"Alsof God het zo had gewild." zeg ik met een glimlach. Emma kwam binnen terwijl ik midden in mijn overpeinzingen over het Vaticaan zat. Nu, met haar in mijn armen en die duizelingwekkende lach van haar, kan ik me niet voorstellen dat er een toekomst bestaat waarin ik niet met haar trouw. Het is iets dat buiten mijn macht ligt, zelfs al word ik koning van Frankrijk. De geestelijken in Rome mogen mijn toekomst bepalen, zonder enige echte weet van het verhaal. Ik weet niet wat er in de brieven staat die mijn vader heeft gestuurd, maar ik weet wel dat er geen enkele mogelijkheid is dat ze een goed beeld schetsen van de pure liefde tussen mij en Emma. Is dat niet waar het huwelijk om draait? Liefde en geluk?
"Hé, stop daar toch eens mee." Emma tikt met haar vinger op haar neus. Ik kijk haar vragend aan. "Met dat doemdenken van je. En probeer het niet te ontkennen, Lucien, ik kan het aan je zien."
"Ken je me ondertussen zo goed?"
Ze neemt mijn gezicht in haar beide handen en kust me zacht. Misschien is dit de laatste kans om er echt van te genieten. fluistert een stemmetje in mijn achterhoofd. Over een aantal weken kan het allemaal voorbij zijn. Misschien is het morgen al voorbij. "Ik ken je beter dan dat je jezelf kent."
Ze heeft niet eens ongelijk. Haar duiken strijken over mijn jukbeenderen; ik leun met gesloten ogen tegen de aanraking aan. Nu het nog kan.
"Hoe kan ik je afleiden?" De toon in haar stem geeft direct prijs hoe ze dat wil doen, maar ik schud mijn hoofd. Niet als ik er helder bij ben. Ze pruilt. "Als je maar niet denkt dat ik je hier gewoon laat staan en je laat ronddwalen in die donkere gedachten van je."
Het is zo'n dag dat ik niets liever zou doen dan dat. Dat zeg ik niet tegen haar. Ik zet mijn meest overtuigende glimlach op en kus haar voorhoofd. "Wat zeg je van een avontuur?"

Soms is het makkelijker om de ander af te leiden, dan hen jou te laten afleiden. Hoewel dat niet perse de simpelste manier is met Emma, krijg ik het uiteindelijk voor elkaar. Na een strandrit vol bezorgde blikken, dat wel. Maar als de grot in zicht komt, is haar aandacht ergens anders op gericht.
"Ga je me dan toch vermoorden, Lucien?"
Ik schud glimlachend mijn hoofd. "Geduld, schoonheid. Je komt levend weer terug in het paleis." Ze lijkt niet overtuigd. Eenmaal aangekomen bij de grot, help ik haar van het paard af. De kliffen torenen hoog boven ons uit, wit door reflecterend zonlicht, al het water om ons heen glittert. Er is zoveel licht dat ik even bang ben dat we voor niks zijn gekomen. Het pad naar de ingang ligt, in de vloed, onder water, maar met een relatief kleine sprong is het makkelijk te overbruggen. Dat is precies wat ik doe - mijn leren laarzen ketsen het water op als ik land. Bijna verlies ik mijn evenwicht - Emma piept van schrik, maar ik weet mijn evenwicht te hervinden. Het heeft er alleen wel voor gezorgd dat Emma een stuk minder overtuigd is; haar schoenen zijn nog veel gladder dan die van mij met een hogere hak.
"Ik vang je." beloof ik haar. Ze knikt, vastbesloten, en zet af. Nog voor ze landt, sluiten mijn handen zich om haar middel en trek ik haar het laatste stukje de veiligheid in. Ze glijdt uit, net een beetje, en valt lachend tegen me aan. "Zie?" Ik grijns. "Ik zei toch dat je op zou vangen."
Haar ogen twinkelen. "Ga je me nou nog vertellen waarom we hier zijn en waarom ik hier mijn nek voor riskeer?"
Ik bied haar mijn hand aan; haar vingers krullen zich om de mijne. "Het is een stukje lopen. Je ziet het vanzelf."
Al snel blijkt dat mijn zorgen over teveel licht ongegrond zijn; terwijl we verder de grot in kronkelen, komt een groene gloed ons tegemoet. Emma kijkt me vragend aan, ik glimlach naar haar en gebaar dat ze door moet lopen.
Ik hoor haar adem stokken als we de bron van de groene gloed bereiken. De verwondering in haar ogen laat mijn hart sneller kloppen, ik kan niet anders dan breed grijnzen.
De wanden van de grot zijn bedekt met lichtgevend mos. Geen idee hoe het kan, of wat het is. De afgelopen dagen heb ik mijn best gedaan om het uit te zoeken in de bibliotheek, maar ik heb nog geen geluk gehad. Emma kijkt haar ogen uit, op mijn beurt kan ik alleen maar kijken naar haar. De groene gloed werpt spookachtige schaduwen op het gezicht. "Het is prachtig." fluistert ze.
Mijn hart zwelt op van geluk, het is onmogelijk om van haar weg te kijken. "Prachtig." beaam ik.

Na het diner van die avond brengen Emma en ik de avond samen door op het balkon van mijn vertrekken. Onze kamers hebben beiden uitzicht op zee, maar bij mij staat er net wat meer wind. Alle verkoeling is welkom in de zomerse hitte. Emma leest een van haar favoriete boeken, maar dit keer in het Portugees. Ik ga over rapporten die ik zowel van mijn vader als de koning van Portugal heb gekregen, om zo meer inzicht te krijgen over de situatie thuis, maar ook hier. De bruiloft is dan misschien pas over drie jaar, de verloving betekent al dat Portugal en Frankrijk een nauwe band zullen hebben die waardevol kan zijn mocht er oorlog uitbreken. De rapporten die ik heb meegekregen uit Frankrijk, zijn wat dat betreft enigszins zorgwekkend. Het Heilige Roomse Rijk heeft bericht gestuurd dat ze op het punt staan de oorlog te verklaren aan Polen en vraagt Frankrijk om militaire en financiële steun. Hoewel het Rijk een goede bondsgenoot zou zijn, staan ze ook bekend om hun torenhoge schulden die ze vrijwel nooit terugbetalen. En Polen, met hun banden in het hoge Noorden, kan weer een bijzonder gevaarlijke vijand zijn. Het Rijk niet helpen is evengoed gevaarlijk - de koning is wraaklustig en gaat niet fantastisch om met afwijzing. Aangezien het land relatief dicht bij Frankrijk ligt, maakt dat een inval gemakkelijk. Vader wil dat ik met een oplossing kom.
Ik zucht en klap het boek dicht. Emma kijkt op, maar haar bezorgde blik wuif ik weg. "Te veel informatie. Ik ga slapen."
Het duurt niet lang voordat ze naast me komt liggen. Met boek, dat wel. Maar dat neem ik haar niet kwalijk. Ondanks de hitte nestel ik me tegen aan, net zoveel als de hoge temperatuur toelaat. Alsof ik onbewust wist dat het voorlopig de laatste keer zal zijn.
's Ochtends opent het kamermeisje de deur om me te wekken voor het ontbijt. Ze slaakt een kreet, slaat een hand voor haar mond, wat natuurlijk direct mijn wachten alarmeert. En wie kan het haar kwalijk nemen? Emma ligt immers nog steeds bij mij in bed. Volledig gekleed misschien, maar ook volledig met mij verstrengelt in onze slaap.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen