Foto bij 158. - Lucien

"Ik kan nog steeds niet geloven dat Eailyn en Eschive ons hebben opgesloten in de bibliotheek." Ik schud mijn hoofd. Het is het wekelijkse moment waarop ik met mijn moeder thee drink. De vorige heb ik gemist, een dag na onze terugkomst uit Bordeaux. Met een zachte glimlach roert ze in haar thee.
"Ze kennen je allebei goed genoeg om te weten dat je te koppig zou zijn om op eigen initiatief met haar te gaan praten."
"Ze hadden het op zijn minst kunnen vragen."
"Was je akkoord gegaan?"
Daar heb ik geen antwoord op.
"In mijn mening hebben ze een goede beslissing gemaakt." Ze haalt haar schouders op en nipt van haar thee. "Anders waren jullie nog steeds als twee kleuters elkaar aan het negeren."
Ik knijp mijn ogen samen. "Wist jij hiervan?"
Over de rand van haar theekopje kijkt ze me aan, met een blik die duidelijk zegt dat ze hier inderdaad meer van weet, maar ik weet dat ze het nooit van haar leven toe zal geven. "Doet dat er toe? Jullie hebben het goed gemaakt. Dat is het enige dat telt. Heb je al een nieuw moment gekozen?"
Eventjes overweeg ik om toch te proberen om het uit haar te trekken, maar ik heb mijn koppigheid van haar, dus waarschijnlijk zou het compleet zinloos zijn. Ik laat het dus maar voor wat het is. "Vanavond."
"Heeft ze enig idee?"
"Nee, volgens mij niet. Zeker na die ruzie... Of misschien verwacht ze het dan juist."
"Hoop je dat ze zal huilen?"
"Ben ik een slecht mens als ik ja zeg?"
"Nee."
"Dan ja."

Ik ijsbeer eindeloos door de balzaal. Hoewel mijn eerste plan was om dit in de bibliotheek te doen, voelde dat nu niet meer goed. De tuinen waren ook geen optie, voor verschillende redenen. En dus kwam ik hier uit.
Het moet bijna tijd zijn. Geen idee, ik was hier ver van te voren alsof dat mijn zenuwen de kop in zou drukken.
De deur gaat met een klik open. Ik draai me met een ruk om, maar de deur verbergt haar. "Lucien, ik wilde..."
Mijn hart begint weer met kloppen. "Hemel, Eailyn, je jaagt me de stuipen op het lijf."
Ze sluit de deur met een grijns. "Sorry. Je moeder zei dat je hier zou zijn."
"Zei ze ook waarom?" Ik trek een wenkbrauw naar haar op.
"Zeker. Ik blijf niet lang, ik wilde gewoon even weten hoe het met je gaat." Ze pakt mijn handen. Nu Emma en ik weten van Pascale, is ze weer wat relaxter geworden en ze glimt van geluk. "Dit is spannend ondanks alles."
"Denk je dat ze..."
"Alleen als ze een slechte grap uit wil halen." drukt Eailyn me op het hart. "En dat is meer aan mij besteed dan aan Emma."
"Het verbaasd me dat je dat nooit bij mij hebt geflikt."
"Daarvoor was ik nog veel te bang. Als je het nu had gedaan..."
Ik duw haar lachend tegen haar schouder. Ze gaat op haar tenen staan om mijn wang te kussen. "Blijven ademhalen. Het komt goed, ze zal het fantastisch vinden. Ik zie je snel."
Ze verdwijnt stil als een schaduw en ik ben weer alleen. Na wat een eeuwigheid lijkt gaat de deur weer open. Dit keer durf ik niet te optimistisch te zijn over wie het is, maar als ze het zachte licht van de kaarsen instapt is er geen twijfel mogelijk. Ze is beeldschoon als altijd.
"Emma." adem ik. Ze kijkt me aan met die glimlach waar ik zo van hou.
"Winoc zei dat je hier op me wachtte."
"Ja, ik... ik moet je nog wat vertellen." Ik snel me naar haar toe en kus haar wang. "Niet boos worden, oké?"
"Dat begint niet goed." De ruzie ligt nog vers in het geheugen, dus ik kan haar de achterdochtigheid niet kwalijk nemen.
"Ik... ik had een goede reden. Ik ben niet helemaal eerlijk geweest over waarom we naar Bordeaux gingen."
Haar gezicht verstrakt. Ik probeer er niet teveel bij stil te staan en ga door.
"Ik... Ik kon je het toen niet vertellen, maar nu wel."
"Lucien, als we trouwen dan moet ik weten..."
"Weet ik, weet ik!" Mijn hart gaat duizend slagen per minuut. "Het spijt me, eerlijk waar, maar ik heb echt een goede reden dat ik het je niet toen kon vertellen. Doe je ogen dicht."
Ze trekt een wenkbrauw naar me op alsof ik haar heb gevraagd zichzelf in de fik te steken.
"Alsjeblieft?"
Met een zucht doet ze het.
"Ik kon je niet vertellen waarom ik naar Bordeaux ging, omdat we voor jou gingen. Moeder ging mee omdat ze een beter oog heeft voor deze dingen." Terwijl ik praat, haal ik het zijden zakje uit mijn binnenzak en haal hem voorzichtig leeg. "Sterker nog, het was haar idee. Dankzij haar is het extra speciaal geworden."
"Waar héb je het over?" Ik ben blij om te zien dat de argwanende blik plaats heeft gemaakt voor een glimlach.
"Even wachten nog." Ik ga achter haar staan. "We moesten naar Bordeaux omdat daar de enige man zat die we hiermee konden vertrouwen. Hij is ons keer op keer tot dienst geweest, en moeder verzekerde me dat ik hem hiermee kon vertrouwen."
Ik leg de ketting op haar hals - haar ademhaling hikt lichtjes en ik kan alleen maar grijnzen. "De diamanten komen van Castellon familiesieraden, op aandringen van mijn moeder... De smaragden, omdat groen absoluut mijn favoriete kleur is en ik nooit meer wil stoppen met kijken elke keer dat je een groene jurk aanhebt." Ik klik de ketting vast en haal voorzichtig haar haren er doorheen. "Het enige wat ik van je vraag is dat je deze draagt op onze bruiloft." Ik kus haar rug, adem haar geur in, houd me vast aan het feit dat ze voor altijd de mijne zal zijn. "En daarmee de vraag... Emmeline Maria Middleton... of je met me wil trouwen. Of je met mij de wereld aan wil gaan, het koningsschap, de toekomst, wat die ook moge brengen moge. Sta je mij toe je hand vast te houden door dat alles terwijl de wereld om ons heen vergaat totdat ook wij tot stof vergaan, sta je mij toe mezelf aan jou te binden in de naam van God, zodat we - als de dag daar is - ook in de hemel samen verder mogen gaan?"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen