“You left your mark.”

Justine Heidi Harbours

Zachtjes neuriënd plak ik een plakbandje op het gestreepte kaftpapier waarmee ik mijn boeken aan het kaften ben. Vanonder mijn wimpers staar ik naar Ariel, die al net zo geconcentreerd bezig is. Haar ogen zijn gericht op het schoolboek dat ze in haar handen heeft en ze steekt haar tong uit in opperste concentratie. Haast automatisch krullen mijn mondhoeken in een glimlach en wanneer Ariel op kijkt, dezelfde glimlach op haar gezicht en vrolijke twinkel in haar ogen, kijk ik betrapt weer naar mijn nieuwe schoolboeken.
      Soms vraag ik me weleens af hoe het zou zijn als ik geen zusje zou hebben, maar ik kan het me niet eens voorstellen. Ariel is alles voor me en vaak denk ik dat zij degene is die me in leven houdt en door deze hel heen sleept. Het enige wat ik kan hopen is, is dat ik die persoon ook voor haar ben.
      Ik heb Ariel gisteren niet van onze vader verteld en het gene dat hij wilde, zoals ik het haar nooit vertel, maar het ligt verbazingwekkend zwaar op mijn schouders. Als een soort gewicht dat me naar beneden drukt. Aan de ene kant wil ik het haar vertellen, zij is immers de enige aan wie ik het kan vertellen, om haar te waarschuwen en te beschermen. Maar ik kan het niet. Het is iets dat van mij en mij alleen is. Ik sta er mee op en ga ermee slapen en neem het mee naar mijn graf.
      Gelukkig is pap er de komende paar uren niet. Eerst moet hij naar de apotheek om zijn medische gegevens door te geven en daarna heeft hij een sollicitatiegesprek in Port Angeles voor een baan bij een advocatenbedrijf. In Salem was hij een erg gerespecteerde advocaat, al kan ik niet inzien waarom, en dat is misschien ook wel een van de weinige redenen waarom ik hem niet heb aan gegeven. Hij heeft zoveel advocaten en politiemannen als vriendjes, hij zou zich er binnen no time uit kletsen en het enige wat ik dan heb bereikt is de wrok van mijn vader. En die zal ongetwijfeld niet mild zijn. Een huivering kruipt over mijn rug en onbewust schud ik even met mijn hoofd.
      Ik voel de starende blik van mijn jongere zusje nog steeds op mijn huid en met een vragende blik in mijn ogen kijk ik op.
      ‘Wat was er gisteren?’ vraagt Ariel met opgetrokken wenkbrauwen. Ze kijkt me onschuldig aan, terwijl haar vingers ondertussen behendig een stukje plakband afknippen. Ze plakt het op en heeft haar handen weer vrij om te gebaren. ‘Je was ineens weg.’
      ‘Pap kwam dronken terug. Hij vroeg om een biertje,’ gebaar ik vloeiend terug. In een wereld voor stilte, zijn gezichtsuitdrukkingen een taal op zich, wat liegen ontzettend moeilijk maakt. Toch lijkt het erop dat Ariel het gelooft, want ze schudt theatraal met haar hoofd en gaat verder met kaften.
      Een haast onzichtbare, opgeluchte zucht rolt over mijn lippen en met een frons vouw ik het kaftpapier om mijn boek. Net als ik een plakbandje erop wil plakken schiet het papier los en om een of andere reden frustreert me dat zo erg, dat ik met een kreet het boek door de kamer gooi. De rol kaftpapier en het rolletje met plakband schop ik er achter aan en ik grijp geïrriteerd naar mijn haar.
      ‘Ik kan niet eens een boek kaften,’ zeg ik hardop in een opwelling. Hoe moet ik in vredesnaam Ariel beschermen voor alle gevaren in de wereld als ik niet eens een boek kan kaften…
      Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe Ariel me met grote, glanzige ogen aankijkt, maar ik kan mezelf er niet toe zetten om kalm te blijven. Met mijn handen in mijn haar laat ik me op mijn bed vallen en rol ik me op tot een klein bolletje. Ik sla mijn armen beschermend om mijn knieën en met een schok realiseer ik me dat er op precies dezelfde manier als afgelopen nacht bij lig. Ik wil anders gaan liggen, maar precies op dat moment voel ik de koude handen van Ariel over mijn rug wrijven. Ze legt haar gezicht op mijn schouder en ik voel haar warme adem zachtjes in mijn nek blazen. Een warm, vertrouwd gevoel vult langzaam mijn lichaam en ik wrijf de opkomende tranen uit mijn ogen. Een duizend kalmeringspillen zouden nog niet hetzelfde effect hebben als de rustgevende aura van Ariel, die ze altijd rond zich lijkt te dragen.
      Ik draai me op mijn rug en kijk ik de felblauwe ogen van mijn zusje. Het glazige is weggetrokken en in plaats daarvan hebben haar ogen een soort felheid die ik niet van haar gewend ben.
      ‘Ik zal wel zorgen dat het goed komt,’ gebaart ze zo vastbesloten dat ik er lichtjes van schrik. Haar ogen zijn gericht op het kaftpapier en mijn boeken die nog een laagje bescherming nodig hebben, maar ik heb het gevoel dat ze het niet daarover heeft.
      Ze richt haar ogen weer op mij, haar gezicht nu een stuk zachter, zoals ik van haar gewend ben. Ze wrijft zachtjes met haar duim over mijn wang, de tranen op een subtiele manier wegvegend, en glimlacht een glimlach die duizenden mannenharten kan laten smelten. Vervolgens reikt ze naar mijn dekens en gooit ze die over mijn lichaam. ‘Probeer maar te slapen, ik kaft je boeken wel,’ zegt Ariel lief. ‘Pap zal pas rond het avondeten terugkomen.’
      Die gedachten is zo geruststellend dat er spontaan een zucht over mijn lippen rolt. Ik wil niet toegeven, maar het is een feit dat ik het grootste deel van de nacht wakker heb gelegen om te piekeren over dingen die buiten mijn macht liggen en dat eist nou eenmaal zijn tol. Ik rol me op mijn zij, met mijn rug naar het raam en Ariel en sluit eerst aarzelend mijn ogen. Het duurt echter niet lang voordat ik in een zwart gat van slaap word getrokken.

Reacties (2)

  • Slughorn

    Ik vind de band tussen hen bijzonder, zo lief ^^ Ze hebben veel aan elkaar (:

    3 maanden geleden
  • LarryNiam

    Die vader mag echt wel eens een klap krijgen, oh mijn god

    3 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen