Foto bij 121 - Emmeline

Zijn stem galmt na in mijn hoofd als ik mijn ogen sluit. Ik ben uitgeput, alle emoties hebben mijn energie weggezogen en ik voel enkel nog leegte.
Morgen zullen de mannen officieel omgebracht worden, en zal ik er bij zijn als ze hun laatste adem laten. Maar dat neemt de pijn niet weg.
Gilbert zit in zijn stoel, zijn zwaard zoals altijd in de aanslag. Ik voel me schuldig dat dit zijn baan moet zijn. Wachten tot er niets gebeurt. Enkel gefocussed naar een deur staren.
Hij mag niet lezen, niet in gedachten verdwalen. Alleen de wacht houden.
Buiten is het nog licht, ik heb geen idee hoe laat het is. Uren voelen als dagen, maar ook als minuten. Ik mis Lucien meer dan wat dan ook.
"Gil..," hij kijkt op bij het horen van mijn stem. Misschien was hij er van overtuigd dat ik deze keer wel sliep, want hij kijkt verbaasd. Of misschien had hij niet verwacht dat ik tegen hem zou praten. "Poderia alguém trazer o príncipe Lucien para mim?"
Hij knikt, maar ik zie twijfel in zijn blik. "Príncipe Lucien? Agora mesmo?"
Nu knik ik. Hij mag geen dieptevragen stellen, en ik hoop dat hij daarvan op de hoogte is, want ik wil aan niemand verantwoording afleggen.
"Eu vou ter o príncipe trazido aqui imediatamente, princesa." Hij verlaat de kamer, zo kort mogelijk, en keert daarna terug.
"Als hij hier is mag je gaan, Gil." Ik vertaal het ook nog in het Portugees, om er zeker van te zijn dat hij me begrijpt. Dat doet hij.
      Het duurt lang, te lang, voor de deur opnieuw opent. Het voelt alsof er een uur voorbij is gegaan, maar dat zal overdreven zijn.
Het doet me elke keer pijn om te zien hoe hij er aan toe is. Niet alleen lichamelijk, ook zijn mentale staat is te zien in zijn ogen.
Mijn hart gaat nog steeds sneller van hem kloppen, veel en veel sneller dan gezond is, maar nu huilt het ook. Voor hem, voor mij, voor ons. Voor alles dat gebeurd is.
Gilberto verlaat de kamer en we zijn alleen, op de wachten voor mijn deur na. Maar die kunnen ons niet horen, en niet zien.
Een deel van me wil hem in mijn armen nemen, maar ik kan het niet. Die functie lijkt geblokkeerd, enkel de gedachte al doet pijn.
"Ik..," een brok verdriet borrelt op in mijn maag. Nee, Emma, niet huilen. Hij mag niet zien dat je lijdt. "Ik..."
Het lukt me niet om de woorden uit te spreken. Ik kan het niet onder ogen zien. Ik wil niet uitspreken wat er gebeurd is. Dan wordt het te echt. En dat kan Lucien er niet bij hebben, niet nu hij al genoeg pijn heeft.
"Ik weet het, Emma," zijn stem klinkt zwak, gepijnigd. "Hij heeft het toegegeven."
Mijn ziel verlaat mijn lichaam even, de grond zakt onder mijn voeten vandaan. Het zou me niet mogen verbazen, zelfs stervende is de man een sadist.
"Lucien... ik.." mijn adem stokt.
"Hoe kun je dit van me verborgen houden?" Zijn boosheid, zijn pijn, het komt allemaal mijn richting op. "Emma, ze stonden verdomme op het punt om je te verkrachten!"
Bij het uitspreken van die woorden komt er gal omhoog. Gal, en flitsende beelden.
"Niet..," tranen springen in mijn ogen. "Niet doen."
"Waarom vertelde je me dit niet? Ik had je meegenomen, ervoor gezorgd dat je veilig was. Maar je hield je mond!"
Ik huil terwijl mijn maag tientallen rondjes draait. "Ik wilde niet dat je je zorgen maakte. Ik ben ongedeerd. Je moest je richten op Eschive, en op jezelf."
"Ongedeerd?" hij spuugt het woord uit. "Je bent getraumatiseerd! Ik kan je niet aanraken zonder dat je walgt. Er zit verdomme een wacht in je kamer om je te beschermen. Ik had er voor je kunnen zijn!"
"Het was..," probeer ik tegen hem in te brengen. "Er is niets gebeurd. Niets ernstigs."
Zijn blik verduistert, alsof wat hij gaat zeggen zoveel pijn doet dat hij er niet over na kan denken. "We wilden met haar spelen, er was geen tijd ... Maar we scheurden haar kleren en we voelden haar huid." Hij dreunt het op alsof het al die tijd in zijn hoofd rondspookte. Ik besef dat dit de bekentenis is waar hij het over had. "Ik droomde ervan haar te neuken totdat ze huilde."
Het lukt me net op tijd om me om te draaien, op mijn knieën te laten vallen, en over te geven in de daarvoor bestemde emmer, die Gilberto na de zoveelste nachtmerrie voor me haalde.
Er komt niets uit mijn maag, omdat ik na vanochtend zo misselijk ben dat ik niets eet. Mijn eetlust is over het algemeen al verdwenen sinds die nacht. Het is enkel gal. En met het gal en Lucien's vertaling komen de gebeurtenissen van die avond terug.
Hoe hij over de stof van mijn hemd mijn buik aanraakte, keer op keer op keer, terwijl hij het had over mijn vruchtbaarheid. Hoe hij zijn hand om mijn keel sloot. Hoe hij me streelde, ruw en ongeduldig. Hoe zijn handen onder mijn jurk verdwenen.
Hoe hij mijn smeekbedes negeerde en klaar was om zijn broek te laten zakken.
En met zijn ruwheid komen ook de herinneringen aan Aleran terug. Hoe hij mijn pijn negeerde, hoe hij deed wat hij wilde wanneer hij dat wilde.
Hoe hij me voor waardeloos uitmaakte wanneer hem dat uitkwam. Zijn sterke grip op mijn armen, mijn heupen, mijn schouders, mijn borsten.
Ik geef over tot er niets meer is om op te hoesten, en huil tot het voelt alsof ik uitgedroogd ben.
Ik voel me zo leeg, zo eenzaam, zo... geruïneerd. Nu andermans handen me aangeraakt hebben, nu ik niet meer slaap of eet.
"Het spijt me zo...," snik ik, het enige dat ik uit kan brengen. Ik voel me een klein meisje, kwetsbaar en zwak. "Ik kon niet.. ik wilde niet.. Ik smeekte ze, maar ze luisterden niet. En toen.. ze waren weg voor ik er erg in had."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen