“When the stars look down on me
What do they see.”

Justine Heidi Harbours

Vanonder mijn wimpers staar ik naar mijn zusje. Ze ligt nog steeds op een van de matrassen, haar ogen gesloten, maar haar wimpers overduidelijk vochtig. Ze ligt opgerold als een balletje, haar armen beschermend over haar knieën geslagen, haar lip trillend van het gesnik dat haar mond dreigt te ontsnappen. Haar witte lokken liggen als een waaier om haar hoofd en ik voel een opwelling van medelijden.
      Ik krabbel op van de grond en ga op mijn knieën naast mijn zusje zitten. De pijn in mijn achterhoofd vervaagt naar de achtergrond en ik probeer de permanente frons op mijn gezicht voor even te laten verdwijnen. Zachtjes strijk ik met mijn vingers door de zachte krullen van mijn zusje.
      ‘Als je wil, kan je Embry een berichtje sturen met de vraag of hij ons de bibliotheek wil laten zien,’ zeg ik als ze haar felblauwe ogen opent. ‘Aangezien je hem zo leuk vindt.’
      ‘Jus,’ zegt Ariel geschokt. Ze geeft me een zachte duw tegen mijn arm en als ik zeg zacht, dan bedoel ik ook echt ontzettend zacht, terwijl haar wangen lichtjes rood kleuren. Ze lijkt echt een crush op Embry te hebben. ‘Kun je me je telefoon geven?’
      Met een glimlach pak ik mijn mobiel uit mijn kontzak en geef ik het toestel aan mijn zusje. Ze veegt de tranen van haar rode wangen en haar ogen krijgen een ondeugende twinkeling die ik op dit moment meer dan wat dan ook kan waarderen. Wat afleiding toch voor een wonderen kan doen.
      ‘Zeg geen rare dingen en zet je eigen naam eronder,’ zeg ik nog voordat ik opsta en naar een doos in de hoek van de kamer loop. Op de doos staat in koeienletters BEDDENGOED en mijn vader moet ongetwijfeld die doos hiernaartoe verplaatst hebben. Ik frons mijn wenkbrauwen als ik tot de conclusie kom dat hij al lang wist van de onopgemaakte bedden. Blijkbaar was hij toch aan het zoeken en had Ariel toch gelijk. Hoop is niet iets voor ons.
      Ik trek het tape van de verhuisdoos en pak twee van alles: dekens, kussenslopen en dekbedovertrekken. Het duurt niet lang om mijn eigen bed op te maken, aangezien ik niet anders doe sinds mijn vijfde, de leeftijd waarop mijn ouders besloten dat ik zelfstandig genoeg was om simpele huishoudelijke taken te doen. Dat ik in werkelijkheid niet half volwassen genoeg was, vergat ik al snel, want het is altijd beter om beddengoed te wassen dan een trap in je rug te ontvangen.
      Pas als ik gebaar dat Ariel van haar bed moet, realiseert ze dat ik alles al opgemaakt heb. Haar gezichtstuitdrukking verandert van schrik naar beschuldiging en ze fronst haar wenkbrauwen, sprekend zonder woorden of gebaren te gebruiken. Een andere vorm van communicatie die we door de jaren heen geleerd en beheerst hebben.
      ‘Waarom zei je niet dat ik moest helpen?’ gebaart ze. Ze neemt plaats op mijn bed en drukt op een knopje op het toestel. Het scherm flitst uit en ze kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan.
      ‘Omdat je niet hoeft te helpen,’ zeg ik met een grijns. Ik gooi de kussens en het deken op het klaargemaakte bed en plof erboven op. ‘Heeft Embry al gereageerd?’
      Ariel schudt met haar hoofd, haar oogverblinde gezicht in een pruil vertrokken. Waarschijnlijk doet ze dramatisch, maar ik durf het niet met zekerheid te zeggen. Haar ogen dwalen naar mijn telefoon naast haar, precies op het moment als het begint te trillen en het scherm aanflitst. Direct verandert haar gezicht in een opgetogen, nerveuze glimlach en ik voel een steek in mijn maag. Waarom, daar kan ik echter niet mijn vinger op leggen.
      ‘Hij zegt dat het goed met hem gaat en dat hij ons morgen met plezier naar de bibliotheek begeleidt,’ gebaart Ariel enthousiast. Haar ogen scannen mijn mobiel en voor ik het weet is ze weer wild aan het gebaren. ‘Hij vraagt hoe laat en waar?’
      Ik bijt even op mijn lip, terwijl ik over mijn opties ga. Het lijkt me niet verstandig om bij ons huis af te spreken. Ik wil de reactie van onze vader niet weten en de gedachten van de reactie van Embry op onze vader bezorgt me abrupt rillingen. Hoewel onze vader altijd een perfect rolmodel lijkt te zijn wanneer er vrienden bij zijn, je weet het nooit zeker. ‘Zeg maar rond twaalf uur en bij de supermarkt.’
      Ariel knikt en begint enthousiast te typen. Haar vingers dansen met een snelheid die ik bijna niet kan bijhouden over het scherm en ik frons mijn wenkbrauwen. Berichten is misschien wel de makkelijkste communicatie mogelijk voor mijn zusje en haar conditie.
      Ik bijt op mijn lip en ik laat mijn gedachten afdwalen. Ik kan het niet helpen om iedere keer weer na te denken over Ariel en hoe ze zichzelf in vredesnaam moet redden op een school waar waarschijnlijk niemand gebarentaal beheerst of wil leren. Alleen de gedachten al dat haar cijfers hierdoor dalen en dat ze misschien wel gepest zal worden, zorgen voor een naar gevoel in mijn maag. School, of eigenlijk alles weg van thuis was onze veilige haven, maar als school ook in een persoonlijke hel voor Ariel verandert, dan heeft ze geen toevlucht meer. Nergens.
      Ik voel een koude hand op de mijne landen en geschrokken kijk ik op. Mijn ogen kijken recht in de wazige ogen van Ariel en pas als ik haar andere hand voorzichtig, alsof ik van porselein gemaakt ben, over mijn wangen voel strijken, realiseer ik me dat ik aan het huilen ben. Terwijl ik de sterksten van ons twee moet zijn, degene die geen angsten heeft, nooit verdrietig is en altijd haar jongere zusje kan beschermen. Maar de waarheid is anders. Ik ben namelijk angstiger dan ooit, bang dat ik mijn zusje niet kan geven wat ze verdient.
      ‘Stop huilen, zus,’ gebaart Ariel met een waterige glimlach. ‘Je weet dat ik me wel red, zoals altijd.’
      Daar moet ik dan maar op vertrouwen.

Reacties (4)

  • Slughorn

    Nawh...Komt wel goed meiden, Embry to the rescue! (':

    8 maanden geleden
  • Butterflygirl

    Aaaaawh❤

    9 maanden geleden
  • LarryNiam

    Hou van dit verhaal<3

    9 maanden geleden
  • VampireMouse

    Oww embry!!

    9 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen