“Ja,” zeg ik vastberaden terwijl ik hem aankijk. “Dat kun je. Het zal niet makkelijk zijn, misschien, maar je kunt het. Want je hebt je hart op de juiste plek..” Ik plaats mijn hand op zijn borstkas om zijn hart te voelen kloppen.
“En.. in het mooiste scenario heb je mij aan je zijde. Samen zorgen we er voor dat onze kinderen alle liefde zullen krijgen die ze verdienen.”
Hij kust mijn voorhoofd en ik luister naar zijn ademhaling, die van gejaagd naar rustig en evenwichtig gaat. De gedachte dat ik hem tot rust kan brengen zorgt er voor dat mijn hart overslaat.
“Wat nou als...” Ik snoer hem de mond door zijn lippen te kussen.
Hij gaat in op mijn kus, maar kijkt me een beetje vragend aan als ik die verbreek.
“We gaan het niet over doemscenario’s hebben, Lucien. Laten we genieten van wat we hebben, hier en nu.”
Hij geeft me gelijk. Natuurlijk geeft hij me gelijk, dat heb ik namelijk bijna altijd en hij weet het.
Hij kust me opnieuw en trekt mijn lichaam over het zijne. De lichte stof van mijn jurk fladdert om me heen, wat voor hem een perfect excuus is om zijn handen er onder te laten glijden. Zijn handen zijn minder ruw dan in Frankrijk, het lijkt wel alsof hij hier meer mens kan zijn in plaats van prins en dat zijn hele lichaam verzacht en ontspant.
Zijn lippen smaken naar vruchten waar ik nog nooit van gehoord had, en die zoeter zijn dan ik me fruit ooit had kunnen voorstellen. Hij ruikt zelfs anders dan thuis.
Onder mijn jurk voel ik zijn aanraking op mijn heupen, de blote huid van mijn buik, mijn ribbenkast, en alle andere plekken die ze kunnen vinden.
We onderbreken onze kussen enkel om adem te kunnen halen, meer dan dat hebben we niet nodig.
Elkaar, en zuurstof. Daar kunnen we van leven.
We zouden hier voor eeuwig kunnen blijven liggen. Een beetje vrijen, zo af en toe eten en drinken, en gewoon heel gelukkig zijn. Helaas is de buitenwereld het daar waarschijnlijk niet mee eens.
We moeten realistischer zijn. Het kan nog maximaal een maand duren voor we iets horen van het Vaticaan. Meer dan drie maanden kunnen ze niet nodig hebben voor het overbrengen van hun beslissing.
We hebben dus nog een maand om te genieten van wat we nu hebben. Na deze maand zou het allemaal over kunnen zijn, de roze wolk waar we op zitten.
Mijn brein maakt overuren als ik er aan denk. Ik wil hem niet kwijt, maar als we niet mogen trouwen zit er niet veel anders op dan dat accepteren.
Ik zou zijn bastaardkind kunnen dragen, en nadat Lucien het erkent zouden we als aanhang bij de koninklijke familie kunnen horen. Maar dan zou mijn kind ook voor altijd een bastaard zijn, en ik niets meer dan een fout van de toekomstige koning.
Meer dan bidden kan ik niet doen. Bidden dat het Vaticaan instemt met onze wens.
Verder er over nadenken kan ik niet. Een licht euforisch gevoel spoelt over mijn lichaam als Lucien’s handen nogmaals afdwalen.
“Waar denk je over?” zijn handen glijden kort naar mijn bovenbenen als hij me aankijkt.
Ik wuif zijn vraag weg. “Niets belangrijks...” Dan pak ik zijn handen beet en manoeuvreer ze naar de juiste locatie. “Waar waren we?”
      Puffend en glimlachend liggen we naast elkaar. Onze handen zijn verstrengeld, voor verdere aanraking is het te heet in de kamer.
“Ik hou zoveel van je, Emmeline,” zijn stem doorbreekt de stilte in de ruimte. Daarvoor was alleen onze ademhaling te horen.
Hij heeft zijn hoofd naar me toe gedraaid, zie ik als ik ook naar hem kijk. Zijn glimlach is er een die ik nog niet heel vaak heb gezien.
Vol euforie, en even zonder zorgen.
“Ik ook van jou,” mijn vingers strelen over de lichte baardgroei op zijn gezicht, “zo veel.”

De volgende dag heb ik Eschive een bezoekje beloofd. We zien haar niet al te vaak, ze is druk met het leren kennen van haar toekomstige thuisbasis.
Als ik haar zie lijkt ze.. ontspannen. Gelukkig is een te groot woord, waarschijnlijk, maar ze lijkt niet meer nerveus en verdrietig.
“Emma!” ze kijkt op van haar boek als ik binnen kom. Ze leest, en dat maakt me al dolgelukkig. Haar verloofde heeft haar dat nog niet verboden.
Snel legt ze het weg op de tafel naast haar en staat ze op om me te omhelzen.
We nemen plaats op de stoelen in de kamer terwijl haar dames vertrekken. Ik weet nog hoe erg ik in de gaten gehouden werd de eerste weken in het kasteel, en hoe vreselijk ik het vond. Eschieve en ik lijken erg op elkaar, dus ik kan me voorstellen hoe zij zich er over voelt.
“Hoe gaat het met je?” We vragen het elkaar tegelijk, iets waardoor we beiden lachen.
“Goed,” antwoord ze dan. “Ik mis huis, en mijn ouders.. maar het is hier niet zo erg als ik dacht. Cecilio is aardig tegen me, hij heeft me allerlei leuke plekken laten zien en...” ze bloost, “gisteren hield hij voor het eerst mijn hand vast, en ik vond het niet vreselijk!”
Ik glimlach bij het horen van haar verhaal. “Ik ben zo blij voor je, Eschive.. Je verdient een geweldige verloofde.”

Mijn bezoekje is maar van korte duur, want al snel wordt haar aandacht weer ergens anders voor gevraagd.
Dat geeft mij tijd om Lucien opnieuw op te zoeken, aangezien we deze middag allebei vrij zijn. Er staat een wacht voor zijn deur, maar hij is niet geïnstrueerd om me tegen te houden en herkent me meteen.
Lucien staat voor het raam, zoals hij dat zo vaak doet, en kijkt om als de deur dichtvalt.
“Emma.. ik dacht dat jij..”
Ik schud mijn hoofd. “Je zusje werd al snel opgeroepen voor de zoveelste les. De Portugezen willen echt dat ze een slimme jonge vrouw wordt..”
Hij loopt naar me toe en slaat zijn armen om me heen. “Net zoals jij..”
Ik glimlach. “Net zoals ik...” ik strijk wat haar uit zijn gezicht. “maar goed.. nu heb ik heel wat vrije uren tot het diner.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen