Ergens in de verte klonk er een geluid dat mijn brein langzaam regristreede als een wekker. Ik opende mijn ogen, bewoog me naar rechts en zette het ding uit. Ik liet me terug op mijn bed vallen om te ontdekken waarom ik zo’n o hell gevoel had. Totdat tot me doordrong dat vandaag de eerste opdracht was. Ik zuchtte eens diep, twijfelend om in bed te blijven liggen en de wereld voorbij te laten gaan en uit bed te stappen en iedereen een trap te geven. Na een minuut of twee merkte ik dat de anderen aan het opstaan waren en dat gaf me de kracht hun voorbeeld te volgen. Ik trok de kleren aan die elke student droeg, buiten het feit om dat ik probeerde mijn stropdas als een vlinderdas om te doen- ook al had ik de laatste nog nooit gedragen. Uiteindelijk wist ik alles juist aan te doen, ik had niet door dat ik veels te netjes was voor mijn doen. Hermione zweeg echter, ze ahd weinig kleur in haar gezicht. De rest van de klas, staf en school was veels te hyper om onze zorgen te delen. Niemand had tot dat moment ook maar een idee wat er op het punt stond te gebeuren. Als in slowmotion at ik mijn havermout pap. Harry kreeg helemaal geen eten binnen van de zenuwen, dus gaven we hem maar sinaasappelsap. Als in een trans maakte ik notities van History of Magic (gewauwel over koboldopstanden was het onderwerp dat jaar). Normaal gesproken sliep ik, of haalde ik grappen uit, nu maakte ik notities. Maar zelfs na de les kwam er niemand naar me toe om me wakker te maken. Ik werd niet wakker van de schampere opmerkingen van Slytherin terwijl we wachtten om Potions te beginnen, tegengiffen was iets waar je je hoofd bij moest gebruiken. De klok tikte de uren weg, ik voorkwam dat een afwezige Harry zijn ketel deed ontploffen, en maakte de beste tegengif die ik tot dan toe had gemaakt. Pas daarna leek de klok normaal te worden en zaten we aan de tafels voor lunch. Ik keek op en zag professor McGonagall naar ons toe lopen. Ik stootte Harry aan.
“Potter...” haar stem klonk ietwat trillerig, “het is tijd... zou je me willen volgen?” Hermione en ik wensten hem succes en daar ging hij, achter het hoofd van Gryffindor aan. Het voelde vreemd om hem alleen te zien gaan. Niet heel lang erna volgden we de massa naar buiten, gelach, grappen en gejuich omringden ons, terwijl Hermione en ik het zo snel mogelijk voorbij wilden laten zijn. Norren sloot zich met een bleek gezicht bij ons aan.
“Het gaat echt gebeuren he...”
“Helaas wel...”
“Hopelijk is het snel voorbij...” Norren en ik knikten. Ik pakte hun handen en zo liepen we naar het opgezette stadion. We namen plaats op een van de eerste rijen, het toeval wilde dat mijn buren klasgenoten waren van Warrington, ik wenste ze succes, en vreemd genoeg zij mij. Alleen wist ik wat er komen zou, en zij niet, dus de mijne was een boodschap van beterschap en zij van competitie. Nadat het hele stadion gevuld was met studenten, docenten en aanhang kwamen de drie schoolhoofden, Ludo Bagman en Barto Crouch sr een podium op waar ze de grote kooi, waar we om heen stonden, goed konden zien. Bagman, die ook commentaar gaf, introduceerde de opdracht, vertelde het systeem; iedere champion zou in de tent verderop te horen krijgen welke van de vier draken zij voorbij moesten komen om een gouden ei te verkrijgen, als zij er langs kwamen moesten zij daarna langs Madam Pomfrey, er werd van verwondingen uitgegaan, en daarna de punten van de jury aanzien, daarna was diegene bijna vrij. Ze zouden in de tent dan alleen nog uitleg krijgen over de tweede opdracht. Bagman keek naar de jury of zij klaar waren en toen werd de eerste draak binnen gelaten, samen met een nest eieren, waar ze gelijk op ging zitten, we kregen slechts even een glimp van een goud kleurig ei. De Zweedse Stompsnuit werd aangegaan door Warrington. Hij transfigureerde een stel stenen en gras in een nest met eieren, wat best slim bedacht was, want de draak raakte in verwarring, Cassius pakte het gouden ei, zodra de draak op het andere nest was gaan zitten en de Slytherin het andere nest een minuut ontzichtbaar liet worden. Het publiek juichte en klapte, maar er klonk ook gelach om de genialiteit van de jongeman. Hij kwam alleen in de problemen toen de onzichtbaarheidsspreuk opgeheven werd en de draak besloot dat dat toch echt haar echte nest was. Hij werd geraakt door een vleugel van het beest maar wist nog net te ontkomen.
Nadat hij zijn punten (9 van Ludo, 8 van de schoolhoofden en 7 van Chrouch) had gekregen was de volgende aan de beurt, Fleur Delacour, ze bracht de draak (een gewone groene huisdraak) in slaap met een krachtige slaapspreuk en wist het ei te bemachtigen, nadat ze haar rok moest redden van een snurk met vuur. Na haar punten was Krum aan de beurt, hij maakte zijn draak (een Chinese zenger) blind, pakte het ei, maar kreeg puntaftrek omdat zijn draak besloot om rond te gaan lopen als een draak zonder kop en haar eigen eieren voor de helft vertrapte. Hermione, Norren en ik keken vol afschuw toe, hoe ging Harry dit in Merlijns onderbroek overleven?
Aan Hermione’s rechterkant kwam een bekend gezicht zitten. Ron Weasley, was die dan toch eindelijk tot bezinnen gekomen en kwam hij dat nu vertellen? Nee, hij was een zwijgend type, als hij een ander gelijk gaf zou hij dat niet snel zeggen, maar meer door acties laten zien. Intussen werd de laatste draak binnen gebracht, een Hongaarse Hoornstaart. Het beest was gigantisch, de hoorns over haar rug zagen er vervaarlijk uit. Even was het publiek doodstil. Geschokt dat een veertienjarige de meest gevaarlijke draak moest passeren. Hermione en ik wisselden een blik, dus dit was er gebeurd als Norbert gebleven was? Goddank niet! Toen klonk er een fluitje en kwam een bleke Harry het stadion in. Even leek hij van stuk gebracht, maar toen hief hij zijn staf en riep duidelijk: “Accio vuurflits!”
Hij bleef op veilige afstand van de draak, totdat er inderdaad, en gelukkig, gesuis klonk en zijn vuurflits aan kwam suizen. Ik negeerde Ludo Bagman’s commentaar en keek toe hoe mijn neef opsteeg, richting de draak. Hier gingen we. Hij dook en steeg en langzaam lokte hij de draak, die hem volgde als een kat die een vlieg zag, van haar nest af. De draak hapte naar hem en wij, het publiek, hapten naar adem. Hij ontweek hem echter, tenauwernood. Hermione had haar nagels in haar wangen gezet in het willen kijken, maar niet willen kijken. Harry wou bijna duiken maar de draak zag het aankomen en hij steeg net optijd weer op, hier was hij in zijn element. Wood had hier trots op kunnen wezen. Ik maakte me geen zorgen meer, zolang Harry een bezem had en de draak beschouwde als een zeer gemene tegenstander kwam het wel goed. Hij steeg nog verder op en de weg naar de eieren was vrij. Precies op dat moment dook hij, de draak was net te traag en Harry griste het glimmende gouden ei uit het nest. Om mij heen explodeerde het stadion. Ik grijnsde en juichte mee. Hij had het geflikt!
Hij maakte zijn weg naar beneden, ik porde Norren dat ik naar beneden wou, Hermione en Ron volgde op de voet. We baande ons een weg langs de leerlingen en eenmaal uit het stadion was de weg vrij, op een drafje renden we richting de blessure tent. Bij de ingang konden we zo doorlopen, de andere drie Champions zaten op hun bedden. Alleen Warrington stak even een hand op, ik zwaaide. Harry had nauwelijks verwondingen, alleen aan zijn schouder. Madam Pomfrey was bezig die te verbinden. Ik grijnsde opgetogen.
“Draken voor altijd he?” Harry lachte, blij ons te zien. Ron hield zijn mond nog.
“Harry,” oh nu trok ie zijn mond open, “ik weet niet wie jouw naam in de beker heeft gedaan, maar die gast wil je dood hebben...” De stilte daalde als een wrange handdoek op ons neer. Harry keek naar hem op.
“Heb je het eindelijk door?” Oeh, nou deed ie koeltjes. Ron bloosde.
“Ik was zo stom!” Goh, echt? Ik trok doodleuk een wenkbrauw op.
“Het is al goed, Ron,” Harry was vrij om op te staan en legde een hand op Ron zijn schouder.
“Ik was een eikel,” overdrijven is ook een vak, Ronnie...
“Ron, kop dicht, het is al goed,” Harry liet hem los en trok even met zijn gewonde schouder.
“Jullie, jongens, zijn zo stom!” Hermioen had de tranen over haar wangen lopen en Norren, Ron, Harry en ik keken verbaasd toe hoe ze de tent uitrende.
“Wat-?” brachten Norren en ik tegelijk uit. Ron en Harry haalden hun schouders op, en gezamenlijk liepen we de tent uit om Harry’s punten te gaan bekijken.

Nadat we de punten hadden gezien en een zeer irritante Rita Skeeter op de hak hadden gezet begaven we ons naar de leerlingenkamer van Gryffindor, tijd voor feest. Ik wist niet hoe Fred en George het voor mekaar kregen om in de tien minuten die ze in voorsprong hadden om de leerlingenkamer zo uitbundig te versieren, en wou het ook niet weten. Pas tegen een uur of één drupte de leerlingenkamer langzaam leeg. Maar dat merkte ik niet meer, ik was op de bank, mijn hoofd op Ben zijn schoot, in slaap gevallen.Vreemd genoeg werden we pas rond half acht de volgende dag weer wakker.
De lessen waren weer vanouds. Vanouds hielt in dat Harry weer gewoon populair en irritant beroemd was, nu misschien meer dan vooreen omdat iedereen onder de indruk was van zijn actie met Norbert de tweede.

Die donderdag ochtend zat ik met mijn gebruikelijke slapeloze-nacht-hoofd aan de tafel van Gryffindor een poging te doen om mijn ontbijt te eten. De komst van Lee, Fred en George deed die rust verstoren.
“Het wordt weer te saai hier,” verkondigde Lee terwijl hij zijn toast met marmelade besmeerde.
“Mee eens, het is hoog tijd daar wat aan te doen,” knikte George.
“Maar wat? We hebben al zoveel gedaan,” peinsde Fred die me een glas pompoensap inschonk en zichzelf eveneens bediende.
“Ik stel voor,” ik gaapte, “om eerst eens een naam te bedenken voor ons vieren, je weet wel, net zoals de kaart,” Harrry, Ron, Norren, Hermione en ik hadden besloten de anderen nog niet in te lichten dat Sirius onschuldig was. De jongens knikten, en even was het stil.
“Wat vinden jullie van ‘the Jokers’?”
“The Jokers?”
“Ja.”
“Waar slaat dat op? Dat verraad alles...”
“Nou Marauder, of Marauding betekent ook alleen maar plunderaar, dus waarom niet duidelijk zijn?” Fred lachte.
“Nee,” ik keek op, alert, “ik bedoel ons te verwijzen naar de Joker, hij is een schurk achtig figuur in een dreuzelfilm en die haalt ook dingen uit die buiten het wetsboek gaan.” Nu knikten de anderen.
“Ja, daar heb ik over gehoord, ik stem voor,” George nam een hap van zijn rijstwafel met kaas. Ook de anderen waren ermee eens dat het een goede naam was. Ik had mijn ontbijt (beschuit met kaas, beschuit met jam en een beschuit met marmelade) op en zei gedag tegen de jongens, mijn eerste les die dag was Charms, ik nam een kleine omweg langs Ben en na een kus, die prachtig was, maar ook nieuw en eng, was ik een half uur te laat.
Ik klopte op de deur en Flitwick deed open, verbaasd dat ik nog kwam opdagen, wat op zich al vreemd was.
“Black, vertel waarom je te laat bent alsjeblieft...”
“Nou, ik was onderweg hierheen en Peeves was eerstejaars aan het bekogelen met die verdraaide waterbalonnen van ‘m. En dus besloot ik ze te helpen, en nadat ik Peeves had wegelokt met de smoes dat Bloody Baron boos op ‘m was, daarna heb ik de natte eerstejaars geholpen met de opdroog bezwering die u ons vorig jaar geleerd had, en ook de vloer trouwens... Maar goed, toen bleek dus dat ze verdwaald waren en heb ik ze naar Defense Against the Dark Arts gebracht en aan professor Moody uitgelecht waarom zij laat waren, u kunt het bij hem navragen, en nou ja... daarom ben ik laat...” Flitwick had geluisterd en knikte toen.
“Goed, ik geloof je, ga zitten juffrouw Black, en twintig punten voor Gryffindor voor uitstekend handelen!” Ik boog lichtjes uit dankbaarheid en nam bij het trio plaats. Flitwick complimenteerde Harry op zijn uitstekende sommeringsspreuk en gaf een variatie op een thema; de banvloek. Na de sommeringsspreuk was dit natuurlijk een peuleschil voor de opgeluchte Harry, de enige die het (natuurlijk) sneller kon dan hij was Hermione. Ik had hem eveneens niet lang erna onder controle, maar wist dat ik elk moment door de mand kon vallen áls Flitwick ging rondvragen.
Maar dat deed hij niet.

Zodoende dat ik donderdag met Fred en George kort voor het avondeten, de keukens in sloop. Tijd voor onze zesde grap die week. George en Lee raaken aan de praat met de huis-elfen, die vervolgens alle tijd aan hen gaven, wat Fred en mij de gelegenheid gaf om het beruchte goedje van de Canary Creams in het eten te stoppen. We deden alsof we druk waren met een andere grap en pas toen de zaalvloer bedekt was met knalgele veren kwamen ze erachter dat ‘The Jokers’ weer eens toe hadden geslagen, maar ons vinden was lastiger want wij waren bezig om het bureau van professor Binns te beheksen zodat het ging tapdansen als iemand binnenkwam (voor het eerste kregen we geen straf, het tweede wel), uiteraard ging ik niet. November was wat je noemde; een roerige maand.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen