Foto bij 111 - Emmeline

Ik word wakker van het geluid van een opengaande deur.
Met de slaap in mijn hele systeem, ik heb voor mijn gevoel al uren geslapen, ga ik recht overeind zitten. Het is donker in de kamer, het enige dat ik zie is een schim. Ik zie mannelijke omlijningen, brede schouders. Lucien?
"L.. mon coeur, ben jij dat?" ik wrijf de slaap uit mijn ogen. De schim beweegt niet, en even denk ik dat ik me dit verbeeld of dat ik nog slaap. "We hadden toch afgesproken om apart te slapen vannacht?"
Het blijft stil. Ik hoor het ontsteken van een lucifer, en de olielamp naast mijn deur wordt aangestoken.
De man is niet Lucien.
Mijn lichaam verstijft en in een reflex trek ik de dekens tot mijn kin over me heen.
"Maakt u zich geen zorgen, prinses," de stem die bij de lange, forse man hoort heeft een zwaar Portugees accent. "Je bent in goede handen."
Voor ik ook maar een keer met mijn ogen kan knipperen is de man vergezeld door nog twee, even lange en brede, mannen.
"Wat..," ik knijp mezelf, onder de dekens, om te testen of ik echt wakker ben of dat dit een droom is. De pijn dringt door en langzamerhand besef ik wat er gebeurt. Ik ben alleen, in mijn kamer, en er staan drie vreemde mannen op een paar meter afstand. Dit kan niet veel goeds betekenen.
"We zouden onszelf voorstellen," de voorste man, met een litteken over zijn wang, grijnst, "maar daar zou jij je mooie hoofdje over breken, en dat kun je beter voor andere dingen gebruiken."
De toon in zijn stem is.. bijna wraaklustig. Er staat kippenvel op mijn armen, zelfs met de hoge temperaturen in het gehele kasteel.
In de verte hoor ik het geklater van metaal op metaal, en geschreeuw in het Portugees dat ik niet thuis kan brengen, omdat de piep in mijn oren alles overschreeuwt.
De man, die ik in mijn hoofd meteen als de leider bestempel, doet een aantal stappen naar voren, tot hij aan de rand van mijn bed staat. Ik kan hem ruiken. Hij ruikt naar zweet, met een hint van alcohol. Hij ruikt naar mijn ex-echtgenoot, voordat hij overleed.
"Wat willen jullie van me?" het verbaast me dat ik nog iets over mijn lippen krijg, laat staan dat dat een fatsoenlijke zin is.
De drie mannen lachen bijna synchroon. Het is bulderend, en luid, en doet mijn oren nog harder piepen.
"Van jou? Niet zo veel," zijn ruwe, koude hand streelt over mijn wang. De aanraking zorgt er voor dat ik de tranen in mijn ogen moet wegduwen. Ze mogen niet zien dat je kwetsbaar bent. "Van je gezelschap des te meer."
Ik houd me sterk en probeer zo min mogelijk te vertrekken, zelfs als hij zijn hand naar mijn nek laat glijden.
"Mijn gezelschap?" Veel verder komt hij niet, omdat ik de deken met alle kracht die ik heb omhoog houd.
"De Fransen, beleza."
Ondertussen zijn ook de andere twee mannen dichterbij komen staan, al staan ze iets verder van het bed af dan de leider.
"De Fransen zijn niet mijn gezelschap," ik bijt op de binnenkant van mijn wang terwijl ik de bewegingen van de man volg.
Met een ruk trekt hij de lakens van mijn lichaam af, en blijf ik enkel in mijn nachtjapon over. De stof die me bedekte scheurt, en nonchalant gooit hij de helft die hij in zijn handen had op de grond.
"Je was er toch met een getrouwd? Dat maakt de Fransen jouw gezelschap."
Zijn hand beweegt ondertussen over de ontblote huid van mijn sleutelbenen en het zorgt er voor dat ik mijn adem inhoud.
"Maar nu ben je niet meer getrouwd," in de kamer wordt ondertussen een stoel voor de deur geschoven. "En ben je de Fransen niets meer waard.. maar toch ben je hier."
Ik voel zijn aanraking over de bolling van mijn borst, waarna hij me recht in mijn ogen aankijkt. "Sta op."
Door alle preken die ik van mijn ouders heb gehad weet ik dat ik maar beter kan luisteren als iemand me op deze manier aanspreekt, zeker omdat ik minstens één dolk aan zijn riem zie prijken.
Zodra ik opsta voel ik zijn lichaamswarmte, of eerder het gebrek daaraan, tegen mijn met kippenvel bedekte huid. Met een ruwe beweging duwt hij me tegen een van de houten pilaren van het bed, ik voel de hoeken van het ding in mijn ruggengraat prikken terwijl hij lacht.
"Want je kon niet leveren waarvoor je uitgekozen was," hij draait rondjes over mijn buik met zijn vrije hand, terwijl hij met de andere een van zijn vrienden wenkt. "En ging van toekomstige koningin naar...," zijn hand glijdt onder mijn jurk en ik heb het gevoel dat ik flauw ga vallen. "Dit."
"Felipe...," een van de andere mannen, die al die tijd zijn mond niet opengetrokken heeft, praat ineens, waardoor de man die zijn handen nu op de plek houdt die enkel voor de man van wie ik houd gereserveerd is, omkijkt. "Ze is een prinses. We kunnen niet.."
Er klinkt een hese, sarcastische lach uit De Leider's mond, die dus blijkbaar Felipe heet. "Ze ziet er nu niet echt uit als een prinses, of wel?"
Een van zijn handen sluit zich om mijn keel. Niet strak genoeg om de luchttoevoer te belemmeren, maar wel strak genoeg om er voor te zorgen dat ik mijn nek niet meer kan bewegen.
De andere hand trekt, met een luid scheurend geluid, de flinterdunne stof van mijn nachtjapon stuk. Ik heb het geluk dat ik ook 's nachts gekleed wordt in twee laagjes, maar de laag waarin ik overblijf bestaat uit niet veel meer dan een dun hemd en een onderbroek. Een minuscule centimeter tussen de vreemde handen aan mijn lichaam en mijn blote huid.
"Felipe.." mijn stem is niet meer dan een fluistering. "Wat je ook wilt, dit is niet de manier.."
Zijn grijns wordt enkel groter. "Oh, we zijn hier niet met een doel, daar zijn de andere tientallen mannen in dit kasteel voor. Wij mogen enkel jou bezighouden... of ons bezig houden met jou. Alvaro.. houd haar handen vast."
Enkel zijn blik zorgt er al voor dat er rillingen over mijn lichaam gaan. Ik sluit mijn ogen, te bang voor wat er komen gaat. Ik hoor voetstappen, een extra paar handen die mijn polsen grijpen.
"Alsjeblieft.. ik smeek het je. Doe het niet.." Ik hoor het geluid van metaal. Proef het zout van tranen. Handen aan mijn heupen.
En dan.. het openen van een deur. Plots geen handen meer aan mijn lichaam.
Ik durf mijn ogen te openen. De man in de deuropening is waar mogelijk nog langer dan de mannen die al in mijn kamer staan, en nog angstaanjagender. Hij oppert iets in het Portugees, en twee van de drie mannen - De Leider, Felipe, en het extra paar handen, Alvaro, verlaten gehaast de kamer. Ik blijf achter met de man die net nog probeerde tegen te houden wat er zou gaan gebeuren. Hij ijsbeert door de kamer, terwijl hij zowel mij als de deur in de gaten probeert te houden.
Mijn hart bonst in mijn keel. Voor het eerst sinds de binnenkomst denk ik aan Lucien en Eschive. Als deze mannen werkelijk iets tegen Frankrijk hebben, zullen die als eerst het doelwit worden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen