“ It's not a picture perfect life,
Not what I had in mind”

Justine Heidi Harbours

      Embry lacht even, een bulderende lach die tegelijkertijd zo luid en warm klinkt dat er een rilling over mijn rug kruipt. Ik schrik er niet van, maar Ariel blijkbaar wel, want die pakt stevig mijn hand vast. Tot mijn ergernis zie ik hoe Embry’s blik er naar afdwaalt, maar hij zegt er niets van. Hij fronst niet eens. Apart.
      ‘Nou, buiten het feit dat het hier zo saai is, dus dat als er nieuwe bewoners komen dat gelijk opvalt, hielpen die twee factoren ook wel mee,’ zegt Embry met een grijns waarvan ik zeker weet dat hij vele meisjes er al mee heeft versierd.
      ‘Aha,’ antwoord ik. Slim antwoord, Justine, heel slim. ‘Nou, ik ben Justine en dit is mijn zusje Ariel.’
      ‘Hé, Ariel,’ zegt Embry, een stukje zachter en voorzichtiger dan de toon waarop hij zojuist tegen mij praatte. Hij glimlacht even, voordat hij zijn ogen weer op mijn gestalte richt. Ik weet niet wat me bezielt, maar ik voel me ineens ontzettend dankbaar voor Embry en de manier waarop hij tegen mijn zusje praat. Zo zacht, alsof hij kan zien hoe kwetsbaar ze is.
      Met een oprechte glimlach kijk ik op naar Embry, waarna zijn ogen voor het eerst de mijne ontmoeten. Het ene moment was ik nog in La Push, in een supermarkt met mijn zusje, terwijl ik tegen een vreemde aan het praten was, maar het volgende moment lijkt dat allemaal te vervagen. Het enige wat ik zie zijn een paar donkerbruine poelen, waar ik momenteel aan in het verdrinken ben en de enige twee dingen die ik voel is de hand van mijn zusje om de mijne en het warme gevoel dat zich door mijn lichaam verspreid. Het voelt zo raar en apart, dat het voor een moment lijkt alsof ik mijn lichaam verlaat en vanaf boven toekijk. Maar dat zijn alleen maar gekke, passerende gedachten die niet eens mogelijk zijn.
      ‘Oi, Emmy.’
      De woorden van mijn zusje halen me uit mijn gedachten en ik schud even met mijn hoofd om alles op orde te krijgen. Ik wil er nu niet eens over na denken, het enige wat momenteel mijn aandacht heeft is Ariel, die struikelend de naam ‘Embry’ uit probeert te spreken. Emmy was duidelijk niet de bedoeling, al vind ik het wel leuk klinken.
      ‘Ik be… bedo-e… ik…’
      ‘Ze bedoelde Embry,’ schiet ik Ariel snel te hulp. Mijn blik glijdt van mijn zusje, naar Embry en vervolgens naar het groepje jongens dat ons nu schaamteloos bekijkt. Sommigen grijnzen alsof ze zojuist iets geweldigs hebben gezien en andere fronsen. Ik hoop gewoon dat ze Ariels stotterpartij niet gehoord hebben en dat Embry ze het ook niet vertelt.
      ‘Oh geen zorgen, hoor, ik vind Emmy ook wel leuk,’ glimlacht Embry naar Ariel.
      Ariel is vijftien, twee jaar jonger dan ik, maar soms kan ze zich echt als een kind jonger dan haar leeftijd gedragen. Zoals nu, als ze verlegen in mijn hand knijpt en zich duidelijk achter me probeert te verbergen. Terwijl ze andere keren hele groepen met mensen in haar eigen taal durft toe te spreken. Dat wordt nog wat.
      ‘Stotter je?’ vraagt Embry nogal lomp. Direct een paar seconden erna realiseert hij zich dit en glimlacht hij verontschuldigend. ‘Niet dat daar iets mis mee is, natuurlijk.’
      ‘Nee,’ antwoordt Ariel. Ze schudt even met haar hoofd en kijkt aarzelend naar mij. Eén blik van mij zegt genoeg en ze plakt haar lippen op elkaar. Normaal laat ik Ariel open zijn over haar spraakachterstand en slechthorendheid, maar nu, in een nieuw stadje waar alles onbekend heeft en mijn vader misschien wel mensen kent, speel ik het liever voorzichtig.
      ‘Leuk kennis gemaakt te hebben, Embry,’ knik ik met een glimlachje. ‘Maar we moeten nu weer gaan.’
      Ik wurm mijn vingers uit de stevige greep van Ariel en draai me vervolgens om om weg te lopen. Met mijn ogen gebaar ik Ariel om me te volgen, maar die lijkt om één of andere reden te twijfelen. Uiteindelijk besluit ze toch om me te volgen en tot mijn verbazing maakt ze aanstalten om het mandje uit mijn handen te pakken. Ik reken dan ook op de koude aanraking van mijn zusje en niet op een gloeiendhete hand die mijn bovenarm beetpakt waardoor er allemaal schokjes door mijn lichaam trekken en ik beschermend ineenkrimp.
      ‘Sorry,’ zegt de stem van Embry snel en zijn warme hand verdwijnt van mijn lichaam. ‘Ik wilde je niet laten schrikken.’
      ‘Slecht geweten,’ antwoord ik, schuldig glimlachend, terwijl ik me omdraai. Joost mag weten hoe vaak ik die smoes al heb gebruikt. In Salem was die smoes misschien oud, maar hier in La Push kan ik hem nog een paar keer gebruiken voordat het lichtelijk verdacht begint te worden. ‘Wat is er, Embry?’
      ‘Hier heb je mijn nummer,’ zegt Embry en hij steekt een papiertje uit waar een haastig gekrabbeld nummer op staat.
      Overrompeld pak ik het aan en stop ik het in mijn zak. ‘Dank je, denk ik?’
      Embry glimlacht even verlegen. ‘Ik dacht, jullie zijn nieuw, dus misschien is het handig als je iemand hebt die je weg kan laten zien.’
      Ik knik dankbaar, terwijl ik mezelf afvraag waarom hij zoiets zou aanbieden. ‘Dank je, tot later.’
      Dit keer draai ik me snel om en maak ik een paar stevige passen om te voorkomen dat Embry me nog eens aanraakt en ik nog zo’n ongepaste reactie geef. Ik kijk snel over mijn schouder en dan merk ik pas dat Ariel een paar meter verwijderd is en dat ik misschien iets te overdreven reageer.
      Ariel zwaait nog even naar Embry en gaat dan naast me staan. Ze probeert mijn hand te pakken, maar ik verstop mijn hand subtiel in de zak van mijn broek. Op school kan ik ook niet continu haar hand vast houden, dan zal het pesten een garantie zijn.
      ‘Tot later, Justine en Ariel,’
      Ik wil het niet toegeven, maar ik vind de manier waarop mijn naam over zijn tong rolt erg plezierig om naar te luisteren. Bovendien betrekt hij Ariel er ook bij, iets dat nog wel eens vergeten wordt, omdat ze zo stil is. Ik wil het niet doen, maar toch kan ik het niet laten om een blik over mijn schouder te gooien. Ik zie hoe Embry verschillende stompen en klappen op zijn schouders krijgt, iets wat er erg pijnlijk uitziet, maar Embry niets lijkt te doen, alsof hij iets geweldigs heeft gedaan. Even vraag ik me af of hij misschien een weddenschap moest doen, maar snel druk ik de gedachten weg. Zelfs al zou dat zo zijn, dan is dat niet mijn probleem.

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen