Foto bij 125 - Emmeline

Voor het eerst sinds die vervloekte nacht spoken er geen nare gedachten door mijn hoofd. De glimlach is oprecht als ik luister naar Lucien's verhaal, ik zie alles voor me.
"Nu jij, Emma!" ze schenkt ons allebei opnieuw een glas in, en leunt wat achterover in haar stoel.
"Oh, mijn verhalen zijn stukken minder..," ze onderbreekt me onmiddellijk. "Onzin!"
Opnieuw lach ik. "Prima, maar ik heb jullie gewaarschuwd." Ik neem een slok van de koude thee, nog iets waar ik het aangename niet van inzie, en begin aan mijn verhaal. "Het was winter, en ik was een jaar of acht, negen misschien. Schotse winters zijn anders dan de Franse. Wreed, ijskoud. Sneeuw bereikt absurde hoogtes, het kasteel raakt met gemak afgesloten van de rest van de wereld. Dat is uiterst onhandig, maar toen ik jong was was het ideaal. Geen bezoek van hoge officieren, geen besprekingen waarbij mijn ouders verwacht werden. Alleen de mensen in het kasteel, verder niets."
Ik wil bijna mijn ogen sluiten om de herinnering te herbeleven, maar dan zou het afmaken van het verhaal te lang duren.
"Mijn broers en ik, Charles en Louis, besloten om sneeuwengelen te maken. Mijn moeder had het ons ten strengste verboden, bang dat we zouden bevriezen. Maar ze was zwanger van Mary en was gaan liggen voor een dutje, en mijn broers haalden me over om toch naar buiten te gaan. We hadden ons warm aangekleed, voor zover dat kon." Ik voel de vrieskou bijna weer op mijn huid, de grijnzen van mijn broers toen het geluid van het knisperen van de sneeuw ons bereikte.
"We hebben zoveel sneeuwengelen gemaakt dat er geen ruimte meer was, het hele binnenhof was bedekt. Ik wilde weer naar binnen, maar Louis besloot een kuil te graven in de sneeuw, die misschien wel een meter hoog stond, en toen ik even niet oplette groeven ze me in. Mijn hoofd stak nog boven de sneeuw uit, maar verder was ik helemaal bedekt. Het was ijskoud, mijn kleren waren doorweekt, en ze stonden te gillen van het lachen. In het begin vond ik het ook nog leuk, en lachte ik met ze mee, tot ik besefte dat ik mezelf niet kon bevrijden. Ze wilden me uitgraven, maar hun handen waren zo koud dat het ze niet meer lukte. Je had de blik op mijn vader's gezicht moeten zien toen hij naar buiten kwam.." Ik lach hardop. Mijn vader mag dan veranderd zijn in een strenge man, voor de dood van mijn oudste broer was hij veel.. zachter.
      Er zijn inmiddels meerdere verhalen verteld, en Lucien en ik zijn samen verwikkeld in het vertellen van een gezamenlijk verhaal. We zijn het alleen niet helemaal eens over hoe het ging, waardoor Eschive niet meer bijkomt van het lachen.
"Ik had nog nooit in een boom geklommen! Hoe verwachtte je dat ik er zelf weer uit zou komen?" Ik wijs naar hem met het vorkje waarmee we net taart aten.
"Het was een kleine boom! Je had er makkelijk uit kunnen springen." Hij wijst terug, en ik val zijn vorkje aan alsof het een zwaard is.
"In de jurk die ik aanhad? En daarnaast, je weigerde me op te vangen!"
"Ik was elf, meisjes waren vies, natuurlijk wilde ik je niet opvangen!" Hij lacht hardop en even lijkt het er op alsof hij mijn hand gaat vastpakken, maar hij bedenkt zich op het laatste moment.
"Dus je besloot dat het een beter idee was om dan maar appels naar me te gooien? Eentje raakte me in mijn buik!"
We lachen samen, hardop en gemeend. Eschive lacht met ons mee, het hardst van ons drieën.
We voelen alledrie even niet meer de zwaarte die over ons hangt. Even vergeten we de mannen met het haviksembleem, onze verwondingen, onze trauma's. We denken terug aan de tijd die simpel was, zorgeloos. Grotendeels, dan.
Ons lachen verstomt als er op de deur geklopt wordt. Een wacht van de koning staat in de deuropening. "Prins Lucien, prinses Emmeline, het spijt me om u te moeten storen," hij klinkt alsof hij net gerend heeft. "Maar de koning vroeg me u te verwittigen dat er een afgevaardigde van het Vaticaan is die u wil spreken."

De wandeling naar de troonzaal voelt alsof hij langer duurt dan de reis van Frankrijk naar Portugal. We zijn allebei zo druk geweest met andere dingen dat we het Vaticaan volledig vergeten zijn.
Mijn hart bonst in mijn keel als ik denk aan wat dit kan betekenen. Er zijn maar twee opties die hieruit kunnen komen, en ze zullen onze levens volledig veranderen.
We konden Eschive niet vertellen wat we gingen doen, bang dat ze te veel hoop zou krijgen. Er is namelijk vijftig procent kans dat die de grond in geboord gaat worden. Het Vaticaan zou het volledig oneens kunnen zijn met ons huwelijk, en dan gaat het niet door. Hoe graag we het ook willen.
"Lucien," ik merk aan alles dat hij net zo gespannen is als ik. "Ik ben bang."
Hij schraapt zijn keel. "Ik ook, Em, ik ook."
"Wat nou als...," ik moet diep ademhalen om er voor te zorgen dat mijn stem niet overslaat. "Als ze nee zeggen?"
"Dan..." hij zucht. "Ik weet het niet, Emma. Mijn hoofd was ergens anders, ik besef nog steeds niet dat dit nu gebeurt."
"En...," zonder er echt bij na te denken pak ik zijn hand vast. Het zorgt er voor dat er een lichte schok door mijn lichaam gaat, maar het voelt vertrouwd. Het voelt nu even heel erg goed, en gepast. "Wat nou als ze wel ja zeggen? Wil je dan nog met me trouwen? Zelfs als ik niet kan beloven dat ik ooit weer de oude word?"
Hij kijkt me aan, bijna vol ongeloof. "Em.. Wat er is gebeurd heeft ons veranderd. Maar we zijn nog steeds onszelf, deep down. We kunnen samen lachen, en voor elkaar zorgen. De rest komt later wel."
Ik knik. Hij heeft gelijk. Het zal misschien niet gemakkelijk worden, als we toestemming krijgen om te trouwen, maar we kunnen het. Want we houden van elkaar, en dat is het allerbelangrijkst.
De wachten voor de deuren van de troonzaal knikken naar ons, en zwaaien gezamenlijk de deuren open.
"Dames en heren, Prins Lucien van Frankrijk en Prinses Emmeline van Schotland."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen