Foto bij Hoofdstuk 14

Met die woorden verdween de hele groep, op de voorste na. Alleen leek ze anders, kwetsbaar, maar sterk in die kwetsbaarheid. Als ze een mens was geweest, zou ze denken dat ze niet ouder dan Devan was.
      “Hield je van hem?” vroeg ze.
      “Van Cowell?” Rowan lachte bitter. “Geen moment.”
      “Goed.” Ze knikte langzaam. “Ik houd van een man, en hij houdt mijn hart in zijn handen. Maar,” ze keek weg. “Mijn zussen vertellen me niet met hem weg te gaan. Dat hij met me zal doen wat Cowell met je deed.”
      “Je je sluier afnemen.” Het was Devan die antwoord gaf. “Zodat je nooit meer een meermin zal zijn.”
      “Ja.” Ze zuchtte. “Filip heeft me zo vaak de liefde verklaard en me verteld dat hij zal wachten tot het einde der tijden, maar mijn hart wil niet langer wachten. Ik wil de zee niet verlaten, maar ik wil ook bij hem zijn.”
      Rowan boog haar hoofd. “Ik weet niet wat je moet doen.”
      “Als hij van je houdt,” zei Faraj, “zal hij het bewijzen. Wacht. Het teken zal komen.”
      Ze knipperde. “Denk je dat echt?”
      Rowan keek naar achteren, naar Devan. Haar vader had haar nooit verraden. Zij had nooit gevraagd naar wat ze niet wilde vertellen. Ze keek naar Faraj, die ondanks alles haar had geholpen. Waar ze haar kaart mee vertrouwde.
      “Ja,” zei ze.
      Voordat ze kon nadenken of ze het juiste had gezegd, verdween ze onder water en liet de drie sprakeloos achter.
      Het was of haar verdwijnen de zonsopkomst aankondigde, want het werd lichter de minuut dat ze vertrok. Terwijl ze verdwaasd naar het water staarden, begon Rowan zich bijna af te vragen of het allemaal een droom was geweest. Het was zo moeilijk te geloven dat ze niet alleen zeemeerminnen hadden ontmoet, maar dat ze gespaard waren door hen.
      “Ik zag mijn vader,” fluisterde Faraj. “Hij was daar en hij vroeg me mee te gaan. En - En ik deed het bijna.”
      Devan sprak niet en Rowan stapte terug, dichterbij de mast. Ze kon zich niet nog een keer zo voor de gek laten houden. Ze wist dat de meerminnen gebruik hadden gemaakt van hun diepste dromen en wensen, en die van haar had nog dieper gezeten dan ze al had gedacht.
      Toen ze omkeek, merkte ze dat Devan en Faraj naar haar staarden.
      “Selkie?” vroeg Devan. “Waarom noemden ze je -”
      “Je bent een Selkie,” zei Faraj, bijna tegelijkertijd. “Dat verklaart zoveel.”
      Rowan zuchtte. “Ja.” Wat kon ze anders dan de waarheid vertellen? “De schat die ik probeer te vinden, is mijn huid.”
      “Natuurlijk.” Devans stem was bijna een fluistering. “Een Selkie.”
            Iedereen was stil voor iets wat wel uren leek te duren. “Het spijt me dat ik dit niet eerder heb verteld. Het leek me het beste dat ik dit geheim hield.”
      “Je kunt ons vertrouwen,” zei Devan, en Faraj knikte. “We zullen niemand iets vertellen.” Ze keek om zich heen en lachte flauwtjes. “Het is niet alsof we dat kunnen.”
      “Nee.” Ze was Devan dankbaar voor de verlichting van de sfeer en ze glimlachte. “Bedankt.”
      “Ik denk dat we maar beter wakker kunnen blijven?” zei Devan weer, in een andere poging de sfeer te verlichten na nog een lange stilte. “Ik bedoel, we zijn toch al wakker.”
      “Ja.” Ze probeerde zelfverzekerd te klinken, maar haar poging faalde meteen. “Ja, laten we maar gewoon doorgaan.”

De roes verdween maar langzaam door de dag heen. Ze bleef denken aan de roep van het water, en hoewel haar verstand weer de overhand had gekregen, had het lied haar pijn alleen maar verergerd. Het leek alsof het zich door haar lichaam verspreidde, totdat het een fysieke altijd zeurende pijn was dat zich maar moeilijk naar de achtergrond liet verdrijven. Ze had teveel tijd om na te denken.
      Ze spraken maar nauwelijks die dag, en de hoopvolle sfeer van de vorige dag was verdwenen. Zelfs Devan kreeg het niet voor elkaar hen of zichzelf op te vrolijken. De enige meevaller was dat de wind wat was aangewakkerd en de reis meer opschoot dan ze had verwacht. Dat alleen was niet genoeg om haar humeur te verbeteren, en ook toen bij het avondeten de roes voor haar bijna was verdwenen, spraken ze maar weinig tegen elkaar.
De dag eindigde net als de vorige in haar bed en de zee die haar in slaap wiegde, maar deze keer waren het geen dromen over zwemmen die haar bezochten, maar over verdrinken.

Reacties (2)

  • Croweater

    FILIPP

    *fangirlin'*

    2 jaar geleden
    • SonOfGondor

      Ja, hij is hier! En hij gaat nog veel vaker voorkomen, dat kan ik je wel beloven:)

      2 jaar geleden
    • Croweater

      Aaah ik ben zo benieuwd :3

      2 jaar geleden
  • Grace

    Ik vind eigenlijk dat ze er best licht overgaan. Ik bedoel maar, als ik ontdekte dat iemand die ik kende niet echt een mens is maar eigenlijk een soort zeehond zou ik wel iets heviger reageren en dan vooral omdat ik denk op zoek te zijn naar een schat en dan blijkt het 'gewoon' een zeehondenhuid te zijn...

    Maar wel twee hele leuke hoofdstukjes! Die zeemeerminnen vond ik echt awesome!

    2 jaar geleden
    • Azriel

      Dit ^^

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen