Na schooltijd hadden we bij het huis van mevrouw Jules afgesproken. Julia had weer zin om Fortnite te spelen. Sinds ze in het heden was, was ze volgens mij verslaafd geraakt aan Fortnite en Instagram.
'Weet jullie misschien waar de toilet is?' vroeg ik.
'De gangdeur in en dan links af.'
Ik knikte en liep de huiskamer uit. De linker deur van de huiskamer moest de toilet zijn. Net toen ik de deur klink vastpakte schrok ik plots van het geluid achter me. Met een ruk draaide ik me om. Achter me stond een deur wagenwijd open van een kamer. Twee boeken waren op lagen op de grond. Zou dat het geluid geweest zijn toen de boeken op de grond vielen?

Ik liep de kamer in. Het moest vast een kantoor zijn. De kamer had meer weg van een kleine bibliotheek. De boekenkasten stonden tegen de muur en er lag een rode tapijt op de grond. Voor de rest stond er nog een donkerbruine bureau met een bureau stoel.
Ik raapte de boeken op en legde het bij de rest van de boeken.
Plots zag ik iets opvallend. Ik pakte een ander boek op die erg stoffig was. Ik veegde het stof van het boek weg. Er stond met Sierlijke letters: 'Duister.' Geschreven.
De titel van de zin gaf me een rilling, maar het hield er niet tegen om te weten wat voor boek dit precies was. Ik maakte het boek open en opende de eerste bladzijde.

Het gaat om een aantal gevangende, met namens de Duistere Heerdser. Het is onbekend waarom er zo iets onvergevenlijks in het rijk heeft plaats gevonden. We hebben hem een kans gegeven, maar zijn manipulerende macht lijkt ons te verblinde van de...

Ik stopte met lezen. Ik schrok van een stem. Ik had bijna het boek laten vallen.
Mason stond bij de deur opening.
'Wat doe je eigenlijk hier?'
Ik wilde iets gaan zeggen, maar die woorden leken er niet te komen.
Mason liep mijn kant op.
'Wat doe je eigenlijk hier in het kantoor van mevrouw Jules?'
'...Ik wilde...' ik maakte mijn zin niet helemaal af.
'Wat wilde je?' vroeg hij. Hij stond heel dichtbij, dat ik zelf zijn lichaam geur kon ruiken. De geur van aftershave, gras en mint waren mijn neusgaten doorgedrongen.
'Ik weet het niet, Mason. Ik hoorde hier iets vallen.'
'En daarom snuffel je rond in één van haar boeken?' vroeg hij met een grijns.
'Ja, dat was niet echt de bedoeling. De toilet.'
'In ieder geval niet in deze kamer,' zei hij alsof hij in elk moment in lachen kon uitbarsten. Ik werd rood en verliet de kamer.

─────────────────────────────
꧁🕰꧂ ꧁🕰꧂꧁🕰꧂

─────────────────────────────


Ik was na een uur weer terug naar mijn eigen huis. Ik wilde naar boven toe gaan om aan mijn huiswerk te gaan beginnen, maar mijn moeder riep me om naar de huiskamer te komen.
Ik zuchtte en ging de huiskamer in.
Daar zag ik mijn grootvader op de bank zitten.
'Dag, Lizzy,' begroette Grootvader me.
'Waarom moest ik komen?' vroeg ik.
'Omdat jouw grootvader weer een opdracht voor je heeft,' zei mijn moeder.
'Moet ik met hem mee naar zijn huis komen?'
'Nee, dat hoef niet. Want we hebben de kostuum al bij ons.' Met het woord kostuum die mijn moeder zei bedoelde ze dat ik weer terug in de tijd ga.
'Maar, vindt Erica dat wel een goed idee?' Ze zou me nooit toelaten om naar het verleden te gaan. Ik kon mijn krachten zelf niet helemaal onder controle houden.
'Jammer genoeg niet, maar je weet hoe het koninklijke familie eenmaal zijn.'
'koninklijke familie?' vroeg ik.
'Ja, van een koningin,' zei mijn opa.
'Leuk, naar welke tijd ga ik nu?'
'Het jaar 1635, want je had als opdracht gekregen om deze belangrijke brief bij de koninkrijk van Frankrijk geven.'
'Is dat alles?' vroeg ik.
'Ja, want je blijft daar de komende weekend. In Parijs overnachten,' zei mijn grootvader. Het zal een lange reist zijn. Maar kijk daar wel uit. Daar zijn rovers,' voegde hij er nog aan toe.

Ik had de jurk aangetrokken. Het verschil was dat die jurk meer comfortabeler zat dan de jurk die ik in 1856 aan had.
Ik was in het jaar 1635 waar ik moest zijn. Hopelijk was het in die tijd minder gevaarlijk dan in het jaar 1856. Mijn schoenen waren een beetje vies door de vuil op de straat. Het was wel te merken dat de straten enorm vies waren. Geen wonder dat de mensen in die tijd sneller ziek werden dan in mijn tijd. De straten in de stad leken steeds rustiger te zijn. Het begon ook langzaam donker te worden. Ik zou echt snel onderdak moeten vinden. Bij het pleintje waren er nog mensen dan ik verwacht had.
Ik zag een groepje van vijf mensen zien dollen met elkaar.
Er was gegiechel van twee vrouwen en geklets van mannen.
Het glas van een fles viel met een knal op de grond van het pleintje. Een van hen praatte met dubbele tong. Drie van de mannen waren waarschijnlijk dronken.
Ik moest gewoon kalm blijven en hopen dat ze me niet lastig gingen vallen.
Ik liep verder maar de blik van een van de mannen waren op mij gericht.
'Ga, je ergens heen, schatje?'
Ik liep zonder te antwoorden verder.
'Jij bent een knappe wijf. Wij mannen hebben wel zin in jou?'
'En voor mij niet dan?' vroeg de vrouw op de schoot bij de man met een litteken op zijn gezicht.
'Voor jou heb ik altijd zin.'
Ik zag nu pas aan de kleding dat ze prostitués moest zijn. Ik kreeg een naar gevoel hier. Ik wilde verder gaan lopen uit deze pleintje, maar ik schrok opeens van een stem dichtbij me. Mijn hart ging er te keer van.

Een van de mannen stond dicht bij me.
'Waar wou je heen gaan, schatje?'
Hij pakte mijn kin vast.
Een geur van Alcohol drongen mijn neusgaten door. Een rilling liep over mijn rug. Ik wist al waar ze op duiden.
'Ik wil het echt met jou doen, je bent zo mooi.'
Ik wilde achteruit lopen, maar hij had mijn arm beet. Dit was niet goed. Dit was helemaal niet goed.
Uit reflex schopte ik keihard tegen zijn been.
Ik hoorde hem kreunen van de pijn en liet me los.
Andere hadden het blijkbaar ook gezien. Ik liep snel het pleintje uit.
'Grijp dat kreng!'
Ik zag ze achter me rennen. Ik moest die mannen zien af te schudden en veilig onderdak vinden om te overnachten. Mijn hart ging te keer. Ik rende rechts af. En rende weer de hoek van het steegje in. Voetstappen kwamen steeds dichterbij.
'Volgens mij is ze die kant op gegaan.'

Ik liep nog verder naar achter. Ik botste ineens tegen iemand aan die meteen een hand op mijn schouder legde.
Ik slaakte een kreet, maar het werd meteen verdemp door een hand die op mijn mond gedrukt werd.
Met zijn andere hand pakte hij mijn pols vast. Paniek overspoelde me. Ik begon heftig te ademen.
Ik probeerde me los te rukken van zijn greep, maar hij was te sterk.
'Ssht, Lizzy, wees eens rustig.' Hoorde ik een bekende stem. 'Ik ben het, Mason.'
'Volgens mij is dat kreng deze kant op gegaan.' Hoorde ik de mannen van daarnet.
'Shit,' hoorde ik Mason achter me.
Hij drukte zicht tegen de muur van het steegje. Zijn hand lag nog steeds op mijn mond. Wanneer de kust veilig was haalde hij zijn hand van mijn mond en ik draaide me naar Mason om.
Hij droeg ook de kleding van uit deze tijd.
'Wat doe jij hier?' vroeg ik.
'Die vraag kan ik ook aan jou stellen,' zei hij met een glimlach.
'Ik dacht serieus, dat....'
Hij streelde met zijn duim over mijn lippen. Met zijn duim streelde hij lichtje mijn kin dat tintelde op mijn huid en pakte mijn kin vast, waardoor ik hem recht in zijn ogen aankeek.
'Wat?' vroeg hij. Zijn helder blauwe ogen leken te schitteren in de donkere nacht. Ik leek sprakeloos te zijn door zijn  onverwachte aanraking.
Mijn wangen werden warm
'Maar kom mee, we moeten hier weg,' zei hij en hij pakte mijn arm vast. We liepen uit het steegje. Bij de hoek van de straatje stond hij stil. 'Shit, dit is een valstrik.' Bij die woorden wist hij wat hij bedoelde. Twee mannen met zwaarden liepen dreigend op ons af. Het waren dit keer niet die dronken mannen. Ze zagen er veel anders uit. Terug lopen kon ook niet, want toen ik me omdraaide stond er een man die ook dreigend op ons liep.
'Wat nu?' vroeg ik.
'Laat dit maar aan mij over.' Hij trok zijn zwaard en liep met zijn zwaard op ze af. Het gevecht was drie tegen een. Ik wist zelf niet wat ik zag, maar Mason kon heel goed met zijn zwaard omgaan. Hij had al een man weten uit te schakelen. Ik kon alleen maar toe kijken. Ik schrok toen een van de mannen van achter hem probeerde te doden met de zwaard.
'Mason, kijk achter je!' schreeuwde ik. Hij draaide zich snel om had het nog op tijd kunnen ontwijken.
Hij bukte en schopte de man zijn onderbeen, waardoor hij op de grond viel. Binnen een slag had Mason de andere man die er nog stond bij zijn bovenbeen met zijn zwaard geraakt. Een kreun verliet zijn lippen en zakte op de grond.
Mason pakte mijn arm weer vast en liepen voorbij het straatje. Het was best stil tijdens het lopen in de donkere stad. Ik had verder geen woord tegen hem gezegd.
'Wie waren die mannen die ons aanvielen?' vroeg ik maar.
'Ik denk niet dat je dat wilt weten?'
'En hoezo niet?'
'Ik wil zelf niet dat je in problemen raakt.'
'Vertel het me gewoon.'
'Fijn, de drie mannen die je zojuist zag waren wachters. En wel wachters van mijn vijand.'
Ik keek hem verrast aan. 'Je vijand?'
'Ja, een tijd geleden had een kristal toveraar een hele erge conflict met mijn vader gehad. We kwamen erachter dat hij een handlanger was van de duistere heerser. Hij had hem ook nog gedreigd dat de familie lijn lang niet van hem af zijn, en sindsdien waren we zijn vijand.'
'Dus je kent de duistere heerser heel lang?' vroeg ik.
'Nou, eigenlijk niet. Ik heb hem gelukkig nooit gezien, maar volgens mijn vader had een van mijn voorouders hem gevangen zet en hebben onze familie generatie lang zijn duistere gaven en de zegel in handen.'
'Oké zo dus, maar wat deed je eigenlijk hier?'
'Ik wilde even alleen zijn van mijn vader en ben daarom naar deze tijd gevlucht. Maar wat doe jij hier in deze tijd? Ik had zelf niet verwacht om jou hier tegen te komen?'
'Ik had een soort van opdracht die ik moest doen. Eigenlijk moet ik een belangrijke brief aan de koningin door geven.'
'Klinkt eenvoudig, maar wil je dat ik met je meega naar het paleis?'
'Graag zelfs. Alleen is het wel heel laat en gevaarlijk,' zei ik.
'Ik weet misschien een plek waar we kunnen overnachten.'
Ergens rechts af stonden we stil bij een soort van kroeg. Het zag er van de binnen kant er echt uit alsof een café van de middeleeuwen was. Sommige mannen zaten met dikken glazen bier en zaten luid te praten. Mason stond bij de bar waar een mollige roodharige stond. Ze gaf hem direct de sleutel van de kamer.

─────────────────────────────
꧁🕰꧂ ꧁🕰꧂꧁🕰꧂

─────────────────────────────


Boven zag de kamer er heel klein en knus uit. De muren van de kamer waren van donkerbruin hout. Er stond een openhaard in de kamer die uit stond en een tweepersoonsbed.
'Laten we maar gaan slapen,' stelde Mason zich voor.
Hij trok zijn witte overhemd af en ik leek op de grond genageld. Ik zag weer zijn aantrekkelijke gespierde bovenlichaam met sixpack.
'Beval het uitzicht je?' zei hij glimlachend.
Ik werd rood van het blozen.
'Sorry.'
'Daar hoef je echt geen sorry op te zeggen. Ik knikte en trok mijn jurk uit. Ik had gelukkig eronder nog een witte onderjurk aan, aangezien de dames eeuwen geleden nog geen beha droegen.
'Laten we maar gaan slapen, het liefst verwacht ze ons vroeg,' zei ik.
Ik ging in bed liggen en Mason kwam er ook bij liggen. Hij streelde ineens mijn wang, dat intens en aangenaam aanvoelde.
'Welterusten, Lizzy,' zei hij fluisterend in mijn oor.
'Jij ook.' En ik blies de kaars uit.

─────────────────────────────
꧁🕰꧂ ꧁🕰꧂꧁🕰꧂

─────────────────────────────


We waren de volgende ochtend snel uit onze kamer vertrokken om naar het paleis te gaan. De tijd leek in 1635 snel te gaan door de gesprekken die ik met Mason had onderweg. We hadden voor de rest geen gevaar tegen gekomen, alleen had ik wel honger, bij de eerst dichtsbijzijnde bakker konden brood halen.
'Twee verse broodjes graag,' zei Mason aan een redelijk oude vrouw achter de houten toonbank.
'Dat komt eraan. Willen jullie verder nog iets?'
'Nee, bedankt.' De vrouw liep naar de houten deur toe. Verder was er nog niemand in deze bakker.
Mason keek me weer aan. Zijn helder blauwe ogen. 'Nu we hier toch zijn kunnen we meer van elkaar weten.
'Weet je dan niet genoeg van me?'
'Nee,' zei hij met een grijns. 'Hoe lang doe je die hobby's al?'
'Al heel lang. Sinds ik nog heel jong was. Maar als je klassiek ballet bedoelt waar ik ook heel jong mee begonnen was, ik was gestopt sinds vorig jaar na de kerstvakantie. Heb jij verder nog hobby's?'
'Niet echt. Ik sport heel soms en ga wel eens terug in de tijd. Voor de rest niks bijzonders. Maar over jou piano spelen en cello. Je moet het me een keer laten horen,' zei hij.
Mijn wangen werden warm. Ik keek meteen omlaag. Volgensmij begon ik al te blozen. Voor ik het wist voelde ik Mason vingers onder mijn kin, waardoor ik hem wel recht in zijn gezicht moest aankijken. Aangename kriebels voelde ik van binnen. Mijn hart ging te keer.
Hij was met zijn gezicht zo dichtbij dat hij mijn hart wel te keer moest horen. Met zijn duim streelde hij zachtjes over mijn wang dat zacht tintelen. Hij haalde een pluk haar voor mijn gezicht opzij. Zijn lippen kwam steeds naar me toe. Ik wist niet was ik moest doen.
Hij had zoveel bij me los gemaakt, dat zelf mijn knieën slap leken. Ik had zelf ook de neiging om hem te zoenen. Zijn lippen kwamen steeds dichterbij. Net toen zijn lippen een paar centimeters afstand had hoorde ik dat de broodjes klaar waren. Snel had ik me omgedraaid.
Ik was waarschijnlijk rood van het blozen.
Mason betaalde de broodjes en gingen weer verder. Na een paar uur waren we ergens bij het paleis.
Ik had zelf nooit verwacht dat de koningin een simpel meisje als ik wilde om haar brief te laten doorgeven. Ik zag er zelf niet uit als iemand die van een rijke of ijdel familie afstam. Ik had een jurk aan die de meeste arme boeren en dorp meiden droegen.
'Bedankt, voor de brief,' zei de koningin. 'Jullie kunnen weer gaan.'
'Ik had alleen nog een vraagje,' zei ik.
'Vooruit een vraag maar.'
'Waarom wilde u dat ik de brief aan u kwam bezorgen,' vroeg ik.
Ze keek om zich heen alsof er niemand was die ons af ging luisteren.
'Omdat alleen een belangrijke bloedlijn van een koninkrijk het naar de gewone wereld het mogen sturen.' Ik keek haar vragend aan.
'Wat bedoel je daarmee?' vroeg ik
'Daar kom je ooit nog achter, lieve schat. Jullie kunnen beter gaan.'

─────────────────────────────
꧁🕰꧂ ꧁🕰꧂꧁🕰꧂

─────────────────────────────


Ik was weer terug in mijn eigen tijd beland. Precies de huiskamer.
'En hoe was het daar?' vroeg mijn moeder.
'Wel goed.'
'Dat is mooi.'
Ik ging naar mijn kamer om aan mijn huiswerk te gaan beginnen. Ik had alleen niet echt concentratie. Ik dacht nog de hele tijd aan Mason, maar ook wat de koningin tegen me zei. Wat bedoelde ze daarmee precies?

Reacties (1)

  • Girlicious

    Oh BIJNA HE! BIJNA HEBBEN ZE GEZOEND
    Helaas werd ik teleurgesteld..
    Maar wat waren ze schattig samen!
    Ook al kwamen ze elkaar onverwacht tegen..
    Ik ben ook wel benieuwd naar wat de koningin precies bedoelde met haar opmerking...

    2 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen