Foto bij 104. - Lucien

De dagen gaan sneller voorbij dan ik had verwacht. Als ik geen vergadering van de koning hoef bij te wonen (mijn mening wil hij niet perse horen, hij wil vooral graag dat ik weet hoe het allemaal gaat), probeer ik mijn tijd door te brengen met Emma of Eschive. Een aantal keer maak ik met Cecilio een wandeling over het strand om hem beter te leren kennen, maar ik jaag hem blijkbaar zoveel angst aan dat hij amper een woord tegen me zegt.
Als ik dat voorleg aan zijn moeder, zegt ze dat haar zoon niet zo is. Ik probeer mijn bevindingen niet door te drukken.
Er is zelden een dag waarop er niks van me verwacht wordt. Vandaag, echter, ben ik vrij. De dames hebben een theekransje, wat hier meestal betekent dat er sangria aan de volwassenen wordt geserveerd en ijsthee aan de kinderen. De koning heeft me niet nodig, en verder heb ik hier geen verplichtingen. Ik zie mijn kans om te trainen. Het is iets waar ik de laatste maanden maar weinig tijd voor heb gehad, terwijl het een van mijn grootste uitlaapkleppen is. Het duurt niet lang voordat ik de barakken vindt, met wat aanwijzingen in het Portugees dat ik steeds beter versta. De soldaten zijn ook bezig met één op één training, dus voor de zekerheid vraag ik of mijn aanwezigheid niet storend is. Dat is hij niet, zolang ik maar wegblijf van de oefenring, wat me redelijk lijkt.
Van de eerste koker pijlen raakt er geen enkele de roos. Ik vloek binnesmonds - ik moet echt vaker trainen. Met de tweede kom ik terug in het ritme. De pijlen die de roos niet raken, zitten in de ring daarbuiten. Van de derde koker steekt er maar één pijl buiten de roos en dat komt omdat ik werd opgeschrikt door een strijdkreed van de trainende soldaten. Nog één koker, besluit ik, en daarna ga ik door naar krachttraining. Net als ik mijn vierde pijl op de pees leg, hoor ik een zachte stem. "Kan je mij dat leren?"
Ik kijk op. Cecilio staat op een klein afstandje met grote ogen te kijken. "Heb je nooit leren schieten?"
"Jawel. Maar mijn leraar was opvliegend en ik was niet goed genoeg. Ik heb al drie jaar geen boog meer aangeraakt." Ik wenk hem. Hij aarzelt.
"Je kan vanaf daar geen pijlen schieten als je het nog niet kan. Dan haal je het doel niet."
"Oh."
Mijn boog is hem te groot. Na een poosje zoeken vindt de commandant een oefenboog voor ons, waarmee Cecilio redelijk overweg lijkt te kunnen gaan. De rest van de middag werken we vooral aan zijn houding. Hij schiet welgeteld drie pijlen af, wat hem overduidelijk frustreerd.
"Als je het fout aanleert, is het veel moeilijk om dat af te leren zodat je het vervolgens goed kan leren. Het is veel makkelijker om het in één keer goed te leren." leg ik hem rustig uit.
"Maar wat heeft dat te maken met het schieten van pijlen?! Is dat niet precies hoe ik het best kan leren?"
"Nee." zeg ik simpelweg. "En als je je geduld nu al verliest, kunnen we beter hier en nu stoppen." Hij lijkt het eventjes te overwegen, maar slaakt dan een zucht en neemt opnieuw zijn houding aan, zodat ik die aan kan passen waar nodig.

"Ongeduldig, dus?" Emma ligt op mijn bed in iets dat veel vrouwen hier dragen aan het einde van de warme zomeravond: een zijden jurk tot net onder de knie met halflange mouwen, met daar over heen een soort mantel van halfdoorzichtige stof. Het laat weinig aan de verbeelding over en daar heb ik niks over te klagen.
"Mhm. Hij wilde er elke tien minuten mee stoppen omdat we niet doorgingen naar de volgende stap."
Ze bladert in haar boek, maar ik zie haar blik steeds zijlings naar me afglijden terwijl ik me was en omkleed, zelfs al sta ik achter een kamerscherm. "Hij is jong. Dat gaat er nog wel uit."
"Ik hoop het. Eschive is ook niet de geduldigste."
"Je maakt je weer eens veel te veel zorgen." Ze glimlacht. Ik werp haar een blik toe over de rand van het kamerscherm dat van een soort papier is gemaakt, waardoor er met de lichtval van dit moment de schaduwen er duidelijk doorheen te zien zijn. Ik heb al vele momenten gehad waarin ik naar Emma keek terwijl er niets en tegelijkertijd alles te zien is.
"Is dat niet de bedoeling, als vaderfiguur?" Daar scoor ik punten mee. Ze rolt met haar ogen, maar haar grijns spreekt boekdelen.
"Het zijn misschien kinderen, maar dat betekent niet dat ze zichzelf niet kunnen redden. Ze ontwikkelen zich echt nog wel, en wij zullen er niet altijd voor ze zijn. Uiteindelijk moeten ze het zelf doen. Ik denk dat Eschive je afmaakt als je haar op haar achttiende nog steeds zo beschermd."
Ik trek mijn blouse over mijn schouders en laat hem overhangen. Emma probeert haar goedkeurende blik te verbergen, maar in de afgelopen maanden heb ik geleerd om ook die onderdrukte blikken te herkennen. Ik grijns naar haar. "Ik zal haar beschermen tot ik er dood bij neerval."
"Ik geloof je ook nog, weet je dat?"
Het bed geeft mee als ik me er bovenop laat vallen; Emma slaakt een klein kreetje en slaat me met het boek dat ze in haar handen heeft. Lachend grijp ik het, trek het uit haar handen en leg het aan de kant. De uitdrukking op haar gezicht is oprecht beledigd. Dat verdwijnt het moment dat ik haar tegen me aan trek en haar kus. "Ik ben doodsbang om vader te worden." zeg ik zachtjes; Emma heeft zich tegen me aan genesteld en mijn kin rust op haar hoofd. "Dat is geen geheim meer voor je. Eschive... Ze is niet als een dochter voor me, dat gaat te ver. Maar ze is wel mijn kleine zusje. Het is niet makkelijk om kind te zijn van adelijke ouders, laat staan de koning en de koningin. Als haar ouders niet beschikbaar waren, kwam ze naar mij. En dat was vaak. Ik word koning, Em. Dat is het enige absolute in mijn toekomst. Of ik nou met jou trouw, of dat het Vaticaan vindt dat ik toch met een ander moet trouwen..." Ik sluit mijn ogen en adem haar geur in. Ze ruikt zomerser dan terug in Frankrijk, alsof Portugal bezit van haar neemt. "Ik wil niet de man zijn met de naam vader, terwijl ik er niet ben voor mijn eigen kind. Maar heb ik die keuze als ik koning ben, als het hele land en een groot deel van de wereld constant een stukje van me wil?"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen