Kippenvel trok over de delen van mijn lichaam, geconcentreerd sloot ik mijn heldere twinkelende ogen. Mijn lippen vormde de woorden en mijn stembanden brachten de klanken tot zijn gehoor. Het schelle hoge kraaiende gelach van de kwaardaardige zeeheks klonk dichter en luider dan het ervoor gedaan had. Angst voelde ik in mijn lichaam beginnen nestelen. Gedachtes zoals gevaar, pijn en verdriet doemde op, ondanks mijn benauwde angstvallige gevoelens wist ik het nummer zuiver en foutloos te zingen.
Op het moment dat ik het einde van de laatste regel naderde, mijn heldere zuivere stem begon te dimmen. Voelde ik een vreemd soort kracht naderen. Een harde pijnlijke knal voelde ik in mijn buik komen en met een aardige snelheid voelde ik mij door de lucht heen vliegen. Roepende, schreeuwende stemmen van vrienden en familie vulde mijn trommelvliezen. Happende en snakkend naar een teug lucht. Met een doffe dreun voelde ik mijn lichaam de grond raken en een teug valse lucht vulde mijn longen met een kreunend wist ik mij naar de zithouding te brengen.
Mijn armen sloeg ik gelijk beschermend rond mijn middel.
De pijn van de klap op de achtergrond drukkend keek ik gedesoriënteerd rond en kwam ik al snel tot de conclusie dat ik met een dreun van de waterlijn ben gesmeten.
Koning Triton, had de valse gemene gevaarlijke kwaardaardige zeeheks al in een of andere vreemde ijzeren kooi getoverd met zijn drietand. Versnelde voetstappen van vrienden, familie naderde me.
"Nymphadora, ben je oké" het was tante Sue die als eerste naast me neer knielde. Onderzoekend gelijk haar warme bruine ogen over mijn lichaam liet glijden en mij bezorgd begon aan te staren. "Ben oké" wist ik er met veel moeite over mijn lippen te krijgen, mijn gezicht in de plooi houdend.
Liet ik mij recht helpen door mijn tante en verbeet voor de zoveelste keer de stekende pijn die de knal veroorzaakt had. Dat was voor later zorg, de koning leek met iets belangrijks te willen beginnen. Hij hief zijn drietand naar de licht grijzige lucht en stootte een straal magie eruit. Gelijk leken de licht grijzige wolken opzij te drijven en liet de man zijn ogen over het strand glijden.
"Laat me eruit" krijste de valse gemene kwaardaardige zeeheks woest, schel.
"Stil jij" riep koning Triton, woester als woest, haast zo gevaarlijk dat je er bang van zou worden "je hebt al genoeg ellende, verwoesting, verdriet en pijn gekost." Sloot de man zijn zin af en schonk de vrouw een giftige kwaaie blik.
"Ik? Laat me niet lachen" snoof de vrouw giftig schel krijsend met haar valse stem.
"Zorg alleen dat ze nooit zal krijgen wat ik niet gekregen heb" lachte de valse zeeheks vals verder. "En zoals ik al kon voelen zijn ze ook nog niet verbroken" begon ze luider de krijsen.
Ergens wist ik dat de valse zeeheks naar mij doelde.
Maar aan de lichaamstaal van de koning kon ik niets opmerken.
Zelfs Ariël, leek zich dicht bij haar vader rond te zwemmen om zich veilig te wanen.
"Ik heb geen tijd om met jouw dat soort verwoordingen te wisselen, je zal je straf krijgen" knikte de koning zijn ogen van de zeeheks aftrekkend. "En voor het verbreken ben ik hier" grijnsde de koning knipogend naar zijn dochter Ariël.
Zou het echt?
Ben ik echt vervloekt zoals mijn vader al die jaren al beweerd?
Ikzelf geloofde het, zag het en voelde het, maar wilde het altijd op een twijfel gooien. Een gefrustreerde zucht rolde over mijn lippen. Wat wilde ik toch zo graag mijn mond openen en de meest verschrikkelijke dingen naar de zeeheks roepen. Om het feit dat ze mij, mijn vader heeft ontnomen, hem iets heeft aangedaan.
Daarvoor wilde ik haar kop van haar romp slaan, haar zoveel pijn, verdriet en verwoesting toebrengen dat het me gewoon versteende. Ik kon mij niet verroeren, alsof ik stond vastgenageld aan het zand.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen