Het is compleet onnozel om elke dag te hopen op nieuws van het Vaticaan. Vermoedelijk is onze boodschapper er nog niet eens, en weten ze er alleen van de roddels. Als ze al wat weten. En toch betrap ik mezelf erop dat ik elke dag opnieuw en opnieuw uit het raam kijk of de boodschapper al terug is.
Als het, twee dagen voor ons vertrek naar Portugal, weer zo ver is, voel ik ineens een hand op mijn arm. Emmeline's blik is eveneens naar buiten gericht, een zachte glimlach om haar lippen. "Je verandert nog eens in een standbeeld."
Ik slaak een zucht en sla een arm om haar heen. "Ik wil gewoon graag weten waar ik aan toe ben. Of ik je echt de mijne mag noemen."
"Ook zonder hun toestemming ben ik de jouwe. En jij de mijne."
Ik glimlach. Kus haar voorhoofd. Adem haar geur in. "Ben je klaar voor de reis naar Portugal?"
"Als je vraagt of al mijn spullen gepakt zijn, nee. Volgens mij moet de helft van mijn jurken nog genaaid worden, aangezien alles wat ik heb te warm is voor het zuiden." Ze rolt met haar ogen, wat me in de lach laat schieten. Emma is de enige vrouw die het niet fantastisch vind om urenlang voor de spiegel te staan. De kleermakers zullen hun handen vol hebben gehad aan haar attitude.
"Ze zullen hun ogen niet van je af kunnen houden."
"Ik hoef maar één paar ogen." Ze pakt mijn hand. Het zend, zoals altijd, kleine schokjes door mijn hele arm. Ik kan er maar niet aan wennen. Ik wil er niet aan wennen. Ik wil dat dit gevoel voor altijd blijft. Ik trek haar tegen me aan voor een kus.
"Dat ziet je liever zonder die jurken."
"Lucien!"
Ik haal grijnzend mijn schouders op, blij dat zij er ook om kan lachen. We blijven staan waar we staan, met haar rug tegen mijn borstkas, mijn armen om haar heen en onze vingers verstrengeld, tot de zon is ondergegaan en we allebei echt naar onze vertrekken moeten gaan.

Eschive klimt in de koets zodra ze kan. Het is haar niet kwalijk te nemen - in de koets ziet niemand haar meer en hoeft ze zich niet groot te houden. Daar hoeft ze de tranen van haar moeder niet te zien, is het gekrijs van Sabastien iets minder luid. Moeder houdt mijn handen krampachtig vast.
"Je zal goed voor haar zorgen, toch, Lucien? Je zal haar beschermen?"
"Natuurlijk, moeder. Ik zal er alles aan doen om te voorkomen dat haar iets overkomt. Ze is in goede handen bij mij en Emmeline."
Ze knikt. Tranen binnenhouden lukt haar niet, al is er niemand die het van haar verwacht. De kans is groot dat ze Eschive pas over een jaar weer ziet, of zelfs langer. Niemand weet hoe het gaat lopen. "Ze is zo jong..." snikt ze.
"Ik zorg dat ze regelmatig schrijft, moeder. En ze is niet zo hulpeloos als de meeste meisjes van haar leeftijd. Ze heeft Emma als voorbeeld."
Dat maakt dat ze glimlacht. Ik kus haar voorhoofd. "Ik zal u op de hoogte houden."
Ze wil meer zeggen, meer beloven, maar haar keel zit dicht met verdriet. Ze kan alleen nog maar knikken. Ik kus haar nogmaals en neem afscheid van mijn vader, voordat ik een laatste poging doe Sabastien te kalmeren. Hij schreeuwt het uit, oud genoeg om te begrijpen dat zijn zusje nooit meer terugkomt en dat zijn broer er ook voor lange tijd niet zal zijn. Ineens is hij de enige. "Tu ne peux pas partir! Tu dois rester!" Als ik hem op til, slaat de peuter van vijf jaar oud met kleine vuistjes op mijn borstkas. Dit is het enige afscheid dat me echt zwaar valt, naast Winoc. Maar Winoc kan zichzelf wel redden, zal voor zijn gezin kunnen zorgen. Sabastien... niet. Ik pak zijn beide handjes in een enkele van mij om ervoor te zorgen dat hij stopt met slaan.
"Je suis désolé, Sebastian. Je dois faire ce qu'un prince doit faire, et Eschive doit faire ce qu'une princesse doit faire. Mais un jour vous venez nous rendre visite et vous pouvez jouer sur la plage."
"Non!" Zijn hele lijf schokt mee met zijn gesnik, zijn gezichtje rood aangelopen. "Reste ici! Reste ici!"
"Remí..." Mijn moeders stem is zacht, maar ze houdt haar armen uit voor haar zoon. Met een brok in mijn keel geef ik hem aan haar, wat er alleen maar voor zorgt dat hij nog harder gaat huilen.
"Je t'aime." fluister ik ze toe. Ze knikt, Sabastien stevig tegen zich aangedrukt. Mijn vader heeft zijn handen op haar schouders. Ik keer ze de rug toe en loop naar de koets, waarbinnen Emma en Eschive al op me wachten. Eschive zit met haar knieën opgetrokken en haar voeten op de zitten, betraande ogen naar buiten gericht. Emma bestudeert haar met een bezorgde blik, maar probeert mij een bemoedigende glimlach te geven. Ik doe mijn best terug te lachen en ga tegenover haar zitten. De rit naar Portugal zal, als we zo'n acht uur per dag rijden, ongeveer een maand in beslag nemen. Er is een aantal boeken mee en een kaartspel, maar er wordt van ons - en vooral van Eschive - verwacht dat we deze tijd ook gebruiken om Portugees te leren. Al krijg ik niet de indruk dat mijn zusje daar zin in heeft. Met een schok komt de koets in beweging. We zijn onderweg. Mijn zusje onderdrukt de zoveelste snik en probeert haar tranen weg te vegen, maar ze worden direct vervangen door nieuwe.
"Hoe gaat het met je moeder?" vraagt Emma zacht na een poosje, wanneer het paleis nog maar net in de verte te zien is.
"Het valt haar zwaar. En dan ook nog Sabastien die zo huilt... Ik voel me bijna schuldig dat we gaan, zelfs al hebben we weinig keuze." Heel kort en snel rijkt ze naar me om in mijn hand te knijpen. Het kalmeert me meteen. Maar veel te snel trekt ze haar hand weer terug. Er zijn genoeg roddels in het paleis, maar nog niks is bevestigt en dus moeten we het ook voor Eschive geheim houden.
"Je mag best zijn hand vast blijven houden, hoor." deelt die ons ineens mee. Haar stem is schor van het huilen. Ik kijk haar verbaasd aan.
"Pardon?"
Ze antwoordt niet direct, maar verzit zich zo op de bank dat ze kan gaan liggen met haar hoofd in mijn schoot. Haar donkere haar is strak ingevlochten omdat dat 'handiger is voor de reis', maar wetende dat ze ze verschrikkelijk vindt, begin ik ze voorzichtig los te halen.
"Als jullie trouwen, wil ik wel bruidsmeisje zijn." Tegenover me zit Emma te lachen en ze knikt.
"Natuurlijk."
"En je moet wel lief voor haar zijn, Lucien! Anders stuur ik je in een bootje de zee op. Ik weet dat je de zee niet op wil, maar ik roep alle wachters zodat je niet kan winnen!"
Ik kan alleen maar beduusd naar Emma kijken, die nog steeds zit te glimlachen. "Je hebt het haar verteld?"
De vrouw haalt haar schouders op met een blik in haar ogen alsof ze de onschuld zelve is. "Ze kon wel wat goed nieuws gebruiken..."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen