Ze slaapt. De rust die ik tegenwoordig alleen maar in de nacht zie, is terug.
"Ze kregen vier kinderen." zeg ik zachtjes, om haar niet te wekken. "Hij durfde twee eigenlijk al niet aan, maar hij zou koning worden en had geen keuze. Hij wilde dat ze gelukkig was. Maar hij had het ook laten gebeuren dat slechte mannen haar konden aanranden en nu zouden ze allebei misschien nooit meer de oude worden. En hij wist niet wat hij daar aan kon doen."
Emma is door slaap beschermd voor mijn melancholische humeur. Ik wil niet dat ze deze kant van me niet; ze heeft al teveel om zich druk over te maken. Ik moet sterk voor haar zijn. Zij verdient de wereld, de sterren en de hemel. Als ik moet sterven om haar dat te geven, dan doe ik dat. Als ik het moet doen met kleine aanrakingen en snelle kusjes op mijn arm, dan doe ik dat. Mijn geluk is ondergeschikt aan dat van haar.
Ik zou blij moeten zijn. En tot het moment dat ze in slaap viel, was ik dat ook. Een bijna buitenaards gevoel was het, alsof ik het jaren niet gevoeld heb. Met een vingerknip was het verdwenen.
Zo, in het halfdonker met slechts een enkele kaars en de zee die buiten tegen de kliffen raast, is het idee van de bruiloft beangstigend. We zouden trouwen en gelukkig zijn, want we zouden elkaar hebben. Maar nu? We kunnen elkaar amper aankijken, gevuld met emoties die we voor de ander verborgen houden. Ze heeft nachtmerries die ik me niet kan voorstellen, en ik heb nachtmerries over dingen die ik haar niet heb verteld en ook niet ga vertellen. Het is een geheim van mij en Eschive.
Ik ben een man, getraind om de oorlog in te lopen en de vijand neer te halen. Het is iets waar ik trots op zou moeten zijn. Probeer maar trots te zijn als je gedachten je meeneemt op een wandeling door hun families. Huilende moeders omdat hun zoon van het pad is afgevallen, om vervolgens genadeloos afgeslacht te worden door een koningszoon. Misschien droegen ze het haviksembleem alleen maar omdat ze er toe gedwongen werden. Werd hun vader een mes tegen de keel gezet en als ze niet meegingen, dan...
Moeders. Zusters. Vrouw en kinderen. Allemaal rouwen ze om iemand die aan mijn hand gestorven is. Elke deur die sluit brengt het beeld terug - het geluid doet me denken aan een pijl die botten en vlees doorboord, de metalen punt gedoopt in de koude aanraking van de dood. Als ik mijn ogen sluit zie ik de terror in de ogen van de wachten van wie we de keel doorsneden. Ik zie de wanhoop in het gezicht van Eschive's ontvoerder als ik haar - en hem - in het been schiet en vervolgens een goed gerichte pijl tussen zijn ogen schiet. Geen enkele hoeveelheid biechten kan dit goed maken. Geen aantal goede daden die dit uitgebalanceren.
Naast me ligt Emma vredig te slapen. Zij heeft haar eigen schaduwen die haar overal volgen. Sommige weet ik. Anderen niet. Helpen kan ik niet. Heel voorzichtig, alsof mijn adem haar al kan breken, kus ik haar voorhoofd. Haar haren ruiken naar kamperfoelie en vanille, de meest gebruikte geuren hier aan het hof.
Ik glip het bed uit en wikkel mezelf in één van de luxueuze satijnen badjassen die ik hier heb gekregen. Met een fles whisky stap ik het balkon op. De volle maan verlicht de onstuimige golven. Er naar staren brengt me gek genoeg tot rust, maar Eschive's gegil can mijn doorkruist mijn hoofd iedere keer dat ik mijn ogen langer dan een seconde dicht doe.

"Je hebt niet geslapen." Haar stem is niet boos of geïrriteerd. Ze veroordeeld me niet. Het is gewoon een statement.
Ik schud mijn hoofd.
"Waarom heb je me niet wakker gemaakt? Ik had je gezelschap kunnen houden..."
De glimlach kost energie die ik eigenlijk niet heb. "Je hebt je rust nodig, Em. En ja, ja, ik ook." voeg ik snel toe als ze haar mond al opent om te protesteren. "Het is goed. We gaan naar huis. Daar gaat het vast beter."
Het is een leugen die we onszelf blijven vertellen. Thuis gaat het beter, alsof het daar allemaal ineens niet meer gebeurd is. Alsof we het in Frankrijk ineens wel kunnen wegzetten als een nare droom.
"Ik betreur dat het zo gegaan is, prins Lucien." De koning heeft mijn hand al een poosje vast. De spijt op zijn gezicht is oprecht. "Ik had oprecht gehoopt dat we dit huwelijk tot stand hadden kunnen brengen."
In mijn vermoeidheid, raakt dat een gevoelige snaar. "Ik betreur ook dat de veiligheid van mij en mijn geliefden in gevaar is geraakt, binnen de paleismuren." antwoord ik scherp - naast me werpt Emma me een blik toe, die ik negeer.

Hij verschiet naar een dieprood; ineens kan hij alleen maar naar de vloer kijken en mijn hand nog eens goed schudden. "Uiteraard, uiteraard! Vergeef me, dat was onhandig verwoord. Ik bedoelde simpelweg -"
"Misschien komen we elkaar in de toekomst nog eens tegen." onderbreek ik hem. "Onder betere omstandigheden."
De koningin gunt me maar weinig aandacht. Toen Eschive me vertelde dat de koningin naar tegen haar deed, schoof ik dat af op het feit dat mijn zusje met haar jongste zoon verloofd was en dat ze simpelweg beschermend was. Uiteindelijk blijkt de koningin gewoon een vervelend, koud persoon te zijn. Ik rouw er niet om dat het huwelijk is vervallen. Er zijn betere plekken voor haar om terecht te komen.
Nadat we afscheid hebben genomen, lopen we met ons drieën naar de koets. Eschive loopt moeizaam, met wandelstok. De artsen zeiden dat ze die misschien niet meer kwijt zou raken. Hoe vaak ze me ook op het hart drukt dat het niet mijn schuld is, voel ik me verantwoordelijk. Het ís mijn schuld. Ik schoot haar in het been.
Ik help haar in de koets. Het is dezelfde als waarin we zijn aangekomen. Eschive doet wat ze bij ons vertrek ook deed: ze gaat op de bank liggen en legt haar hoofd in mijn schoot. Ik speel afwezig met haar krullen. Heel snel zal Portugal achter ons liggen. Frankrijk verwacht ons en zal ons met open armen verwachten. Ik leun naar achteren en maak mezelf zo comfortabel mogelijk voordat ik mijn ogen sluit, niet langer in staat ze open te houden.
Als Emma mijn knie aanraakt, doe ik dat toch met veel moeite. Ze glimlacht; in haar reiskleding met haar haren slechts losjes half opgestoken, is ze bloedmooi.
"Ik hou van je." zegt ze zachtjes.
Ik glimlach naar haar en neem haar in me op, in de hoop dat ik over haar zal dromen. "Tu es l’amour de ma vie."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen