“Please don’t make any sudden moves,
You don’t know halve of the abuse.”

Justine Heidi Harbours

Met ieder een tas in onze hand lopen we terug naar huis. De confrontatie met Embry spookt nog steeds door mijn hoofd, vooral omdat ik het niet snap. Waarom zou een jongen, of een persoon in het algemeen, het aanbieden om ons het dorpje te laten zien? En het ergste is nog wel dat als ik de vraag probeer te antwoorden, er alleen maar meer vraagtekens bijkomen, maar ik kan het ook niet loslaten.
      ‘Die jongen was knap,’ gebaart Arial. Haar witblonde haren dansen weer op de maat van de wind en haar ogen speels twinkelend. Iets wat ik niet van haar gewend ben. ‘En hij was geïnteresseerd in ons.’
      ‘Ariel,’ zeg ik straffend en geschrokken. Volgens mij heeft zo nog nooit zoiets gezegd en het was niet alsof er geen knappe jongens in Salem waren. ‘Zulke dingen kun je echt niet zeggen.’
      Ariel barst in giechelen uit, iets dat ontzettend schattig klinkt, al realiseert zij dat zelf niet. Ze is zelfs zo afgeleid dat ze bijna de tas vol groenten op de grond laat vallen, iets wat onze vader niet echt zou kunnen waarderen. Ze lijkt terug tot de realiteit te komen en haar bleke wangen kleuren rood.
      ‘Volgens mij ben jij meer geïnteresseerd in hem,’ gebaar ik lachend terug. Het verwarmt mijn hart om te zien dat Ariel zich toch als een normaal tienermeisje kan gedragen, al betwijfel ik of onze vader het ook zo leuk gaat vinden. Op z’n minst weet ze hoe ze zich rond onze vader moet gedragen, probeer ik mezelf gerust te stellen.
      ‘Misschien,’ antwoordt Ariel. Ze glimlacht zo breed dat haar mondhoeken bijna uitscheuren en een zucht rolt over haar lippen. ‘Niemand betrekt me normaal ergens bij, behalve als ik rond mijn eigen clubje ben en hij deed het zelfs zonder van mijn situatie af te weten.’
      Iets in mijn ooghoeken trekt mijn aandacht en nieuwsgierig kantel ik mijn hoofd. Het zijn een paar wapperende dromenvangers uitgesteld aan een rek voor een winkeltje, de één nog mooier en groter dan de ander. Er is iets aan de witte, bewegende veertjes en de zingende kraaltjes dat me geruststelt en met een verlangende zucht stop ik even om te blijven staren.
      Ariel trekt aan mijn mouw en nieuwsgierig kijk ik haar aan.
      ‘Wil je er één?’ vraagt ze met opgetrokken wenkbrauwen.
      Ik schud snel met mijn hoofd en dwing mijn voeten om weer in beweging te komen. Misschien kan ik een keer na school stoppen om wat rond te snuffelen in het winkeltje. Dat lijkt me een beter plan.
      Het duurt niet lang voordat we bij het huis zijn en met een zucht open ik de deur. Het oude, houten ding kraakt en piept en protesteert alsof zijn einde nabij is, maar tot mijn grote verbazing begeeft hij het niet.
      ‘Het eerste wat ik morgen ga doen is die deur smeren,’ klinkt de klagende stem van mijn vader vanuit de keuken. Hij staat met zijn rug naar ons toe, maar als hij zich omdraait, heeft hij een grote glimlach op zijn gezicht. Ik durf niet in zijn ogen te kijken.
      Ariel sluit de deur achter haar en hangt onze jassen op, terwijl ik met de boodschappen naar de keuken loop. Op een rustig tempo begin ik de boodschappen op te ruimen. Gelukkig is de keuken wel compleet met een kookstel, koelkast en allerlei kastjes, in tegenstelling tot de rest van het huis. Althans, tot nu toe heb ik alleen nog maar de keuken en de woonkamer gezien. Dan schiet het me ineens te binnen dat ik nog geld over heb.
      ‘Dit geld was nog over,’ zeg ik zachtjes. Ik leg het briefje en de muntjes op het aanrechtblad en loop vervolgens op Ariel af, die een prei probeert te snijden. Dingen snijden is nooit haar sterkste kant geweest en ik ben inmiddels de tel van hoe vaak ik haar heb verbonden kwijt.
      ‘Als jij nu alvast de bouillon gaat trekken,’ zeg ik met een bemoedigende glimlach. Ik voel de blik van onze vader op ons branden en ik geef haar een blik die boekdelen spreekt.
      ‘Okay,’ antwoordt Ariel foutloos.
      Ze loopt langs me op haar weg naar de koelkast en ik geef haar een kneepje in haar hand ten teken dat ze het goed heeft gedaan. Blijkbaar is onze vader er ook tevreden mee, want hij laat zijn blik naar het geld op het aanrecht glijden. Het volgende moment is het in zijn broekzak verdwenen.
      ‘Na het eten kunnen jullie de bedden opmaken. De spullen zitten in de dozen die jullie zelf hebben ingepakt. Ik ben in het kantoortje, wat dingen aan het regelen en ik wil niet gestoord worden. Begrepen?’
      Geluidloos knikken Ariel en ik, terwijl we ondertussen doorgaan met het koken van het eten. Ik neem aan dat de lege kamer boven vaders kantoor wordt, want anders zou ik niet weten welk kantoor hij bedoelt. Ik hoop althans dat hij naar boven gaat, want dat betekent dat hij een paar meter van ons verwijderd is.
      Pas als ik zijn voetstappen hoor verdwijnen, durf ik mijn schouders te laten hangen en dwing ik de rest van mijn spieren om zich te ontspannen. Ik vang de blik die Ariel me vanuit haar ooghoeken stuurt en ik knik lichtjes. Het volgende moment zie ik ook haar schouders centimeters zakken.
      ‘Nieuw begin, hé?’ gebaart Ariel. Haar gezicht druipt van het sarcasme.
      Ik rol met mijn ogen en een zachte, haast onhoorbare zucht rolt over mijn lippen. ‘Het is niet verboden om te dromen,’ gebaar ik al net zo sarcastisch. Ik besluit het onderwerp te veranderen. ‘Welke groenten moet ik snijden?’
      Ariel rolt met haar ogen, maar een kleine glimlach siert haar lippen als ze verschillende groentes opnoemt. Natuurlijk weet ik zelf ook wel welke groenten in de soep gaan, maar ik weet hoe leuk Ariel het vindt om de leidende te zijn. Er zijn niet veel dingen waarin ze beter dan mij is, of in kan zijn, dus is het een kleine moeite om haar deze kleine dingen te gunnen. Vooral omdat haar al zo weinig gegund is.
      Koken met Ariel is waarschijnlijk een van de dingen hoog op mijn lijstje van leuke dingen staat. Het is niet dat we veel praten, lachen, gieren of brullen tijdens het koken, absoluut niet, maar we doen iets samen. En we doen ook samen de was en maken samen het huis schoon, maar koken vinden we allebei leuk.
      Ariel, die blijkbaar gemerkt heeft dat ik in mijn gedachten verzonken was, steekt ineens vier vingers op en met een glimlachje tik ik haar vier vingers aan. Vier maanden.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen