“Help me.
It’s like the walls are caving in.”


Justine Heidi Harbours

Het is al ver na middennacht als ik mijn vader binnen hoor stommelen. Ik slaap altijd licht, in tegenstelling tot Ariel. Je zou een bom af kunnen laten gaan naast haar bed en ze zou nog door slapen. En een bom hoort ze heus wel, al zou het maar vaag zijn. Dan bedenk ik me dat ze sowieso niet wakker wordt van gestommel, omdat ze het überhaupt niet hoort. Ik daarentegen hoor onze vader wel tegen iets aanlopen en zijn onduidelijke gevloek. Ik twijfel even om polshoogte te nemen, maar als ik hem mijn naam hoor schreeuwen, gevolgd door die van mijn zusje, heb ik geen keuze meer.
      Ik gooi mijn dekens van me af en sla mijn benen over mijn bed rand. Op mijn tenen loop ik over de houten planken, pak mijn vest van de stoel en sla het stuk stof over mijn schouders. Ik wrijf nog snel de slaap uit mijn ogen en begeef me dan naar de woonkamer.
      Mijn vader zit op de bank. Zijn donkergrijze ogen zijn kil en emotieloos, zoals altijd en een rilling kruipt automatisch over mijn rug. Hoe erg ik die ogen haat, ze zijn nog erger dan de grijns op zijn gezicht. Maar zijn ogen zijn ook rooddoorlopen, want duidt op het gebruik van alcohol. En dat is voor nu het ergste.
      ‘Is er iets dat ik kan doen, pap?’ vraag ik zachtjes, mijn stem nog hees van de slaap. Ik merk dat mijn lichaam trilt en dat ik mijn handen beschermend om mijn buik heb gevouwen. Allemaal onbewust.
      Onze vader in een dronken bui is misschien nog wel het ergst. Het maakt zijn handjes nog losser, maakt zijn gedachten wazig en laat hem zijn kracht vergeten. En ondanks dat zijn gedachten wazig zijn, lijkt hij op de meest grandioze, pijnlijke martelingen te komen als hij dronken is. Ik ben blij dat Ariel ligt te slapen.
      ‘Kom eens hier, Sammy,’ zegt mijn vader op een toon die me misselijk maakt. Hij klopt op zijn schoot en ik voel mijn hoop uit mijn lichaam vloeien. Ik hoopte dat hij met een flesje bier genoeg zou hebben, maar nu weet ik wel anders. Hij gunt me een grijns die iedere vrouw op haar knieën zou krijgen, maar niet zijn bloedeigen dochter.
      ‘Ik ben Justine, pap,’ zeg ik zachtjes. Ik duw mijn nagels in de palm van mijn handen.
      Samantha, of Sammy, zoals mijn vader haar graag noemde, was onze moeder. We lijken sprekend op mijn moeder, dezelfde witte lokken en felblauwe ogen. Soms lijkt het wel alsof we niets van onze vader hebben geërfd, al is het geen trots om het spiegelbeeld van mijn moeder te zijn. Twee jaar geleden is ze thuis overleden aan een vergiftiging die makkelijk te verhelpen viel met medicijnen, maar onze vader vertikte het om haar naar het ziekenhuis te brengen. Ze heeft anderhalve week zonder hartslag in haar gedeelde slaapkamer met onze vader gelegen, voordat hij haar in de tuin begraven heeft. De geur heeft nog een paar maanden in de kamer gehangen, ons iedere dag herinnerend aan de achterlijke acties van onze vader.
      ‘Doe niet zo gestoord, Samantha,’ zegt mijn vader. De woorden rollen samenhangend over zijn lippen, de effecten van de hoeveelheid alcohol die hij binnen heeft gekregen. ‘Justine is nog maar een paar maanden oud. Ik herken toch zeker wel mijn eigen vrouw als ik haar zie.’
      Ja, vooral als ze een meter of wat onder de grond ligt. ‘Pap,’ zeg ik voorzichtig. Ik weet dat ik op een randje balanceer, een gevaarlijk en ontzettend randje, maar ik wil het echt niet. Ik wil het niet, niet, niet. ‘Mam is al twee jaar dood. We zijn in La Push, weet je nog?’
      Met een coördinatie en snelheid die een dronken man niet zou mogen bezitten, staat mijn vader op en staat hij binnen een paar seconden voor mijn neus. Mijn adem stokt in mijn keel en ik span al mijn spieren aan, mijn lichaam dwingend om niet te voelen. Allesbehalve voelend.
      De klap komt dan ook niet als een verrassing. Ik verlies mijn evenwicht en ik ben te laat om me met mijn handen op te vangen, maar gelukkig vangt mijn rug de klap op. Mijn hoofd komt verrassend zacht op de houten planken terecht en ik knijp mijn ogen stijf dicht. Ik trek mijn knieën op tot mijn borst en sla mijn armen er beschermend omheen. Ik weet dat mijn vader minachtend op me neer staat, maar dat is niet het gene dat mijn lichaam met koud zweet en rillingen bedekt. Dat zijn zijn intenties. De stoten, de schoppen en de verbale mishandeling kan ik hebben, maar niet dit. Dit bezorgt me nachtmerries, zelfs op de beste dagen.
      Voor een paar seconden is het enige wat ik hoor mijn vaders raspende ademhaling, het bloed dat door mijn oren suist en het onregelmatige, opgejaagde getik van mijn hart.
      ‘Kijk nou naar jezelf,’ spreekt mijn vader minachtend. ‘Een groot hoopje zielig- en triestheid, dat ben je.’
      Ik voel zijn handen naar de rand van mijn joggingbroek grijpen en ik doe het enige wat in me op komt. Ik begin te snikken, te huilen en te snotteren. Dikke tranen laat ik stromen, mijn neus haal ik extra luid op en mijn schouders laat ik dramatisch schokken. Als mijn vader ergens een hekel aan heeft, dan is het wel échte zielige hoopjes triestheid.
      De handen van mijn vader verdwijnen en in plaats daarvan voel ik een trap tegen mijn stuitje. Een bom van pijn lijkt te exploderen en ik bijt op mijn lip om te voorkomen dat ik een kreun slaak. Toch zal ik die trap ieder moment van mijn leven verkiezen boven het andere. Het andere is het gene dat echte littekens achterlaat, op mijn ziel.
      ‘Verdwijn uit mijn zicht, Samantha,’ spuugt mijn vader. Een paar druppels speeksel landen op mijn gezicht en als ik opsta, probeer ik ze zo subtiel mogelijk weg te vegen.
      Zodra ik de eerste stap zet, barst er een bom van pijn in mijn rug uit, maar ik vertik het om te vallen. Als ik val, dan doet hij het alsnog en dat kan ik niet aan. Ik bijt op mijn lip en probeer zo snel en pijnloos mogelijk naar mijn kamer te begeven. Het lijkt eeuwig te duren, onder de verschrikkelijke blik van mijn vader, maar eindelijk kan ik de deur achter me sluiten.
      Direct glijden mijn ogen naar Ariel, die zich net op haar zij draait. Ik frons mijn wenkbrauwen even, waarschijnlijk draait ze zich in haar slaap. Althans, dat hoop ik, want dit is het enige geheim dat ik ooit voor haar verborgen heb gehouden en ik zou niet willen dat ze erachter zou komen.
      Ik veeg mijn wilde lokken achter mijn oren, probeer mijn tranen zo goed als kwaad mogelijk te wissen en loop zonder toe te geven aan de pijn naar mijn bed. Pas als ik weer beschermend onder de dekens lig, durf ik aan mijn tranen toe te geven. Ik draai mijn rug naar Ariel en huil in stilte.
      Een nieuw begin? Vergeet het.

Reacties (3)

  • Slughorn

    Dit wordt steeds erger....
    Snel weg daar...

    8 maanden geleden
  • LarryNiam

    Jezus die vader wordt slechter en slechter

    8 maanden geleden
  • Butterflygirl

    Aaaaeh. Dat is echt heel erg sad. Maar, morgen vergaat ze van de pijn, en dan is Embry er, en hij komt erachter en dan leert hij die vent toch een les! Oooeeeh😏

    8 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen