Foto bij 110. - Lucien

Het zijn de wachten die me aansporen terug naar het kasteel te gaan. Nu kan ik nog een paar uur slaap pakken voor mijn gesprek met de koning, me opfrissen en al het zout uit mijn haar wassen. Ik besluit dan ook maar met ze mee te gaan. Een groot deel van de nacht heb ik mezelf onderworpen aan krachttraining. De overige tijd heb ik naar de dansense golven gestaard zonder moeite te doen mijn dwalende gedachten tegen te houden.
Ik ben wel toe aan een beetje slaap.
Ik bedank de mannen dat ze me de hele nacht gezelschap hebben gehouden zonder te klagen. Met elke stap dichterbij mijn vertrekken, neemt de vermoeidheid toe. Het is nog maar de vraag of ik wakker blijf totdat mijn hoofd mijn kussen raakt. De wachten naast mijn deur openen hem voor me, en tot mijn verbazing is mijn bed niet leeg.
Emma ligt er, en opgerold tot een balletje naast haar ligt Eschive. Er schieten verschillende emoties door me heen. Het feit dat Eschive zich blijkbaar zo op haar gemak voelt bij Emma, doet me goed. Maar ik weet ook dat ze niets liever doet dan alleen slapen, tenzij er iets aan de hand is. Het feit dat dit mijn kamer is, vertelt me dat ze op zoek was naar mij. In mijn vermoeidheid overvalt het schuldgevoel me. Heel voorzichtig ga ik op de rand van het bed zitten en haal een hand door haar donkere haar. Het is bizar lang, tot haar grote vreugde. Toen ze jonger was, werd het elke maand op haar schouders geknipt om te voorkomen dat het vast kwam te zitten als ze weer eens in een boom klom. De aanraking wekt haar.
Voordat ze wat kan zeggen leg ik een vinger op mijn lippen en gebaar haar me te volgen naar het balkon. Ze wikkelt zichzelf in een deken voordat ze dat doet.
Nadat ze de veelal glazen deur heeft gesloten, komt ze bij me op schoot zitten. Ik sla mijn armen om haar heen.
"Wil je het er nog over hebben?" vraag ik zachtjes. Ze schudt haar hoofd, dat ze vervolgens tegen mijn schouder legt. Ik neurie een oud Frans liedje, wieg haar voorzichtig alsof ze een peuter is. Het duurt niet lang voordat er tranen over haar wangen rollen, en nog wat langer tot ze in slaap valt. Met haar warmte tegen me aan en het gebrek aan slaap, laat ik mezelf ook weg sukkelen.
Als ik wakker word, is Eschive verdwenen, maar heeft ze de deken over mij heen gedrapeerd. Tegenover me zit Emma te lezen. Zodra ze merkt dat ik wakker ben, kijkt ze glimlachend op.
"Hoe laat is het?" vraag ik schor.
"Vroeg genoeg om je te wassen en je naar de koning te begeven."
"En Eschive?"
"Is net vertrokken voor haar wandeling met Cecilio."
Ik knik. Als ik een hand door mijn haar wil halen, komt die vast te zitten door de vele klitten. Met een zucht trek ik hem los. "Gaat het wel goed met haar?"
"Ze... Haar relatie met de koningin is niet ideaal. Ik heb haar zo goed als ik kan moed in gepraat. Mijn schoonmoeder was ook niet de makkelijkste..." Haar toon is overduidelijk plagend; ik hap toch.
"Geen kwaad woord over mijn moeder, Emmeline Middleton."
Ze houdt lachend haar handen op en schudt haar hoofd. "Ik zou niet durven."

"En dus dacht je dat het een goed idee was om de arme man te bedreigen?" Koning Sancho of Aviv kijkt uitermate geamuseerd. Glimlachend neem ik een slok van mijn wijn.
"Een bedreiging durf ik het niet te noemen, hoogheid. Eerder een waarschuwing met hoge urgentie."
"In alle vroegte, principe Lucien, ontving ik een brief van heer O'Malleyrion, waarin hij zijn duizendmaal excuses aanbood en smeekte om gratie."
"Natuurlijk! Aan wie was die brief geaddresseerd, als ik zo vrij mag zijn?"
De koning leunt achterover in zijn leren stoel en glimlacht. "Aan mij."
Ik laat mijn mening in het midden hangen. Feit blijft, dit is aan hem, hoe sterk mijn vermoeden ook is dat hij aan mijn kant staat. Ik neem de laatste slok wijn, schraap mijn keel en geef mezelf nog drie tellen voordat ik overga op het volgende onderwerp dat de man wilde bespreken.
"Natuurlijk," gaat de Koning dan verder. "was dat een fout van hem. Aan mij is hij geen excuses verschuldigd. Sterker nog, jij word op geen enkele manier naar verwezen in de brief."
Mijn wenkbrauwen liften lichtjes.
"Op dit moment zijn mijn mannen onderweg naar zijn warenhuis in de haven om beslag te leggen op al zijn goederen. Zijn naam en uiterlijke beschrijving komen op de zwarte lijst. Hij zal genoeg geld hebben om zijn gezin te onderhouden, ruimschoots zelfs, maar als hij meer wil verdienen zal hij dat moeten doen met eerlijk werk."
"Het klinkt bijna alsof u hem de akkers gaat geven."
De Koning schudt lachend zijn hoofd. "Ik ben een zachtmoedig man, prins Lucien, maar ik ben geen dwaas."

De rest van de dag breng ik veelal door in overleg met mensen van invloed in dit paleis. Zelfs de Koningin, maar die lijkt in een slecht humeur en stuurt me na amper een halfuur weer weg. Legerofficieren, adviseurs, handelaars, hooggeleerden, ik spreek ze allemaal in spanne van een paar uur. Aan het einde van de dag ben ik volledig kapot. Ik laat me wassen en inoliën, en laat me in mijn bed vallen. Emma is er niet vanavond. De koning adviseerde om niet elke avond samen te slapen, om zo min mogelijk argwaan te wekken. Ik mis haar warmte, mis haar geur, mis alles aan haar, maar mijn hoofd geeft me weinig tijd om er over na te denken; er gaan slechts een paar minuten voorbij voordat ik inslaap.
Na de tientallen besprekingen over legioenen en oorlogsplannen ter voorbereidingen, droom ik over oorlog tussen Frankrijk en Schotland. Ik en Aleran staan tegenover elkaar, zelfs al horen we bij hetzelfde land. Hij is sterker, sneller, gevaarlijker dan ik. Als hij zijn zwaard door mijn ribbenkast jaagt, wordt ik met een schok wakker.
Het is nog donker buiten. Ik neem een slok uit de fles dure whiskey naast mijn bed, en probeer weer te gaan slapen.
Het gegil breekt de stilte van de nacht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen