Foto bij 124. - Lucien

Slaap was sowieso al geen optie - mijn lijf doet teveel zeer om comfortabel te liggen, iets wat ik me pas realiseerde na die eerste nacht slaap sinds mijn terugkomst -, maar nu Emma naast me ligt is het helemaal van de tafel. Ik durf me amper nog te bewegen. Geen idee of ze echt slaapt of dat ze doet alsof, maar ik wil haar niet storen. Ik reik naar het boek op mijn nachtkastje, onder luid protest van de hechtingen in mijn bovenarm, om maar niet te beginnen over mijn pols. Na mijn bad van gisteravond was de spalk nat en begon het te jeuken, dus ik heb hem eraf getrokken. Ik ben de ergste nachtmerrie van alle artsen hier. Het was op persoonlijk verzoek van de Koning dat ik eindelijk mijn wonden na liet kijken, wat me de eerste uitfoetering opleverde - een aantal van de wonden was al gaan infecteren.. Niks levensbedreigends, maar als ik gewoon direct langs de arts was gegaan...
Er werd me opgedragen om de wonden schoon te houden en in te smeren met een desinfecterende zalf, en toen ik een arts tegenkwam in de hal en hij zag dat ik duidelijk nog niet in de buurt van water was gekomen, leverde me dat uitfoetering nummer twee op. En morgen zit de derde er aan te komen, als duidelijk wordt dat ik de zalf ook niet heb gebruikt en dat de spalk niet langer om mijn pols zit. Maar dat is morgen.
Ik positioneer het boek zo dat het nergens op een pijnlijke plek drukt, wat een uitdaging blijkt te zijn. Emma lijkt nu echt te slapen, met een rustige regelmatige ademhaling. Ik profiteer van het moment om naar haar te kijken zonder dat één van ons ongemakkelijk wordt. Ze is even mooi als altijd. In haar slaap zijn de zorgen even van haar gezicht verdwenen en heerst er niets dan onschuld.

Halverwege de nacht draait Emma zich van me weg en verdwijnt haar hand uit de mijne. Het vult me met een gevoel van leegte, al probeer ik er niet te lang bij stil te staan. Veel verder dan dit zullen we voorlopig niet komen.
Mijn boek heb ik uitgelezen. Ik heb niets anders, en slapen lukt nog steeds niet, dus ik besluit opnieuw te beginnen. Het is een boek vol Portugeese gebeden en gedichten, en waarschijnlijk heb ik de helft niet goed begrepen. Als ik bij het vierde vers kom, schiet Emma met een kreet overeind. Ik schrik me wezenloos; een wacht heeft het ook gehoord en komt argwanend om de hoek van de deur kijken. Ik wuif hem weg, Emma lijkt het niet eens door te hebben. Ze zit zachtjes te huilen, haar gezicht in haar handen. Ik wil naar haar reiken om haar te troosten. Met mijn handen slechts enkele centimeters boven haar schouders realiseer ik me wat een slecht idee dat is. Ik trek ze terug, hulpeloos. Wat doe je in zo'n situatie?
"Em..." zeg ik zachtjes. Ik weet niet eens of ze me hoort. Alsof de kamer me een oplossing gaat bieden, kijk ik rond tot mijn oog valt op het kleine flesje naast mijn bed. Voorzichtig klim ik uit het bed; ik voel hoe Emma's ogen elke beweging die ik maar volg. Het enige wat ik doe is twee glazen whiskey vullen. In beide doe ik een paar drupjes van de papavermelk. Als ik haar één van de glazen aanbiedt, kijkt ze me met haar betraande ogen argwanend aan.
"Het helpt je slapen." leg ik haar uit. "Geen idee of het de nachtmerries weghoudt, maar je hebt je rust nodig, Em."
Haar blik gaat van het glas, naar mij. "Jij eerst."
"Pardon? Em, ik wil alleen maar..."
"Nee, nee." Ze schudt haar hoofd. "Denk je dat ik niet aan je zie dat je nog niet geslapen hebt? In hemelsnaam, Lucien, de kringen onder je ogen zijn donkerder dan je haar. Als ik eerst ga, dan push jij me weer dat ik ga liggen en gooi jij jouw glas vervolgens leeg in een plant."
Ik staar haar een beetje verbaasd aan, en schiet dan in de lach. "Oké, oké. Ik eerst." Ik hef het glas naar haar. "Proost." Ik sla het glas in één teug achterover. Ze kijkt me tevreden aan, en doet dan hetzelfde. Als we weer gaan liggen, laat ik het aan haar of ze mijn hand weer pakt. Het beeld uit haar nachtmerries moet haar nog te vers in haar geheugen staan, want ze doet het niet.

De volgende dag vraagt Eschive zowel mij als Emma om langs te komen voor thee. Ondanks de ongemakkelijkheid die heerst tussen mij en Emma, doen we het toch. Eschive kijkt verrassend opgewekt als we binnenkomen - ze zit op haar balkon te wachten op ons. Met thee bedoelde ze blijkbaar ijsthee, wat haar favoriete drankje is geworden. Ze is gehuld in een lila jurk die al haar blauwe plekken en andere verwondingen verbergt. Alleen haar blauwe oog, dat ze heeft opgelopen na een van haar ontvoerders in zijn kruis te trappen, is nog zichtbaar. De rode vlekken in haar oogwit maken dat haar donkere ogen nog donkerder lijken.
We gaan bij haar zitten, en ze schuift ons allebei een glas toe. Als Emma wil vragen hoe het gaat, schudt ze haar hoofd. "Ik wil het er niet over hebben." zegt ze stellig. "Niets over alles wat er is gebeurd."
Emma en ik werpen elkaar een blik toe, maar dan haal ik mijn schouders op. "Lijkt me een strak plan. Waar wil je het dan over hebben?"
"Vroeger. Fijne verhalen. Zoals die keer dat jij vastzat in een boom."
"Ik..." Ik schraap mijn keel. "Ik weet niet waar je het over hebt." Emma, naast me, neemt grijnzend slokjes van haar ijsthee.
"Dit verhaal ken ik niet."
"Hij hoeft het alleen maar te vertellen als jij ook zo'n verhaal hebt, Emms!" roept Eschive. "Anders niet!"
Nu is het mijn beurt om te grijnzen. "Nou?"
"Oh... best!" Ze lacht. "Als jij mij dit verhaal vertelt, heb ik er ook een."
Eschive bezit, ondanks alles, nog steeds de veerkracht van een kind. Natuurlijk is ze getraumatiseerd, maar ze is de enige die dit voor elkaar kan krijgen. Ze kijkt me afwachtend aan, een twinkeling in haar ogen.
Ik zucht. "Ik was veertien, en heel competitief. Aleran bleef zeggen dat ik niet naar het hoogste puntje van een boom zou kunnen komen, dus natuurlijk ging ik met mijn puberbrein die uitdaging aan. Het was al later op de avond en het begon donker te worden, en natuurlijk hadden we onze ouders niet verteld wat we gingen doen. Aleran zocht een boom uit, en ik begon te klimmen. Tegen de tijd dat ik boven was, was het pikdonker. Ik riep naar Aleran dat ik het had gered, maar ik kreeg geen antwoord. Het bleek dat hij naar binnen gehaald was door een van de wachters, maar hij had niet gezegd dat ik in de boom zat! Het was zo donker dat het me niet meer lukte om naar beneden te komen. Blijkbaar vertelde Aleran dat ik in de stallen in slaap was gevallen na het sparren, want ze kwamen me niet zoeken. Dus daar zat ik, de hemelen te vervloeken omdat ik niet meer naar beneden kon. Pas na middernacht, toen de maan al hoog aan de hemel stond, biechtte hij op en kwam mijn vader met een aantal wachten om me te redden." Ik haal mijn schouders op en kijk glimlachend naar Eschive, die zit te giechelen.
"Je zou denken dat ik daarvan leerde, toch? Dat ik Aleran me niet meer uit zou laten dagen..." Emma trekt vragend haar wenkbrauwen op. Ik zucht verslagen, maar kan de grijns niet onderdrukken. "Het lukte hem nog drie keer. Precies hetzelfde. Eén keer wist hij zelfs Eschive zo ver te krijgen dat zij me in de val lokte, en ze hebben me samen de hele nacht laten zitten."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen