Na een lange pauze in Suza moest de reis toch echt weer verder gaan. Voordat hij naar de hoofdstad Babylon zou gaan, wilde Alexander eerst nog langs Ecbatana, waar de Perzen het grootste gedeelte van hun schat verstopt hadden. Deze schatten had Alexander liever in de hoofdstad liggen, beveiligd door mannen die hij vertrouwde.
Op de avond dat ze daar aankwamen, gaf Alexander een feestmaaltijd voor de mannen die met hem meegekomen waren. Een deel van zijn leger had hij alvast naar Babylon laten gaan. Voor het vervoeren van deze schat had hij ook alleen het deel mee dat hij het meest vertrouwde. Waarbij de kans klein was dat één van de mannen een deel van zijn schat durfde te stelen. Voor hun vertrek was hij ook erg duidelijk geweest: wie steelt wordt bestraft met de dood. Wel had hij zijn mannen toevertrouwd dat zij hun deel met de tijd zouden krijgen.
Zoals altijd zat Hephaistion naast hem tijdens het feestmaal. Stateira zat aan zijn andere zijde, net zoals dat Drypetis aan de zijde van Hephaistion zat. Het was gezellig en alles verliep goed, totdat Hephaistion aangaf zich niet zo lekker te voelen. Het was al laat op de avond en de wijn had weeral rijkelijk gevloeid. Alexander was zelf ook al ver heen, maar toch begonnen de alarmbellen bij hem te rinkelen. Hephaistion kon zich altijd goed matigen met alcohol en het was vreemd voor hem om zich onwel te voelen.
Zo goed als het ging, pakte Alexander Hephaistion bij zijn arm en leidde hem naar zijn vertrekken in het paleis van Ecbatana, dat ooit had toebehoord aan Astyages, koning van de Meden in de tijd dat Cyrus de Grote werd geboren. Tijdens de wandeling begon Hephaistion zich duidelijk steeds slechter te voelen.
‘Ik voel me zo duizelig en ik zie bijna niets meer,’ wist hij mompelend uit te brengen. Niet gauw daarna viel hij weg, maar zodra Alexander voelde dat hij zwaarder om hem begon te leunen hierdoor, schudde hij hem weer wakker.
‘Wakker blijven!’ riep hij, maar Hephaistion uitte weinig anders dan verdwaasd gemompel als antwoord hierop.
Eenmaal in zijn vertrekken aangekomen legde hij Hephaistion op bed met met behulp van een slaaf en stuurde hij andere slaven op pad om geneesheren te halen. Alexander voelde aan het voorhoofd van zijn geliefde en merkte dat deze erg warm was. Hephaistion begon ook steeds meer te kreunen van de pijn. Het deed Alexander zoveel pijn om hem te zien lijden en de bezorgdheid begon ook flink toe te nemen. Wat was er aan de hand? Waarom ging hij opeens zo gauw achteruit?
‘Hephaistion, luister naar me, het gaat goed komen!’ Alexander had zijn hand vastgepakt en zat smekend naar de lijdende Hephaistion te kijken, alsof hij hoop had dat het staren hem miraculeus beter zou maken. Hij had hem eerder kunnen genezen, maar toen was de wond er maar al te duidelijk geweest. Nu had hij geen idee wat hem überhaupt scheelde, wat hij eraan kon doen.
De genezer kwam gauw binnen gerend en begon direct aan Hephaistion te voelen.
‘Mijn, koning, als u alstublieft een paar stappen achteruit kunt doen? Ik heb ruimte nodig om hem te kunnen onderzoeken.’ vroeg hij nog aan Alexander, wie met tegenzin toe stemde. Hij wilde Hephaistion blijven vasthouden, maar begreep ook wel dat dit niet kon, wilde hij dat iemand zijn geliefde en beste vriend zou helpen.
De genezer ging aan de slag en nagelbijtend keek Alexander toe. In zijn hoofd begon hij tot Zeus te bidden dat alles goed zou gaan. Hephaistion mocht niets levensbedreigends hebben! Hij mocht niet sterven!
Plots begon Hephaistion te hoesten en te hoesten en zodra Alexander het braaksel uit zijn mondhoeken zag lopen, rende Alexander op hem af om hem op zijn zij te duwen. De genezer had al gauw hetzelfde idee en samen hielpen ze Hephaistion met braken, zonder dat hij in zijn eigen braaksel zou stikken.
‘Ik ben bang dat het een alcoholvergiftiging is,’ stelde de genezer, toen Hephaistion eenmaal gestopt was met braken en weer rustig op zijn rug gelegd kon worden. ‘En ik heb geen idee wat ik eraan kan doen. Of het gaat over, of hij sterft…’
‘Doe er alles aan om te voorkomen dat hij sterft!’ brulde Alexander. Woede had plots de overhand in hem genomen.
‘Ik doe natuurlijk mijn uiterste best mijn koning, maar ik weet gewoon niet wat ik kan doen om hem te helpen!’ De dokter had geen idee wat te doen met Hephaistions plotselinge achteruitgang. ‘Ik wil heel graag helpen, maar ik wil hem ook geen extra kwaad doen!’
Kokend van woede en wanhoop ijsbeerde Alexander door de kamer heen, proberend te bedenken wat hij nog kon doen om Hephaistion te redden van de dood. Toen kwam Zeus in zijn gedachten op en hij was ook de enige die Alexander kon bedenken wie zijn Hephaistion nu nog zou kunnen redden.
‘Allemaal eruit!’ riep hij vanuit het niets. Iedereen keek hem verbaasd aan, maar volgden zijn bevel zo gauw mogelijk op. ’Ik wil alleen zijn terwijl ik bid tot de goden,’ zei hij er nog zachtjes achteraan, maar de meesten waren al te ver weg gevlucht om dat te kunnen horen.
‘Oh Zeus, ik bid tot u dat u mij kunt helpen,’ begon Alexander te mompelen, hopend dat de Aloude hem zou horen en in de kamer zou verschijnen.
‘Ik hoop dat je er geen gewoonte van gaat maken om mij te ontbieden,’ hoorde Alexander iemand opeens mopperen. Toen hij opkeek, stond daar inderdaad Zeus.
‘Het spijt me, maar dit is een noodgeval en u bent mijn laatste hoop! Hephaistion is ziek. misschien ligt hij wel op sterven en niemand kan hem helpen!’ Bij het horen van deze woorden, vertrok Zeus’ gezicht en gauw keek hij de ruimte rond. Zijn blik stopte bij Hephaistion, die nu doodstil in zijn bed lag. Lijkbleek.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg de aloude en hij liep op het bed af om vervolgens aan het hoofd van de zieke te voelen.
‘Ik heb geen idee. Opeens deelde hij mee dat hij zich niet zo lekker voelde en ik besloot om hem naar hier te begeleiden, omdat ik het al niet helemaal vertrouwde. Halverwege begon het steeds slechter te gaan en nu zijn we hier…’
‘Alcoholvergiftiging en een virus dat zijn weerstand heeft aangetast,’ stelde de aloude uiteindelijk vast. ‘In combinatie dodelijk. De enige manier waarop ik hem kan redden, is door hem onsterfelijk te maken. Maar dan moet ik daarbij ook zijn krachten wekken en de kans dat hij dat allemaal zal overleven is klein.’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen