||Diana Cassandra Volturi

Zodra Paul en ik aankomen bij het huis van de Cullens, worden we al opgewacht door de hele familie. Alice is druk aan het ratelen over wat ze in haar visioen heeft gezien, Emmett wil me een stoot geven, in de hoop dat ik nu wel kwetsbaar ben, maar Edward houdt hem tegen. Jasper heeft duidelijk moeite met het beheersen van alle emoties van degene om hem heen en Rosalie en Esmée staan bezorgd om me heen. Bella is nergens te bekennen en Paul knijpt de hele tijd in mijn hand alsof hij ieder moment kan exploderen en ik probeer geruststellend te glimlachen, maar de waarheid is dat ik zelf geen idee wat er met me aan de hand is.
      Carlisle lijkt de enige te zijn die zijn verstand niet verliest en me gebaart te volgen. ‘De rest blijft hier.’
      Paul, die zich duidelijk niet aangesproken voelt, loopt met me mee en met een geruststellende glimlach draai ik me om. Automatisch begint hij met zijn hoofd te schudden, het duidelijk niet eens met mijn plan.
      ‘Je weet hoe kundig Carlisle is,’ probeer ik hem gerust te stellen, terwijl ik mijn hand voorzichtig uit die van hem haal. ‘Bovendien blijven we in het huis of eromheen. Je kan alles horen.’
      ‘Nee, ik ga mee,’ zegt Paul vast besloten. Hij slaat zijn armen over elkaar en kijkt me standvastig aan. God, hoe ik zijn koppigheid soms niet kan handelen. Ik snap dat hij bezorgt is en als de rollen omgedraaid zouden zijn zou ik hem ook nooit alleen laten, hoe hypocriet het ook mag zijn, maar ik ken Carlisle al langer dan vandaag en niets kan mis gaan.
      ‘Paul,’ zeg ik, de toon in mijn stem nu een stuk serieuzer. Ik kopieer zijn houding en direct verandert de zijne.
      Hij laat zijn schouders slap hangen en trekt een enorme pruillip, als een kleine ballerina, al zal ik hem dat nooit vertellen. Hij zet zijn puppy-oogjes op en ineens snap ik hoeveel meiden door zijn temparament hebben kunnen prikken. Ik bedoel, het is duidelijk en Paul weet het zelfs ook dondersgoed, hij heeft goede genen en ik snap dat meiden daarvoor vallen. Maar god, die ogen, daar kan ik uren in verdwalen.
      Maar niet nu. Verman jezelf, Diana, en laat je gevoelens het eens niet overnemen. Je hebt dat eeuwen volgehouden. ‘Tot zo, Paul.’
      Ik druk snel een kusje op zijn wang en schiet vervolgens snel achter Carlisle aan. Te snel voor Paul om me in mensenvorm tegen te houden, maar ik stop verontwaardigt als ik mijn hart hoor versnellen en merk dat ik meer naar adem moet happen. Dat is iets wat ik absoluut niet gewend ben.
      ‘Daar zul je aan moeten wennen,’ zegt Carlisle, terwijl hij gebaart dat ik zijn behandelkamer in moet lopen.
      Nog steeds in een staat van schok neem ik plaats op een van de stoelen in de kamer. Carlisle neemt plaats in degene tegenover de mijn een ik kijk de dokter vragend aan. Ik hoop vurig dat hij enig idee heeft wat er hier aan de hand is, want ik begin langzaam in paniek te raken. Het is onmogelijk voor een hart om na elf eeuwen weer te beginnen met kloppen. Het zou onmogelijk moeten zijn.
      ‘Nee, Cass, ik heb nog geen flauw idee wat er mis met je is, maar geen zorgen, ik ga het hoe dan ook uitvinden,’ zegt Carlisle met een verzekerde glimlach. ‘Laten we beginnen met een EKG, bloedtesten en echo’s.’

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen