Ik liep met lood in mijn schoenen naar school. Ik wilde vandaag niet na school. Het liefst had ik thuis gebleven. Ik voelde me vernederd na wat er die vrijdag op het feest van Derek was gebeurd. Het ergste was dat sommige het grappig vonden. Ik liep door de school gang en vreemd genoeg waren er geen spottende of rare blikken op mij gericht. Waren ze het na het weekend soms vergeten? Ik ging naar mijn kluisje toe om de boeken van de les te pakken. Net toen ik het kluisje opende stond Fleur naast mij bij de kluisjes.
'Hey, je raadt nooit wat er vrijdag avond gebeurd was.'
'Was het zo grappig dat ik cola over me heen kreeg?' klonk ik nors. Ik had zelf niet verwacht dat Fleur me zou lachen nadat ik cola over me heen kreeg.
'Hey, rustig maar. Ik bedoelde wat er gebeurde nadat je weg ging. Natuurlijk zou ik nooit spottend tegen jou doen tijdens paar blunders, dat weet je toch?' Misschien had ik te snel conclusies getrokken over haar.
'Maar wat was er die vrijdag gebeurd toen ik weg ging?' vroeg ik.
'Nadat sommige stom waren jou uit te lachen toen je cola over je heen kreeg, zei Colin daar iets over. Hij vond het niet kunnen dat ze jou uitlachen en hij ook echt recht voor ze raap.'
'Dus, hij kwam voor me op?'
'Ja, en hij heeft een soort van gezorgd dat je niet meer voor schut zat en dat de mensen op het feest moeten vergeten na die ene blunder.'
Dat was lief van hem. Ik voelde iets warms en aangenaam als ik aan hem dacht tijdens het feest van Derek. Zijn aanraking in de tuin voelde zo fijn en intens aan. Ik hoorde de schoolbel luid in de gang.
Ik liep samen met Fleur jaar mee lokaal waar we moesten zijn.

Dinsdag

De ouders hadden samen met school voor een zoektocht georganiseerd om Bertha snel mogelijk terug te vinden, alleen stond ik daar niet echt op te wachten. De weer buiten was best wel koud, en ik had niet de juiste schoenen aangetrokken, maar de directrice en de leraar hadden erop gewacht om haar ook te vinden.

Het was naar mensen toestappen met een foto van haar, en vragen of ze haar ergens gezien hadden. Ik had jammer genoeg de pech dat ik nu ergens bij een straat was, waar helemaal niemand was. Ik had beter bij de centrum kunnen gaan, waar ook veel winkels waren, maar de grootste deel van de klas was daar al naartoe, en de directrice had me nog tegen ons gezegd dat we beter kunnen verspreiden. We hadden de hele dag te tijd om haar te vinden.


'Welkom allemaal. We zijn hier allemaal gekomen omdat ik iets belangrijks ga vertellen,' zei directrice... die dinsdag buiten bij het schoolplein. 'Zoals jullie misschien al weten is Staicy Stoers al een tijdje lang vermist. De ouders van Staicy zijn speciaal op school gekomen, omdat we met folders naar mensen toe gaan. Misschien zijn er wel mensen die haar toevallig wel hebben gezien. Jullie kunnen de folders ook op openbare plekken ophangen, maar ik raad jullie aan om gewoon naar mensen af te stappen en te vragen of ze Staicy misschien hadden gezien,'  voegde de directrice nog aan toe.

Welkom allemaal. We zijn hier allemaal gekomen omdat ik iets belangrijks ga vertellen,' zei directrice... die dinsdag buiten bij het schoolplein. 'Zoals jullie misschien al weten is Staicy Stoers al een tijdje lang vermist. De ouders van Staicy zijn speciaal op school gekomen, omdat we met folders naar mensen toe gaan. Misschien zijn er wel mensen die haar toevallig wel hebben gezien. Jullie kunnen de folders ook op openbare plekken ophangen, maar ik raad jullie aan om gewoon naar mensen af te stappen en te vragen of ze Staicy misschien hadden gezien,'  voegde de directrice nog aan toe.

'Jullie krijgen direct een pak folders mee. Misschien kunnen jullie twee aan twee gaan werken,' zei de geschiedenis leraar.

Ik was met Jasper mee gegaan. Fleur wilde zelf ook met ons mee, maar dat vond de leraar niet goed. De folders zelf was op A5 formaat en er zat een foto van Staicy. Waarschijnlijk een school foto van vorig jaar. Haar blonde haren zaten in een staart. Ze had verder lipgloss op, en glimlachte. Echt een glimlach alsof ze de mooiste tijd van haar leven had.
Ik liep al een uur met Jasper langs de straten. Ik baalde er wel van dat we niet bij de centrum of winkelcentrum gingen, want daar waren de meeste mensen, maar de meeste leerlingen gingen daar al na toe, en volgens de leraar zou het handig zijn ons te verspreiden.
'Dit is zinloos,' zei ik. 'We zijn weinig mensen tegen gekomen.'
'Ik weet het. Daarom ben ik van plan die folders ergens op te hangen.'
'Dat doe je al sinds een uur. Elk boom of paal hang je een folder op.'
'Dat klop,' zei Jasper. Ik wist zelf niet waarom, maar het leek alsof Jasper een soort van vrolijk was. 'Maar we kunnen misschien naar de cafe gaan en daar aan mensen vragen of ze haar gezien hadden.'
'Oké, is goed.'

Ik voelde me best een beetje nerveus. Het enige wat we hoeven te vragen, was of ze haar gezien hadden. Jasper had de deur van de cafe voor me opengedaan en we liepen de cafe in. De cafe zag er best rustig uit. Nu wist ik hoe rustig de cafe kon zijn tijdens schooltijd.
'Weten een van jullie misschien waar Staicy is?' vroeg Jasper. Ze keken onze kant op. En een man met veel tattoe's op zijn arm, die veel leek op iemand die van de motor bender kwam, lachte naar ons.
'En wie is Staicy?' vroeg de man met veel tattoe's.
'Een meisje, eigenlijk een klasgenoot van ons die dagen vermist is,' antwoordde ik. Ik had een folder aan hem gegeven.
'Hmm, interessant,' zei hij, terwijl hij naar de folder keek. 'Voor hoelang is ze al weg?'
'Twee weken,' antwoordde Jasper
'Dat is vrij lang,' zei hij lachend. 'Ik heb nog nooit van de naam Staicy gehoord. Anders moet je maar aan de werknemers hier vragen,' zei de man met tattoe's een beetje vriendelijk.

Ik liep naar de meneer die bij de bar stond. Hij zag er heel dun en deftig uit. Echt alsof hij een manager van een vijf sterren hotel was.
'Jullie zijn op zoek naar een vermiste klasgenoot? Neem ik aan?'
Ik knikte. 'Heb je haar toevallig gezien,' vroeg Jasper.
'Ik moet tot mijn spijt zeggen dat ik haar niet gezien had,' zei de serveerster die naar de foto waar Staicy op zat wees.
Hij schraapte zijn kil en ging weer verder. 'Als ze op het nieuws was geweest, dan moet ik tot mijn spijt zeggen dat paar dagen het nieuws niet gevolg had, dus ik weet er zelf niet veel van. Je kan het buiten vragen. Er is misschien een kans dat mensen haar nog gezien hebben.'
'Dat is goed, meneer. Maar toch bedankt,' zei ik. En ik liep samen met Jasper de cafe uit. Buiten liepen we de hoek van de straat om. Er was bijna niemand buiten. Hoe konden we buiten in deze straten vragen als er bijna niemand te zien was?
'Hey, Pea. Je had misschien wel gelijk dat dit zinloos is. Misschien kunnen we terug naar school gaan en tegen de directrice vertellen dat het ons niet echt gelukt was,' stelde Jasper zich voor.
Ik hield mijn schouders op. 'Is goed, laten we dan maar terug gaan.'
We liepen weer terug. Net toen we voorbij de cafe wilde lopen, kwam er een stokoude vrouw uit het cafe. Haar gezicht zat vol met rimpels en ze liep heel erg krom.
Ze keek ons aan. Bij haar bruine ogen zag ik iets, dat ik moeilijk kon omschrijven.
'Ik hoorde dat jullie op zoek waren naar een vermist meisje,' zei ze.
'Ja, dat klopt,' zei Jasper.
'Heb je haar toevallig gezien?' vroeg ik aan haar.
'Ja, ik zag haar toen op straat nog.'
'Serieus.'
'Nou en of. Ze stond daar bij de hoek met een meneer,' zei ze, terwijl ze trillend met haar hand naar de hoek van de straat wees. 'Ze hadden volgens mij een gesprek.'
'Hoe zag die meneer eruit?' vroeg ik.
'Geen idee, het was die nacht gebeurd. Maar volgens mij had die blond haar.'
'Was het gister gebeurd?'
'Wie weet,' antwoordde ze met een glimlach. 'Maar als ze er weer is, dan zal er over paar weken iets gruwelijks gebeuren in deze stad.'
Ik keek haar vragend aan.
Ze kwam dichterbij me stam en pakte me vast. 'Na die paar weken zullen ze wraak nemen, en dat zal die gruwelijkheid zijn.'
'Wie willen wraak nemen?' vroeg ik.
'De gruwelijkheid zal een vloek zijn die in deze stad zal komen, en niemand kan het ontkomen. Niet zolang ze het boek weer terug hebben.' Ik maakte me los van haar greep. Ze maakte me serieus bang.
'Pas op jullie hoeden. Er zullen duistere tijden aanbreken.'
Ik keek Jasper aan. Hij keek zelf ook verbaasd wat we te horen kregen van een oud vreemd vrouwtje.
'Dit klinkt nogal raar,' zei Jasper. En daar was ik met hem ook een soort van mee een.
'Maar wat bedoel u eigenlijk met duistere tijden?' vroeg ik. Ik draaide mijn blik weer naar de oude vrouw, maar ze was plots verdwenen. Wat bedoelde ze eigenlijk met de duistere tijden? Bedoelde ze soms de vloek? Wat voor vloek zou er in deze stad komen?

De speurtocht naar haar was best wel vermoeiend. Ik zat vermoeid tegen de kluisjes aan op de grond. Ik dacht na over bepaalde dingen.
'Hey, Pearl,' zei Colin vriendelijk.
'hey, hoe is het?'
'Wel redelijk goed en met jou?'
'Het gaat wel,' zei ik. 'Ik ben alleen moe van de zoektocht. Je weet wel het zoeken naar een vermiste meisje van school.'
'Ik kende haar niet echt.'
Logisch aangezien Colin de nieuweling haar maar een dag had gezien.
Hij stond op en ging voor me staan. 'Maar ik wil je wel helpen, als je wilt?'
Hij was zo vriendelijk om me een hand aan te bieden. Ik pakte zijn hand aan en stond op.
'Colin, dat is lief van je, maar dat hoeft niet.'
'Ik doe het graag, en bovendien is ze best lang verdwenen.'
Iets van binnen voelde ik iets warms en aangenaams.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen