Foto bij O35 • Chaos

Rose Evergreen

Ik heb mijn armen onder mijn hoofd gevouwen terwijl ik naar het plafond kijk en de tranen één voor één over mijn wangen naar beneden voel rollen. Ik geloof dat het kwart voor vijf in de ochtend is, maar het voelt aan alsof ik hier al eeuwen lig.
Vlak nadat Ethan de naam van dat meisje zei, stopte hij met woelen en verscheen er zelfs een glimlach om zijn lippen. En hoewel ik me de hele tijd afvraag wie die Emily kan zijn, heb ik er maar één verklaring voor. Het zou in elk geval verklaren waarom hij opeens stopte met wat we gisterenmiddag deden en waarom hij me al de hele tijd zo op afstand probeert te houden.
Hij heeft iemand. Een geliefde. Iemand die hij tijdens de apocalyps wellicht is kwijtgeraakt of iemand die het met hem uitgemaakt heeft en waar hij liefdesverdriet om heeft. Hij probeert over haar heen te komen en hij dacht dat te doen door mij te gebruiken. Daarom stopte hij opeens, daarom ging hij niet verder. Hij voelde misschien wel een schuldgevoel opkomen tegenover haar of tegenover mij en daarom is hij er niet mee doorgegaan.
Ik snuif. De kans lijkt me klein dat hij gestopt is omdat hij zich schuldig voelde tegenover mij, aangezien hij direct besloot dat het van mijn kant uit gezien stom was om erover door te gaan. Nee, hij voelde zich waarschijnlijk schuldig tegenover háár. En ik weet dat het oneerlijk is omdat ik haar nog nooit gezien heb en zij niet eens van mijn bestaan weet, maar ik kan niet anders dan haar haten.
Plotseling schrik ik. Mijn vingers verkrampen op diezelfde manier zoals gisteren toen ik aan dat aanrecht stond en ik bijt hard op mijn onderlip. Ik had niet van mezelf verwacht dat ik zo ver kon gaan in mijn gevoelens voor hem. Ik wilde dat het, net zoals bij hem het geval duidelijk schijnt te zijn, emoties waren die ik uit kon schakelen, waar ik me gemakkelijk overheen kon zetten. Nu weet ik dat dat niet zo is.
En als ik in zijn buurt rond blijf hangen, gaat dat waarschijnlijk ook niet gebeuren. Ik kom langzaam overeind terwijl een radicaal idee zich opeens ontwikkelt in mijn hoofd. Wat als ik nou…
“Rose?”
Mijn hart lijkt wel even stil te staan. Ik zit nog steeds in een zittende houding, mijn handen verkrampt in mijn schoot liggend en mijn ogen wijd open. Ik knipper met mijn ogen en kom weer langzaam tot mijn positieven. Als ik mijn hoofd naar rechts draai, zie ik dat Ethan in de deuropening staat.
Ik merk ook op dat het licht geworden is en dat het zonlicht langzaam naar binnen sijpelt. Oké, misschien was het wel iets later dan kwart voor vijf. Ik heb geen idee hoe laat het is, maar op dit moment doet het daar ook niet meer zo toe.
“Waarom lig je op de bank?” vraagt hij. “Is het niet veel comfortabeler als je gewoon bij me in bed komt liggen? Je moet het vast koud hebben zonder dekens.”
En opeens word ik weer boos. Boos omdat hij niets in de gaten lijkt te hebben van de innerlijke strijd die ik met mezelf voer en boos omdat hij zomaar met me kan rotzooien terwijl hij blijkbaar nog een ander meisje leuk vindt.
En het liefste wil ik vragen naar dat meisje, maar ik merk zelf op dat dat gewoon geen zin heeft. Hij gaat er waarschijnlijk toch omheen praten of zeggen dat ik me met mijn eigen zaken moet bemoeien. Hij zal mijn gevoelens weer als “onnozel” afschrijven en verwacht dan vervolgens dat ik me weer gedraag.
Ik kan hier niet meer tegen. Ik wil weg. Ik wil niet meer in zijn buurt zijn, ik wil weer terug gaan naar gisterenmiddag waar alles één mooie droom leek te zijn voor Ethan het uit elkaar deed spatten.
En opeens kan het me niks meer schelen dat er gevaar dreigt buiten. Ik denk dat ik sowieso liever bedreigd wordt door een groep dan dat ik nog langer met deze inwendige, vreselijke gevoelens moet dealen.
“Doe geen moeite,” zeg ik bot tegen hem. “Het kan je toch niets schelen wat ik denk of wat ik voel, dat heb je gisteren duidelijk genoeg laten merken.”
Ik zie dat hij een weerwoord wil geven, maar ik houd mijn hand omhoog zodat hij hopelijk zwijgt. Wonderbaarlijk genoeg werkt het ook. Ik zie dat hij lichte wallen onder zijn ogen begint te krijgen, maar de strakke blik die hij in zijn ogen heeft, vallen me nog het meeste op. Deze keer weet ik echter wel mijn mannetje te staan.
Zonder iets tegen hem te zeggen, loop ik langs hem door. Ik voel dat hij mijn pols stevig vastpakt, maar ik sla met mijn andere hand hard op de zijne zodat hij me loslaat. Ik merk met pijn in het hart op dat hij verder geen moeite doet en ga naar buiten.
Eenmaal buiten zijnde haal ik diep adem en doe mijn best om mijn tranen te bedwingen. Dan hoor ik voetstappen achter me en snel loop ik door.
Ik besef me pas dat ik enkel gehuld ben in een slaapshortje en een topje, maar dat kan me niets meer schelen. Alles is beter dan terug naar binnen gaan en weer geconfronteerd worden met die harde blik die Ethan in zijn ogen heeft.
Ik weet dat als ik echt weg wil gaan dat ik eerst mijn spullen nog op moet halen. En dus besluit ik om voor nu het buitenterrein te onderzoeken zodat ik eventueel een plaats kan bepalen waar ik naartoe kan gaan. Ik weet dat ik nog niet direct op mijn gevoel reageer omdat er een klein deel in me is dat nog niet weg wil gaan.
Dan denk ik aan Emily, schud mijn hoofd en loop door.

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Er is ongeveer 99% kans dat ze in de problemen komt.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen