Foto bij 127 - Emmeline

We mogen trouwen, het Vaticaan heeft toegestemd met ons huwelijk.
Ik kan het niet geloven, mijn handen trillen en ik heb het gevoel alsof ik elk moment zou kunnen flauwvallen. Van geluk, dat wel.
Het lijkt er op alsof het Vaticaan geen idee heeft van de diepte van onze relatie, wat ook maar goed is. Ze zullen het ons waarschijnlijk niet in dank afnemen.
Dat geheim blijft tussen ons. Echter hoeven we ons vanaf nu niet meer te verstoppen. Eenmaal terug in Frankrijk zullen we onze verloving aan kunnen kondigen, en een leven kunnen leiden zoals wij dat willen.
Er komt niet veel meer uit dan bedankjes naar het Vaticaan, zo professioneel als ik dat kan, en na het bespreken van een aantal zakelijke dingen mogen we vertrekken.
      In de gangen, terug onderweg naar Eschive's vertrekken, houd ik Lucien's hand vast. De grijnzen zijn niet van onze gezichten af te boenen.
Het voelt eventjes alsof alle nare herinneringen van de afgelopen dagen verbannen zijn uit onze gedachten.
"Je wordt mijn vrouw," fluistert Lucien, amper hoorbaar, de lach op zijn gezicht wordt alleen maar groter.
Ik lach met hem mee. "Nu moet je me alleen nog vragen."
"Vragen?"
Ik knik, overenthousiast en dolgelukkig. Natuurlijk om hem te pesten.
"Emma, we zijn net aan elkaar verbonden door het Vaticaan. Zoiets als ten huwelijk vragen bestaat niet."
"In onze tak misschien niet," antwoord ik, belerend, "maar de meeste normale mensen vragen elkaar ten huwelijk. En ik weet dat we niet normaal zijn, maar het is zo romantisch."
Hij zucht en schudt zijn hoofd. "Vooruit. Emma..." we staan even stil, de toon in zijn stem gaat omhoog, en nu ben ik degene die zucht.
"Nee, nee.. Op een romantische manier. En dan, heel misschien, zeg ik wel ja."
      Eschive reageert heel enthousiast als we terugkomen in haar vertrekken. Ze zit nog steeds op dezelfde plek. "Ik was bang dat jullie niet meer terug zouden komen! Ik vroeg mijn wachten waarom jullie weg moesten, maar niemand wilde antwoord geven."
Er klinkt een lichte vorm van paniek in die opmerking, en ik kan haar geen ongelijk geven. Er zijn een heleboel nare dingen gebeurd, natuurlijk gaan er doemscenario's door haar hoofd op een moment als dit.
We gaan allebei zitten, nog steeds glimlachend, handen vasthoudend onder de tafel.
"Waarom kijken jullie zo overdreven blij?" ze schenkt drinken in de glazen, die nog steeds op de tafel staan. "Het is bijna eng.."
Lucien en ik kijken elkaar aan. We doen een mentale wedstrijd, wie mag het haar vertellen?
Dan verbreek ik de stilte.
"We hebben zojuist toestemming gekregen om te trouwen."

Ik kruip bij Lucien in bed na een dag die veel te lang voelde. Hij leest een boek, zijn gehavende bovenlijf ontbloot. Morgen vertrekken we, zoals het er nu uit ziet, terug naar huis, dus we hebben onze slaap nodig.
De kaars naast zijn bed flikkert, en schijnt een oranje licht over hem heen.
Ik kan het niet laten om naar hem te kijken. Ik lig op mijn zij, een arm onder mijn hoofd gesteund, en staar ongegeneerd naar de prachtige man die naast me ligt.
"Je weet dat ik kan zien dat je me ligt te observeren, toch?" Hij haalt zijn ogen niet eens van de pagina's af.
Ik reik mijn hand uit en haal voorzichtig een vinger over zijn wang. Alsof hij een kunstwerk is waar ik eigenlijk niet aan mag zitten, alsof hij elk moment zou kunnen breken.
Maar nu is het niet meer verboden, niet echt ten minste.
"Hhhm," beaam ik dat. "Ik lig gewoon naar je te kijken."
Hij vouwt zijn boek dicht, en draait zijn hoofd naar me toe. "Waarom?"
"Omdat..." ik volg met dezelfde vinger de moedervlekjes op zijn bovenarm. Ze vormen een soort raar patroon dat ik niet thuis kan brengen, maar het is fascinerend. "Je mooi bent. En de mijne, voor altijd.." Het uitspreken van die woorden brengt een nog grotere glimlach naar mijn gezicht. "Dat heb ik nog niet eerder kunnen zeggen."
"Het klinkt goed, he?" Ook hij glimlacht. Met zijn ogen volgt hij de bewegingen van mijn hand, elk lijntje dat mijn vinger trekt.
"Mijn verloofde..," ik zucht, van puur geluk. "Mijn man, tot de dood ons scheidt."
Heel voorzichtig, alles om mijn eigen grenzen niet te overschrijden, druk ik een zacht kusje op zijn bovenarm. Ik zou zweren dat ik hem een soortgelijke zucht uit hoor stoten.
Dan blaast hij de kaars uit en draait hij zich op zijn zij, zijn gezicht naar me toe. Het is plots pikkedonker in de kamer, op de olielamp die brandt in de hoek van de kamer, maar ik kan de omlijningen van zijn gezicht nog zien.
"Mijn vrouw.. tot de dood ons scheidt."
      Ik besef pas dat ik in slaap ben gevallen als ik overeind schiet.
De droom voelde zo echt dat ik kippenvel op mijn armen voel, terwijl mijn hele lichaam klam is van het zweet.
"Em?" Lucien is ook rechtop gaan zitten. Ik voel aan alles dat hij moeite moet doen om me niet aan te raken, om me niet lichamelijk te troosten.
Mijn ademhaling is gehaast, mijn handen trillen.
"Ja.. ja, het gaat wel weer. Het was maar een droom."
Ik leg mijn hoofd weer in het kussen, maar als ik mijn ogen sluit flitsen de beelden weer door mijn hoofd. Als ik ze weer open is Lucien ook gaan liggen, maar ik voel dat hij nog wakker is.
"Wil je er over praten? Soms helpt dat."
Er over praten is nu wel het laatste dat ik wil doen. Dan wordt het alleen maar echter. "Nee.. maar.." ik draai me naar hem om. "Wil je even tegen me praten? Een verhaal vertellen, me afleiden? Daarna val ik vast wel weer in slaap."
Ik steek mijn hand naar hem uit, die hij voorzichtig aanpakt.
"Een verhaal.." hij denkt even na. "Er was eens een prachtige prinses die Emma heette. Ze kwam uit Schotland, maar verhuisde op haar achttiende naar het zonnige Frankrijk. Daar werd ze verliefd op een prins, en hij werd verliefd op haar. Ze was slim, en grappig, en lief, en het mooiste meisje dat de prins ooit gezien had. Hij wilde niets liever dan elke dag van zijn leven bij haar zijn. Hij beloofde haar dat hij elke slechterik voor haar zou verslaan, dat hij voor altijd van haar zou houden en haar zou troosten na elke nachtmerrie."
Er ontsnapt een gaap uit mijn mond. Lucien lacht zachtjes. "En toen?"
Mijn ogen vallen langzaam een beetje dicht.
"En toen trouwden ze, kregen ze twee prachtige kinderen en leefden ze nog lang en gelukkig. Einde."
Nogmaals gaap ik, de slaap is nu echt dichtbij. "Vier."
"Vier?"
"Vier kinderen."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen