Foto bij 101 - Emmeline

Ik ben nog nooit zo blij geweest om ergens aan te komen. De reis was lang, veel te lang, en het maakte me gek.
Natuurlijk kan ik nooit genoeg krijgen van bij Lucien in de buurt zijn, maar het voorbij gaan van landschappen werd na een tijd vermoeiend en we hadden geen enkel moment voor ons tweeën. Hopelijk verandert dat snel. We hebben maar weinig kunnen praten, enkel een vluchtige kus kunnen delen als niemand keek. Eschive mag dan weten van onze liefde, dat betekent niet dat ze er al te veel van mee mag krijgen.. voor het geval het mis gaat.
Over Eschive gesproken, die wordt met de seconde nerveuzer sinds ons verteld is dat we in enkele minuten bij het paleis aan zullen komen.
Daar zal ze haar toekomstige echtgenoot, de Portugese kroonprins Cecilio, opnieuw ontmoeten, voor het toeziend oog van zijn volk. Ik weet nog hoe ik me voelde toen ik naar Frankrijk verscheept werd om Aleran te huwen.
Haar handen trillen en met een glimlach pak ik ze vast.
"Eschive.. tout ira bien.. tudo ficará bem." Ik heb het Portugees redelijk snel opgepikt, en het zal alleen maar beter worden aan het hof. Als ik daar in ieder geval de mogelijkheid krijg om te spreken.
Ik heb geen idee hoe er daar over me gedacht wordt, welke roddels zich verspreid hebben. Maar ik heb Lucien bij me, en dat zorgt er voor dat ik alles aan kan.
"J'ai peur..."
Ik geef haar een zacht kneepje in haar hand en knik. "Ik was ook bang, doodsbang zelfs. Maar je hebt ons, en we zullen er voor je zijn. Je zult je snel thuis voelen."
      "Senhoras e senhores - Eu apresento a vocês, o príncipe herdeiro da França, acompanhado da princesa da Escócia e da princesa da França e futura rainha de Portugal."
In die volgorde stappen we de koets uit. Ik trek een grimas bij het horen van mijn titel, het is beter dan 'de mislukking van Schotland en Frankrijk's vereniging'.
Ik had verwacht dat Eschive de eerste zou zijn die uit zou stappen, maar er werd ons vlak voor aankomst verteld dat dat tegen Portugal's tradities in is. Alsof ze een verrassing moet blijven tot het allerlaatste moment.
We stappen beiden aan de kant als Eschive door de koning en koningin gewenkt wordt. Hun zoon, de vijftien jarige Cecilio, staat wat ongemakkelijk naast zijn ouders. Aan alles is te zien dat hij nerveus is, misschien niet zo nerveus als Eschive, maar zijn handen trillen evenals de hare.
Alles in me wil Lucien's hand vastpakken maar ik moet het tegenhouden. Dat mag niet, niet totdat we iets van het Vaticaan horen.
We kijken van een afstandje toe hoe Eschive buigt voor haar toekomstige schoonouders, en hoe de kroonprins daarna haar hand kust.
Daarna is het onze beurt, en ontstaat er een formele ontmoeting tussen het Portugese koningshuis en de afgevaardigden van het Franse.
"Het is zo goed om jullie hier eindelijk te mogen ontvangen," klinkt de zware stem van de koning. "En om prinses Eschive voor te mogen stellen aan ons volk. We verheugen ons op de toekomst."
Lucien beaamt dit, en ik zie hoe hij Eschive een licht kneepje in haar hand geeft als niemand kijkt. Ze ziet nog steeds bleek, maar haar ledematen lijken niet meer te trillen. Ik zie nog steeds verdriet in haar ogen als ze me aankijkt, maar een hele kleine fonkeling is weer te ontdekken.

Terwijl ik me settel in de vertrekken die voor me ingericht zijn staar ik uit het raam. Ik heb hier mijn dames niet bij me, er staan niet constant wachten voor mijn deur en ik word niet elke dag opgeroepen voor belangrijke gesprekken.
Hier in Portugal ben ik vrijer, maar wordt er ook met hele andere ogen naar me gekeken. Ik heb al flarden van gesprekken opgevangen, gesprekken waarvan niemand dacht dat ik ze zou kunnen verstaan.
Bediendes vragen zich af waarom ik hier ben, nobelmannen grappen over mijn waarde en leden van de adel spreken schande over mijn verraad aan het Franse hof door ze geen nageslacht te leveren. Ik hoorde zelfs mensen zeggen dat ze verwacht hadden dat ik inmiddels al onthoofd zou zijn.
Gelukkig hoor ik geen geruchten over een affaire, niemand die ook maar rept over liefde tussen mij en de kroonprins van Frankrijk, die enkele kamers verderop verblijft. Niemand lijkt te zien hoe we naar elkaar kijken, hoe onze lichamen naar elkaar verlangen.
Vanavond zal er een groot feest gegeven worden, ter ere van de verloving van Cecilio en Eschive. Die twee zijn de eregasten, maar alle belangrijke Franse mensen in Portugal zullen verschijnen, en dan kan Lucien niet uitblijven natuurlijk. Mijn aanwezigheid is misschien minder afgedwongen, maar de Portugese koningin drukte me op het hart dat het belangrijk is dat ik er ben. Voor Eschive, maar ook om de verdraagzaamheid van Frankrijk en Portugal te laten zien. Hoe goed ze zijn, om een mislukkeling zoals ik te accepteren in hun midden. Dat zei ze natuurlijk niet met zoveel woorden, maar daar kwam het wel op neer. Ze keek me aan met de blik die ik al zo vaak heb gezien sinds het overlijden van mijn echtgenoot.
Medelijden, voornamelijk. Er zijn andere emoties in te vinden, maar die probeer ik niet te benoemen.
      Ik had verwacht dat Lucien eerder klaar zou zijn dan ik, maar als ik mijn vertrekken verlaat is zijn deur nog gesloten. Ik ben al in een jurk gehesen, een rood exemplaar dat me veel doet denken aan de jurk die ik droeg naar mijn eigen welkomsfeest.
Alsof ze het er om gedaan hebben in Frankrijk.
Mijn borsten prijken als twee kroonjuwelen naar boven in de stof, en het kost me moeite om adem te halen.
Ik wilde me bemoeien met Eschive's verschijning, maar werd door de Portugese dames uit haar kamer geweerd. Iets met Portugese tradities, maar ze beloofden me dat het niet te risque zou zijn.
Ongeduldig klop ik op de deur van Lucien's vertrekken, in de hoop dat hij echt nog binnen is en niet zonder mij naar het feest vertrokken is.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen