Foto bij 109 - Emmeline

Het feest is over voor ik er erg in heb.
Er wordt nauwelijks gerept over mijn huwelijk, of mijn zogenaamde onvruchtbaarheid. Eenieder die er toch over begint verzeker ik dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Dat Schotland hier sterker dan ooit uit zal komen.
Of ik geloofd word weet ik niet, maar het is het enige dat ik kan doen. Ik kan ze maar moeilijk vertellen dat ik voor de volle honderd procent vruchtbaar ben, en dat ik, hopelijk, op het punt sta om me opnieuw te verloven.
Onze gesprekken gaan enkel over de toekomst van Schotland, over de handel, over Portugal en alle andere nietszeggende onderwerpen die mijn gesprekspartners aan kunnen snijden.
Ik glimlach en breng waar mogelijk goede punten in, maar veel van de mensen met wie ik spreek zijn geïnteresseerder in wat ik hen kan brengen dan wat ik te vertellen heb. Ik beloof hier en daar informatie door te geven aan het koningshuis, maar erg veel moeite om namen te onthouden doe ik alleen bij de mensen die me oprecht lijken.
Zij die na weg te lopen zich meteen richten op andere mannen om over mijn overleden echtgenoot of mijn niet-functionerende baarmoeder te praten vallen meteen af. Met hen wil ik geen zaken doen.
Aan het einde van de avond komt een van de weinige vrouwen in de ruimte op me af. Ze heeft een dik Schots accent, en ik gok dat ze ongeveer van mijn moeder's leeftijd is.
We raken aan de praat, en ze laat terloops vallen dat ze getrouwd is met een Schotse baron, die ze in de mensenmassa aanwijst.
"Toen we hoorden van uw huwelijk met de Franse prins waren we uitgelaten, weet u," ze glimlacht vriendelijk. "En het deed ons dan ook veel verdriet om te horen dat hij niet langer in ons midden is. Het had een goede vereniging kunnen zijn."
Ik knik en neem een slok uit het glas dat net in mijn handen werd geplaatst door een bediende van de koningin. "Het was tragisch."
"En ik wil graag dat u weet dat niet iedereen in Schotland de geruchten gelooft, dat er velen zijn met mij die in u geloven."
Ze maakt me nieuwsgierig door de ondoorzichtige manier waarop ze spreekt, en dus besluit ik haar verder te ondervragen. "Geruchten?"
De vrouw krijgt blosjes op haar wangen, waarschijnlijk van schaamte. "Ik dacht dat u wel wist.."
"Natuurlijk weet ik van de geruchten, maar die zouden kunnen verschillen tussen Frankrijk en Schotland. Alsjeblieft, vertel me wat er over me gezegd wordt. Ik ben nieuwsgierig."
"Ik weet niet of..." ze lijkt terug te krabbelen, maar ik schud mijn hoofd.
"Ik zal geen aanstoot nemen aan uw woorden, geloof me."
"Goed... er wordt gefluisterd dat u verantwoordelijk was voor de dood van uw echtgenoot, wat natuurlijk absurd is. En men maakt zich zorgen, over.. uw bekwaamheid.. om, nou ja, nageslacht te creëren. Maar nogmaals.."
Ik moet mijn hand voor mijn mond slaan om de lach te onderdrukken. Hier maakte ze zich zoveel zorgen om?
"Ik kan u verzekeren dat er in beide verhalen geen procent waarheid zit. De dood van mijn echtgenoot was een tragische samenloop van omstandigheden, een ongeluk. C'est la vie, zoals men zegt."
Ze knikt, bijna te enthousiast, alsof ze het dolgraag met me eens wil zijn - of in ieder geval dolgraag wil dat ik denk dat ze dat is.
"En...," ze zucht en haar stemvolume zakt een aantal decibellen. "Het verhaal doet de ronde dat u zich opnieuw verloofd heeft.."

Ik kan Lucien na afloop van de festiviteiten nergens vinden. Hij is niet in zijn vertrekken, en ik hoor van zijn wachten dat hij naar buiten vertrokken is.
Natuurlijk was het niet zijn feest, en werd er niet van hem verwacht dat hij constant aanwezig zou zijn, maar het steekt me dat hij er niet is. Ik wil met hem praten, even in zijn armen liggen.
Gelukkig laten zijn wachten me wel binnen, waarschijnlijk zijn dit dezelfde wachten die door de koning omgekocht zijn om onze relatie stil te houden - alle Portugezen lijken op elkaar, in mijn ogen, dus ik heb geen idee - en dus val ik in zijn bed in slaap.
      Ik word wakker van het opengaan van de deur. Ik heb hoop dat het Lucien is, maar zijn jongere, vrouwelijke versie staat voor me als ik in mijn ogen wrijf.
"Eschive..," ik ga rechtop zitten. "Wat doe je hier? Hoe laat is het?"
Ze haalt haar schouders op en dan pas zie ik dat ze gehuild heeft.
"Gaat het?" Ik klop op het bed, om te laten merken dat ze naast me moet komen zitten. Als ik die vraag stel zie ik meerdere tranen opwellen in haar ooghoeken, en zodra ze zit begint ze te snikken.
Beschermend, alsof mijn moedergevoelens overnemen, trek ik haar tegen me aan en aai ik over haar haren. Haar tranen doorweken de dunne stof van mijn jurk, en ik laat haar lange tijd enkel huilen.
"Sorry, ik kwam voor Lucien..," hapert ze dan, de tranen een beetje geweken. "Ik.."
"Chérie... wat is er gebeurd?" Alle doemscenarios ooit schieten door mijn hoofd. "Iets met Cecilio?"
Ze schudt haar hoofd. "Nee.. nee, dat denk ik niet. Maar.." ze snikt opnieuw, het geluid komt van zo diep dat ik zeker weet dat het honderd procent gemeend is. "Zijn moeder.. de koningin.."
Ik pak haar hand en knik, om haar te laten weten dat ze het mag zeggen. Dat ze zich voor mij niet in hoeft te houden. Dat ik haar geheimen bewaar.
"Ze is zo onaardig tegen me. Ze zegt onaardige dingen over me in het Portugees waar ik bij ben, terwijl ze weet dat ik het kan verstaan. En ze snauwt me af. Alsof ik niet goed genoeg ben voor haar zoon."
"Oh, Eschive..," ik strijk haar over haar haren. "Zo zijn schoonmoeders nou eenmaal. Het duurde ook zo lang voordat jouw moeder mij accepteerde. Moeders willen dat hun zoon trouwt, maar niemand is goed genoeg voor hun kind. Dat ligt niet aan jou, lieverd."
Ik weet niet of ze me gelooft, ik weet niet eens of de woorden tot haar doordringen. Ze kijkt me alleen maar emotieloos aan.
"Maar als je wilt dat ik met haar praat.. van vrouw tot vrouw.."
"Nee! Nee, nee, alsjeblieft niet!" ze smeekt het bijna. "Ik wil niet dat ze denkt dat ik een kleuter ben.."
"Dat denkt ze niet.. Ze ziet de sterke, jonge vrouw die je bent, Eschive. Iedereen ziet dat."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen