Foto bij Chapter eleven

Met de nieuwe instructies van de coach, stapt iedereen terug het veld op voor de tweede helft. Endou stapt zijn goal in en de rest van ons staan bijna op een gelijke lijn met elkaar. Alsof het voor Gemini Storm nog niet makkelijk genoeg was om te scoren, laten we nu allemaal het veld achter ons leeg, met Endou als enige bescherming voor het goal. Ik werp een blik over mijn schouder en heb een bezorgde blik in mijn ogen als ik naar Endou kijk. ‘Geen zorgen, ik zal het goal beschermen!’ roept hij iedereen enthousiast toe. Zijn handen trillen als hij klaar gaat staan en de twijfel staat duidelijk in zijn ogen. ‘Luca?’ Ik kijk vragend om naar Kidou en glimlach hem zacht toe. ‘Ja?’ vraag ik hem. De jongen kijkt me bedenkelijk aan en schudt tenslotte zijn hoofd. ‘Het is niets, laat maar,’ zucht hij dan. Hij neemt zijn positie weer in en laat mij verbaasd op mijn plek, achter. Het fluitsignaal luidt en Gemini Storm is ons voorbij voordat er ook maar iemand in beweging heeft kunnen komen. Een direct schot op het goal zorgt voor weer een punt voor Gemini Storm.
Door het gemaakte goal, mogen wij met de bal beginnen. Gouenji speelt de bal terug en in een rij begint de aanval. Ik blijf echter op mijn plek staan. Terwijl de andere de bal in bezit proberen te houden, spring ik in wanneer de bal onderschept wordt. Een éen op éen gevecht tussen mij en Reize zorgt voor veel spanning op het veld. Wanneer hij bij wordt gestaan door Diam, verlies ik de bal en wordt er opnieuw op het goal geschoten. Goal na goal valt en in mijn eentje ben ik niet in staat om tegen Gemini Storm te strijden. Hun ritme is zo goed ontwikkelt dat zelfs ik er in mijn eentje niet doorheen kom. Alleen Kidou heeft een aantal keer de bal kunnen onderscheppen, maar verder dan de verdediging zijn we nooit gekomen. Het ene goal dat ik heb kunnen maken, was meteen de laatste. Gouenji heeft een aantal keer kunnen schieten, maar het enige dat hij raakte was de lat, of hij ging er ver naast. ‘Speelkwartier is voorbij,’ hoor ik Reize’s stem. De duistere energie die ik op voel komen is krachtiger dan eerst. Met grote ogen kijk ik om naar Reize. Vol horror zie ik de rest van het Raimon team naar de donkere energie kijken. ‘Niet doen,’ fluister ik hees. Ik keer me met grote ogen om naar Endou die klaar staat voor het schot. ‘Ga daar weg!’ roep ik luid over het veld. Zo snel als ik kan ren ik het veld over naar het goal. Er is een luide, doffe klap te horen als Reize zijn hissatsu schot, Astro Break, afvuurt. In mijn ooghoeken zie ik de paarse energie dichter en dichterbij komen. Een plan om de bal op tijd te stoppen heb ik niet. Terug schieten zal mijn identiteit meteen verraden. Ik heb geen andere keus. Mijn tanden knars ik hard op elkaar en ik schenk een verontschuldigende glimlach naar Endou, voordat ik mezelf voor hem werp en de klap van de bal in ontvangst neem. De bal klapt hard tegen mijn rug aan en blaast me rechtstreeks tegen Endou aan. Mijn lichaam voelt verdoofd aan en in de verte kan ik Reize mij een minderwaardige blik gunnen, voordat hij het portaal doorstapt. Alles om mij heen wordt wazig en het geluid om mij heen ebt weg, totdat er niets anders dan duisternis is.

--

‘Luca.’ Een zachte stem in de verte roept mijn naam. Heel langzaam open ik mijn ogen en tuur ik in de duisternis. ‘Luca,’ hoor ik opnieuw zacht. Ik duw mijn lichaam overeind en een schok raast door mijn ribbenkast heen. Mijn adem houdt ik in en ondersteun mijzelf met mijn elleboog. Het shirt dat ik aan heb, trek ik voorzichtig een stukje omhoog en bekijk het verband even. Een flits van de wedstrijd tegen Gemini Storm raast aan mij voorbij. Het schot dat ik opgevangen heb, heeft voor dit letsel gezorgd en diep van binnen vervloek ik mezelf dat ik ervoor gesprongen ben. Maar Endou had de klap niet kunnen verdragen. ‘Luca,’ fluistert opnieuw een stem. Ik keer mijn hoofd verbaasd om en zet de pijn aan de kant om mezelf overeind te krijgen. Heel voorzichtig stap ik langs de spelers die in de bus liggen te slapen en stap naar buiten. Op een paar wolken na, is het een heldere nacht. Sterren staan hoog en fel in de hemel en de maan wordt bedekt door éen van de wolken. Ik laat mijn gevoel mij terug het park in leiden. Terwijl de kiezels en takjes in mijn blote voeten prikken, loop ik door totdat ik het verwoeste standbeeld bereikt heb. Het geknisper van bladeren zorgt ervoor dat ik extra op mijn hoede ben. Er is geen wind die het kan veroorzaken. Een schaduw raast voorbij in de bossen en een fel licht raast mijn kant uit. Mijn lichaam forceer ik de lucht in en vang de zwarte voetbal op. Op het moment dat ik de bal tegen mijn borst opvang, raast er een hevige pijn door mijn lichaam en zak ik direct naar de grond als ik weer neerkom. Mijn armen sla ik hoestend om mij heen en de tranen staan in mijn ogen door de enorme pijn. ‘Hij heeft je dus echt geraakt,’ spreekt een stem uit. Ik kijk moeizaam op. Mijn lip heb ik open gebeten en kijk naar de schaduw die achter het standbeeld vandaan komt. Gran. ‘Waarom ben je hier?’ pers ik moeizaam tussen mijn lippen door. Gran vernauwt zijn ogen en stapt op me af. ‘Reize zegt dat je de boel aan het bedriegen bent. Dat je ons verraadt,’ zegt hij op een kalme toon. Als hij voor me staat, stopt hij en zakt door zijn knieën om me recht aan te kunnen kijken. Zijn zachte hand streelt een pluk haar uit mijn gezicht en veegt een traan weg. ‘Is dat waar?’ vraagt hij doordringend. Nog altijd bijt ik op mijn lip en schudt wild mijn hoofd op zijn vraag. ‘Nee!’ roep ik uit en kijk hem met wanhoop aan. Bang om mijzelf te verraden, probeer ik hem te overtuigen. ‘Ik heb je gezegd wat mijn bedoeling is. Waarom zou ik je.. Jullie verraden? Jullie zijn het enige dat ik heb,’ het laatste fluister ik zacht. Met mijn armen nog altijd om mij heen geslagen, duw ik mezelf overeind. Ik wankel even op mijn voeten en Gran vangt me op wanneer ik mijn evenwicht verlies. Zijn groenblauwe ogen ontmoeten de mijne en hij tuurt enige tijd in ze, op zoek naar een leugen. ‘Ts-’ Mijn blik verhardt als hij de eerste letters tussen zijn lippen perst, maar hij verbetert zich. ‘Luca,’ zegt hij hees. ‘Laat zien.’ Zijn toon is niet bevelend, maar zacht en bezorgd. Ik aarzel even maar lift dan toch een klein stukje van mijn shirt omhoog zodat hij het verband kan zien. Zijn vingers strelen zacht over mijn ingepakte huid en een rilling raast over mijn rug door de aanraking. Het shirt laat ik zakken en ik zet een stap bij hem vandaan. Nu is het zijn blik die verhardt en hij kijkt me strak aan. ‘Ik moet terug,’ zeg ik zachtjes. ‘Voordat ze me kwijt zijn en me gaan verdenken. Ik moet hun vertrouwen winnen,’ vervolg ik mezelf. Gran slaakt een zucht en knikt dan naar me. Heel langzaam zet ik een paar passen bij hem weg. De wolken drijven door de lucht en de maan wordt zichtbaar. Het felle maanlicht schijnt over mij heen. Een goudblonde kleur neemt de plaats in van mijn lange koperen lokken en geven bijna licht in het maanlicht. ‘Tsuki,’ hoor ik Gran zacht fluisteren. Een kille blik staat in mijn ogen als ik naar de jongen kijk. Hij stapt met een fonkeling in zijn ogen, op mij af. Zijn hand zacht tegen mijn wang en een warme blik in zijn ogen als hij naar mij kijkt. ‘Beeldschoon,’ fluistert hij hees. Zijn lippen zijn warm tegen de mijne en zijn grip stevig om mijn middel. De pijn zorgt ervoor dat ik mij van de jongen losruk en hem zacht van me wegduw. ‘Sorry,’ zegt hij zacht. Zijn blik staat schuldig als hij kort naar mijn middel kijkt en me daarna recht aankijkt. ‘Tot snel, Gran,’ zeg ik zacht en hees. Mijn rug keer ik naar de jongen toe en stap bij hem vandaan. Mijn vingers liggen zachtjes tegen mijn lippen als ik terug naar de bus loop en stop als het hek in zicht komt. Een zachte wind is op komen steken en blaast door mijn goudblonde haren heen. In de opening van het hek staat Endou. Zijn ogen zijn groot en verwonderd als hij naar me kijkt. Heel even wrijft hij in zijn ogen en kijkt dan naar me op. ‘Droom ik?’

Reacties (1)

  • Luckey

    Oh god!!
    Love is there

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen