Foto bij 114. - Lucien

Er komt een moment waarop de gevechten ophouden. Hoe lang er zat tussen dat moment en het verlaten van mijn vertrekken, weet ik niet. Het voelt als een eeuwigheid. Met elke seconde die wegtikt, is Eschive verderweg. Het is het enige dat in mijn hoofd rondspookt.
De indringers die nog leven, worden gevangen genomen als getuigen. Onze eigen gewonden worden verzocht. Precieze cijfers niet, maar het lijkt erop dat minstens een derde van de paleiswacht is gesneuveld. De indringers hebben een groter verlies geleden, de schatting is dat ze met ruim tweehonderd man zijn binnengekomen. Hoe dat heeft kunnen gebeuren, is een raadsel waarop niemand nog een antwoord heeft.
Nu de adrenaline langzaam weëbt uit mijn lijf, begin ik mijn wonden te voelen. Het zijn vooral vleeswonden; ik heb niet het idee dat ik ergens iets gebroken heb, maar er zullen genoeg littekens aan de collectie toegevoegd worden. Ik laat de ergste wonden behandelen door één van de artsen, maar laat hem er weinig aandacht aan besteden - zoveel mannen zijn er erger aan toe dan ik. Ze hebben de verzorging harder nodig. Een beetje bloedverlies kan ik wel aan. Bovendien is er een ander duiveltje in mijn hoofd gekropen - Emmeline. Ik voel me schuldig dat ik nu pas aan haar denk, maar weet ook dat ze minder direct in gevaar was. Ze is geen Franse. Deze aanval was heel direct op mij en Eschive gericht, voor welke reden dan ook. De snelheid komt weer in mijn stap als ik me naar Emma's vertrekken wil begeven, maar ik word staande gehouden door een vermoeid uitziende wacht. "Principe, de Koning wil u zien."
Ik wil weigeren, maar weet beter. Ik knik en volg hem naar de troonzaal. Daar, hoog op zijn troon en zonder enig bewijs dat hij heeft meegedaan aan de ravage, zit de koning. Dat is niet meer dan logisch. Hij is de koning, zijn leven moet altijd worden beschermd. Maar ondertussen wordt Eschive meegesleept naar wie-weet-waar met deze criminelen, en de koning... zit dan maar. De randen van mijn zicht kleuren rood.
"Prins Lucien," begint hij op zachte toon. "Niemand betreurt deze gebeurtenis meer dan wij."
Ik kruis mijn armen over mijn borst. Het kost me al mijn zelfvermogen om niet uit te barsten.
"Uiteraard gaan we dit tot de bodem uitzoeken. Het lijkt erop dat deze mannen met hulp van binnenuit het paleis zijn binnengekomen. We zullen degenen die hier verantwoordelijk voor zijn vinden en terecht stellen. Ik verzeker u dat ze hier niet ongestraft mee wegkomen."
Over Eschive wordt geen woord gerept. Alsof ze niet willen toegeven hoe erg er hier gefaald is, niet willen inzien dat dit het einde is van de toekomst die ze in gedachten hadden. Onder geen beding zal ik Eschive laten trouwen in dit vervloekte land.
"Ik hoef geen excuses, hoogheid." zeg ik kil. "Het enige wat ik van u vraag, is de naam van uw beste paard zodat ik achter Eschive aan kan gaan."
Dat lijkt hem van zijn stuk te brengen. "Prins Lucien, u... u kunt niet... Dat wordt uw dood, onvoorbereid achter deze maniakken aan!"
"Wel, het is niet alsof u er wat aan doet, of wel dan?!" Het laatste beetje zelfbeheersing glipt me door de vingers. "De poorten zijn nog steeds gesloten, er worden geen aanstalten gemaakt om de achtervolging in te zetten! Het gaat hier niet om de verloofde van uw zoon, het gaat hier om MIJN ZUSJE! MIJN ZUSTER, MIJN BLOED, MIJN FAMILIE! ONDER UW TOEZICHT IS ZE ONTVOERD EN WEET NIEMAND OF ZE NOG LEEFT!"
"Alstublieft, prins, kalmeert u..."
"NEE!" Mijn bulderende stem galmt door de troonzaal. Het geluid van mijn laarzen op het marmer als ik naar de troon toestap, wakkert mijn woede alleen maar verder aan. De wachten die tussen mij en de koning willen komen, spuug ik in het gezicht alvoor ik ze aan de kant duw. "Niet alleen heeft u mij en Eschive volledige veiligheid en bescherming beloofd, maar eveneens heeft u mijn moeder gezworen dat haar enige dochter hier in goede handen zou zijn. Als dit uw zoon was geweest hadden alle indringers al aan de galg gehangen en was het leger uitgerukt om hem te vinden! En nu zit u hier mij tot kalmte te manen met een glas wijn in uw hand en zakdoek in de ander om de zogenaamde tranen van uw gezicht te vegen, terwijl alleen God weet wat er met mijn zuster gebeurt!" Iedereen in de troonzaal is doodstil. "Vermoord, verkracht, verminkt, het staat allemaal op de lijst en ER GEBEURD NIKS. GEEN BEVELEN VOOR VERKENNERS, GEEN VOORBEREIDINGEN VOOR EEN ACHTERVOLGING. U ZIT HIER MAAR OP UW TROON EXCUSES TE MAKEN ALSOF DAT HET OPLOST."
"Prins Lucien!" sneert de Koningin. "De koning is nog steeds uw meerdere! Onder geen beding..."
De Koning maant haar tot stilte met een simpel handgebaar. "De prins bevindt zich in een uitzonderlijk emotionele situatie. Alles wat hij nu zegt, vergeef ik hem."
De Koningin kijkt zo giftig dat ik geneigd ben haar een klap in het gezicht te verkopen. De Koning daarentegen kijkt uitermate kalm.
Mijn handen trillen. Woede borrelt in mijn bloedvaten, evenals angst over wat er met Eschive gebeurt. "Ik wil vijf verkenners binnen nu en het uur naar buiten. Nog eens vijf binnen drie uur, met ratsoenen voor hen en de eerste groep. In de namiddag wil ik dat vijftig van uw beste mannen paraat staan voor de achtervolging. Onder mijn leiding gaan we achter deze criminelen aan. Schrijf een beloning uit aan de bevolking voor tips. Breng bericht naar alle grote steden in het land, verhoog de bezetting aan de grenzen."
"Dat kost een fortuin!" spuugt de Koningin.
"MAAKT ME GEEN FUCK UIT!" donder ik. "ONDER UW TOEZICHT HEEFT EEN SPION DEZE MENSEN HET PALEIS BINNEN KUNNEN LATEN. Mijn leven en dat van Eschive werden daarmee in gevaar gebracht en u zal daar voor boeten. Het kan me geen zak schelen als dat jullie een fortuin kost, ik zal haar vinden. Als u de bevelen niet geeft, doe ik het."
Achter me schraapt iemand zijn keel. Ik draai me met een ruk om, klaar om wie het ook is uit te foeteren. Ik bedenk me als ik haar gezicht zie - ze lijkt ongedeerd, afgezien van de angst en de shock. De wacht die met haar is meegelopen kijkt met een strak gezicht langs me heen.
"De Schotse Prinses Emmeline, hoogheid, zoals u had verzocht..."
Ik keer me terug naar de koning. Alle woede in mijn lijf, komt met de woorden naar buiten. "Als ik haar niet levend vindt, dan houd ik u en uw hele vervloekte land verantwoordelijk."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen