Foto bij Chapter sixty-two

Met vernauwde ogen tuur ik de oneindige duisternis in, op zoek naar een klein beetje licht dat ervoor kan zorgen dat ik weet waar ik ben. Heel even twijfel ik of ik wel wakker ben, maar als ik vanalles geprobeerd heb om mezelf “wakker” te maken, lijkt het erop alsof ik ook daadwerkelijk wakker ben. Een diepe zucht verlaat mijn mond. De koude vloer onder mij, laat mijn nog altijd oververhitte lichaam, afkoelen. De spieren in mijn benen protesteren tegen de kou, maar doen alleen maar meer pijn als ik ze beweeg. Overeind komen lijk ik ook niet voor elkaar te krijgen. ‘Hn, dat is onverwacht. Nooit gedacht dat onze lieftallige ijsprinses naar onze basis zou komen,’ spreekt een bekende stem, spottend uit. De kamer wordt plots verlicht door een rood spotlight. In het licht staat een hoge pilaar en door de rode verlichting, kan ik nog twee pilaren in de schaduw zien staan. Mijn blik glijdt omhoog, naar de top van de pilaar. Bovenaan de pilaar zit de roodharige jongen nonchalant in zijn stoel en kijkt op mij neer. ‘Het is niet alsof ik hier vrijwillig ben gekomen, Burn,’ sis ik hem toe. De jongen komt lachend overeind van zijn stoel en kijkt neerbuigend op mij neer. ‘Daar waren we ook niet vanuit gegaan,’ beantwoordt hij mij. Ik rol even met mijn ogen en draai mijn hoofd van de jongen vandaan. Het is een lange tijd stil in de ruimte. ‘Ik weet dat je er bent, Gran, Hiroto, wat het ook mag zijn,’ brom ik een beetje geïrriteerd. Met blik draai ik naar éen van de pilaren in de schaduw. Zodra er een wit spotlight aangaat en de jongen zich zichtbaar maakt, krult er een tevreden grijns op zijn gezicht als hij me ziet. ‘Mijn complimenten. Burn en Gazel zijn nooit zo scherp geweest om mij op te merken,’ prijst hij me. ‘Hoe?’ Met de nodige moeite, forceer ik mijn lichaam van de grond en zet mezelf recht. ‘Ik kan het voelen. Een gelijkmatige energie die door onze lichamen stromen. Een aura dat kracht uitstraalt,’ beantwoord ik hem. Mijn lichaam wankelt een beetje op zijn plek. De pijn in mijn benen probeer ik te negeren. Een doffe klap dringt mijn gehoorgangen binnen, maar voordat ik me naar het geluid heb kunnen keren, is Hiroto voor me gedoken en houdt een zwarte bal tegen. De bal draait nog even tegen zijn been, voordat het tot stilstand komt en naar de grond valt. Het stuitert bij ons vandaan en zijn blik keert hij naar de laatste pilaar die nog volledig verduistert is. ‘Wat is het? Jaloers op haar ijzige kracht?’ vraagt Hiroto spottend. ‘We hebben haar nog nodig. Blijf van haar af,’ sist hij erachter aan. Een spottende, kille lach galmt door de ruimte en een blauw spotlight gaat aan. Een paar ijsblauwe ogen boren zich direct in de mijne en ik kan de jongen zijn handen tot vuisten zien ballen. ‘Jaloers? Op zo een zielige vertoning als dát daar?’ vraagt hij kil. ‘Ze zal de kou niet eens overleven,’ zegt hij minderwaardig. Een korte, spottende lach verlaat mijn lippen. Burn en Hiroto kijken me verbaasd aan, terwijl Gazel alleen maar afgunst in zijn ogen heeft staan. Ik lift mijn hoofd op naar boven en kijk op naar de jongen op de pilaar. ‘Verlaag je eens naar het juiste niveau en kom naar beneden,’ spreek ik hem spottend toe. Er staat woede in zijn ogen als hij op mij neerkijkt. ‘De titel van Genesis is mijn niveau, daar zou je niet eens in de buurt van komen,’ sist hij me toe. Ik grinnik even. De pijn in mijn lichaam voelt veel lichter dan eerst en tik de bal onder Hiroto’s voet weg. Op een speelse manier tik ik de bal steeds weer de lucht in, totdat ik mijn ogen met die van Gazel laat kruisen en de bal keihard op hem afvuur. De plotse actie zorgt ervoor dat de jongen zijn balans verliest als hij de bal wil opvangen en hij vervolgens in de stoel op zijn pilaar landt. De bal hoor ik in de verte op de grond neerkomen en stuitert nog een paar keer, voordat het tot stilstand komt. Er komt een blauw licht vanaf waardoor ik precies weet waar het ligt. ‘Ik daag je uit,’ grijns ik dan. Burn komt uit interesse overeind van zijn stoel en ik kan zijn gele ogen zien stralen in het rode licht waar hij in staat. ‘Dat wil ik zien,’ zegt hij geamuseerd. ‘Ik wil zien hoe je ingemaakt wordt door een meisje,’ kaatst hij spottend naar Gazel toe. De woede in Gazel zijn ogen is gegroeid en hij trekt gefrustreerd aan een paar lokken van zijn haar, voordat hij het weer goed veegt. ‘Prima. Maar het is niet mijn schuld als ze breekt en niet meer gebruikt kan worden in het plan. Ik zal haar laten zien wat échte vrieskou is.’

Met fonkelende, groene ogen loop ik tussen de drie aanvoerders aan. Gazel loopt voorop, met Burn op zijn hielen die hem aan het opfokken is en Hiroto loopt achter mij, waarschijnlijk om ervoor te zorgen dat ik niet heel hard weg ren. Zodra we de trainingszaal betreden, stap ik het veld op en stop bij de middenlijn. Gazel doet hetzelfde en kijkt me met nog steeds dezelfde woede aan. ‘Niet gaan huilen als je verliest hé?’ vraag ik hem. De irritatie bij Gazel groeit met de seconde en ik kan aan de zijlijn Burn horen roepen. ‘Omdat jij in het nadeel bent, mag jij met de bal beginnen,’ spreekt Gazel kil en minderwaardig uit. Ik kijk verbaasd op naar de jongen voor me. Hij steekt een ruime kop boven mij uit, maar niets aan hem zorgt ervoor dat ik mij geïntimideerd voel. Er wordt een bal naar me toegeworpen die ik met mijn voet opvang. Daarna plaats ik mijn voet erop en kijk nog een keer naar Gazel. ‘Zeker?’ vraag ik hem met een speelse ondertoon. De jongen knarst even zijn tanden en zet een stap weg van de bal. ‘Je bent wel erg zeker van je zaak, niet dan? Dat je het lef hebt om mij uit te dagen, daar krijg je credits voor. Maar je gaat er ook enorm veel spijt van krijgen.’ Ik knik de jongen glimlachend toe en kijk om naar Hiroto. Hij slaakt alleen een zucht en zodra hij het startsignaal geeft, geef ik een harde stamp op de bal en raast er een ijskoude storm door de zaal.

Reacties (1)

  • Luckey

    Ze blijft lef houden
    I like it

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen