“But if you love me
Don’t let go.”

Justine Heidi Harbours

Nadat we bij de supermarkt afscheid hebben genomen van Embry en Seth, zijn Ariel en ik naar huis gaan lopen. Ik heb mijn absurd zware tas over mijn schouder gezwiept en Ariel heeft die van haar om haar elleboog hangen. Ik kan me niet voorstellen dat dat comfortabel is, maar dat is haar probleem.
      Mijn ogen glijden over de huisjes in onze straat. Ze zien er bijna allemaal hetzelfde uit, klein en knus met verf dat van de houten planken afbladert. Het is duidelijk dat we niet in een van de meest welvarende straatjes leven, maar dat maakt mij niet uit. Zolang de mensen maar vriendelijk en niet al te bemoeiend zijn. Ineens denk ik terug aan het moment dat Ariel stralend van de spiraaltrap af kwam gelopen, oogverblindend als een prinses uit een sprookje, en dwingend trek ik aan de mouw van mijn zus om haar aandacht te krijgen.
      ‘Wat heb je met Seth gedaan, daar in de bibliotheek?’ vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. Seth lijkt inderdaad aardig en behulpzaam, maar ergens ben ik juist daarom bang dat Ariel hem in vertrouwen heeft genomen en van haar conditie heeft verteld.
      ‘Ik heb op een papiertje geschreven dat ik een hekel heb aan hardop praten,’ zegt Ariel. Ze bijt even aarzelend op haar lip, maar haalt vervolgens haar schouders op. ‘Seth zei dat dat goed was en dat hij wel voor twee zou praten. Hij sprak langzaam, echter, dus ik kon alles volgen. Hij is aardig.’
      Ik trek aarzelend mijn wenkbrauwen in een frons. Ik wil zo graag geloven dat er goede mensen in deze wereld bestaan, maar de enige voorbeelden die ik heb zijn mijn moeder, mijn vader en de schijnheilige mensen die mijn vrienden voor moesten stellen. Begrijp me niet verkeerd, als voorzitter van vijf commissies, drie clubs en lid van nog eens vier sportclubs heb je altijd mensen die jaloers zijn en je liever zien falen, maar ik was niet echt close met iemand. Niet zo close zoals je met een beste vriend zou zijn, want als je eenmaal zo close ben, stellen ze vragen. En de antwoorden kan ik niet geven.
      ‘Maak je geen zorgen,’ zegt Ariel met een bemoedigende glimlach. Ze geeft me een kneepje in mijn hand. ‘Ik weet wat ik doe.’
      ‘Daar twijfel ik ook niet aan,’ zeg ik hardop en duidelijk articulerend, terwijl ik de deur van het huis open doe. Mijn vader heeft zich aan zijn woorden gehouden, want de deur kraakt niet en ik hoef ook niet mijn hele gewicht er tegen te gooien.
      Ariel knikt met een glimlachje en loopt achter mij aan het huis in.
      Soms vergeet ik nog weleens dat Ariel een haast perfecte liplezer is, al is de kunst van liplezen zo hard. Mensen praten binnensmonds, mompelen en gebruiken niet altijd hun gezichtsuitdrukkingen, dus het is moeilijk om ze te begrijpen.
      Een opgeluchte zucht ontglipt aan mijn lippen als ik zie dat de keuken en de woonkamer leeg zijn en mijn vader in geen velden of wegen te bekennen is. Ik neem de tas van Ariel over en ik vraag me af hoe mevrouw Maine in vredesnaam die twee tassen kon dragen. Die vrouw moet vroeger wel bodybuilder geweest zijn, want ik heb amper de kracht om ze een paar meter naar onze slaapkamers te tillen. Een grinnik rolt over mijn lippen bij de gedachten van mevrouw Maine die gewichten staat te heffen tussen alle gespierde, jonge mannen. Mijn gedachten zijn soms zo raar.
      Ik zet de twee tassen in de hoek van de kamer neer. Vanmiddag of morgen kunnen we wel uitzoeken welke boeken van wie zijn, aangezien ik in mijn junior jaar zit en Ariel in haar freshman.
      Ik loop terug naar de woonkamer en zie Ariel met een papiertje in haar handen. Van haar gezicht valt niets af te lezen, dus snel loop ik op haar af en laat ik mijn ogen over de regels van het vergeelde stuk papier gaan.


Justine en Ariel,
Ik moet wat dingen regelen in het gemeentehuis en daarna ga ik bij een oude vriend op bezoek. Ik eet niet mee en pas laat thuis, maar ik verwacht wel dat de huishoudelijke taken gedaan zijn tegen de tijd dat ik terug kom.

Pap


Ik haal het briefje uit mijn zusjes handen en bekijk de achterkant, waar alle taken op staat. Mentaal begin ik alles te verdelen, zodat Ariel de makkelijke en minst zware dingen kan doen, tot ik opmerk dat Ariel nog steeds versteend staat. Bezorgt draai ik me naar mijn zusje en leg ik mijn koude hand op haar smalle schouder.
      ‘Wat is er?’ vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. Ik bekijk het hangende hoofd van mijn zusje en als ik haar schouders onder mijn handen voel schokken bereid ik me voor op het ergste.
      Ariel draait zich om en de tranen in haar felblauwe ogen zijn duidelijk te zien. ‘Ik ben bang voor vrijdag. Ik ben zo bang dat ik mezelf voorschut zet en ik weet niet hoe ik in vredesnaam lessen moet gaan volgen en wat nu als ik me moet voorstellen? Ik kan niet praten, ik heb nooit kunnen praten en wat-’
      Ariels gebaren vloeien in een grote zin die niet volgen valt en voor een paar seconden laat ik haar gaan, voordat ik haar handen in de mijne neem. Ik begeleid haar handen om mijn nek en krul mijn eigen armen om haar rug. Ik houd haar stevig vast, omdat dat het enige is dat ik kan doen. Ik heb zo vaak gewenst dat ik de slechthorende van de twee was, maar hoe hard ik ook wens, Ariel is gedoemd om er mee te leven. En ze kan zich aanpassen, maar onze vader accepteert dat niet. Hij accepteert bijna niets.
      Ik voel me machteloos. Het leven is oneerlijk, maar voor sommigen is het leven nog oneerlijker.
      Na een paar minuten laat ik haar los en wrijf ik met mijn duimen de tranen van Ariels wangen. Ze gunt me een waterige glimlach en daar gaat mijn hart weer, pang, een overvloed van medelijden.
      ‘Aangezien pap zo laat thuis is, kunnen we snel alle dingen doen die we moeten doen en dan kunnen we eten koken en Chicago kijken,’ zeg ik zo enthousiast als ik kan opbrengen. Chicago is een musical en hoewel ik normaal een hekel heb aan dat soort films, is Chicago niet alleen mijn favoriet, maar ook die van mijn zusje. We kennen alle liedjes uit ons hoofd en de dansjes zo goed als. En nog nooit heeft het Ariel niet laten glimlachen en nu dus ook niet.
      ‘Klinkt als een goed plan,’ zegt ze met een oprechte glimlach. ‘Laten we beginnen.’

Reacties (3)

  • Slughorn

    Het komt uiteindelijk toch wel uit dat ze niet goed hoort, ben ik bang... Ben benieuwd wat die vader dan doet...

    3 maanden geleden
  • LarryNiam

    Love it<3

    3 maanden geleden
  • Butterflygirl

    Ik zou gewoon de tijd neem om heel goed een kort verhaaltje te oefenen met haar om zich foutloos voor te kunnen stellen

    3 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen