Foto bij 16.

Lenna Parker

De tranen lopen over mijn wangen, zo hard ben ik aan het lachen. Ik veeg ze onder mijn ogen weg als mijn telefoon gaat, ik zie mijn tante haar nummer verschijnen en meteen stop ik met lachen. Ze belt niet als het niet nodig is, ik ga naar de gang en neem op. "Tante?" "Lenna slik Scott wou niet dat ik jullie belde, maar jullie moeten slik naar Beacon Hills komen. Het stikt hier van de Hunters" Het lijkt alsof ze een marathon gelopen heeft, "Hoe bedoel je? Wat is er aan de hand dan?" Vraag ik haar "Een doorgedraaide leerlingenbegeleidster heeft een hele jacht opgestart. De Deadpool lijkt weer begonnen alleen krijgt niemand er geld voor. Je moet ze echt komen, ik moet nu gaan maar kom alsjeblief." Nog voor ik iets kan antwoorden heeft ze al afgelegd, ik ga de eetkamer weer in en meteen is iedereen stil. "Wat is er aan de hand?" Vraagt Chloë, ik slik even en kijk Isaac aan. "We moeten naar Beacon Hills, ze hebben ons nodig." "Hoezo? Wat is er gebeurd?" Vraagt hij dan, meteen is hij bloedserieus. Ik vertel hem wat mijn tante heeft gezegd en hij schud zijn hoofd, "Scott heeft ons ook altijd geholpen en beschermd, we zijn een sterke Pack en een groot aantal. We gaan." Zegt hij en ik kijk de groep rond, iedereen stemt in. Enkel de kinderen, ja we hebben er nu kinderen bij in de Pack. Deze hebben we toen uit de pijpen gehaald een paar maanden terug, blijven bij Grace en Henri. We besluiten om morgen te vertrekken naar Beacon Hills, we beginnen met inpakken en daarna gaan we naar bed om morgen bij zonsopgang te kunnen vertrekken. "Hoe vinden de Hunters hun toch steeds?" Vraag ik Isaac, "Geen idee, ik denk dat ze te onvoorzichtig zijn misschien." Beantwoord Isaac me, ik kruip dicht tegen hem aan en luister naar zijn rustige hartslag.

Ik controleer het laatste en sluit het huis dan af, ik geef Henri de sleutels en zeg dan gedag tegen de achter blijvers. "Jullie moeten beloven van allemaal terug te komen." Zegt Grace dan als een echte moeder en heel de bende van veertien wolven die haar bevestigen dat ze terug zullen komen. We stappen mijn auto in omdat deze toch comfortabeler is als de truck, wij rijden met ons twee omdat we eerst even bij mijn tante willen stoppen om de schade op te meten. We hebben ook geleerd om allemaal onze geur te verdoezelen dat niemand ons zou kunnen ruiken, iedereen kan met een wapen omgaan en ik heb Cameron geleerd om met pijl en boog te schieten. Ons plan is om als "Hunter" voor te doen en ze zo uit de weg te ruimen, ik leg mijn hand op Isaac zijn been en hij kijkt me glimlachend aan. We gaan om de beurt rijden omdat het toch een hele trip is, onderweg wordt er gestopt om te tanken en te eten. "Hoe lang moeten we nog rijden?" Vraagt Cameron tijdens het eten, "Nog een halve dag, maar wij stoppen eerst bij mijn tante om de schade op te meten." Vertel ik hem en hij knikt. Hij neemt nog een hap van zijn hamburger en ik moet glimlachen, hij is de jongste maar hij is zo sterk en hij zal alles doen om zijn familie te helpen. We rekenen af en stappen terug in de auto's, ik stap in aan de chauffeurs kant en rijd de wagen naar Beacon Hills. Als de avond valt rij ik Beacon Hills in en zelfs met gesloten ogen kan ik zo naar het huis rijden, ik parkeer op mijn vaste plaats en kijk Isaac even aan. Hij geeft een bemoedigend kneepje in mijn been en we stappen uit, het is akelig stil in de straat maar toch bel ik aan. Wat gestommel klinkt langs de andere kant van de deur voor deze wordt geopend, "Lenna!" Mijn tante trekt ons meteen in een omhelzing en laat ons binnen, we gaan aan de keukentafel zitten en meteen krijgen we wat te drinken. "Scott zal blij zijn jullie weer te zien, Hayden, Kira en Ethan zijn een tijd geleden vertrokken. Nog voor dit hele gedoe is begonnen." Verteld mijn tante "We gaan dadelijk naar hem toe, enkel zijn we niet alleen gekomen en moeten we behoorlijk wat slaapplaatsen hebben." Meld ik, mijn tante kijkt me vragend aan, "We hebben een grote Pack ondertussen." Isaac kan een kleine glimlach niet onderdrukken, "Met hoeveel zijn jullie?" Vraagt mijn tante dan opnieuw, "Normaal met twintig maar we zijn met veertien hier." Beantwoord Isaac haar en haar ogen worden groot, "We moeten nu wel naar Scott." Ik sta op en Isaac volgt me, we zeggen gedag tegen mijn tante en rijden verder naar waar we Scott kunnen vinden. Ik sms naar de andere waar ze ons moeten ontmoeten en voor ik het besef parkeert Isaac de wagen voor onze oude school. "Ik ruik ze al van vijf kilometer ver." Hij rolt met zijn ogen en we gaan de auto uit, we gaan naar het Lacrosse veld waar Scott is met zijn pack. Ik kijk even naar Isaac die duidelijk herinneringen ophaalt, ik glimlach naar hem en kijk dan weer voor me. Het is Stiles die me als eerste ziet, ik glimlach naar hem en hij schud even zijn hoofd. De anderen volgen Stiles zijn blik en dan kijken de andere ons ook aan, Malia komt naar me toe en ik sla mijn armen om haar heen. "Lenna! Ohn wat ben ik blij je te zien, waar waren jullie al die tijd?" Ratelt ze, ik laat haar los en bekijk haar even. "Waar is je lange haar naartoe?" Vraag ik haar dan lachend, ze rolt met haar ogen en dan is het Lydia die ons verstoord, "Je bent getrouwd?" Vraagt ze vol ongeloof en meteen kijkt iedereen ons vol ongeloof aan. "Ja een tijdje terug, maar het was heel bescheiden ik had niet eens een jurk." Lach ik en kijk Isaac aan, "Maar dat terzijde, wat is hier allemaal aan de hand?" Vraag ik de groep, Scott zucht "Je tante heeft gebeld." Hij verteld ons wat er gaande is en het is dus erger dan we hadden gedacht. Ik hoor dat de andere aan komen en duidelijk hebben de andere dat ook gehoord, "Ze komen eraan." Zegt Liam en wil al omdraaien, "Nee, ze horen bij ons." Zegt Isaac dan als we ze alle veertien het veld op zien wandelen, "Waar hebben jullie gezeten?" Vraagt Lydia dan, "Texas." Antwoord ik met een lach, "Wel dat zijn veel jonge cowboys die hopelijk een wapen kunnen hanteren." De altijd sarcastische Stiles is nog niets veranderd, "Het zijn cowboys en girls maar ook nog iets anders." Meld ik en ik laat mijn ogen gloeien naar hen, veertien paar ogen lichten ook blauw of goud-geel op. "Wie is Alpha?" Vraagt een jongen die ik niet ken, alle ogen zijn gericht op Isaac die zijn ogen Fel rood laat oplichten. "Jij bent alpha?" Stiles kan de verbazing niet verstoppen, Isaac zijn ogen veranderen terug naar hun normale kleur, "We zijn hier om te helpen dus wij hebben versterking bij. We hebben ook al een plan." Vertel ik ze, "Maar dat bespreken we ergens anders." Zeg ik er nog achterna, we gaan allemaal het veld af en gaan naar de dieren kliniek. “ Dus wat is je plan?” Een of andere Theo heeft zich bij de groep gevoegd, “Het plan is dat onze wolven integreren in de groep van de Hunters en deze zo uitschakelen, Gerard kent mij dus dan is de link naar Lenna snel gemaakt. Wij vechten dus aan jullie kant.” Verteld Isaac de groep. “Jake zal de leiding nemen binnen de groep die niet bij ons is.” Ga ik verder. “En hoe denk je om tegen meer dan 100 Hunters het op te nemen?” Het is Theo die spreekt. Wat is hij toch een vervelend joch. Ik geef hem een boze blik. “Op onze manier lossen we dit op.” Bijt ik hem toe. “Het plan is al begonnen vanf het moment dat we naar Beacon Hills kwamen. Doe gewoon wat we zeggen.” Isaac richt zich tot Scott, “Jullie hebben geen idee wat hier allemaal gebeurd is ondertussen. Wij hebben veel meer ervaring met dit soort situaties.” Oh Scott toch. “Wij weten van de Dread doctors[/] en de The Wild Hunt en de Oni’s en Void Stiles. Wij hebben hier ook onze bronnen en nee niet mijn tante.” Ze lijken allemaal uit het veld geslagen dat ik dit allemaal weet. Het was Deaton die me alles heeft verteld, we hebben contact gehad toen Isaac net alpha was. “We weten wat we doen.” Bevestigd Isaac me. We laten de andere achter en gaan de kliniek uit, we gaan naar het oude huis van Isaac die blijkbaar nog leeg staat. “Ben je zeker dat je hier wil blijven?” Vraag ik hem, we gaan door de achterdeur naar binnen. Het is de eerste keer dat ik hier binnen kom en de geur van angst hangt hier nog steeds. "We moeten ergens blijven dat niet bij je tante is." Isaac doet het licht aan en ik kijk even rond, ik kom in de keuken en zie dat er nog scherven op de grond liggen. Isaac is vermoedelijk naar zijn kamer en ik ga opzoek naar een borstel en blik, ik begin met opruimen zodat het hier toch een beetje leefbaar is. Als de keuken weer degelijk is ga ik naar de woonkamer, hier is duidelijk nog veel werk maar ik ga niet stofzuigen om tien uur 's avonds. Ik ga wat verder tot ik naast de trap bij een deur kom, de geur van angst is hier nog sterker aanwezig. Ik raak in een soort trance en wil de deurknop vast nemen, "Moeten er no-" Isaac zijn stem stopt als hij ziet wat ik wou doen, ik trek mijn hand snel weg en schud mijn hoofd. "Sorry, ik-." "Het is wel goed, er is toch geen plek in dit huis dat ik me volledig gerust voel. Ga maar als je echt wil." Isaac slikt en ik doe een stap bij de deur weg, "Je nachtmerries zijn al erg genoeg, kunnen we niet beter een hotel nemen?" Probeer ik nog eens, "In een hotel zijn we te ver weg van onze pack." Beargumenteerd Isaac en ik weet dat hij gelijk heeft, ik glimlach naar hem en stap in zijn richting. Ik sla mijn armen om hem heen en zijn armen komen rond mijn middel, "Je bent zo een sterk persoon. Het plan zal werken." Brabbel ik tegen zijn borst, ik hoor zijn hartslag en het brengt me volledig tot rust. "Gaan we proberen te slapen? Morgen zal een lange dag worden." Verteld Isaac me en ik stem in, ik volg Isaac naar zijn oude kamer. Het is erg leeg en het voelt koud aan, geen vrolijkheid of niets. Ik kleed me snel om en ga bij Isaac in bed liggen, ik sluit mijn ogen en probeer de slaap te vatten. Ik hoor dat Isaac in slaap is gevallen, ik ga het bed weer uit en ga toch nog een kop thee drinken beneden. Ik ga de trap zachtjes af en zet de waterkoker aan, ik zoek naar een zakje thee maar ik zie dat deze leeg is. Ik vloek binnensmonds en trek alle kasten open, ik draai me om op mijn hielen en dan valt mijn blik weer op de deur naast de trap. Ik luister nog eens naar Isaac zijn hartslag en deze is rustig laag wat dus aangeeft dat hij nog slaapt, ik trippel naar de deur en ik neem de deurknop vast. Een rilling gaat door me heen maar toch draai ik de knop om, ik open de deur en kijk naar het donkere gat dat zich voor me bevind. Ik doe het licht aan en een trap wordt verlicht, voet voor voet ga ik de trap naar beneden. Ik kijk even rond en mijn blik valt op de diepvriezer, bibberend steek ik mijn hand uit en ontmoeten mijn vingers het koude metaal van het hangslot. Ik voel een brok in mijn keel vormen maar toch open ik de vriezer, mijn ogen vinden alle krap afdrukken. Tranen komen in mijn ogen te staan en ik sla mijn hand voor mijn mond, Isaac had me dit verteld maar als ik het nu met mijn eigen ogen zie is het nog tien keer zo erg. Ik laat de vriezer weer dicht vallen en ik zak op mijn knieën, ongecontroleerd begin in te huilen en snikken. Mijn ogen gaan verder door de kamer en ik zie nog een stuk gelagen tv, speelgoed dat volledig kapot is. Wat voor een monster was Isaac zijn vader? Ik kruip terug naar de trap en ga deze omhoog, nog steeds ben ik hard aan het huilen. Ik slaag erin boven te geraken, ik doe het licht uit, de deur sluit ik weer en ik leun er tegen aan. Beelden verschijnen voor mijn zicht over hoe bang Isaac was, hoe hij geschreeuwd heeft om hulp en dat hij smeekt dat hij zou stoppen. Ik probeer weer rustig te worden en zo snel ik kan probeer ik mijn tranen te verwijderen. Jammer genoeg ben ik te laat want Isaac zit al op zijn knieën naast me, "Ik kan hier echt niet blijven, het doet me zo veel pijn te weten wat jij hier allemaal hebt meegemaakt." Snik ik, Isaac streelt geruststellend door mijn haren. "We nemen onze spullen en gaan goed?" Hij helpt me recht en veegt mijn tranen weg, hij geeft me nog een kus op mijn haren en we nemen snel onze spullen. We stappen in de auto en rijden naar een gebouw, Isaac trekt me mee naar boven. "Wat is dit?" Vraag ik, "Hier heb ik ook even gewoond." Verteld hij me en opent sluit de schuifdeur achter ons.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen