||Diana Cassandra Volturi

Naast Rosalie Cullen zit ik op de bank. De blondine zit te bladeren in een tijdschrift, zonder de tekst echt te lezen lijkt het wel. Haar man zit voor de televisie met Jasper, aandachtig kijkend naar één of andere herhaling van een honkbalspel. Edward en Bella zijn in hun huisje in het bos, Carlisle is aan het werk, net zoals Esme, wat alleen Alice nog overlaat. Met een hopje in haar loopje die ze altijd lijkt te hebben loopt ze van de trap, haar veel te opgetogen en twinkelende aura rond haar.
      Met een zucht laat ik me in de kussens van de bank zakken. Veel liever zou ik mijn tijd met Paul spenderen, hoe verliefd en triest dat ook mag klinken, maar we kunnen niet altijd krijgen wat we willen. Paul moet wachtlopen, iets waar hij de laatste tijd al veel te vaak onderuit gekropen heeft, dus heb ik besloten om mijn dagelijkse check-up bij Carlisle te namen. En ik was even vergeten dat Carlisle bijna iedere dag overdag in het ziekenhuis is. Rosalie staat erop dat ik blijf, op z'n minst tot Esme me even gezien heeft, al weet ik niet waarom. Misschien zijn de Cullens ook langzaam aan mij gewend geraakt, net zoals ik hun niet meer als vijanden of bedreigingen aanschouw. Als alleen de Volturi hetzelfde zou denken.
      Pas na een paar seconden realiseer ik me dat Alice abrupt is gestopt met lopen en met opgetrokken wenkbrauwen kijk ik op. Ze staat aan de grond genageld, een glazige trek in haar ogen en een verbeten grimas rond haar lippen. Ik scan de rest van de kamer, maar ik lijk de eerste te zijn wie het opvalt dat Alice een visioen lijkt te hebben.
      'Alice,' zeg ik zachtjes, op een voorzichtige manier. Ik wil haar niet laten schrikken, maar ik wil de rest wel waarschuwen.
      Jasper is de eerste die van de bank vliegt en in minder dan een fractie van een seconde bij haar zijde staat. Met zijn handen wrijft hij zachtjes, sussend over haar armen, een blik vol liefde en bezorgdheid in zijn ogen. Die ogen hebben zoveel gezien, oorlogen en ontiegelijk veel doden, en toch kunnen ze zoveel liefde uitstralen. Ik vraag me af of ik ook zulke liefde kan laten zien.
      'De Volturi,' zegt Alice alleen, alsof dat alles moet verklaren. De glazige blik in haar ogen verdwijnt en haar ogen vinden die van mij. Ik kan de emotie erin niet bepalen, het zou beschuldigend kunnen zijn, maar ook verbazing.
      'Wat is er met de Volturi?' vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. Ik merk dat de toon in mijn stem onbewust toch een beetje verdedigend is. Sommige trekjes verdwijnen nooit, ondanks dat ik hier al een paar maanden ben. In vergelijking tot de tien eeuwen met de Volturi zijn die paar maanden als een paar uren in mijn leven.
      'Ze komen op bezoek, wanneer de maan het langst bloedt en ze zullen je nieuwe ontwikkelingen niet waarderen,' zegt Alice ademloos. Theoretisch gezien heeft ze niet eens zuurstof nodig, in tegenstelling tot mijn nieuwe, zwakkere vorm, maar soms nemen emoties het over.
      'Wanneer de maan het langst bloedt?' vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. Dat de Volturi komen, dat ik Jane, Alec en Demetri weer zie, net zoals de drie Oudsten, schrik ik niet van, want vroeg of laat zouden ze toch wel een keer polshoogte komen nemen. Het raadsel in Alices woorden verbaast me echter. Wanneer de maan het langst bloedt...

Reacties (3)

  • LarryNiam

    Oehh ik ben benieuwd:)
    Snel verder<3

    2 jaar geleden
  • Butterflygirl

    Neee shush oke love al je stories maar je gaat NU terug naar dat verhaal over die chick die een crush heeft op demetri. Nee ik ben niet goed met namen.

    2 jaar geleden
  • VampireMouse

    Ow God... Je maakt het lekker spannend!!!!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen