“Baby,
I got these scars
Reminding me to forget.”

Justine Heidi Harbours

Nog nooit ben ik mijn zusje uit het oog verloren. Niet als onze vader haar slaat en niet toen onze moeder haar negeerde. In de drukste steden heb ik haar altijd op een armsafstand van me en op feestjes, clubs en school houd ik haar altijd in het zicht. Om te zeggen dat lichtelijk gestrest raak, nu ze ineens in klaar daglicht geruislook verdwenen lijkt te zijn, is dan ook een understatement. Ondanks dat een redelijker stemmetje in mijn hoofd schreeuwt dat ze nooit ver weg kan zijn.
      ‘Ze is naar boven gelopen,’ zegt de warme stem van mevrouw Maine vanuit het magazijn.
      Ik draai me om en nu pas valt het me op dat er een kleine spiraaltrap achter me staat. Een gevoel van opluchting vloeit door mijn lichaam en een kleine zucht ontsnapt aan mijn lippen. Zie, zeg ik tegen mezelf, stop met zoveel stressen.
      ‘Ik zal haar even halen,’ zegt Seth met een vriendelijke glimlach. Hij loopt naar de trap en daarmee activeert hij bijna alle alarmbellen in mijn hoofd.
      ‘Nee, dat doe ik wel,’ probeer ik zo vastberaden als mogelijk te zeggen, maar een onverklaarbare trilling in mijn stem verraad me. Seth lijkt aardig en oprecht, maar schijn kan bedriegen en ik wil Ariel niet in onnodige, moeilijke situaties brengen terwijl ik het kan voorkomen. Niet alleen gaat dat tegen mijn principes in, maar ze zal vrijdag wel genoeg van dat soort situaties voor geschoteld krijgen.
      ‘Nee, het is geen probleem,’ zegt Seth en voordat ik nog eens kan prosteren, sprint Seth de trappen al op.
      Ik bijt aarzelend op mijn lip, twijfelend om achter hem aan de trap op te rennen, maar dan zou ik mezelf nog eens voorschut zetten voor Embry, iets dat me onbewust meer doet dan ik zou verwachten.
      ‘Je bent heel beschermend over je zusje,’ merkt Embry ineens op.
      Ik word uit mijn gedachten getrokken en mijn ogen flitsen naar de man voor me. Hij heeft zijn armen over elkaar geslagen en leunt casual tegen een van de weinige muren waar geen boekenkasten tegenaan staan. Hij lijkt op iemand die recht uit een modellenblad is gestapt en ergens kan ik begrijpen waar Ariel haar lichte obsessie vandaan haalt.
      Ik knik even, maar besluit daar geen antwoord op te geven. Dan buigt Embry zich ineens naar mij en ik houd automatisch mijn adem in. De blik op zijn gezicht is serieus en ik vraag me af wat hij gaat doen.
      ‘Mevrouw Maine beweert dat ze visioenen kan zien,’ fluistert Embry ineens, terwijl zijn ogen heimelijk naar het magazijn flitsen. ‘Ik denk dat ze een oude taart is die ervan houdt om mensen te laten schrikken.’
      Geschrokken kijk ik naar Embry, die zijn hoofd naar achter gooit en uitbarst in een bulderlach die de muren nog net niet laat schudden. Ik schud ongelovig met mijn hoofd en sla mijn armen over elkaar. ‘Dat kun je toch niet zeggen!’
      ‘Ik deed het toch echt,’ grijnst Embry en hij stuurt me een knipoog en daarmee een mini-hartaanval. Gosh, Justine, hij is knap, maar er zijn grenzen. ‘En ik ga mijn mening niet aanpassen.’
      Ik rol met mijn ogen, me verrassend op mijn gemak voelend. Ik wil Embry meer vragen over mevrouw Maine, maar ik wil ook niet raar overkomen dus besluit ik het onderwerp te veranderen. ‘Het lijkt me niet dat jij nog naar school gaat, toch?’
      Embry glimlacht en rolt speels met zijn ogen. ‘Altijd die aannames.’
      ‘Je gaat naar school?’ vraag ik met wijd opengesperde ogen. Ik kan het niet helpen om de verbazing in mijn toon te leggen, die man lijkt allesbehalve een tiener. ‘Wat!? Je moet wel vijfentwintig zijn of zo.’
      ‘Negentien, eigenlijk,’ grijnst Embry. Hij duwt zich weg van de muur en direct staat hij een paar centimeter dichterbij mij. ‘En nee ik ga niet naar school om lessen te geven, maar ik help de coaches en Emily soms.’
      Ik weet niet wie Emily is, maar ik voel een onverklaarbare jaloezie voor haar opkomen. Ik weet dat het nergens op slaat en snel probeer ik de gekke gedachten ver weg achterin mijn hoofd te drukken. ‘Leuk, naar school wanneer je eigenlijk klaar bent,’ zeg ik sarcastisch, maar niet op een gemene toon.
      Embry glimlacht even, waardoor ik me even warm voel worden vanbinnen. Gosh, ik snap wel degelijk waar Ariel haar crush op gebaseerd is. Embry is knap, maar dat zal ik nooit hard op toegeven. Nooit in een miljoen jaar.
      ‘Het valt wel mee,’ zegt de jongen. Hij fronst even en ik krijg de neiging om de frons van zijn gezicht te wrijven, wat een absurde gedachte op zich is. ‘Bovendien moet ik toch op een manier mijn moeder onderhouden.’
      Hij probeert het licht te brengen, maar de zorgen en lasten zijn duidelijk in zijn stem te horen. Ik voel een opwelling van medelijden, niet zoals ik voor mijn zusje voel, maar een soort pang in mijn maag. Ik wil iets zeggen om het beter te maken, maar ik kan niets verzinnen. Ik wil hem een geruststellend kneepje geven zoals ik Ariel geef als ze een tegenslag heeft gehad, maar ik hou niet van aanrakingen en hij misschien ook niet. Ik wil iets doen, maar ik weet niet wat.
      Precies op dat moment komt mevrouw Maine uit haar magazijn gestommeld, twee zware tassen in haar handen. Het zijn linnen tassen, maar toch lijken ze bijna te scheuren onder het gewicht van de boeken en ik vraag me af hoe een oud vrouwtje zoals mevrouw Maine die boeken in hemelsnaam kan dragen. Ook voel ik een gevoel van zelfmedelijden opborrelen. Ik hou van leren, maar niet van uren met dikke boeken door school lopen.
      ‘Zo, die kan Embry vast wel voor jullie dragen,’ zegt mevrouw Maine, met een scherp randje in haar stem en haar doordringende ogen op Embry gericht. Ze laat de tassen op de grond ploffen en kleine stofdeeltjes reizen in de lucht.
      ‘Uiteraard,’ zegt Embry met een geforceerde beleefdheid in zijn stem. Hij geeft me een veelbetekenende blik vanonder zijn wimpers, alsof hij wil zeggen ik-zei-het-toch, en pakt dan de tassen op alsof ze niets wegen.
      Ik wil zeggen dat ik de tassen wel over kan nemen, maar dan hoor ik voetstappen op de trap. Betrapt kijk ik op, bijtend op mijn lip. Eerlijk gezegd was ik helemaal vergeten dat Seth Ariel van de bovenverdieping zou halen en als ik me beseft had dat ze al zo lang boven zijn, dan zou ik ook naar boven zijn gegaan.
      Ik verwacht Ariel van slag te zien, met rood aangelopen wangen van schaamte, maar tot mijn grote verbazing komt ze met een grote glimlach en giechelend, ja giechelend, naar beneden gelopen. En haar wangen zijn inderdaad lichtjes rood gekleurd, maar niet omdat ze verdrietig is.
      Uit het veld geslagen bekijk ik mijn zusje. Haar betoverende witte haren, oogverblindende glimlach en haar stralende houding in het geheel. Ik heb haar in maanden niet zo vrolijk gezien.
      ‘Kom je, Justine, ik heb geen zin om hier langer te hangen,’ zegt Embry. Hij doet geen moeite om de irritatie in zijn stem te verbergen en de manier waarop hij bij de deur staat, alsof hij een zeurende kleuter is in plaats van een volwassene, doet ook niet veel goeds voor het totaalplaatje.
      Ik rol met mijn ogen, werp een verontschuldigende glimlach naar mevrouw Maine en volg de rest de bibliotheek uit. Dit wordt zeker niet mijn laatste bezoek aan dit gebouw.

Reacties (2)

  • Slughorn

    Oeh.... ^^

    5 maanden geleden
  • VampireMouse

    Sweet sweet zweet!!

    6 maanden geleden
    • Butterflygirl

      Zweet😂🙌

      5 maanden geleden
    • VampireMouse

      Hahahahahahahaha omgxDhahahahahahahahahahaha geweldig... Die had ik gemist. XD

      5 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen