te zorgen dat ik dat met een gerust hart kon doen. Je medicatie nemen is één van de enige dingen die ik je vraag. Het gaat hier om je gezondheid, daar kan je niet zomaar mee spelen.”
“Ik ben het vergeten, oké? Ik was moe gisteren en eergisteren… Ik ben het gewoon vergeten. Sorry.”
Ze nam een slok van haar koffie. “En het heeft ook niks te maken met het feestje bij Thomas?”
Ik negeerde de drang om weg te rennen en naar school te vertrekken, hoewel alles in me schreeuwde dat dit fout zou lopen. “Wat?”
“Ik heb gepraat met Ria. Ze zei dat haar zoon een slaapfeestje had gehouden, dat hij gisteren vrijaf had.” Jezus, wat was Thomas ook een slechte leugenaar. “Niet elke ouder is zo naïef.”
“Sorry, mama”, mompelde ik.
Ze zuchtte. Volgens mij moest ze bijna huilen. “Ja. Ga nu maar naar school.”
      Mijn benen trilden toen ik mijn fiets nam en mijn rugzak voelde te zwaar. Het had niet zoveel pijn mogen doen, ik bedoel, ik was ermee weg gekomen zonder al te veel drama. Maar dat haalde niets weg van het feit dat mama nog steeds kwaad en bezorgd was en dat ik dat veroorzaakt had zonder te weten waarom. Ik wist niet waarom ik soms mijn medicatie niet nam en soms een te hoge dosis. Ik wist niet waarom het me zo weinig kon schelen.
      Mijn hoofd voelde nog dof tot ik bij de kerk aankwam, waar Kato en Gwen op me wachtten. Ze zwaaiden naar me en ik glimlachte. “Sorry dat ik te laat ben.”
Kato wuifde het weg. “We gaan wel wat sneller moeten fietsen vrees ik. Meneer Tuytens is mijn hoofd al kotsbeu.”
"Die arme man doet niets anders dan jouw excuses om te laat te zijn noteren", lachte Gwen.
      Het was niet moeilijk om de overstap te maken - om thuis te vergeten als ik op school was. Ik kon alles uitzetten, als ik wou, tot er alleen maar grijnzen en lachen en inhoudsloze gesprekken overbleven. Het was niet moeilijk, maar het gevoel ging nooit weg. Niet helemaal.

Kort stukje maar mijn aandacht vandaag moet vooral naar Marx uitgaan, mijn excuses ;-)

Reacties (2)

  • Frodo

    Ik krijg echt niet genoeg van jouw schrijfstijl :3 doe Marx de groetjes!

    2 jaar geleden
  • Donwell

    Leuk leuk leuk. Veel succes met je examens, kiddo. c:

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen