De volgende dag na school wachtte ik Espen op bij de fietsenstalling. Ik deed mijn best om zelfzeker over te komen, maar ik zou liegen als ik zei dat ik me niet schaamde om met hem gezien te worden. En wat dacht ik? Toen Espen eenmaal bij me stond, kwam Stefan voorbij gefietst. "Heb je een date, Camille?" vroeg hij terwijl hij in cirkeltjes rond ons fietste.
"Fuck off, Stefan", was mijn antwoord. Hij lachte luid toen hij zijn vrienden achterna reed.
Ik draaide me om naar Espen, die onverschillig naar het tafereel had staan kijken. Was er dan niets dat deze jongen raakte? Ik besefte me dat ik op dat vlak best wel jaloers op hem was. Dan dacht ik weer aan hoe hij altijd alleen was, altijd kon verwachten dat iemand hem lastig zou vallen. En toen voelde ik me wat minder slecht.
"Klaar om te gaan?" vroeg ik. 
Hij knikte kort. "Waar naartoe?"
"Oh ja, da's waar ook..." Ik zag een frons verschijnen toen hij voelde aankomen wat ik zou zeggen. "We kunnen het niet bij mij doen. Mama heeft dat niet graag." Als ik deze namiddag nog met Eliane wou afspreken, mocht mama niet zien dat ik het huis verliet.
Hij trok een wenkbrauw op. "Waarom?"
"Weet ik veel. We gaan gewoon naar jou, oké?" Ik begon ongeduldig te worden. Waarom maakte het uit waar we naartoe zouden gaan? Maar hij leek het behoorlijk erg te vinden - hij twijfelde nog een goede tien seconden voor hij uiteindelijk knikte. "Oké dan, volg mij." 
We reden het dorp in, bijna naar het centrum. Espen voorop en ik achter hem aan. Hij leek ook te merken dat ik niet naast hem wou fietsen, of misschien dacht hij er hetzelfde over.
Toen we stopten voor een grijs appartement, was ik amper verbaasd. Zijn hele persoonlijkheid paste bij het gebouw. Dof en saai, zonder diepte, een beetje uit elkaar aan het vallen. Dat laatste was misschien een vooroordeel, alhoewel iemand die zijn leven bijeen had die trui nooit zou aandoen.
"Mama is wel niet thuis", zei hij toen we boven waren. Ik wierp hem een blik toe. Waarom was dat belangrijk? "Misschien heeft de jouwe niet graag dat we hier alleen zitten."
Ik grijnsde bij zijn verklaring. Hoe oud dacht hij dat we waren? "Ik denk dat ze het wel overleeft."
Hij slikte hard. "Wil je iets drinken?" Het klonk enorm geforceerd. Jezus, wat was hij gespannen! Ik begon me zelf oncomfortabel te voelen door zijn gedrag.
"Ik wil wel wat water. Waar kan ik gaan zitten?"
"Salontafel", zei hij, en hij gebaarde vaag richting de woonkamer. Ik wachtte tot hij terug was van de keuken en klopte dan op mijn knieën.
"Wat is het plan?" vroeg ik hem.
"Waar zijn je gedichten?" 
"Waar zijn jouw gedichten?" Ik was zijn ongeduldigheid beu aan het worden. Wat had hij met die gedichten? We hadden nog genoeg tijd, en nu was het belangrijker om een concrete werkwijze te bedenken.
Hij keek me boos aan en stond recht. "Die staan op mijn computer. Wacht hier."
Terwijl hij gaan zoeken was, wandelde ik de kamer rond. Ik nam een paar fotokaders vast, maar zelfs die vertelden me weinig over Espen. De trouw van zijn ouders, Espen als baby. Op zijn kinderfoto's stond hij altijd alleen, zonder broers of zussen of ouders. Voor de rest zag de ruimte eruit zoals je zou denken van het appartement. Bruine, oude kasten en een muffe zetel. Het enige wat me aanstond waren de vele planten, hoewel de meeste ervan dood of aan het sterven waren.
"Wat begrijp je niet aan wacht hier?"
Ik draaide me om en zag Espen staan met een laptop in zijn handen. "Ik ben er toch nog", zei ik terwijl ik mijn schouders ophaalde. "Je doet zo dramatisch vandaag."
"Fucking hell", mompelde hij, maar ik had het wel gehoord. Ik besloot hem te negeren - ik wist hoe irritant ik kon zijn.
Ik plofte neer in de zetel en was verbaasd dat er geen stof omhoog sprong. "Mooi huis heb je", zei ik.
Hij zag er klaar uit om me te vermoorden. "Kunnen we op de opdracht focussen?"
"Probeer ik ook eens lief te doen."
Hij snoof. "Lief, ja. Hier zijn mijn gedichten." Hij opende zijn laptop en het scherm sprong op. Een paar namen die ik niet kende kwamen tevoorschijn.
Ik lachte luid toen ik er één las. "Jotie 't Hooft?" vroeg ik. Ik geraakte amper uit mijn woorden. "Dat kun je toch niet menen."
"Hij was een geweldige romantische schrijver", verdedigde Espen.
"Romantisch? Met die naam? Dat lijkt me sterk." Oh God. Alleen Espen zou iemand met de naam Tiethoofd kiezen.
"Niet dat soort romantisch", zuchtte Espen. "Jij let ook nooit op, hè?"
Ik herinnerde me terug dat er iets bestond als een kunststroming die romantiek heette. Het was niet dat ik het niet wist, het zat gewoon niet op de voorgrond van mijn hoofd. Toch begon ik me met de minuut dommer te voelen. "Ach ja", zei ik uiteindelijk maar. "Heb je al een idee voor het creatieve gedeelte?" Zelf zou ik nooit iets kunnen verzinnen zonder dat het ongelooflijk stom was. Ik was gewoon niet creatief ingesteld. Ja, ik speelde piano, maar dat was ook gewoon maar de partituren volgen. Ik kon niet zelf noten of akkoorden vinden, of spelen zonder een blad voor me. 
"Eerst jouw gedichten", zei Espen.
Ik haalde mijn gsm tevoorschijn, waar ik de titels had opgeslagen. Espen leek zich nu echt te ergeren. "Dit is een grap", zei hij. "Wat heb je opgezocht? 'Gedichten'? En dan het eerste gepakt wat er tevoorschijn kwam?"
"... Nee." Dat was niet helemaal waar. Er waren nog steeds gedichten bij die we op school hadden geleerd. Maar ja, ik begreep zijn punt. Het was gewoon zoiets stoms om boos over te worden. Wie kon het wat schelen dat iedereen van de klas de gedichten al kende? De leerkracht zou er niets van afweten, hopelijk. En dat was het belangrijkste.
"Oké, ik ga vragen of ik de opdracht alleen mag doen", zei hij, en hij stond op om me buiten te laten.
Ik sprong recht en greep hem bij zijn pols. "Wacht!" Hij keek naar de plaats waar ik hem aanraakte met zo'n boze blik dat ik hem losliet. "Anders verdelen we de taken. Jij zoekt de gedichten, ik maak de creatieve opdracht. Dit is gewoon niet iets waar ik veel van weet, en jij duidelijk wel."
Hij leek het te overwegen. "Ik zoek de gedichten wel. Bedenk jij dan iets creatiefs." Hij stopte even. "Maar ik laat het je echt niet alleen doen, dan halen we een nul."
Ik glimlachte. "Een nul? Dat is wel erg pessimistisch."
"Is dat zo, Herman Brusselmans?" Nu hij het hardop zei, leek het inderdaad een nogal typische keuze. Ik was meer verbaasd over het feit dat hij een grapje had gemaakt. En ook al was hij kwaad op me, hij leek oprecht meer ontspannen dan toen we binnen waren gekomen.
"Jazeker, Tiethoofd." Espen zag er bijna geamuseerd uit.

Eerste stukje over de opdracht met Espen! En ik heb een paar veranderingen gemaakt, bijvoorbeeld de cover. En mijn gebruik van inspringingen, want die werden echt heel frustrerend haha.

Reacties (1)

  • Donwell

    Tiethoofd. Excuse me while I laugh at this joke for 24601 years.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen