Foto bij 122. - Lucien

Om toe te moeten kijken hoe Emmeline, voor mijn ogen, breekt is een van de moeilijkste dingen die ik ooit heb gedaan. Ik sta vastgevroren op mijn plek. Alsof ik haar durf aan te raken na wat er gebeurd is. Het voelt alsof ik hier niet eens moet zijn, maar weggaan durf ik ook niet. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik heb geen oplossingen, geen ideeën, geen bemoedigende woorden; voor het eerst in mijn leven sta ik met lege handen. Ik kan alleen maar toekijken hoe Emma huilent op de grond zit, terwijl mijn hart met haar meehuilt.
"Ik had... ik had gewoon graag gehad dat je het had vertelt." fluister ik. "Het maakt me niet uit wat er op dat moment aan de hand is. Ik wil er voor je zijn en je helpen. Juist nu. Júíst met zoiets. Al lig ik stervend op mijn bed dan wil ik er voor je zijn."
Ze zit op haar knieën op de vloer, armen rond haar middel gevouwen. Ik wil haar zo graag vasthouden, maar ik durf niet.
"Ik neem je niks kwalijk. Ik snap het ook wel." Van alle vermoeidheid is mijn stem gaan trillen. "Maar ik smeek je... De volgende keer dat er iets gebeurd, hoe heftig ook, laat me er voor je zijn. Alsjeblieft."
Ik denk dat ze knikt. Met een zucht strijk ik neer in één van de stoelen in het vertrek. Mijn haar zit nog vol met vuil en bloed en klitten waarin mijn handen vast komen te zitten, maar ik heb simpelweg de energie nog niet kunnen vinden om me te wassen. "Jezus, Em... Geen wonder dat je niet wilde dat ik je aanraakte."
"Dat had je door?" Ze is weer overeind gaat zitten, met haar rug tegen het bedframe, en veegt de tranen van haar wangen. Haar stem is zwak, maar klinkt meer als Emma dan eerder. Ik knik.
"Ik ben misschien niet helemaal aanwezig geweest sinds de bestorming, maar ik ben geen idioot. Je hele lichaam spande zich aan zodra ik in de buurt kwam."
Ze verbergt haar gezicht in haar handen met een zucht. Een nieuwe vlaag schuldgevoel golft door me heen; het lijkt het enige te zijn dat ik echt nog kan voelen.
"Ik zal je niet meer aanraken, Emma. Niet totdat jij daar oké mee bent. Ik wil je niet ongemakkelijk maken."
"Lucien, doe niet zo -"
"Dat doe ik niet." onderbreek ik haar. "Ik durf te zeggen dat ik een van de mensen ben die je het allermeest vertrouwd op deze aardbol. Als je in elkaar krimpt als ik je aanraak, zelfs al weet je dat ik er niks mee bedoel, dan wil ik dat niet langer doen. Niet tot jij aangeeft dat je dat wil." Ze geeft geen antwoord. Misschien heeft ze, net als ik, alleen maar vragen en geen antwoorden. Ik sta weer op.
"Ga je weg?" vraagt ze stilletjes.
"Ik... ik denk niet dat dit de goede plek is voor mij om te zijn, op dit moment. Sorry, Em. Misschien kan je Eschive opzoeken, als je gezelschap wil... Ze mist je. Ze vroeg me of je haar voor kon lezen. Maar voel je niet verplicht."
Als ik de kamer verlaat, gaat de man die me ophaalde direct weer naar binnen. Zonder een wacht van vierentwintig uur voelt ze zich niet meer veilig. Zelfs met hem voelt ze zich niet veilig. Er is een stekende koppijn op komen zetten. Ik moet slapen. Sinds ik Eschive weer in mijn armen gesloten, heb ik hooguit drie uur rust gehad.
Ik laat me wassen, en laat een arts verdunde papavermelk brengen. Het is niet iets dat ik graag gebruik - het is bijzonder verslavend. Maar ik moet slapen, en zonder hulpmiddelen gaat dat gewoon niet lukken. Ik verdun het goedje met whiskey, en laat me in mijn bed vallen nadat ik het glas achterover heb geslagen.
De wervelwind in mijn hoofd stopt eindelijk, voor het eerst sinds ik vijf dagen geleden mijn kamer verliet en mezelf in de bestorming wierp.

De binnenplaats staat vol. Een verhanging is publiekelijk vermaak en dus zijn de poorten geopend voor het volk van Lissabon. De belangrijkste mensen hebben de beste plekken, wat betekent dat ik, Emma en de Portugeese koninklijke familie vooraan staan. Eschive is er niet bij. Niet alleen kan ze niet zolang staan, ze wilde er ook niet zijn. Ze heeft nog niks verteld over wat de mannen haar aangedaan hebben, maar ze wil ze nooit meer zien. Ze wil alleen maar dat ze sterven. Emma, naast me in een strakke donkerblauwe jurk naar Frans ontwerp, staart strak voor zich uit. In een paar dagen lijkt ze tientallen jaren ouder geworden te zijn. Misschien zie alleen ik dat, omdat ik haar gezicht zo goed ken. Ik heb niet langer het idee dat ik haar goed ken, of zij mij. We zijn vreemdelingen voor elkaar geworden, allemaal door de mannen met het haviksembleem.
Eén voor één worden de vijf mannen het podium van de galg opgebracht. Stuk voor stuk zien ze er gehavend uit, de een meer dan de ander, maar allemaal zijn ze stuk gemarteld. Ik kan niet langer medelijden voelen. De xerife noemt hun misdaden op, en met elk delict wordt het boegeroep van het volk luider. De ontvoering van Eschive leeft onder hen en ze willen gerechtigheid. En dat zullen ze krijgen. Geen van deze mannen zal het er levend vanaf brengen. Alle mannen die het haviksembleem dragen, nu en in de toekomst, zijn automatisch vogelvrij verklaard.
"...Com base nesses crimes, esses homens serão sentenciados à morte por enforcamento. Seus corpos serão pendurados nas gaiolas próximas às muralhas do castelo, para avisar as pessoas e seus companheiros criminosos sobre seu destino, se decidirem fazer o mesmo.
Dood door ophanging. Het liefst had ik ze levend in die kooien gezien, maar zo bruut zijn ze blijkbaar niet in Portugal. Het publiek wordt tot stilte gemaand terwijl de beul bij ieder van de mannen de strop omdoet en deze strak trekt. Twee van hen huilen, twee van hen hebben hun ogen gesloten en prevelen iets dat vermoedelijk een gebed is. En dan is er nog Felipe, die ik ondertussen officieel het label 'psychopaat' heb gegeven, want Felipe staat te grijnzen. Hij heeft geen handen meer, en ik vermoed dat ook Emma's andere verzoeken zijn ingewilligd, maar hij lijkt er niets om te geven. Hij grijnst het hele publiek toe met die haaienlach. Vlak voordat de beul hem de zak over het hoofd trekt, richt hij zijn blik op Emma en grijnst hij nog breeder. Het duurt niet lang gelukkig, maar lang genoeg om de neiging in me te ontsteken het podium op te rennen en hem de nek om te draaien.
Volledige stilte overheerst de binnenplaats. Dan alleen de logge voetstappen van de beuls zware laarzen op het podium. Een moment van afwachten als hij zich klaarmaakt om aan de hendel te trekken.
TCHJOK.
Emma grijpt mijn hand op het moment dat het valluik opent en alle vijf de mannen naar beneden vallen. We staan dichtbij genoeg om hun nek te horen breken - drie van hen zijn op slag dood, twee van hen maken de gorgelende geluiden van iemand die stikt. Emma's aanraking duurt maar een seconde, als het niet korter is, dan trekt ze haar hand even snel weer terug. Ik mis hem meteen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen