De laatste uur was wiskunde van meneer Lampoints. Meneer Lampoints was een oude meneer die al stok oud was. Hij zag er meestal wat vriendelijker uit door zijn dikke grijze snor, maar waarschijnlijk ook omdat hij mollig was. Hij gaf alleen de bovenbouw wiskunde, maar ik had het geluk dat ik vorig jaar hem kreeg als wiskunde leraar. Vergeleken met de andere leraren as hij de meest vriendelijkste die ik ooit op school was tegengekomen. Het verbaasde met dat meneer Lampoints er niet was. Hij was tijdens zijn lessen meestal nooit ziek of afwezig. En niet op school komen opdagen was iets dat onmogelijk was. Hij hield van lesgeven. Hij vertelde ons een keer dat hij les geven aan ons heel erg leuk vond, maar in plaats daarvan Elaine Morticia de directrice van de school voor de les.
Als directrice zag ze er best vrij jong uit. Ze was eigenlijk al ergens rond de vijvendertig, maar ze zag eruit als een vrouw van rond de achtentwintig.
Ze zag er altijd verzorgd en netjes uit. Haar haren zaten, zoals altijd netjes in een knot. Ze droeg make up dat goed bij haar outfit te combineren was. En door de houding die ze had bezorgde ze voor een frisse en vriendelijke uitstraling. Haar glimlach zag er meestal onnatuurlijk uit. Als ze glimlachte dan zag je haar witte tanden, die wel gebleekt leken.
Ik ging dit keer ergens voorin zitten. Meestal deed ik dat nooit, maar omdat deze les zo anders aanvoelde dan gewoon ging ik toch voorin zitten.
‘Hallo, klas.’ Terwijl ze iedereen aankeek. ‘Zoals jullie zien is meneer Lampoints er nog niet. Door vertraging op de weg zal hij pas over ongeveer tien minuten komen.’ Voegde ze nog aan toe.
‘Mevrouw?’ reageerde Jasper naast haar, die zijn hand opstak. ‘Waarom heeft hij vertraging op de weg? Dit is al de laatste lesuur.’
‘Zoals jullie misschien nog niet weten, is dat Meneer Lampoints ook nog een lezing geeft aan de universiteit van daar dat hij wat later komt.’

Haar blik ging van ons naar haar rok, en ze streek met haar handen de kreukels van haar zwarte rok glad en ging weer verder. ‘Maar er is nog iets belangrijk dat ik met jullie wil bespreken. Het gaat namelijk over jullie klasgenoot Bertha Stoers. Ze was de eerst schooldag op school nog voor het laatst te zien, maar sinds die dag heeft niemand haar meer gezien. Zoals jullie wel weten ben ik een directrice die veel om mijn leerlingen geeft. Ze is al meer dan week spoorloos vermist. De school en haar familie willen een dag regelen om haar weer terug te vinden, maar verder wil ik nog weten of jullie haar voor het laatst hadden gezien. Als jullie misschien nog weten waar of wanneer jullie haar voor het laatst had gezien, zeg het me dan direct bij mij op kantoor, want met die informatie kan ik misschien iets doen.’
Opeens drong er iets in me op. Vrijdag vroeg de Franse Lerares waarom Bertha Stoers niet op school was. En het nieuws die weekend. Ik had niet veel meegekregen tijdens de ITC breaking news uitzending
‘Gaat de politie dan niks doen, mevrouw?’
‘De politie zal ook helpen met het opsporen van Bertha Stoers.’ Net op het moment dat ze nog iets aan de gesprek wilde toevoegen, ging opeens de deur van de klaslokaal open.
‘Goede middag, klas.’ Terwijl Meneer Lampoints de deur achter zich dicht deed en zijn bruine leren koffer op zijn bureau legde.
‘Ik zie dat u weer terug bent,’ zei Elaine Morticia met een glimlach.
‘Ja, en nogmaals bedankt dat u de klas voor me over nam.’
‘Dat is ook het enige wat ik van u kan doen, na vijf jaar in de klas te staan? Ik ga weer naar mijn kantoor, maar succes met les geven.’
‘Bedankt, mevrouw.’ Terwijl Elaine vriendelijk ons verliet en de deur achter zich dicht deed.

De laatste uur verliep wel een beetje anders dan ik zelf verwacht had. Ik zat momenteel in een café samen met Jasper, maar mijn gedachtes waren niet echt helder. De damp van de hete cappuccino die ik besteld had, leek het alleen nog erger te maken. Wij hadden net het geluk dat we nog droog bij de café aangekomen waren, want buiten begon het te regenen. Buiten uit het raam begon het nog harder te regenen. Ik baalde dat ik geen paraplu mee had, want ik kon voorlopig nog niet naar huis gaan met de keiharde regen.
‘Kan jij je nog herinneren wanneer we onze klasgenoot voor het laatst gezien had?’ vroeg Jasper, die tegen over me zat. En daarmee bedoelde hij wanneer ik Bertha Stoers voor het laatst gezien had. Ik kon zelf niet echt meer herinneren waar of wanneer ik Berta voor het laatst had gezien. Ze zou toch niet op school opeens uit het niks verdwenen zijn? En als dat wel zo was, dan moest er toch redenen zijn van haar verdwijning?
Hoe was ze opeens op school verdwenen? En wanneer was ze op school verdwenen? Zou ze soms ontvoerd zijn? Maar als ze meegenomen werd door één of ander creep, dan zou toch iemand het gezien hebben?
‘Ik kan het me eerlijk gezegd niet meer herinneren.’
‘Ik had haar die maandag in de pauze en in de bibliotheek nog gezien, maar voor de rest niet meer.’
‘Denk jij dat ze misschien meegenomen wordt door iema…’ Ik kon mijn zin niet helemaal afmaken toen ik opeens Jimmy stem bij ons tafel hoorde. Ik zat zelf niet te wachten op Jimmy.
‘Door wie meegenomen?’ Terwijl hij bij plaats nam naast Jasper aan tafel. Nu zat ik opgeschept met Jimmy, die wel één klas lager zat dan ons. Zijn blonden haren zaten een beetje in de war. Hij had paar puisjes op zijn gezicht en hij had ook nog een blokjes beugel in zijn mond. Als hij zijn tanden liet zien, dan zagen we zijn beugel. Het nadeel van zijn beugel, was dat hij soms praatte met consumptie. En omdat hij ook nog eens ADHD had, was het echt heel moeilijk om hem weer rustig te krijgen.
‘Door een of ander creep,’ antwoorde ik.
‘Welke creep?’ Terwijl hij zijn blik van mij naar Jasper toe richtte. ‘Hoelang zitten jullie hier eigenlijk?’
‘Al niet heel lang, tot jij hier kwam.’
‘Maar jullie hadden over iemand die meegenomen is.’ Terwijl hij zijn blik weer naar mij toe richtte.
‘nee,’ zei ik. ‘We hadden het over een verdwenen meisje uit onze klas,’ voegde ik er nog aan toe.
‘Welk meisje?’
‘Een klasgenoot genaamd, Bertha Stoers.’
‘Is ze door iemand meegenomen dan?’ Ik hield mijn schouders op. ‘Want ik had haar vorige week maandag nog gezien na schooltijd, om precies te zijn.’
‘Naar schooltijd? Waar en wanneer was dat dan?’ vroeg Jasper, terwijl zijn nekharen overeind stonden.
‘…Na schooltijd, dat had ik al gezegt.’
‘Nee, ik bedoel waar op school om precies te zijn en op welke tijdstip?’
‘Is het dan zo belangrijk? Zo bijzonder is Bertha Stoers ook niet. ik bedoel, ze ziet er niet bepaald knap uit.’
‘Jij hebt echt geen smaak, ze schijnt één van de mooiste meisjes van de school te zijn.’
‘De mooiste meisjes van de school? Zijn ze op school blind ofzo? Meisje met blond haar en bruine ogen vind ik niet echt aantrekkelijk.’
‘Hoezo niet? Het is één van de zeven schoonheden, maar op dit moment is ze nu wel belangrijk, want ze is namelijk vermist.’
‘Hoezo is zij vermist? Ik had haar vorige week maandag op de schoolgang nog gezien. En wel toen bijna iedereen al uit was van school.’
‘Waar dan?’ vroeg ik, terwijl ik van mijn warme cappuccino een klein slokje nam.
‘Ergens op de gang, ik moest die dag na schooltijd nablijven, omdat ik namelijk papieren vliegtuigjes tijdens de les gooide. De leraren zijn niet echt bepaald relax, als het om papieren vliegtuigjes gaan.’
‘Jimmy, sorry dat ik jouw verhaal onderbrak,’ reageerde ik. ‘Maar we vragen eigenlijk niet over de avonturen met jou en jouw papieren vliegtuigjes in de lessen die je had.’ Voegde ik er nog aan toe.
‘Oké, ik zag haar tijdens de gang toen ik naar de nablijf lokaal heen moest. Ik was namelijk de laatste die in de nablijf lokaal in ging. Toen ik de deur van de klaslokaal dicht wilde doen, zag bij de deur opening een heel vaag man, die haar bij de schouders nam.’
Een man tijdens school? Nu was ik echt nieuwsgierig.
‘Wie was die man die je in de gang gezien had?’
‘Dat weet ik eigenlijk ook niet precies, maar ik kan wel vertellen dat het in ieder geval geen leraar was die bij ons op school les gaf.’
‘Hoe zag hij eruit?’ vroeg Jasper dit keer, terwijl ik weer een slok van mijn Cappuccino nam.
‘Ik wist niet wat hij precies aan had, maar hij had in iedere geval donkere kleding aan, en zijn h…’
Ik wilde meer van Jimmy weten over die man, die opeens in de schoolgang was, maar ons gesprek werd doorbroken, toen er achter me mijn naam hoorde roepen. Ik draaide me snel om, en zag mijn achterneef Jesse. Wat deed hij in de café?
‘Wat is er?’ vroeg ik wat zachtjes.
‘Ik kom je halen. Volgens jouw oma moest ik jou ergens meenemen, en ze zei ook dat jij hier soms na schooltijd zit.’
‘Ja, dat klopt.’
‘Kom je?’ vroeg hij een beetje smekend.
Ik richtte mijn blik van Jesse naar Jimmy en Jasper toe.
‘Ik moet gaan, maar we bespreken de onderwerp wel een ander keer.’
‘Is goed, dan zie ik jouw morgen wel weer,’ zei Jasper.
‘Doe wat je moet doen.’
Ik pakte mijn jas en tas, begroette ze nog en liep met Jesse mee uit de café.
Op de stoep zag ik een blauwe Toyota, die van de buitenkant gloednieuw leek. Blijkbaar was de Toyota van Jesse, want hij maakte de deur van de auto als een gentelman voor me open.
Terwijl ik mijn gordel om had, leunde ik met mijn rug tegen de comfortabele zwarte autostoel. De binnenkant van de auto rook echt als gloednieuw, alsof hij de auto maar pas net had.
‘Is het weer hetzelfde als in het weekend?’ vroeg ik, terwijl hij de bocht van rechts nam.
‘Nee, niet echt. Dit keer is het wat anders.’ Terwijl hij bij de eerste beste stoplicht remde, toen de stoplicht op rood sprong. ‘We gaan eerst even naar jouw huis, zodat jij jouw spullen schoolthuis thuis kan leggen.’
‘Gaan we dan ergens anders heen?’
‘Ja, namelijk uit deze stad.’ Uit de stad? Ik was nog nooit van mijn leven buiten deze stad geweest. Ik voelde opeens de opwinding in mijn lichaam. Hopelijk gingen we niet heel ver van deze stad, en stopte hij bij de dichtbij zijnde stad. Mijn grootmoeder wilde liever dat ik weer op tijd terug kwam, en ik moest morgen weer naar school gaan.
Hij trapte met volle gas op één van de pedalen, toen de stoplicht op groen sprong. Het was blijkbaar stoere gedrag bij mannen als het om auto reden ging. Het was de komende drie minuten stil. De rest van de tijd had ik voor uit het raam naar buitel lopen staren. Buiten was het niet echt bijzonder door de weer, maar de regenbuien waren een heel stuk minder, toen ik samen met Jesse uit de café waren.
‘Pearlina, en nog iets. Ik was het bijna vergeten te zeggen, maar vergeet thuis ook niet om paar kleding en toilet spullen mee te nemen.’
‘Hoezo eigenlijk?’ vroeg ik.
‘Nou, we gaan namelijk vele kilometers buiten deze stad rijden. Waar ik jou wil heen brengen is namelijk ook heel ver weg.’
‘Waar gaan we eigenlijk heen?’
‘Dat is nog een verassing.’ Ik hoopte dat het de leukste steden zijn, want dan kon ik misschien foto’s maken. Ik wist zelf niet hoe het echt voelde om op vakantie te gaan. Ik was nog nooit van mijn leven op vakantie geweest, maar het voelde voor mij wel alsof ik op vakantie ging ergens buiten deze stad. De opwinding werd bij mij wat groter, totdat er iets in mijn op kwam.
‘Er is nog één probleem. Ik moet morgen weer na school.’
‘Dat is geregeld, jouw oma zal de komende dagen jouw ziek melden. Daar hoef jij geen zorgen over te maken.’
‘Is ze daar ook op de hoogde?’
‘Ja, het was namelijk ook haar idee.’
Bij de hoek van de straat, maakte ik de deur van de auto open, toen we voor mijn huis stil stonden. Ik ging dit keer via de voordeur naar binnen. Dat deed ik soms als het om bepaalde omstandigheden ging. Ik liep met mijn jas aan de trap op naar mijn slaapkamer toe.
Jesse had me nog niet vertelt hoelang ik buiten deze stad weg zou gaan, maar ik denk hooguit drie of vier dagen. Een koffer zou waarschijnlijk niet nodig zijn, want ik wist zelf niet waar ik een koffer uit dit huis moet verdaan halen. De tas die ik naar school mee had was veel te klein voor de hoeveelheid spullen die ik mee wilde nemen. Ik had gelukkig nog ergens in mijn tas nog een grote rugzak, die vaak in de brugklas op school meenam. Ik stopte een stuk of vijf topjes in de tas.
Ook al was het te veel ik had voor de zekerheid een reserve.
Ik stopte nog een blauwe wijde spijker broek en één skinny jean in de rugzak. Ik had nog een zwarte panty in mijn tas gestopt en een lange topje met zijkante, die op een jurk leek in de tas gedaan. Ik dacht dat de tas wel vol zou raken, maar de rugzak was voor ongeveer de helft met kleding gevuld. Ik nam voor de zekerheid nog een paar dikke truien mee, misschien zou het koud worden.
Ik had in de badkamer mijn tandenborstel, tandpasta, deodorant en andere belangrijke verzorging producten in een klein tasje gedaan en vervolgens in mijn rugtas gestopt. Ik had volgens mij alles wel, hoewel make up niet heel belangrijk was had ik wel mijn lipgloss en mascara in de voorvakje van mijn tas gedaan. Ik verliet mijn kamer en liep met mijn rugtas naar beneden toe. Waarschijnlijk was mijn grootmoeder niet thuis, want het was in huis wel heel erg stil. Misschien was ging ze ergens boodschappen doen, of ze was ergens bij een vriendin van haar. Ik deed de voordeur achter me dicht, en was klaar om met Jessie buiten de stad weg te gaan.
Terwijl Jesse de auto startte, pakte ik snel mijn mp3 en oortjes uit de voorkant van mijn rugtas, die ik meegenomen had. Ik zou waarschijnlijk zonder mijn mp3 me heel erg vervelen, als we heel veel kilometers gingen rijden.

Rijden op de snelweg was, anders dan ik zelf veroorlooft had. Het was waarschijnlijk voor mij de eerste keer dat ik meemaakte dat ik op de snelweg ging. Het kwam waarschijnlijk ook, omdat ik nooit buiten de grens van Swampscott was geweest. Hoe voelde best angstaanjagend op de snelweg, door de snelheid op de weg. Ik had de komende tijd muziek geluisterd en uit het raam naar buiten gestaard. We waren twee keer op de snel weg bij een tankstation gestopt. De ene keer, omdat de benzine van de auto bijna op was en ergens twee uur later om even onze benen uit te rekken. Ik baalde op één gegeven moment wel dat mijn mp3 speler bijna leeg was. Ik had mijn lader mee moeten meenemen. De laatste uur van de rit had ik het zonder mijn mp3 speler moeten doen. De laatste uur van de rit kon ik me niet hee veel van herinneren, want ik had de laatste uur zit te slapen.

Jesse had op een gegeven moment me wakker gemaakt, en gezegd dat we er zijn. Met een kreun was ik wakker geworden. Ik voelde dat ik door het slapen wat moe was. En blijkbaar was het al laat, aangezien het buiten donker was. Ik wist zelf niet in welke stad we zijn, maar ik zag buiten paar van die gigantische wolkenkrabbers.
‘Waar zijn we?’
‘In Long Island.’
‘Is het in new york?’ vroeg ik.
‘Nee, new york zijn we al voorbij gereden.’ Serieus? Ik had beter niet in slaap moeten vallen.
‘Maar waar wil je me naar toe brengen?’ Terwijl we op de stoep liepen.
‘Dat is nog een verassing,’ antwoorde hij met een glimlach.
‘Nee.’ Terwijl ik stil stond.
‘Wat nee?’ Terwijl hij zich omdraaide. Zijn blik was dit keer serieuzer dan eerst.
‘Ik wil weten waar we naartoe gaan. Het voelt onaangenaam als ik in een vreemd stad niet eens weet welke bestemming ik heen ga.’
‘Ik begrijp het, maar waar we heen gaan is nog niet heel ver weg meer. Ik wil jou de basiscentrum voor heksenjagers laten zien.’

‘Dit gebouw is…’
‘Enorm groot?’ Terwijl Jesse zijn gezicht naar me toe richtte ‘Dit is het basiscentrum. Het is best groot, en vijvenzeventig procent van de leden hier bestaan uit de afstammelingen van vroegere heksenjagers.’ Voegde hij er nog aan toe.

‘Eindelijk ben je er, Jesse.’

Een oude man met een zakelijke zwarte pak leek op ons te wachten. Zijn donkere haren waren gedeeltelijk grijs geworden, waarvan zijn kruin op zijn hoofd kaal was keek hij door zijn glazen bril me vriendelijk aan.
‘Ik heb me nog niet aan jou voorgesteld,’ zei hij, terwijl hij me een hand gaf. ‘Ik ben Hector.’
‘Pearlina.’ Terwijl ik zijn hand schut.
‘Leuk om je te ontmoeten, Pearlina.’ Hij richtte zijn blik weer naar Jesse toe.
‘Ja, zij is nieuw hier.’
‘Van daar. Ik had haar nooit eerder in deze gebouw gezien. Maar het is ook goed om paar nieuwe gezichten tegen te komen, want dan weet ik zeker dat we te maken hebben met nieuwelingen die pas net met de inwijding te maken krijgen.’ Hij schraapte zijn kil en ging weer verder. ‘Maar ik vragen van welke tak ze precies komt?’
‘Daar wil ik jou al precies over hebben. Ze stam net als ik van Charles af.’
‘Interessant.’ Terwijl Hector zijn bril op zijn neus goed zette.
‘Ze is de dochter van Sophie. Aangezien ze al zestien is, wilde haar grootmoeder dat ze ingewijd wordt.’
‘Bedoel je mevrouw Marle?’
Jesse knikte.
‘Dan begrijp ik, dat ze snel mogelijke aan de andere inwijdingen eisen moet voldoen, aangezien we nog maar weinig tijd hebben? Je weet maar nooit wat voor gevaren ze kan doorlopen.’ Gevaren? Wat voor gevaren bedoelde hij?
‘Is er dan iets dat we nog niet weten?’ vroeg hij. Die vraag had ik zelf ook wilde stellen.
‘Ja, dat wel, maar dat vertel ik jou onder vier ogen, maar eerst kan je haar beter de slaapruimte laten zien, waar ze de komende tijd zal overnachten.’
Terwijl Jesse de enorme grote deur van de hall voor me open deed, besefte ik dat de gang echt heel lang was. De vloeren waren wit betegeld. En de gangen waren verlicht met kreunluchters van kaarsen.
Bij de hoek van de gang wilde ik het vragen, maar ik twijfelde nog steeds. Als eerste zou hij het pas te weten komen als ik in de kamer was, waar ik de komende paar nachten zou overnachten. Terwijl we de hoek van de gang liepen en Jesse op de knop van de lift drukte. Ik beet op mijn lip op het moment dat de liftdeuren openging.
‘Over die gesprek die jullie gaan voeren.’
‘Het zal vast niet veel bijzondere heden zijn. Hij gaat me alleen vertellen over gevaren dat je tegen kan komen tijdens de inwijding of als heksenjager. Verder is er niks.’ Ik had zo het gevoel dat er hun gesprek nog meer komt te spelen dan de gevaren over de inwijding. En ik mocht het zelf niet te weten komen.
De lift stopte bij de derde verdieping. De verdieping waar we uit moeten stappen. De gangen van de derde verdieping leek echt veel op een hotel. De gang leek een beetje op de begaande grond, maar dan waren de muren donkerberge en een beetje smaller. Ik was zelf nooit van mijn leven in een hotel geweest, maar door paar programma’s en films op televisie, wist ik wel hoe de gangen van de hotel er uitzagen.
Hij maakte de deur van de kamer voor me open.
‘Maar ik spreek je morgen wel. Ik hoop dat je de kamer bevalt.’ Terwijl hij de deur van de kamer dichtdeed. De kamer bevalt me best, aangezien de kamer twee keer zo groot was dan mijn eigen slaapkamer. De interieur van de kamer was heel modern en luxe. De vloer van de kamer was zwart betegeld, en er hing op het plafon een zwarte kroonluchter. De kamer had bijna alles behalve een televisie, en daarmee bedoelde ik een platte plasmatelevisie, die aan de muur hingen. Door de nachtuitzicht buiten leek de kamer nog luxer dan die al was. Ik deed de gordijnen maar dicht, want drieverdiepingen naar beneden kijken was al angstaanjagend. Ik had hoogtevrees, maar de ramen waren enorm groot alsof er geen ramen in deze kamer waren maar een grote opening naar buiten. Ik legde mijn grote rugzak op het bed bij het raam. De hoofdkwartier was echt heel gigantisch. Ik was best nieuwgierig en wilde de rest van het gebouw verkennen, maar de risico zou waarschijnlijk groot worden dat ik zou verdwalen. Er waren echt heel veel gangen. Het leek wel een doolhof. Het was al laat. Ik ging maar mijn tanden poetsen en proberen te gaan slapen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen